Uitvraag van de Directeur-Generaal Agro en Directeur-Generaal Realisatie Groene Groei, van 8 juni 2026, kenmerk DGA-PAV/106666059, houdende de oproep om belangstelling kenbaar te maken voor deelname aan een IPCEI Biochemicaliën, een IPCEI Biomaterialen en een IPCEI Biotechnologie Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder

1. Oproep voor voorstellen

Dit is een oproep om uw belangstelling te tonen om mee te doen aan een potentieel Europees IPCEI (Important Project of Common European Interest, ofwel Belangrijk Project van Gemeenschappelijk Europees Belang) op het gebied van biochemicaliën, biomaterialen en innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder. Met deze oproep inventariseren wij welke belangstelling er bij bedrijven in Nederland is voor eventuele deelname aan een IPCEI Biochemicaliën, een IPCEI Biomaterialen en een IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder. Wij benadrukken dat dit slechts een inventarisatie is en niet een oproep om subsidieaanvragen voor concrete projecten op voornoemde onderwerpen in te dienen. Aan deze inventarisatie kunnen geen rechten worden ontleend. Wij zullen aan de hand van deze vrijblijvende inventarisatie geen besluiten nemen die gericht zijn op rechtsgevolg.

1.1 Wat is een IPCEI?

Een IPCEI is een geïntegreerd Europees project dat bestaat uit meerdere nationale projecten van bedrijven en/of onderzoeksinstellingen uit diverse EU-lidstaten die complementair zijn aan elkaar, synergie hebben, aantoonbaar bijdragen aan de doelen van de EU en die noodzakelijk zijn om het doel van de IPCEI te bereiken. Wil een IPCEI-project kunnen slagen, dan gaat het dus niet alleen om de projecten die zich in Nederland aanmelden, maar zeker ook om het samenhangende geheel aan projecten uit andere lidstaten van de Europese Unie. Het IPCEI-project moet concreet, duidelijk en aanwijsbaar bijdragen tot één of meer Uniedoelstellingen en moet een aanzienlijk effect hebben op het concurrentievermogen van de Unie, op duurzame groei, op het aangaan van maatschappelijke uitdagingen of waardecreatie in de hele Unie.

De Europese Commissie kan lidstaten, mits wordt voldaan aan de criteria uit de IPCEI-mededeling van de Europese Commissie, toestemming geven om meer steun te verlenen aan deze (directe) projecten dan onder de gebruikelijke staatssteunkaders, waardoor grote, grensoverschrijdende innovaties en infrastructuurontwikkelingen mogelijk worden.1 Het steunbedrag kan dan tot en met de pre-commerciële, ‘eerste industriële toepassing’-fase, tot maximaal 100% van de onrendabele top gaan.2

1.2 Aanleiding

  • In december 2025 hebben meer dan tien Europese lidstaten zich binnen de Joint European Forum for IPCEI verbonden aan het ontwerpen van een drietal potentiële IPCEI’s, namelijk een IPCEI Biochemicaliën, een IPCEI Biomaterialen en een IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder. Sindsdien hebben de lidstaten gezamenlijk, in afstemming met vertegenwoordigers van de Europese industrie en met de Europese Commissie, geïdentificeerd hoe Europa haar krachten kan bundelen om zo te profiteren van opkomende technologische kansen en nieuwe posities van wereldwijd leiderschap en marktkracht op te bouwen. In juni 2026 zetten wij een vrijblijvende interessepeiling uit met als kernpunten:

Voor de IPCEI Biochemicaliën en de IPCEI Biomaterialen:

De EU wil haar industriële veerkracht en strategische autonomie versterken door af te stappen van fossiele grondstoffen en over te schakelen op duurzame koolstofbronnen, als basis voor een klimaatneutrale en circulaire bio economie. De bio-economie wordt gezien als een sleutelstrategie voor de EU om duurzame groei te combineren met concurrentiekracht, door biomassa om te zetten in hoogwaardige biochemicaliën en biomaterialen voor de chemie en materialen toepassingen.

