Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 januari 2026, nr. OVO/ 54973609, houdende wijziging van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024 in verband met het openstellen van een nieuw aanvraagtijdvak en het vaststellen van subsidieplafonds

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 71 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 5.11 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, artikel 71 van de Wet op de expertisecentra, en artikel 67 van de Wet primair onderwijs BES;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING SUBSIDIEREGELING VERBETERING BASISVAARDIGHEDEN VOOR PRIORITEITSSCHOLEN 2024

De Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de begripsomschrijving van 'prioriteitsschool' wordt na onderdeel b een onderdeel toegevoegd, dat luidt:

  • c. voor aanvraagronde 2026: school die door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 9 december 2025 als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld;

2. In de alfabetische volgorde worden de volgende begripsbepalingen ingevoegd:

achterstandsscore:
  • a. voor wat betreft een vestiging van een basisschool: achterstandsscore zonder drempel, zoals gepubliceerd op 7 oktober 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, op basis van de onderwijsscores van de leerlingen die op 1 februari 2024 zijn ingeschreven op een basisschool als bedoeld in artikel 18 van het Besluit bekostiging WPO 2022;

  • b. voor wat betreft een vestiging van een school voor voortgezet onderwijs: achterstandsscore zonder drempel, zoals gepubliceerd op 24 december 2024 door het Centraal Bureau voor de Statistiek, met dien verstande dat voor een vestiging voor praktijkonderwijs waar op 1 oktober 2023 meer dan 50% van de leerlingen praktijkonderwijs volgt de achterstandsscores voor praktijkonderwijs worden gehanteerd en voor overige vestigingen voor voortgezet onderwijs de achterstandsscores voor het vmbo, havo of vwo;

vestiging voor praktijkonderwijs:

vestiging waar op 1 oktober 2023 meer dan 50% van de leerlingen, op basis waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek de achterstandsscores als bedoeld in dit artikel heeft berekend, praktijkonderwijs volgt;

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het tweede lid wordt ‘Minister’ vervangen door ‘minister’.

2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, wordt een lid ingevoegd, dat luidt:

  • 3. De minister kan ter verbetering van de basisvaardigheden aan een bevoegd gezag van een prioriteitsschool voor de schooljaren 2026/2027 en 2027/2028 subsidie verstrekken voor de uitvoering van één of meer evidence-informed interventies en voor monitoring van het prestatieniveau van leerlingen op het gebied van basisvaardigheden.

C

Onder vernummering van Hoofdstuk 4. Slotbepalingen tot Hoofdstuk 5. Slotbepalingen wordt na Hoofdstuk 3 een nieuw hoofdstuk ingevoegd, dat luidt:

Hoofdstuk 4. Aanvraagronde 2026

Artikel 9a.1. Reikwijdte hoofdstuk 4

Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten, bedoeld in artikel 3, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b.2, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.

Artikel 9b.2. Aanvraag subsidie
  • 1. Een bevoegd gezag kan per vestiging één aanvraag voor de subsidie indienen.

  • 2. Een aanvraag van de subsidie kan worden ingediend van 2 februari 2026 9.00 uur tot en met 13 februari 2026 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.

  • 3. De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van een gepersonaliseerde link die via e-mail wordt verzonden en leidt naar het digitale aanvraagformulier van DUS-I. In dit aanvraagformulier vermeldt de aanvrager:

    • a. de naam van het bevoegd gezag;

    • b. het in de RIO geïdentificeerde nummer van de vestiging waarvoor de aanvraag wordt ingediend;

    • c. de naam, het telefoonnummer en het e-mailadres van de contactpersoon;

    • d. een inventarisatie van de behoefte aan begeleiding van de school, waar het ondersteuning door een onderwijscoördinator betreft.

  • 4. Indien een aanvraag onvolledig is, krijgt de aanvrager onder toepassing van artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht tien werkdagen de tijd om de aanvraag aan te vullen.

Artikel 9c.3. Subsidieplafonds en deelplafonds
  • 1. Voor subsidieverstrekking op aanvragen, bedoeld in artikel 9b.2, tweede lid, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 2.154.653, waarvan:

    • a. € 137.145, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 1.952.318, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;

    • c. € 0, beschikbaar is voor het praktijkonderwijs; en

    • d. € 65.190, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 2. Indien één of meerdere bedragen, bedoeld in het eerste lid, niet of niet volledig worden benut, worden de resterende middelen verdeeld over de subsidieplafonds in het betreffende lid naar rato van het aantal leerlingen binnen het type onderwijs.

