Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2026, 19798 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Financiën | Staatscourant 2026, 19798 | advies Raad van State |
28 mei 2026
2026-0000225266
Aan de Koning
Nader rapport inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur tot wijziging van het Algemeen douanebesluit (Besluit gegevensverstrekking douane voor uitvoering van politie- of toezichtstaken)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 18 december 2025, nr. 2025002902, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde voorstel van wet rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 11 februari 2026, nr. W06.25.00367/III, bied ik U hierbij aan. De tekst van het advies treft u hieronder cursief aan, voorzien van mijn reactie.
Naar aanleiding van het advies, dat hieronder cursief is opgenomen, merk ik het volgende op.
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2025, no.2025002902, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen douanebesluit in verband met de invoering van de Wet gegevensverstrekking douane voor de uitvoering van politie- of toezichtstaken, met nota van toelichting.
Dit ontwerpbesluit wijzigt het Algemeen douanebesluit vanwege de Wet gegevensverstrekking douane voor uitvoering van politie- of toezichtstaken (hierna: Wet gegevensverstrekking douane). Met die wet wordt in de Algemene douanewet (Adw) een wettelijke grondslag gecreëerd voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen door de inspecteur van de Douane aan de politie, Koninklijke Marechaussee, Financiële inlichtingen eenheid en de Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst.
Ook wordt in de Adw een delegatiegrondslag opgenomen op grond waarvan nadere regels kunnen worden gesteld voor de juiste uitvoering en toepassing van deze verstrekking. Dit ontwerpbesluit bevat deze nadere regels. Zo wordt onder meer het verstrekken van bijzondere categorieën persoonsgegevens verboden, tenzij het een signalement betreft.
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in beginsel verboden is, tenzij een van de uitzonderingsgronden van toepassing is.1 Met de Wet gegevensverstrekking douane wordt in de Adw een wettelijke grondslag opgenomen voor het verwerken van persoonsgegevens.2 Ook wordt een delegatiegrondslag gecreëerd voor het stellen van nadere regels over onder meer het soort gegeven dat kan worden verstrekt en de wijze van beveiliging van de gegevensoverdracht.3 Volgens de toelichting op de Wet gegevensverstrekking douane worden op grond van die wet geen bijzondere categorieën persoonsgegevens of strafrechtelijke gegevens verwerkt.4
Ondanks deze toelichting wordt in dit ontwerpbesluit een uitzondering op het verbod van verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens geregeld voor direct waarneembare persoonskenmerken ten behoeve van het verstrekken van een signalement.5 Volgens de toelichting is het bij het verstrekken van een duidelijk signalement noodzakelijk om bijzondere categorieën persoonsgegevens te verwerken. Omdat deze kenmerken direct waarneembaar zijn, kwalificeren deze aldus de toelichting in mindere mate als privacygevoelig.6
Uit de toelichting wordt niet duidelijk op welke in de AVG genoemde uitzonderingsgrond het minder privacygevoelig zijn van direct waarneembare kenmerken is gebaseerd. Het ligt voor de hand om de voorgestelde verwerking ten behoeve van het signalement te baseren op de uitzonderingsgrond van het zwaarwegend algemeen belang.7 In dat geval is vereist dat aanvullende passende en specifieke maatregelen worden getroffen om de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkenen te beschermen.8 Dit betekent dat het essentieel is dat de bevoegdheden tot het verstrekken van een signalement voldoende precies zijn omschreven en voldoende bescherming bieden tegen arbitrair gebruik van deze bevoegdheden.
De Afdeling merkt op dat verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens bijzonder gevoelig is vanuit een oogpunt van het grondwettelijk recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.9 Een inmenging in dit recht moet bij wet zijn voorzien, waarbij op voldoende duidelijke wijze is aangegeven onder welke voorwaarden de inmenging is toegestaan, en mag niet verder gaan dan wat noodzakelijk is.10
Gelet op het primaat van de wetgever is het wenselijk om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve van een signalement op wettelijk niveau te regelen. Dit temeer nu de wetgever de verwerking van persoonsgegevens op het niveau van de wet heeft geregeld en het blijkens de toelichting op de Wet gegevensverstrekking douane niet nodig heeft geacht om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens te regelen. Het passende niveau voor aanvullende passende en specifieke maatregelen dient te worden bezien.