De chemie en materialen sectoren kenmerken zich door complexe, internationale waardeketens en door ‘down stream’ markten met grote volumes. Voor het succesvol commercialiseren van nieuwe biobased waardeketens betekent dit dat schaalgrootte is vereist, wat grote investeringen vraagt voor de opschaling van pilot naar eerste industriële toepassing en commerciële schaal fabrieken. Door het innovatieve karakter van de biobased processen is deze financiering hoog-risicovol.

Voor de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder:

De huidige wijze van voedselproductie legt een groot beslag op land, water en hulpstoffen, en draagt belangrijk bij aan klimaatverandering en het verlies van biodiversiteit. Biotechnologie kan door verandering in de genetica van gewassen, en de productie van eiwitten, functionele ingrediënten en andere bestanddelen van voedsel, een grote rol spelen bij de verduurzaming van de voedsel- en veevoerproductie. Bovendien dragen deze innovatieve technologieën bij aan de strategische autonomie van de EU voor voedselproductie, aan werkgelegenheid, en het toekomstige concurrentievermogen in de mondiale voedselmarkt.

Voor succesvolle commerciële marktintroductie van biotechnologie innovaties in voedsel en veevoer is schaalgrootte vereist, wat grote investeringen vraagt voor de opschaling van pilot naar full-scale demonstratie en commerciële fabrieken. Door het innovatieve karakter van de biotechnologische processen is deze financiering hoog-risicovol. Hierdoor komen deze innovaties veelal niet verder dan de pilot fase.

Potentiële IPCEI’s op het gebied van biochemicaliën, biomaterialen en innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder kunnen grootschalige, grensoverschrijdende investeringen bundelen en risico’s delen, waardoor doorbraaktechnologieën sneller van lab en pilot naar industriële toepassing worden gebracht. Het instrument maakt het mogelijk om first-of-a-kind projecten te realiseren die anders commercieel niet haalbaar zijn, en versnelt daarmee de opschaling van biochemicaliën, biomaterialen en innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder.

Door integratie over de hele waardeketen (van grondstof tot eindproduct) stimuleren de potentiële IPCEI’s bovendien samenwerking tussen lidstaten, industrie en kennisinstellingen, wat leidt tot sterkere Europese ecosystemen en technologische leiderschap.

Om het succes ervan te verzekeren, zullen de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder voortbouwen op de inspanningen die zijn geleverd via reeds bestaande EU-initiatieven, met name pilot projecten, om de eerste industriële productie te versnellen.

De IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder zullen als subdoelen kennen:

  • het overbruggen van de kloof tussen pilot en first industrial deployment;

  • het verminderen van de afhankelijkheid van fossiele grondstoffen, en het versnellen van de transitie naar een biogebaseerde circulaire en klimaatneutrale economie;

  • de versterking van de Europese autonomie op het gebied van grondstoffen en voedselproductie;

  • de versterking van de weerbaarheid van het Europese ecosysteem;

  • het versterken van de koppeling met de eindmarkten;

  • het oplossen van marktfalen.

1.3 Doel van deze interesse-uitvraag

De gezamenlijke activiteiten rond deze potentiële IPCEI’s Biochemicaliën, Biomaterialen en Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder bevinden zich op dit moment in de ontwerpfase. Daarbij onderzoeken de lidstaten gezamenlijk en ieder afzonderlijk de haalbaarheid van de voornoemde potentiële IPCEI’s. Als onderdeel hiervan brengen lidstaten potentiële nationale projecten in kaart, die gezamenlijk met nationale projecten uit andere lidstaten een integraal project dienen te vormen. Het doel is om te komen tot een combinatie van projecten met een onderlinge samenhang en versterkend effect voor Nederland en voor Europa.

Ook dienen lidstaten in deze fase hun nationale budgetten te bepalen en beschikbaar te stellen. Het is nog onduidelijk of en hoeveel budget Nederland beschikbaar kan stellen voor de voornoemde potentiële IPCEI’s.

Met deze interesse-uitvraag beogen wij te inventariseren welke concrete projectideeën er zijn bij de Nederlandse industrie voor actieve deelname aan het ecosysteem voor de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder

Bedrijven die geïnteresseerd zijn in deelname aan één van deze IPCEI’s, hetzij met een direct IPCEI-project (‘direct participant’), hetzij met een project dat aansluit op het IPCEI-ecosysteem (‘associated participant’) worden opgeroepen om hun belangstelling kenbaar te maken.

