Besluiten aanvragen ex artikel 74 Wet op het primair onderwijs, nr. POR/202605/000015, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Besluiten op basis van artikel 74 van de Wet op het primair onderwijs op de aanvragen voor bekostiging van een nieuwe school voor primair onderwijs met ingang van 1 augustus 2027 en verzelfstandiging voor primair onderwijs met ingang van 1 augustus 2026

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft kennis van de goedkeuring dan wel afwijzing van de volgende aanvragen die zijn ingediend voor 1 november 2025 in het kader van de procedure voor bekostiging van een nieuwe school voor basisonderwijs, dan wel verzelfstandiging voor primair onderwijs.

Als u belang hebt bij dit besluit, dan kunt u hiertegen binnen 6 weken, gerekend vanaf de verzenddatum van de onderstaande besluiten, bezwaar maken. Stuur uw bezwaarschrift naar DUO, Postbus 30205, 2500 GE Den Haag. U kunt uw bezwaar ook digitaal indienen op www.bezwaarschriftenocw.nl.

Stichting Islamitische Onderwijs Rijn en Gouwe

Al Qalam 2

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Gouda

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Al Qalam 2”, te vestigen in het postcodegebied 2803 in de gemeente Gouda.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 26 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 192 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 7573. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 22901,1.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2035, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 407.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Gouda bedraagt 323. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 407, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 18 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Gouda heeft een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In deze zienswijze uit de gemeente Gouda haar zorgen over de schaarse onderwijsmiddelen, onderwijshuisvesting en zorgplicht voor bestaande schoolgebouwen, in relatie tot het toenemende aantal nieuwe scholen in Gouda.

In 2025 zijn twee initiatieven voor Islamitische basisscholen in Gouda ingediend. De gemeente Gouda geeft aan dat de komst van een tweede islamitische school aansluit bij de behoefte onder de bevolking van Gouda. In 2025 is de tweede tranche van het integraal huisvestigingsplan onderwijs (IHP2) goedgekeurd door de gemeenteraad. Aangezien het openbreken van dit IHP2 op gespannen voet staat met de wettelijke zorgplicht voor bestaande schoolgebouwen, en een nieuwe islamitische basisschool geen inhoudelijke verbreding is van het reeds bestaande onderwijsaanbod, geeft de gemeente Gouda aan bezwaar te hebben tegen beide initiatieven voor een nieuwe islamitische basisschool. Qua leerling populatie lijkt echter wel ruimte te zijn voor één extra Islamitische basisschool, naast de reeds bestaande basisschool op Islamitische grondslag. Daarbij wordt opgemerkt dat dan de voorkeur uitgaat naar het initiatief Al Qalam 2, van hetzelfde schoolbestuur als de reeds bestaande Islamitische basisschool in Gouda.

Alhoewel er begrip bestaat voor de door de gemeente geuite zorgen, kunnen deze niet leiden tot een ander besluit aangezien die zorgen geen onderdeel uitmaken van het wettelijk omschreven toetsingskader.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting Islamitische Onderwijs Noord-Holland

IBS Elif Zaandam-Oost

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Zaanstad

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “IBS Elif Zaandam-Oost”, te vestigen in het postcodegebied 1504 in de gemeente Zaanstad.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 23 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 153 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 9308. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 26266,1.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 302.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Zaanstad bedraagt 285. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 302, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 24 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Zaanstad heeft een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

In haar zienswijze geeft de gemeente aan onvoldoende zicht te hebben op de inpassingsmogelijkheden van de wensen van ouders in het reeds bestaande aanbod, aangezien niet alle schoolbesturen in gesprek zijn geweest met het bestuur SIO Noord Holland. Schoolbesturen in het voedingsgebied hebben richting de initiatiefnemer schriftelijk hun ongerustheid geuit over de impact van een nieuwe school in het voedingsgebied.