De Afdeling adviseert de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens ten behoeve van een signalement te baseren op een uitzonderingsgrond van de AVG. Zij adviseert deze verwerking op het niveau van de wet te regelen en te bezien op welk niveau aanvullende passende en specifieke maatregelen dienen te worden getroffen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het ontwerpbesluit en adviseert dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.
De vice-president van de Raad van State,
Naar aanleiding van het advies van de Afdeling is het in artikel I, onderdeel B, van het ontwerpbesluit opgenomen artikel 1:4ab van het Algemeen douanebesluit geschrapt. Met deze bepaling is nimmer beoogd een aanvullende of zelfstandige grondslag te creëren voor de verwerking van bijzondere persoonsgegevens als bedoeld in de toepasselijke privacyregelgeving.
Zoals ook in de memorie van toelichting bij de Wet gegevensverstrekking douane voor uitvoering van politie- of toezichtstaken tot uitdrukking is gebracht, strekt deze wet er niet toe het delen van bijzondere persoonsgegevens mogelijk te maken. In het overgrote deel van de situaties waarop deze wet betrekking heeft, is verwerking van dergelijke gegevens niet noodzakelijk. Bovendien beschikt de douane in beginsel niet over bijzondere persoonsgegevens, nu de uitvoering van haar wettelijke taken daartoe geen aanleiding geeft.
De betreffende bepaling was uitsluitend opgenomen om de mogelijkheid tot het verwerken van bijzondere persoonsgegevens expliciet uit te sluiten en daarbij in uitzonderlijke gevallen te blijven voorzien in een praktische behoefte binnen de bestaande wettelijke kaders. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin het, ten behoeve van de identificatie van een persoon die onder het douanetoezicht valt, noodzakelijk is om met de politie een functionele beschrijving van waarneembare persoonskenmerken te delen. Het betrof derhalve geen structurele of generieke bevoegdheid tot verwerking van bijzondere persoonsgegevens, maar een beperkte voorziening voor incidentele identificatiedoeleinden.
Met het niet opnemen van artikel 1:4ab van het Algemeen douanebesluit in de in artikel I, onderdeel B, van het ontwerpbesluit opgenomen afdeling 1.2B van het Algemeen douanebesluit blijft evenwel de mogelijkheid bestaan om, binnen de kaders van de Algemene verordening gegevensbescherming en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), bepaalde bijzondere persoonsgegevens te verwerken. In het bijzonder betreft dit het verwerken van gegevens betreffende ras of etniciteit voor zover dit noodzakelijk is met het oog op de identificatie van een persoon.11 Deze bepaling biedt naar huidig inzicht een toereikende grondslag voor de uitvoering van de werkzaamheden in de uitzonderlijke gevallen waarin dit aan de orde kan zijn.
Vooralsnog wordt er derhalve van uitgegaan dat het bestaande wettelijke kader voldoende ruimte biedt om de taken naar behoren te verrichten. De praktijk zal evenwel worden gemonitord. Indien mocht blijken dat de huidige grondslagen ontoereikend zijn voor een zorgvuldige en effectieve taakuitvoering, zal worden bezien of aanpassing van de wetgeving wenselijk en noodzakelijk is om de mogelijkheden tot verwerking en deling van bijzondere persoonsgegevens nader te expliciteren of te verruimen.
Van de gelegenheid is voorts gebruikgemaakt om in het algemeen deel van de toelichting een afzonderlijke paragraaf op te nemen over de voorhangprocedure. Daarnaast zijn enkele redactionele en wetstechnische wijzigingen doorgevoerd, zonder dat deze strekken tot inhoudelijke wijziging van het voorstel.
Ik bied U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg.
No. W06.25.00367/III
’s-Gravenhage, 11 februari 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 18 december 2025, no.2025002902, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit tot wijziging van het Algemeen douanebesluit in verband met de invoering van de Wet gegevensverstrekking douane voor de uitvoering van politie- of toezichtstaken, met nota van toelichting.
Dit ontwerpbesluit wijzigt het Algemeen douanebesluit vanwege de Wet gegevensverstrekking douane voor uitvoering van politie- of toezichtstaken (hierna: Wet gegevensverstrekking douane). Met die wet wordt in de Algemene douanewet (Adw) een wettelijke grondslag gecreëerd voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen door de inspecteur van de Douane aan de politie, Koninklijke Marechaussee, Financiële inlichtingen eenheid en de Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst.