Het is van belang uw interesse nu kenbaar te maken. Doet u dat pas in een later stadium, dan is het niet meer mogelijk om nog onderdeel te worden van het geïntegreerde Europese project zoals dat op dit moment in verschillende lidstaten wordt vormgegeven. In deze fase verplicht u zich niet tot deelname aan een mogelijke Europese IPCEI dan wel tot het aangaan van financiële verplichtingen. Ook de Rijksoverheid verplicht zich met deze oproep niet tot het aangaan van verplichtingen. De kosten die u maakt in verband met deelname aan deze interessepeiling worden niet vergoed.

1.4 Technologie scope van de IPCEIs: naar wat voor projecten zijn we op zoek?

De volgende domeinen vallen binnen de technologische scope van de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder:

  • Sterk innovatieve projecten (biochemie, biomaterialen, innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder) die verder gaan dan de huidige stand van de techniek. Gericht op overbruggen van pilot/demo naar eerste industriële toepassing (First Industrial Deployment), inclusief noodzakelijke test- en opschalingsactiviteiten maar niet gericht op massaproductie of commerciële uitrol.

  • Kerntechnologieën:

    • Fermentatie (microbieel, precisie-, biomassa- en gasfermentatie)

    • Biotechnologische conversieplatformen

    • Chemisch-katalytische conversieplatformen

    • Fotobioreactoren en algen kweeksystemen

    • Lignocellulose voorbewerking en fractionering

    • Geavanceerde biomassa verwerking

    • Productie van cellullosevezels en composieten, biogebaseerde polymeersynthese, vezelgebaseerde vorm- en giettechnologieën (voor biomaterialen)

    • Recycling, regeneratie en opwaardering van biobased materialen, inclusief mechanische, enzymatische en chemische routes (voor biomaterialen)

    • Kweek van celculturen in bioreactoren, bijvoorbeeld t.b.v. kweekvlees of zuivel ingrediënten

  • Outputs/producten:

    • Biogebaseerde chemicaliën en bouwstenen voor chemische industrie en maakindustrie

    • Geavanceerde biomaterialen (duurzaam, recyclebaar, biologisch afbreekbaar)

    • Ingrediënten voor voedsel en diervoeder (zoals eiwitten, vetten, enzymen, additieven en functionele stoffen)

1.5 IPCEI – Grote ontwikkelingsprojecten met een pre-commercieel karakter op basis van innovatieve technologie (‘direct participant’)

In deze interessepeiling worden twee verschillende typen projecten in kaart gebracht. Allereerst gaat het om directe IPCEI-projecten. De Europese Commissie kan goedkeuring geven om overheidssteun te verlenen aan belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang3. Om als directe participant deel te nemen aan een IPCEI, moet een project hoog innovatief zijn, aantoonbare Europese spill-over effecten hebben en aansluiten bij de gespecificeerde waardeketen. Het dient bijzonder groot in omvang of reikwijdte te zijn en/of een zeer aanzienlijke technologische of financiële risicograad te vertonen. Het ambitieniveau moet dermate hoog zijn dat zonder publieke financiering de projecten niet mogelijk zijn. Voor projecten die onderdeel zijn van een IPCEI mogen overheden, mits voldaan wordt aan de criteria uit de IPCEI-mededeling van de Europese Commissie en goedgekeurd door de Europese Commissie, meer steun geven dan binnen de gebruikelijke staatssteunkaders, tot maximaal 100% van de onrendabele top (financieringsgat).

Projecten in deze categorie moeten allereerst voldoen aan de algehele criteria voor projecten binnen de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder. Dit houdt in dat het project:

  • hoogst (disruptief) innovatief is;

  • binnen Nederland uitgevoerd zal worden;

  • valt binnen de onder 1.4 vermelde technologiescope voor de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder;

  • nadrukkelijk bijdraagt aan het versterken en toekomstbestendig maken van de Europese waardeketens voor biochemicaliën, biomaterialen en innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder;

  • een aanzienlijk technologisch en financieel risico kent;

  • een zodanig hoog ambitieniveau kant, dat uitvoering zonder publieke middelen niet mogelijk zou zijn;

  • nadrukkelijk de mogelijkheid en bereidheid biedt tot samenwerking met Nederlandse en verdere Europese bedrijven, inclusief mkb;

  • aantoonbare spillovers levert (samenwerking en kennisdisseminatie);

  • Ook een significante eigen bijdrage vanuit de indiener(s) bedraagt.