De gemeente geeft aan dat in hetzelfde voedingsgebied reeds twee Islamitische basisscholen zijn gevestigd, daarvan is de in augustus 2024 gestarte, nog niet volgroeide PO school IBS Elif Zaanstad van dezelfde initiatiefnemer. De gemeente heeft geen signalen ontvangen dat er vraag is naar een derde islamitische basisschool in dit betrekkelijk kleine gebied. De zorg bestaat dat nieuwe schoolinitiatieven in deze wijk elkaar beconcurreren op leerlingen en bevoegde leerkrachten en daardoor niet kunnen uitgroeien tot vitale scholen. Het beleid van Zaanstad voorziet in een schoolomvang van 300–600 leerlingen per school, om zodoende optimale onderwijskwaliteit en benodigde ondersteuning te kunnen organiseren.

Tenslotte geeft de gemeente Zaanstad aan dat het samenwerkingsverband geen uitnodiging zou hebben ontvangen van de initiatiefnemer. DUO heeft geconstateerd dat de initiatiefnemer op 23 augustus 2025 per email de uitnodiging aan het samenwerkingsverband heeft verzonden.

Alhoewel er begrip bestaat voor de door de gemeente geuite zorgen, kunnen deze niet leiden tot een ander besluit aangezien die zorgen geen onderdeel uitmaken van het wettelijk omschreven toetsingskader.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting Islamitische Onderwijs Kennemerland

IBS De Eenheid II

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Haarlem

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “IBS De Eenheid II”, te vestigen in het postcodegebied 2033 in de gemeente Haarlem.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 25 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 177 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 9853. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 27168,7.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 342.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Haarlem bedraagt 333. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 342, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 12 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Haarlem heeft een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. Hierin deelt zij haar zorgen dat bij toekenning van IBS De Eenheid II twee islamitische basisscholen van hetzelfde bestuur, met dezelfde doelgroep en in hetzelfde voedingsgebied elkaars groei in de weg zullen staan. Ook noemt de gemeente dat het grootste deel van de leerlingen voor de nieuwe school uit de bestaande Haarlemse leerlingenpopulatie zal komen. Indien leerlingen overstappen naar IBS De Eenheid zorgt dit voor verschuivingen in leerlingenstromen, wat directe invloed heeft op de totale voorzieningenstructuur binnen de gemeente. Tenslotte uit de gemeente haar zorgen over de onderwijshuisvestiging. In een compacte stedelijke omgeving als Haarlem is het zeer moeilijk om locaties voor nieuwe scholen te vinden. Hoewel het bestuur de voorkeur heeft voor een ander stadsdeel dan waar hun andere school is gevestigd, is het niet ondenkbaar dat voor IBS De Eenheid II alleen in ditzelfde stadsdeel een locatie beschikbaar zal zijn.

Alhoewel er begrip bestaat voor de door de gemeente geuite zorgen, kunnen deze niet leiden tot een ander besluit aangezien die zorgen geen onderdeel uitmaken van het wettelijk omschreven toetsingskader.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Vereniging tot het verstrekken van christelijk basisonderwijs op gereformeerde grondslag

Bron-school Dodewaard

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Neder-Betuwe

Naar aanleiding van de door u op 28 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Bron-school Dodewaard”, te vestigen in het postcodegebied 6669 in de gemeente Neder-Betuwe.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 2 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 28 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 105 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 3711. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 11045,8.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 219.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Neder-Betuwe bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 219, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Neder-Betuwe heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting Almeerse Scholen Groep

Poortschool

Aanvraag voor bekostiging van een openbare basisschool te Almere

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een openbare basisschool genaamd “Poortschool”, te vestigen in het postcodegebied 1363 in de gemeente Almere.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste openbare basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 16 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 130 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 5853.

Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 18950,9.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 295.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Almere bedraagt 277. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 295, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 29 januari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Almere heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs

Kindcentrum De Wingerd Cortelande

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Zuidplas

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Kindcentrum De Wingerd Cortelande”, te vestigen in het postcodegebied 2761 in de gemeente Zuidplas.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 26 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 115 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 7720. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 23177,5.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 242.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Zuidplas bedraagt 213. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 242, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 12 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Zuidplas heeft een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. De gemeente Zuidplas geeft hierin aan dat het bestemmingsplan voor het nieuwe dorp Cortelande door diverse beroepsprocedures bij de Raad van State nog niet onherroepelijk is, hetgeen betekent dat de gehele ontwikkeling hiervan aanzienlijk is vertraagd. Oplevering van de eerste woningen wordt door de gemeente niet eerder dan 2028 verwacht. Huisvestigingsaanvragen voor scholen die in 2026 wilden starten in Cortelande, zijn om die reden door de gemeente afgewezen.

Alhoewel er begrip bestaat voor de door de gemeente geuite zorgen, kunnen deze niet leiden tot een ander besluit aangezien die zorgen geen onderdeel uitmaken van het wettelijk omschreven toetsingskader.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting Protestants Christelijk Primair Onderwijs De Vier Windstreken

CBS De Verwondering

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Gouda

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “CBS De Verwondering”, te vestigen in het postcodegebied 2809 in de gemeente Gouda.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 26 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 29 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 162 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 7321. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 22227,7.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 344.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Gouda bedraagt 323. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 344, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 2 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Gouda heeft een zienswijze ingediend als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. De gemeente Gouda geeft aan van mening te zijn dat de nieuwe school CBS de Verwondering met protestant christelijk onderwijs een verruiming is van het keuzeaanbod in de wijk Westergouwe is, en ziet geen bezwaar in de komst van deze nieuwe school.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting voor Onderwijs op Islamitische grondslag in Midden- en Oost-Nederland

Ibs El Ansaar

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Bergen op Zoom

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “ibs El Ansaar”, te vestigen in het postcodegebied 4615 in de gemeente Bergen op Zoom.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 30 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 108 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 2786. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 8285,4.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 225.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Bergen op Zoom bedraagt 203. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 225, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 januari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Bergen op Zoom heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting AVES

Kindcentrum Reevedelta

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Kampen

Naar aanleiding van de door u op 20 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Kindcentrum Reevedelta”, te vestigen in het postcodegebied 8269 in de gemeente Kampen.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 2 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 20 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van een marktonderzoek. U heeft aangetoond te voldoen aan de voorwaarden om een marktonderzoek te mogen uitvoeren als belangstellingsmeting. Het marktonderzoek voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 74a vijfde lid van de WPO en artikel 8 en 9 van de Regeling voorzieningenplanning po 2021.

Het aantal kinderen waarvoor ouders in het marktonderzoek hebben aangegeven deze op het Kindcentrum Reevedelta te willen inschrijven betreft 17 en het aantal kinderen in de leeftijd van 2 tot en met 4 jaar ten aanzien van wie in het marktonderzoek is deelgenomen bedraagt 389. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 6756,9.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder b, van de WPO, berekend op 207.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Kampen bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 207, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 17 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Kampen heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen

Stichting Enderun Hisar Scholen

Enderun Den Haag

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Den Haag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Enderun Den Haag”, te vestigen in het postcodegebied 2545 in de gemeente Den Haag.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 30 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 208 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 21641. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 58350,2.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 393.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Den Haag bedraagt 333. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 393, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Den Haag heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting Leren is Leuk

Basisschool De Passaat

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Bonaire

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 75, eerste lid, van de Wet primair onderwijs BES (WPO BES), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po CN 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Basisschool De Passaat, te vestigen op het eiland Bonaire.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO BES, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 27 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 90 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 809. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 2701,3.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 72a, derde lid, onder a, van de WPO BES, berekend op 210.

De stichtingsnorm voor basisscholen op Bonaire bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 210, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor het eiland van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO BES, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 9 maart 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 72, derde lid, onder c en d, van de WPO BES, is voldaan.

Het bestuurscollege van Bonaire heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, elfde lid, van de WPO BES.

Met betrekking tot de daadwerkelijke aanvang van de bekostiging zult u in het eerste kwartaal van het volgende jaar bericht ontvangen.