  • 3. Voor subsidieverstrekking op aanvragen, bedoeld in artikel 9b.2, tweede lid, met betrekking tot vestigingen van prioriteitsscholen waaraan eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden, is een bedrag beschikbaar van in totaal € 2.845.348, waarvan:

    • a. € 1.650.771, beschikbaar is voor het primair onderwijs en primair onderwijs BES, niet zijnde speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 1.105.721, beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs, niet zijnde praktijkonderwijs;

    • c. € 0, beschikbaar is voor het praktijkonderwijs; en

    • d. € 88.856, beschikbaar is voor het speciaal onderwijs, speciaal basisonderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs.

  • 4. Als de middelen bedoeld in het eerste lid, na toepassing van het tweede lid, niet volledig worden benut, wordt het resterende bedrag verdeeld over de deelplafonds, bedoeld in het derde lid, naar rato van het aantal leerlingen binnen het type onderwijs.

Artikel 9d.4 Subsidiebedrag
  • 1. Het subsidiebedrag voor een vestiging voor primair onderwijs en primair onderwijs BES wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 februari 2024 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 615,–.

  • 2. Het bedrag van de subsidie voor een vestiging voor voortgezet onderwijs wordt berekend door het aantal leerlingen dat op 1 oktober 2024 stond ingeschreven op de desbetreffende vestiging te vermenigvuldigen met een bedrag van € 615,–.

  • 3. Het subsidiebedrag wordt aan een bevoegd gezag in Caribisch Nederland uitbetaald in US-dollars tegen de vastgestelde wisselkoers.

Artikel 9e.5. Wijze van verdeling beschikbare middelen
  • 1. Indien de toewijzing van alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen voor een subsidie zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, krijgen de aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland voorrang. Indien de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen in Caribisch Nederland zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 2. Vervolgens krijgen aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen die niet eerder subsidie ter verbetering van de basisvaardigheden hebben ontvangen en met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ voorrang. Indien de toewijzing van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 3. Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, krijgen vervolgens aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen die niet eerder subsidie ter verbetering van de basisvaardigheden hebben ontvangen en met het inspectieoordeel ‘onvoldoende’ voorrang. Indien de toewijzing van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

  • 4. Tot slot komen aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen waaraan eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden in aanmerking voor subsidie. Indien de toewijzing van deze aanvragen zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 9c.3, eerste lid, worden deze aanvragen als volgt gerangschikt:

    • a. aanvragen ten behoeve van het primair onderwijs, niet zijnde speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, worden gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste achterstandsscore op teldatum 1 februari 2024 zonder drempel per leerling per vestiging;

    • b. aanvragen ten behoeve van het voortgezet onderwijs, niet zijnde het praktijkonderwijs, worden gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste achterstandsscore op teldatum 1 oktober 2023 zonder drempel per leerling per vestiging;

    • c. aanvragen ten behoeve van het praktijkonderwijs worden gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste achterstandsscore op teldatum 1 oktober 2023 zonder drempel per leerling per vestiging; en

    • d. aanvragen ten behoeve van het speciaal onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs en speciaal basisonderwijs worden gerangschikt op volgorde van het hoogste naar het laagste aandeel leerlingen met een niet-Nederlandse culturele achtergrond per vestiging zoals berekend door de Dienst Uitvoering Onderwijs op teldatum 1 februari 2024.

Artikel 9f.6 Afwijzingsgronden
  • 1. Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt een subsidie in elk geval geweigerd:

    • a. indien aan het bevoegd gezag voor de desbetreffende vestiging eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023, de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023, de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024 of de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2024;

    • b. indien de kwaliteit van het onderwijs van de desbetreffende vestiging in het primair onderwijs of afdeling in het voortgezet onderwijs door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 9 december 2025 niet als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ is beoordeeld.