Daarnaast geldt specifiek voor deze categorie projecten:

  • projectduur: 2 t/m 7 jaar (ontwikkelingsfase + eerste industriële toepassing maar nog net niet commercieel);

  • een staatssteuntoets door de Europese Commissie is verplicht voorafgaand aan goedkeuring van de door Nederland aangemelde projecten, waarbij eisen worden gesteld aan onrendabele top/Funding Gap-analyse, marktfalen en spill-overeffecten;

  • de nadruk ligt op de ‘eerste industriële toepassing’. Het eindresultaat dient een product te zijn dat – idealiter grootschalig – in de markt is gezet;

  • er dient sprake te zijn van een aantoonbaar marktfalen;

  • er wordt voldaan aan het Do no significant harm-criterium;

  • Zo min mogelijk verstoring van de markt;

  • partijen hebben duidelijke zichtbaarheid en een sterke rol binnen de community van de IPCEI waarin zij deelnemen, voor wat betreft spill-over effecten en samenwerking.

1.6 Samenwerkingsprojecten Onderzoek en Ontwikkeling (associated participant)

Naast directe deelname aan IPCEI’s wordt via deze interessepeiling onderzocht hoe het bredere IPCEI-ecosysteem ondersteund kan worden in het verlengde van de genoemde technologiegebieden. Voor middel- en kleine bedrijven kan een direct IPCEI-project uitdagend zijn, vanwege de stringente eisen en het tijdsbeslag dat gepaard gaat met het doorlopen van een Europees proces.

Deze interessepeiling is nadrukkelijk tevens bedoeld om mkb start- en scale-ups vooruit te helpen. Dat past bij de inzet om beloftevolle Nederlandse mkb-bedrijven grote stappen te kunnen laten zetten en zo toonaangevende nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Welke vorm een eventuele regeling zal hebben, zal pas bekend worden wanneer tot een formele projectuitvraag overgegaan wordt.

Daarbij onderscheiden wij de categorie ‘Samenwerkingsprojecten onderzoek & ontwikkeling’. Deze maakt integraal onderdeel uit van de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder, en richt zich op ondersteuning van (middelgrote) zeer veelbelovende onderzoek- & ontwikkelingsprojecten.

Projecten in deze categorie moeten allereerst voldoen aan de algehele criteria voor de projecten binnen de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder. Dit houdt in dat het project:

  • hoogst (disruptief) innovatief is;

  • binnen Nederland uitgevoerd zal worden;

  • valt binnen de onder 1.4 vermelde technologiescope van de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder;

  • nadrukkelijk bijdraagt aan het versterken en toekomstbestendig maken van de Europese waardeketens op het gebied van biochemicaliën, biomaterialen en innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder;

  • een aanzienlijk technologisch en financieel risico kent;

  • een zodanig hoog ambitieniveau kant, dat uitvoering zonder publieke middelen niet mogelijk zou zijn;

  • nadrukkelijk de mogelijkheid en bereidheid biedt tot samenwerking met Nederlandse en verdere Europese bedrijven, inclusief mkb;

  • aantoonbare spillovers levert (samenwerking en kennisdisseminatie);

  • Ook een significante eigen bijdrage vanuit de indiener(s) bedraagt.

Daarnaast geldt specifiek voor deze categorie projecten:

  • Het eindresultaat kan een proof of concept of prototype zijn;

  • Voor het project vindt verregaande samenwerking plaats tussen bedrijven en/of kennisinstellingen, waaronder samenwerking met tenminste één ‘direct partner’;

  • R&D projectomvang subsidiebehoefte van 10-20 miljoen euro;

  • maximale R&D projectduur: 5 jaar;

  • een project zal staatssteun ontvangen op basis van de AGVV-regels;

  • projectleden zijn betrokken bij de community van de IPCEI waarin zij deelnemen, voor wat betreft netwerken en zichtbaarheid.