Stichting De Ozonlaag

Basisschool Novum Tilburg

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Tilburg

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Basisschool Novum Tilburg”, te vestigen in het postcodegebied 5049 in de gemeente Tilburg.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 27 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift en aan de hand van de daarvoor vereiste gegevens en de te hanteren formule zoals bedoeld artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO. Met de belangstellingsmeting is berekend dat het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036 voldoet aan de stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 april 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit is op drie van de zes deugdelijkheidseisen genoemd in artikel 74, tweede lid, onder b, van de WPO, onvoldoende. Het gaat om de inhoud van het onderwijs overeenkomstig artikel 8, derde lid, (D2 Burgerschapsonderwijs), leerlingen die extra ondersteuning behoeven, bedoeld in artikel 8, vierde lid, (D4 Extra ondersteuning), en de inrichting van het onderwijs overeenkomstig artikel 8, zevende lid (D5 Onderwijstijd). Het bovenstaande betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit negatief is.

Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Tilburg heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting De Ozonlaag

Basisschool Novum Gouda

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Gouda

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Basisschool Novum Gouda”, te vestigen in het postcodegebied 2803 in de gemeente Gouda.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool niet voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 27 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift en aan de hand van de daarvoor vereiste gegevens en de te hanteren formule zoals bedoeld artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO. Met de belangstellingsmeting is berekend dat het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036 voldoet aan de stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 april 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit is op drie van de zes deugdelijkheidseisen genoemd in artikel 74, tweede lid, onder b, van de WPO, onvoldoende. Het gaat om de inhoud van het onderwijs overeenkomstig artikel 8, derde lid, (D2 Burgerschapsonderwijs), leerlingen die extra ondersteuning behoeven, bedoeld in artikel 8, vierde lid, (D4 Extra ondersteuning), en de inrichting van het onderwijs overeenkomstig artikel 8, zevende lid (D5 Onderwijstijd). Het bovenstaande betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit negatief is.

Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Gouda heeft een zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. In deze zienswijze uit de gemeente Gouda haar zorgen over de schaarse onderwijsmiddelen, onderwijshuisvesting en zorgplicht voor bestaande schoolgebouwen, in relatie tot het toenemende aantal nieuwe scholen in Gouda.

In 2025 zijn twee initiatieven voor Islamitische basisscholen in Gouda ingediend. De gemeente Gouda geeft aan dat de komst van een tweede islamitische school aansluit bij de behoefte onder de bevolking van Gouda. In 2025 is de tweede tranche van het integraal huisvestigingsplan onderwijs (IHP2) goedgekeurd door de gemeenteraad. Aangezien het openbreken van dit IHP2 op gespannen voet staat met de wettelijke zorgplicht voor bestaande schoolgebouwen, en een nieuwe islamitische basisschool geen inhoudelijke verbreding is van het reeds bestaande onderwijsaanbod, geeft de gemeente Gouda aan bezwaar te hebben tegen beide initiatieven voor een nieuwe islamitische basisschool. Qua leerling populatie lijkt echter wel ruimte te zijn voor één extra Islamitische basisschool, naast de reeds bestaande basisschool op Islamitische grondslag.

Daarbij wordt opgemerkt dat in tegenstelling tot het andere initiatief, dat is ingediend door het schoolbestuur dat nu reeds een islamitische basisschool heeft in Gouda, het initiatief voor basisschool Novum Gouda geen binding lijkt te hebben met de stad Gouda of haar inwoners. De gemeente onderschrijft het belang van inclusiviteit voor al haar inwoners, hetgeen nadrukkelijke aandacht voor burgerschap op scholen impliceert. Informatie op de website van een VO school van Stichting De Ozonlaag lijkt hier haaks op te staan. De gemeente heeft geen individuele uitnodiging gekregen voor overleg met de initiatiefnemer. Wel is een gezamenlijke uitnodiging met alle partijen ontvangen. Aangezien de gemeente van mening is dat op deze wijze geen inhoudelijk overleg op gemeentelijk niveau mogelijk is, heeft dit gesprek niet plaatsgevonden voordat de aanvraag is ingediend bij DUO. Tenslotte geeft de gemeente aan signalen te hebben gekregen dat niet alle besturen door Stichting De Ozonlaag zijn uitgenodigd voor het zgn. gesprek in de regio.