Artikel 9g.7. Subsidieverplichtingen
  • 1. In aanvulling op hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger verplicht om:

    • a. tussen 31 augustus 2026 9.00 uur en 9 oktober 2026 24.00 uur bij DUS-I een activiteitenplan in te dienen met een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie zullen worden uitgevoerd. De aanvrager maakt gebruikt van het formulier dat door DUS-I ter beschikking is gesteld;

    • b. het activiteitenplan ter instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I;

    • c. gebruik te maken van de ondersteuning door een onderwijscoördinator;

    • d. ten behoeve van de monitoring uiterlijk op 30 november 2026 een nulmeting uit te voeren voor in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde onder alle leerlingen, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de nulmeting worden betrokken;

    • e. tijdens de subsidieperiode per schooljaar de voortgang op in ieder geval de prestaties op het gebied van taal en rekenen of wiskunde gedurende de looptijd van de subsidie te monitoren, waarbij leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, niet in de monitoring hoeven te worden betrokken;

    • f. de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt uiterlijk tot en met 31 juli 2028 uit te voeren;

    • g. uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode, uiterlijk op 25 september 2028 24.00 uur, een activiteitenverslag in te dienen bij DUS-I.

ARTIKEL II. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking

TOELICHTING

Algemeen deel

1. Aanleiding

Met deze wijzigingsregeling is een aantal aanpassingen doorgevoerd in de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024 (hierna: de subsidieregeling). Met deze wijziging is een nieuw aanvraagtijdvak met nieuwe subsidieplafonds vastgesteld voor de aanvraagronde 2026 voor prioriteitsscholen.

2. Aanpassing van belangrijke data

De wijzigingsregeling ziet op een aanpassing van de data voor de aanvraagronde 2026, zodat de subsidieregeling voor de schooljaren 2026/2027 en 2027/2028 uitvoerbaar is.

Aanpassing subsidiebudget

Hieronder wordt nader aandacht besteed aan de verschillende wijzigingen die (ten opzichte van de aanvraagronde voor 2024) zijn aangebracht voor de aanvraagronde van 2026. Achtereenvolgens worden toegelicht: (i) de aanpassing van verschillende gewijzigde data voor de aanvraagronde 2026, (ii) het subsidieplafond voor de aanvraagronde 2026, (iii) de aanpassing van de peildata en (iv) de wijzigingen met betrekking tot monitoring.

Wijziging data

Met deze wijzigingsregeling zijn voor de aanvraagronde 2026 verschillende gewijzigde data opgenomen, zodat de subsidieregeling ook voor de schooljaren 2026/2027 en 2027/2028 uitvoerbaar is. Een aanpassing is voorzien voor het tijdvak waarop door scholen een aanvraag kan worden ingediend, het activiteitenplan en activiteitenverslag moeten worden ingediend en de nulmeting en monitoring moeten zijn uitgevoerd. Tevens is de nieuwe peildatum bepaald waarop wordt vastgesteld hoeveel leerlingen er op een school staan ingeschreven en of een school voor subsidie op grond van de subsidieregeling in aanmerking komt.

Wijziging subsidieplafond

Deze wijzigingsregeling ziet op een aanpassing van de hoogte van de subsidieplafonds voor het nieuwe aanvraagtijdvak.

Wijziging telgegevens

De wijzigingsregeling ziet tevens op een aanpassing in de wijze waarop gebruik wordt gemaakt van de leerling- en schoolgegevens in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs. Voor de leerling- en schoolgegevens waarop DUS-I het subsidiebedrag baseert, wordt gebruikgemaakt van periodieke leveringen door DUO. Deze gegevenslevering is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijke subsidieregeling, zie de artikelsgewijze toelichting.

3. Monitoring

De school volgt de prestaties van leerlingen op het gebied van taal en rekenen of wiskunde gedurende de activiteitenperiode. Voor aanvraagronde 2026 geldt dat scholen voor het eerste aanvraagtijdvak, voorafgaand aan het starten van de interventie(s), uiterlijk op 30 november 2026 een nulmeting dienen uit te voeren. Deze meting geeft zicht op de stand van zaken voorafgaand aan de interventie(s). Wij vragen de school tijdens de activiteitenperiode minimaal één keer per schooljaar de prestaties van hun leerlingen te meten, met uitzondering van de leerlingen die vier jaar of korter in Nederland zijn en om die reden de Nederlandse taal onvoldoende beheersen. In het primair onderwijs kan de school hiervoor aansluiten bij de afnamemomenten van de M-toets en E-toets.

