Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 20009 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 20009 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Asiel en Migratie,
Gelet op artikel 47, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000;
Besluit:
Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 4.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel f, komt te luiden:
f. de ambtenaren van de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek die de functie hebben van medewerker beveiliging op een locatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
2. Het vijfde lid komt te luiden:
5. De ambtenaren, bedoeld in het eerste lid, onder f, beschikken uitsluitend over de bevoegdheden, genoemd in artikelen 5:15 tot en met 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht, en de bevoegdheden, genoemd in artikel 55 van de Wet.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 28 mei 2026
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink
Deze regeling strekt tot aanpassing van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: VV 2000) in het belang van het proces van identificatie en registratie van asielzoekers in Nederland. De identificatie en registratie van asielzoekers wordt met ingang van 12 juni 2026 uitvoerd door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND). Asielzoekers worden als onderdeel van het identificeren en registreren gefouilleerd. Deze fouilleringen worden door de ambtenaren van de Rijksorganisatie Beveiliging en Logistiek uitgevoerd. Deze ambtenaren dienen daarom te beschikken over de benodigde fouilleringsbevoegdheden zodat het proces van identificatie en registratie op adequate en efficiënte wijze kan worden uitgevoerd. Deze regeling voorziet hierin.
De identificatie en registratie van asielzoekers in Nederland is een essentieel onderdeel van het nationale asielsysteem en de nationale asielprocedure en wordt tot 12 juni 2026 uitgevoerd door de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers (DISA). Na deze datum is het niet meer nodig dat medewerkers van DISA in artikel 4.1 VV 2000 als toezichthouder vreemdelingen zijn aangewezen, zodat deze aanwijzing en de bijbehorende toebedeling van bevoegdheden uit deze bepaling wordt geschrapt.
Met ingang van 12 juni 2026 maakt het proces van identificatie en registratie van asielzoekers door DISA plaats voor de screening van asielzoekers op het grondgebied, als bedoeld in de Screeningsverordening, alsmede voor het proces van Ontvangen Voorbereiden Asiel. Asielzoekers die binnen het toepassingsbereik van de Screeningsverordening vallen, worden eerst gescreend en daarna door doorverwezen naar de asielprocedure. De asielprocedure start met het OVA-proces. De IND voert als de screeningsautoriteit op het grondgebied de screening van asielzoekers uit en verricht daarnaast als de toelatingsorganisatie het OVA-proces van asielzoekers. In beide processen gaat de IND over tot de identificatie en registratie van asielzoekers. Voor beide processen is nodig dat asielzoekers worden gefouilleerd met het oog op aanwezigheid van documenten die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van de asielaanvraag dan wel met het oog op de veiligheid van de betreffende plaats. Hierbij wordt de IND ondersteund door de ambtenaren van de RBL.
In artikel 55, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) is de bevoegdheid neergelegd om ter ondersteuning van het onderzoek of een asielaanvraag kan worden ingewilligd, een vreemdeling staande te houden en aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zijn bagage te doorzoeken met het oog op eventuele aanwezigheid van reis- of identiteitspapieren, documenten of bescheiden, die noodzakelijk zijn voor de beoordeling van zijn aanvraag. Deze bevoegdheid bestaat ook indien de vreemdeling te kennen geeft een aanvraag te willen indienen. Uit het derde lid van deze bepaling volgt de bevoegdheid om deze vreemdeling aan diens kleding of lichaam te onderzoeken, alsmede zijn bagage te doorzoeken met het oog op de veiligheid op de plaats waar de vreemdeling zich in verband met het onderzoek naar de asielaanvraag bevindt. Deze bevoegdheden zijn essentieel voor de screening en het OVA-proces. Zonder deze bevoegdheden kunnen deze processen niet op adequate wijze door de IND, die hierbij wordt ondersteund door de RBL, worden uitgevoerd. Zo zijn bij voorbeeld reis- of identiteitspapieren van belang voor de identificatie van de asielzoeker. De asielzoeker is verplicht om mee te werken aan het beschikbaar stellen van deze documenten ten behoeve van een goedgelijkende pasfoto. Indien deze papieren niet vrijwillig worden overhandigd, moeten de RBL-ambtenaren in staat zijn om de asielzoeker aan diens lichaam en kleding te onderzoeken en diens bagage te doorzoeken en deze papieren, indien aanwezig, in te nemen. Deze regeling geeft hieraan invulling.
De bevoegdheden, bedoeld in artikel 55, tweede en derde lid, Vw 2000, zijn in deze bepaling uitsluitend toegekend aan de ambtenaren belast met de grensbewaking en de ambtenaren belast met het toezicht op vreemdelingen. De ambtenaren van RBL vallen hier niet onder. Teneinde ambtenaren van de RBL die op voornoemde wijze voor de screening en het OVA-proces worden ingezet, de bevoegdheden van artikel 55 Vw 2000 toe te bedelen, dienen zij te worden aangewezen als ambtenaar belast met het toezicht op vreemdelingen. Hierdoor worden zij tevens aangemerkt als toezichthouder in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). De grondslag hiervoor ligt in artikel 47, eerste lid, onder c, Vw 2000, waarin is bepaald dat met het toezicht op de naleving van de wettelijke voorschriften met betrekking tot vreemdelingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Op grond van deze bepaling zijn in artikel 4.1, eerste lid, VV 2000 reeds meerdere categorieën ambtenaren als zodanig aangewezen. Ten behoeve van de screening en het OVA-proces voegt deze regeling aan het eerste lid van artikel 4.1 VV 2000 een categorie toe die betrekking heeft op de RBL-ambtenaren. Bij het bepalen van de reikwijdte van deze aanwijzing is een ruime aanwijzing het uitgangspunt. Wel is de aanwijzing beperkt tot die ambtenaren van de RBL die deze bevoegdheden daadwerkelijk gaan gebruiken in de uitvoering van de screening en het OVA-proces. Dit zijn de bij RBL-werkzame ambtenaren die de functie hebben van ‘medewerker beveiliging op een locatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst’. Daarnaast is met deze aanwijzing uitsluitend beoogd om deze ambtenaren slechts als toezichthouder vreemdelingen in te kunnen zetten voor de screening en het OVA-proces van asielzoekers in Nederland.
Toezichthouders hebben in beginsel de algemene bevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Artikel 5:14 Awb biedt de mogelijkheid om het bevoegdhedenpakket van de toezichthouder te beperken. In het vijfde lid van artikel 4.1 van het VV 2000 is geëxpliciteerd dat de aangewezen ambtenaren van RBL uitsluitend beschikken over de bevoegdheden, genoemd in de artikelen 5:15 tot en met 5:17 Awb, en de bevoegdheden, genoemd in artikel 55 Vw 2000.
Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is. Dit betekent dat de toepassing van deze bevoegdheden door de aangewezen ambtenaren van RBL beperkt blijft tot de werkzaamheden die zij in het kader van de screening en het OVA-proces dienen uit te voeren op een IND-locatie.
Onderdeel van deze werkzaamheden betreft het doorzoeken van bagage en het onderzoeken aan lichaam en kleding. Dit vergt een bepaalde vaardigheid. Voor zover de aangewezen ambtenaren van RBL nog niet over deze vaardigheden beschikken, worden zij hiertoe eerst getraind, alvorens zij gebruik gaan maken van deze bevoegdheid.
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-20009.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.