Ook wordt in de Adw een delegatiegrondslag opgenomen op grond waarvan nadere regels kunnen worden gesteld voor de juiste uitvoering en toepassing van deze verstrekking. Dit ontwerpbesluit bevat deze nadere regels. Zo wordt onder meer het verstrekken van bijzondere categorieën persoonsgegevens verboden, tenzij het een signalement betreft.
De Afdeling advisering van de Raad van State merkt op dat de verwerking van bijzondere persoonsgegevens in beginsel verboden is, tenzij een van de uitzonderingsgronden van toepassing is.1 Met de Wet gegevensverstrekking douane wordt in de Adw een wettelijke grondslag opgenomen voor het verwerken van persoonsgegevens.2 Ook wordt een delegatiegrondslag gecreëerd voor het stellen van nadere regels over onder meer het soort gegeven dat kan worden verstrekt en de wijze van beveiliging van de gegevensoverdracht.3 Volgens de toelichting op de Wet gegevensverstrekking douane worden op grond van die wet geen bijzondere categorieën persoonsgegevens of strafrechtelijke gegevens verwerkt.4
Ondanks deze toelichting wordt in dit ontwerpbesluit een uitzondering op het verbod van verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens geregeld voor direct waarneembare persoonskenmerken ten behoeve van het verstrekken van een signalement.5 Volgens de toelichting is het bij het verstrekken van een duidelijk signalement noodzakelijk om bijzondere categorieën persoonsgegevens te verwerken. Omdat deze kenmerken direct waarneembaar zijn, kwalificeren deze aldus de toelichting in mindere mate als privacygevoelig.6
Uit de toelichting wordt niet duidelijk op welke in de AVG genoemde uitzonderingsgrond het minder privacygevoelig zijn van direct waarneembare kenmerken is gebaseerd. Het ligt voor de hand om de voorgestelde verwerking ten behoeve van het signalement te baseren op de uitzonderingsgrond van het zwaarwegend algemeen belang.7 In dat geval is vereist dat aanvullende passende en specifieke maatregelen worden getroffen om de grondrechten en de fundamentele belangen van de betrokkenen te beschermen.8 Dit betekent dat het essentieel is dat de bevoegdheden tot het verstrekken van een signalement voldoende precies zijn omschreven en voldoende bescherming bieden tegen arbitrair gebruik van deze bevoegdheden.
De Afdeling merkt op dat verwerking van bijzondere categorieën van persoonsgegevens bijzonder gevoelig is vanuit een oogpunt van het grondwettelijk recht op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer.9 Een inmenging in dit recht moet bij wet zijn voorzien, waarbij op voldoende duidelijke wijze is aangegeven onder welke voorwaarden de inmenging is toegestaan, en mag niet verder gaan dan wat noodzakelijk is.10
Gelet op het primaat van de wetgever is het wenselijk om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve van een signalement op wettelijk niveau te regelen. Dit temeer nu de wetgever de verwerking van persoonsgegevens op het niveau van de wet heeft geregeld en het blijkens de toelichting op de Wet gegevensverstrekking douane niet nodig heeft geacht om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens te regelen. Het passende niveau voor aanvullende passende en specifieke maatregelen dient te worden bezien.
De Afdeling adviseert de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens ten behoeve van een signalement te baseren op een uitzonderingsgrond van de AVG. Zij adviseert deze verwerking op het niveau van de wet te regelen en te bezien op welk niveau aanvullende passende en specifieke maatregelen dienen te worden getroffen.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft een aantal bezwaren bij het ontwerpbesluit en adviseert dit besluit niet te nemen, tenzij het is aangepast.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei 2026, nr. 2026-0000225269;
Gelet op de artikelen 1:39 en 1:40 van de Algemene douanewet;
De afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 11 februari 2026, nr. W06.25.00367/III);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Financiën van 28 mei, nr. 2026-0000225266;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Algemeen douanebesluit wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1:1 wordt ‘1:30’ vervangen door ‘1:30, 1:39, 1:40’.