4. Uitvoerbaarheid en Regeldruk

De regeling is uitvoerbaar en wordt evenals bij de eerdere aanvraagrondes uitgevoerd door de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

De nieuwe subsidieronde, die met deze wijzigingsregeling aan de subsidieregeling wordt toegevoegd, brengt regeldruk met zich. Deze regeldruk is gelijk aan de regeldruk bij de eerdere subsidierondes. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar de paragraaf ‘Regeldruk’ in de toelichting van de oorspronkelijke subsidieregeling.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I, onderdelen A en B

De artikelen 1 en 3 zijn gewijzigd in verband met het openstellen van een nieuw aanvraagtijdvak voor de schooljaren 2026/2027 en 2027/2028. Voor aanvraagronde 2026 geldt dat de regeling openstaat voor scholen die door de Inspectie van het Onderwijs bij besluit op de peildatum 9 december 2025 als ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ zijn beoordeeld. De nieuwe aanvraagronde ziet op de schooljaren 2026/2027 en 2027/2028.

Artikel 1 is gewijzigd in verband met de toevoeging van enkele selectiecriteria in het geval van overschrijding van het budget. Dit betreft de definitie van achterstandsscores, die in het uiterste geval gebruikt kunnen worden bij de selectie van vestigingen die in aanmerking komen voor subsidie. Ook betreft het de, bij deze selectie mogelijk relevante, definitie van een vestiging voor praktijkonderwijs.

Artikel I, onderdeel C

Met de toevoeging van dit hoofdstuk (Hoofdstuk 4) wordt een nieuwe aanvraagronde voor 2026 ingevoegd.

Artikel 9b.2 Aanvraag subsidie

Er wordt een nieuw aanvraagtijdvak toegevoegd. De subsidieaanvragen voor de nieuwe aanvraagronde kunnen worden ingediend in de periode van 2 februari 2026 tot en met 13 februari 2026.

Artikel 9c.3 Subsidieplafonds en deelplafonds

In de regeling is per type onderwijs een subsidieplafond bepaald. Wanneer er middelen resteren worden deze naar rato van het aantal leerlingen per type onderwijs herverdeeld over de deelplafonds.

Artikel 9d.4 Subsidiebedrag

Het subsidiebedrag voor de aanvraagronde 2026 is gelijk ten opzichte van het subsidiebedrag voor aanvraagronde 2025.Het aantal leerlingen waarmee het subsidiebedrag van € 615,– wordt vermenigvuldigd, dient het bevoegd gezag over te nemen uit de stand van het aantal leerlingen op de desbetreffende vestiging. In het primair onderwijs wordt uitgegaan van de telling van 1 februari 2024 zoals begin 2025 geregistreerd bij DUO. De leerlingtellingen voor het primair onderwijs zijn inclusief bezwaren, fusies en opheffingen zoals deze begin 2025 verwerkt zijn door DUO. Vestigingen die geen 1 februari 2024 telling hebben of vestigingen die opgeheven zijn, komen niet in aanmerking voor subsidie. In het voortgezet onderwijs (inclusief praktijkonderwijs) wordt uitgegaan van de definitieve telling van 1 oktober 2024, zoals begin november 2025 geregistreerd bij DUO. De leerlingtellingen voor het voortgezet onderwijs (inclusief praktijkonderwijs) zijn inclusief fusies en opheffingen zoals deze begin november 2025 verwerkt zijn door DUO.