Naar aanleiding van het advies van de gemeente Gouda merk ik op dat er begrip bestaat voor de door de gemeente geuite zorgen over voldoende en geschikte huisvesting van scholen. Het bestaan van mogelijkheden voor voldoende onderwijshuisvesting is echter niet een vereiste dat ik op grond van het wettelijk kader meeweeg in het besluit. Voor zover de door de gemeente geuite zorgen zien op het belang van inclusiviteit voor al haar bewoners merk ik op dat in het wettelijk kader is voorzien in een toets op het voorgenomen beleid ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs op zes deugdelijkheidseisen. Ik volg daarbij het advies van de inspectie.

Ten aanzien van de door de gemeente benoemde onvolledigheid in de uitnodigingsplicht, constateer ik op grond van de stukken bij uw aanvraag dat de gemeente geen individuele uitnodiging gekregen voor overleg met de initiatiefnemer. Hoewel ik onderken dat het voor initiatiefnemers van groot belang is om individueel het gesprek aan te gaan met de gemeente over de gewenste nieuwe school, schrijft de wet- en regelgeving niet voor dat een gesprek met de gemeente afzonderlijk van de andere partijen moet plaatsvinden.

De opmerking van gemeente Gouda dat niet alle schoolbesturen door de initiatiefnemer zijn geconsulteerd (uitgenodigd) voor gesprek over de gewenste nieuwe school raakt aan de wettelijke vereiste hieromtrent. Uit de bij de aanvraag aangeleverde informatie blijkt echter niet dat niet alle besturen zouden zijn uitgenodigd.

Stichting Signum

Kindcentrum De Kameleon

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te ’s-Hertogenbosch door verzelfstandiging van een vestiging van basisschool Boon (15K)

Naar aanleiding van de door u op 28 september 2025 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de bijzondere basisschool “Basisschool Boon”, instellingscode 15KA te ‘s-Hertogenbosch. De vestiging (genaamd “Kindcentrum de Kameleon”) is gevestigd op het adres Leonardus van Veghelstraat 1, 5212 AD te ’s-Hertogenbosch.

BESLUIT

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2026 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. De instellingscode voor de school is 32LJ.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm bedraagt 150 en het aantal leerlingen van het overblijvende deel op die datum bedraagt 162. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 250 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 410.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente ‘s-Hertogenbosch heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2026. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2026 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2026 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2026 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Overleggen gegevens

Binnenkort zult u worden benaderd voor nadere informatie met betrekking tot het aantal leerlingen aan de basisschool en aan de verzelfstandigde locatie.

Stichting Librijn Openbaar Onderwijs

Montessorischool Parkrijk

Aanvraag voor bekostiging van een openbare basisschool te Rijswijk (ZH) door verzelfstandiging van een vestiging van basisschool Wethouder Brederodeschool (13HM)

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de openbare basisschool “Wethouder Brederodeschool”, instellingscode 13HM te Rijswijk. De vestiging (genaamd “Montessorischool Parkrijk”) is gevestigd op het adres Parelmoervlinderlaan 102, 2288 HR te Rijswijk.

BESLUIT

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2026 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. De instellingscode voor de school is 32LK.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm bedraagt 193 en het aantal leerlingen van het overblijvende deel op die datum bedraagt 355. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 322 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 328.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Rijswijk heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2026. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2026 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2026 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2026 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Overleggen gegevens

Binnenkort zult u worden benaderd voor nadere informatie met betrekking tot het aantal leerlingen aan de basisschool en aan de verzelfstandigde locatie.