2. Proces: hoe gaat het in zijn werk?

Het proces om tot een IPCEI Biochemicaliën, een IPCEI Biomaterialen en een IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder te komen, bestaat uit de volgende stappen:

2.1 Informatiebijeenkomst

Er zullen twee webinars georganiseerd worden om toe te lichten wat het IPCEI instrument inhoudt, welke projecten geschikt zijn en hoe het beoogde proces zal verlopen. Eén webinar richt zit op biochemicaliën en biomaterialen, de andere richt zit op biotechnologie voor innovatieve ingrediënten voor voedsel en veevoer. Tijdens deze webinars heeft u gelegenheid om vragen te stellen aan EZK, LVVN en RVO. De webinar voor biochemicaliën en biomaterialen vindt plaats op 17 juni 2026. De webinar voor biotechnologie voor innovatieve ingrediënten voor voedsel en diervoeder vindt plaats op 18 juni 2026. Meer informatie is te vinden op de website van RVO: www.rvo.nl/subsidies-financiering/ipcei/interessepeiling-ipcei-biotech.

2.2 Uw belangstelling kenbaar maken

U dient vóór 5 juli 2026, 23:59 uur uw belangstelling kenbaar te maken. Dat doet u door uw inzending te mailen naar IPCEI.biotech@rvo.nl. Op de website www.rvo.nl/subsidies-financiering/ipcei/interessepeiling-ipcei-biotech kunt u meer informatie vinden inclusief het formulier dat gebruikt dient te worden als onderdeel van de inzending.

Graag verzoeken we u de volgende ingevulde formulieren naar ons toe te zenden:

  • Template projectplan interessepeiling IPCEI Biochemicaliën, IPCEI Biomaterialen of IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder;

  • Begroting interessepeiling IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder;

  • Template Public Summary IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder;

Hoe concreter deze formulieren ingevuld worden, hoe beter er bezien kan worden of het project in potentie past binnen de doelstellingen van de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder; en de regelingen waar gebruik van wordt gemaakt. Daarmee kan een betere inschatting worden gemaakt van de kansrijkheid van deelname aan de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder.

2.3 Overleg met andere Europese lidstaten

  • De informatie in de voorstellen wordt na de sluitingsdatum beoordeeld op, onder andere, de aansluiting op de beoogde overkoepelende Europese IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen of de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder. Om tot een geïntegreerd Europees project te komen wordt met de ingeleverde informatie het gesprek aangegaan met andere lidstaten en bedrijven.

  • In een vervolgstap zullen bedrijven, indien het ingediende voorstel goed aansluit bij de gestelde criteria, gevraagd worden te participeren in een of meerdere Europese matchmakingsbijeenkomsten die in het kader van de opzet van het ecosysteem voor de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder zullen worden georganiseerd door de coördinerende lidstaten en de Europese Commissie. Daarin kunt u potentiële samenwerkingspartners binnen andere deelnemende lidstaten vinden.

De exacte datum of data van deze matchmaking bijeenkomst(en) zal nog worden vastgesteld.

2.4. Indienen van een subsidieaanvraag en besluit daarover

  • Een oproep in de Staatscourant voor het indienen van een aanvraag zal volgen wanneer er voldoende belangstelling is vanuit de industrie, voldoende potentieel aan de voor dit doel beoogde projecten en (voldoende) budget beschikbaar kan worden gesteld. Daartoe zal de te ontwikkelen subsidieregeling voor projecten op het terrein van IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder worden opengesteld.

  • De subsidieaanvraag zal bestaan uit een gedetailleerde beschrijving van uw project met onderbouwende stukken, waaronder een financiële onderbouwing. Een mogelijk steunvoornemen voor uw project zal vooraf door de Europese Commissie op de geldende staatssteunregels worden getoetst. Elke lidstaat zal dat individueel en ongeveer gelijktijdig doen voor haar nationale projecten. Dit goedkeuringsproces bij de Europese Commissie vraagt capaciteit van bedrijven en duurt minstens enkele maanden en kan wel tot een jaar of langer in beslag nemen. Let wel, op dit moment kan nog niet aangegeven worden of een Europese IPCEI Biochemicaliën, een IPCEI Biomaterialen en/of een IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder er ook daadwerkelijk gaat komen.