Artikel 9e.5 Wijze van verdeling beschikbare middelen

Er zijn op basis van een inschatting van de minister voldoende middelen gereserveerd om alle aanvragen van prioriteitsscholen (peildatum 9 december 2025) te kunnen honoreren die niet eerder subsidie ter verbetering van de basisvaardigheden hebben ontvangen. In het geval dat er meer subsidieaanvragen binnenkomen dan het subsidieplafond toestaat, krijgen scholen in Caribisch Nederland als eerste subsidie toegekend. Dit omdat scholen uit Caribisch Nederland bij uitstek de doelgroep zijn waar het gaat om het verbeteren van de basisvaardigheden. Uit de evaluatie van de Tweede Onderwijsagenda 2017–20201 blijkt namelijk dat door besturen, directeuren en leraren van de onderwijsinstellingen in Caribisch Nederland hard is gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs, onder meer op het gebied van Nederlands, rekenen of wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap. Het resultaat van deze inspanningen was dat alle onderwijsinstellingen in 2019 de basiskwaliteit hadden bereikt. Sindsdien zijn echter meerdere scholen weer onder dit niveau gezakt, of lopen zij het risico hieronder te zakken. Specifiek voor de onderwijsinstellingen in Caribisch Nederland geldt dat het Nederlands onderwijs wordt gegeven vanuit een meertalige context (Papiaments op Bonaire en Engels op Saba en Sint-Eustatius) en ook het burgerschapsonderwijs vraagt extra inspanningen van de scholen vanwege de inzet in zowel de Europese als Caribische context. Als de toewijzing van alle aanvragen van prioriteitsscholen op Caribisch Nederland zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond, dan worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Daarna wordt er subsidie toegekend aan prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’. Als de toekenning van subsidieaanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘zeer zwak’ zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, dan worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst.

Indien na toepassing van het tweede lid nog middelen resteren, krijgen vervolgens aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen die niet eerder subsidie ter verbetering van de basisvaardigheden hebben ontvangen en met het inspectieoordeel ‘onvoldoende’ voorrang. Als de toekenning van subsidieaanvragen van prioriteitsscholen met het inspectieoordeel ‘onvoldoende’ zou leiden tot een overschrijding van het subsidieplafond, dan worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van binnenkomst.

Vervolgens komen aanvragen met betrekking tot de vestigingen van prioriteitsscholen aan wie eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden in aanmerking voor subsidie. Als de toekenning van subsidieaanvragen van prioriteitsscholen aan wie eerder subsidie is verstrekt op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden zou leiden tot overschrijding van een subsidieplafond, dan worden deze aanvragen gerangschikt op volgorde van de hoogste naar de laagste leerlinggewogen achterstandsscore. De leerlinggewogen achterstandsscore wordt berekend door de achterstandsscore zonder drempel van een vestiging te delen door het aantal leerlingen op basis waarvan het Centraal Bureau voor de Statistiek de achterstandsscore heeft berekend. De rangschikking voor het primair onderwijs is inclusief bezwaren, fusies en opheffingen zoals deze begin 2025 verwerkt zijn door DUO en CBS. De rangschikking voor het praktijkonderwijs en voor het overig voortgezet onderwijs is inclusief fusies en opheffingen zoals deze begin november 2025 verwerkt zijn door DUO en CBS.

Artikel 9f.6 Afwijzingsgronden

Aanvragen van scholen die middelen toegekend hebben gekregen op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2023, de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen 2023, de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor prioriteitsscholen 2024 of de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden voor scholen voor scholen 2024 worden afgewezen. De datum waarop het oordeel ‘zeer zwak’ of ‘onvoldoende’ bij besluit is vastgesteld door de Inspectie van het Onderwijs is leidend voor het besluit welke school in aanmerking komt voor subsidie. Prioriteitsscholen die middelen toegekend hebben gekregen op grond van de Subsidieregeling verbetering basisvaardigheden van 2022 kunnen voor de aanvraagronde voor 2026 wel in aanmerking komen voor subsidie.

Artikel 9g.7 Subsidieverplichtingen

Overeenkomstig hoofdstuk 5 van de Kaderregeling is de subsidieontvanger onder meer verplicht om mee te werken aan onderzoek. Niet-deelname of non-response aan verplicht onderzoek (uitgevoerd door bijvoorbeeld DUS-I en/of een of meer onderzoeksbureaus) kan tot gevolg hebben dat de subsidie volledig of gedeeltelijk teruggevorderd moet worden. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap laat implementatieonderzoek uitvoeren door een consortium van onderzoeksbureaus. Scholen die subsidie ontvangen, worden daarvoor gedurende de looptijd van de subsidie in ieder geval twee keer benaderd om mee te doen aan een digitale vragenlijst.

De subsidieontvanger is verplicht om een activiteitenplan in te dienen met daarin een omschrijving van de activiteiten die met de subsidie worden uitgevoerd. DUS-I controleert welke scholen op 9 oktober 2026 (derde tijdvak) een activiteitenplan hebben ingediend. DUS-I stelt, indien het activiteitenplan niet tijdig is ingediend, de subsidieontvanger op de hoogte van het niet naleven van deze subsidieverplichting. De ontvanger krijgt tien werkdagen de tijd om het activiteitenplan alsnog aan te leveren. Als dit activiteitenplan niet volgt, vordert DUS-I het voorschot volledig terug.