Stichting Openbaar Onderwijs Groningen

IKC Borgman Oosterpoort

Aanvraag voor bekostiging van een openbare basisschool te Groningen door verzelfstandiging van een vestiging van basisschool IKC Borgman Ebbinge (17JG)

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de openbare basisschool “IKC Borgman Ebbinge”, instellingscode 17JG te Groningen. De vestiging (genaamd “IKC Borgman Oosterpoort”) is gevestigd op het adres Warmoesstraat 18, 9724 JL te Groningen.

BESLUIT

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2026 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. De instellingscode voor de school is 32LL.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm bedraagt 157 en het aantal leerlingen van het overblijvende deel op die datum bedraagt 299. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 220 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 220.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 5 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Groningen heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2026. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2026 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2026 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2026 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Overleggen gegevens

Binnenkort zult u worden benaderd voor nadere informatie met betrekking tot het aantal leerlingen aan de basisschool en aan de verzelfstandigde locatie.

Stichting PCO Gelderse Vallei

Kindcentrum de Holk Doornsteeg

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Nijkerk door verzelfstandiging van een vestiging van basisschool Kindcentrum De Holk (12JK)

Naar aanleiding van de door u op 29 oktober 2025 ingediende aanvraag voor de verzelfstandiging van een vestiging (en deze als school voor bekostiging in aanmerking te brengen) zoals bedoeld in artikel 84a, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

U verzoekt om verzelfstandiging van de vestiging van de bijzondere basisschool “Kindcentrum Holk”, instellingscode 12JK te Nijkerk. De vestiging (genaamd “Kindcentrum de Holk Doornsteeg”) is gevestigd op het adres Polderhof 2, 3861 XN te Nijkerk.

BESLUIT

Hierbij besluit ik op grond van de onderstaande overwegingen, de vestiging zoals hiervoor bedoeld met ingang van 1 augustus 2026 als school voor bekostiging in aanmerking te brengen. De instellingscode voor de school is 32LM.

Overwegingen

Het aantal leerlingen op 1 oktober in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voldoet voor het overblijvende deel van de school minimaal aan de opheffingsnorm en van de te verzelfstandigen vestiging minimaal aan de stichtingsnorm. De opheffingsnorm bedraagt 117 en het aantal leerlingen van het overblijvende deel op die datum bedraagt 193. De stichtingsnorm van de te verzelfstandigen vestiging bedraagt 200 en het aantal leerlingen bedraagt op die datum 210.

Voorts is aan de hand van de overgelegde gegevens aannemelijk geworden dat op 1 januari van het elfde jaar na de aanvraag de school die na verzelfstandiging ontstaat, zal voldoen aan de stichtingsnorm en is aannemelijk gemaakt dat de bekostiging van het overblijvende deel van de school met inachtneming van de artikelen 140 tot en met 142 van de WPO gedurende tenminste 10 achtereenvolgende schooljaren kan worden voortgezet.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 24 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag.

Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies.

Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Nijkerk heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Nadere informatie

De bekostiging van de school vangt aan op 1 augustus 2026. Op grond van het bepaalde in artikel 75, zesde lid, van de WPO, vervalt de aanspraak op bekostiging indien op de eerste schooldag na 1 augustus 2026 geen onderwijs aan deze nieuwe school wordt gegeven.

Indien de bekostiging van de school niet zal aanvangen op 1 augustus 2026 kunt u overeenkomstig het bepaalde in artikel 75, zevende lid, van de WPO, een verzoek indienen om de aanspraak op bekostiging voor een jaar te handhaven. Er dient dan sprake te zijn van een bijzondere situatie.

Wellicht ten overvloede hecht ik er aan u te wijzen op het bepaalde in artikel 164 van de WPO waarin is bepaald dat (in dit geval) voor 1 mei 2026 moet worden gemeld of de school van een grondslag uitgaat en zo ja, welke.

Overleggen gegevens

Binnenkort zult u worden benaderd voor nadere informatie met betrekking tot het aantal leerlingen aan de basisschool en aan de verzelfstandigde locatie.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de directeur Onderwijsinstellingen van de Dienst Uitvoering Onderwijs, H. Van Es

Naar boven