Aansluitend volgt het goedkeuringsbesluit van de Europese Commissie welk steunbedrag een lidstaat maximaal per project kan toekennen. Dit zal worden opgevolgd door een nationale beschikking op grond van de hiervoor genoemde nationale subsidieregeling. Na ontvangst hiervan kunt u met uw project aan de slag. Vooralsnog wordt nagestreefd dat dit moment begin 2028 plaats zal vinden.

3. Toelichting

3.1 Voorwaarden en financiering

Wie kan zijn belangstelling kenbaar maken en informatie over zijn project indienen?

Ondernemingen die in Nederland een project willen uitvoeren, kunnen informatie over hun project indienen. Middelgrote en kleine ondernemingen worden nadrukkelijk ook uitgenodigd om hun belangstelling kenbaar te maken.

Wanneer starten en eindigen de activiteiten?

  • Om in aanmerking te komen voor subsidies mogen projecten nog niet zijn gestart. Interessant zijn projecten waarvan de zogeheten final investment decision nog niet genomen is, en die, mocht er een overheidsbijdrage voor beschikbaar gesteld kunnen worden, in de komende jaren hun final investment decision willen nemen en willen gaan starten met de realisatie van het project. Er bestaat een brede wens in Europa om de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder snel te starten en tot meetbare resultaten te brengen. Geïnteresseerde partijen worden gevraagd in hun projectplannen nadrukkelijk aan te geven of de projecten aan deze criteria zullen kunnen voldoen.

Hoeveel kan de overheid bijdragen aan de eventuele directe IPCEI Biochemicaliën, IPCEI Biomaterialen en IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder deelname (zoals bedoeld onder 1.5) en voor welke kosten?

Op dit moment is door het kabinet nog geen financiële reservering gemaakt voor voornoemde potentiële IPCEI’s. Hierover komt op een later moment meer duidelijkheid.

De Europese Commissie zal een eventuele overheidsbijdrage in ieder geval op de volgende elementen toetsen4:

  • De steun mag niet de projectkosten subsidiëren die een onderneming sowieso zou moeten maken, noch mag deze een vergoeding zijn voor het normale zakelijke risico van een economische activiteit. De verwezenlijking van het project dient zonder de steun onmogelijk te zijn of het project dient te worden verwezenlijkt in beperktere omvang of op beperktere schaal of op een andere manier die de van het project verwachte voordelen aanzienlijk zou beperken (2). Steun zal alleen als evenredig worden beschouwd indien hetzelfde resultaat niet met minder steun zou kunnen worden behaald.

  • Indien er geen alternatief project is, zal de Europese Commissie zeker willen stellen dat het steunbedrag niet hoger uitkomt dan het minimum dat voor het gesteunde project noodzakelijk is om voldoende winstgevend te zijn, doordat daarmee bijvoorbeeld een interne opbrengstvoet (IRR) kan worden behaald die overeenstemt met de sectorale of ondernemingsspecifieke benchmark of hurdle rate.

  • Het maximale subsidiebedrag per deelnemer en per project zal worden bepaald aan de hand van de vastgestelde financieringskloof5 afgezet tegen de in aanmerking komende kosten. Indien dit door de analyse van de financieringskloof wordt gerechtvaardigd, kan de steunintensiteit oplopen tot 100% van de in aanmerking komende kosten.

  • De begunstigde moet ook zelf investeren en risico willen lopen. Nederland ziet cofinanciering door de deelnemer als een vereiste.

  • De in aanmerking komende kosten zijn de in bijlage 1 opgenomen kosten van de Mededeling van de Europese Commissie6. Een eventuele subsidie is in ieder geval geen subsidie voor het normale zakelijke risico van de activiteit.

  • Een eventuele subsidie is in ieder geval geen prijssubsidie. IPCEI is namelijk niet bedoeld om continue steun over een langere periode te geven. Doel van IPCEI is om een ‘kick start’ te geven, bijvoorbeeld aan (bepaalde projecten in) een sector.

  • Om te zorgen dat een breder aantal bedrijven gebruik kunnen maken van een potentiële regeling voor een IPCEI Biochemicaliën, een IPCEI Biomaterialen en een IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder bestaat het voornemen om het steunbedrag voor directe deelnemers aan de IPCEI Biochemicaliën, de IPCEI Biomaterialen en de IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder te maximeren, ongeacht het aantal in te dienen projecten.