Het activiteitenplan voor aanvragers kan ingediend worden van 31 augustus 2026 tot en met 9 oktober 2026.

Het activiteitenplan dient ter instemming voorgelegd te worden aan de medezeggenschapsraad (MR) voordat dit activiteitenplan wordt ingediend bij DUS-I. In het kader van de verantwoording is het van belang een schriftelijk bewijs van instemming te kunnen overleggen. Dit bewijs dient voorzien te zijn van een datum. Denk hierbij aan een e-mailbericht van de MR aan de schoolleider waarin instemming wordt verleend.

Ook in het geval dat de MR geen instemming verleent op het activiteitenplan is een schriftelijk bewijs vereist. In dat geval dient de MR te onderbouwen waarom hij niet in kan stemmen met het activiteitenplan. Ook hier geldt dat een schriftelijk bewijs, voorzien van een datum, overlegd moet kunnen worden.

De subsidieontvanger dient ervoor te zorgen dat de MR voldoende tijd heeft zich te informeren en zich te beraden over de inhoud van het activiteitenplan.

De subsidieontvanger wordt gedurende de subsidieperiode ondersteund en gekoppeld aan een onderwijscoördinator werkzaam bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Gedurende de subsidieperiode werken de subsidieontvanger en de onderwijscoördinator samen door middel van tenminste:

  • een intakegesprek met de onderwijscoördinator;

  • een schoolbezoek van de onderwijscoördinator aan de school; en

  • een tussen- en eindevaluatie door de onderwijscoördinator.

Subsidieontvangers zijn verplicht te werken aan de basisvaardigheid taal en/of rekenen of wiskunde. Voor de gekozen basisvaardigheid is er de verplichting om een nulmeting uit te voeren voordat er gestart wordt met de gesubsidieerde activiteiten. Deze nulmeting kan bijvoorbeeld uitgevoerd worden met behulp van objectieve toetsen en/of het leerlingvolgsysteem van de school. Deze nulmeting dient uiterlijk op 30 november 2026 uitgevoerd te zijn.

Tijdens de activiteitenperiode dient een school per schooljaar de voortgang van leerlingen op de prestaties op het gebied van taal en/of rekenen of wiskunde te monitoren. De subsidieontvanger voert tijdig een nulmeting, een tussenmeting aan het eind van het schooljaar 2026/2027 en een eindmeting aan het einde van het schooljaar 2027/2028 uit.

Voor de monitoring kan gebruik worden gemaakt van een leerlingvolgsysteem en/of het Nationaal Cohortonderzoek (NCO). Door de school aan te melden voor de leergroei-rapportages van het NCO kan de gegevenslevering verregaand worden geautomatiseerd.

Na afloop van de activiteitenperiode (31 juli 2028) dient de subsidieontvanger een activiteitenverslag in bij DUS-I. DUS-I stelt daarvoor tijdig een format beschikbaar. In dit activiteitenverslag toont de subsidieontvanger aan dat aan de subsidieverplichtingen is voldaan en dat er een nulmeting, tussenmeting en eindmeting is uitgevoerd. Ook wordt aangetoond dat er is meegewerkt aan de ondersteuning door een onderwijscoördinator. Het activiteitenverslag biedt tevens ruimte om aan te geven hoe de voorgenomen activiteiten uit het activiteitenplan zijn uitgevoerd tijdens de subsidieperiode. Het activiteitenverslag dient uiterlijk acht weken na het verstrijken van de activiteitenperiode te zijn ingediend bij DUS-I om ambtshalve vaststelling door de minister mogelijk te maken.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K.M. Becking


X Noot
1

Buys, M. (2021). Evaluatie Tweede Onderwijsagenda Caribisch Nederland 2017–2020: Feitelijke rapportage van bereikte resultaten op basis van bronnenonderzoek. Matribu BV.


X Noot
1

Buys, M. (2021). Evaluatie Tweede Onderwijsagenda Caribisch Nederland 2017–2020: Feitelijke rapportage van bereikte resultaten op basis van bronnenonderzoek. Matribu BV.

Naar boven