  • Projecten die op het moment van het kenbaar maken van belangstelling in het kader van deze call al zijn gestart, kunnen niet meer in het verdere traject meedoen.

3.2 Overwegingen of het zin heeft om aan een IPCEI Biochemicaliën, IPCEI Biomaterialen of IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder deel te nemen

  • Als u zich aanmeldt in reactie op deze interesse uitvraag, vraagt u geen subsidie aan, maar maakt u uw belangstelling kenbaar. Er wordt dan ook geen besluit genomen om wel of geen subsidie toe te kennen. Mogelijke besluiten om subsidie te verstrekken volgen in een later stadium. Mocht u interesse hebben om aan een eventuele IPCEI Biochemicaliën, IPCEI Biomaterialen of IPCEI Biotechnologie voor Innovatieve Ingrediënten voor Voedsel en Diervoeder mee te doen, dan worden hieronder enkele overwegingen geschetst. Deze kunnen u helpen om een beeld te vormen of het zinvol is om u aan te melden:

U moet voor het project aannemelijk kunnen maken dat:

  • Er voldoende vertrouwen is in de technische en economische haalbaarheid;

  • Er voldoende vertrouwen is dat de deelnemers hun eigen aandeel in de projectkosten kunnen financieren;

  • Het project zonder overheidsbijdrage geen doorgang kan vinden vanwege een financieringskloof, dit vereist voor directe deelnemers een gedetailleerde financiële onderbouwing van het project.

’s-Gravenhage, 3 juni 2026

De Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, namens dezen, E. Pijs Directeur-Generaal Realisatie Groene Groei

M. van den Berg, Directeur-Generaal Agro


X Noot
1

Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02), hierna ook: IPCEI Mededeling.

X Noot
2

Voor verdere achtergrondinformatie over IPCEIs zie mede de volgende bronnen: www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl/beleidsinstrument/i/ipcei, www.rvo.nl/onderwerpen/ipcei en competition-policy.ec.europa.eu/state-aid/ipcei_en.

X Noot
3

Cf. voetnoot 1 Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02).

X Noot
4

IPCEI Mededeling, cf. voetnoot 1. Zie ook een technische guidance die de Europese Commissie heeft opgesteld met nadere toelichting van de vereisten.

X Noot
5

Met de financieringskloof wordt het verschil bedoeld tussen de positieve en negatieve kasstromen gedurende de levensduur van de investering, contant gemaakt op basis van een passende disconteringsfactor waarin het rendement tot uiting komt dat de begunstigde verlangt om het project uit te voeren, met name gelet op de daaraan verbonden risico’s.

X Noot
6

IPCEI Mededeling, – BIJLAGE ‘In Aanmerking Komende Kosten’, cf. voetnoot 1.


X Noot
1

Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02), hierna ook: IPCEI Mededeling.

X Noot
2

Voor verdere achtergrondinformatie over IPCEIs zie mede de volgende bronnen: www.bedrijvenbeleidinbeeld.nl/beleidsinstrument/i/ipcei, www.rvo.nl/onderwerpen/ipcei en competition-policy.ec.europa.eu/state-aid/ipcei_en.

X Noot
3

Cf. voetnoot 1 Mededeling van de Europese Commissie. Criteria voor de beoordeling van de verenigbaarheid met de interne markt van staatssteun ter bevordering van de verwezenlijking van belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (2021/C 528/02).

X Noot
4

IPCEI Mededeling, cf. voetnoot 1. Zie ook een technische guidance die de Europese Commissie heeft opgesteld met nadere toelichting van de vereisten.

X Noot
5

Met de financieringskloof wordt het verschil bedoeld tussen de positieve en negatieve kasstromen gedurende de levensduur van de investering, contant gemaakt op basis van een passende disconteringsfactor waarin het rendement tot uiting komt dat de begunstigde verlangt om het project uit te voeren, met name gelet op de daaraan verbonden risico’s.

X Noot
6

IPCEI Mededeling, – BIJLAGE ‘In Aanmerking Komende Kosten’, cf. voetnoot 1.

Naar boven