B
Na afdeling 1.4 wordt een afdeling ingevoegd, luidende:
1. Een verzoek om gegevens of inlichtingen op grond van de artikelen 1:39 en 1:40 van de Algemene douanewet bevat in ieder geval:
a) een omschrijving van de gevraagde gegevens of inlichtingen, waarbij een relatie wordt gelegd tussen de verzochte gegevens en het doel van de verwerking, bedoeld in, al naar lang het geval, artikel 1:39, eerste lid, of artikel 1:40, eerste lid, van die wet;
b) een indicatie of de gegevens of inlichtingen geanonimiseerd kunnen worden aangeleverd.
2. Het verzoek wordt beperkt tot gegevens of inlichtingen die betrekking hebben op een tijdspanne en omvang die noodzakelijk zijn voor het doel van de verwerking.
3. Het verzoek is in overeenstemming met de wet- en regelgeving en sluit discriminatie op grond van nationaliteit of enige andere grond zonder objectieve rechtvaardiging uit.
Als blijkt dat onjuiste of niet-actuele gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, deelt de inspecteur dit onverwijld mee aan de partij aan wie de gegevens of inlichtingen zijn verstrekt, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te rectificeren of te wissen.
1. Aan de verstrekking van gegevens en inlichtingen, bedoeld in artikel 1:39, tweede lid, van de Algemene douanewet, ligt een belangenafweging ten grondslag. In deze belangenafweging wordt in ieder geval afgewogen of in het specifieke geval aan het zwaarwegend algemeen belang en de persoonlijke veiligheid van de betrokken ambtenaar, bedoeld in dat lid, meer gewicht wordt toegekend dan aan het vertrouwelijkheidskarakter van de gegevens of inlichtingen of de mate waarin de persoonlijke levenssfeer van diegene waarop de gegevens betrekking hebben wordt geschonden.
2. De belangenafweging is in overeenstemming met de wet- en regelgeving en sluit discriminatie op grond van nationaliteit of enige andere grond zonder objectieve rechtvaardiging uit
Bij de gegevensoverdracht op grond van de artikelen 1:39 en 1:40 van de Algemene douanewet worden passende algemeen aanvaarde beveiligingsmaatregelen getroffen.
De inspecteur biedt mondeling of schriftelijk ondersteuning bij het doorgronden van de gegevens die worden verstrekt op grond van de artikelen 1:39 en 1:40 van de Algemene douanewet, indien:
a. de ontvangende partij hierom verzoekt;
b. de gegevens door de inspecteur als niet-eenduidig worden beoordeeld; of
c. de ontvangende partij voornemens is de gegevens te koppelen aan andere gegevens, met het doel ervoor te zorgen dat dit op de juiste wijze geschiedt.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Financiën,
Het Algemeen douanebesluit (Adb) wordt aangepast in verband met de wijzigingen in de Algemene douanewet (Adw) als gevolg van de Wet gegevensverstrekking douane voor uitvoering van politie- of toezichtstaken. Met die wet is een wettelijke grondslag gecreëerd voor het verstrekken van gegevens en inlichtingen (hierna wordt gesproken over ‘gegevens’ waar ‘gegevens of inlichtingen’ is bedoeld) door de inspecteur van de douane aan de politie, Koninklijke Marechaussee (KMar), Financiële inlichtingen eenheid (FIU) en de Belastingdienst/Fiscale inlichtingen- en opsporingsdienst (FIOD). In de Adw zijn delegatiegrondslagen opgenomen die regelen dat bij algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld voor de juiste uitvoering en toepassing hiervan.1 Daarbij is bepaald dat regels worden gesteld met betrekking tot het soort gegeven dat kan worden verstrekt, de wijze waarop de gegevensoverdracht wordt beveiligd, de wijze waarop de inspecteur ondersteuning biedt bij het doorgronden van de gegevens, de wijze waarop de belangenafweging wordt gemaakt bij verstrekking van gegevens en door wie deze belangenafweging wordt gemaakt2 en de eisen die aan een verzoek om gegevensverstrekking worden gesteld.
De Afdeling advisering van de Raad van State (de Afdeling) heeft erop gewezen dat, indien de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens noodzakelijk is ten behoeve van het doorgeven van een signalement, deze verwerking dient te berusten op een in de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) opgenomen uitzonderingsgrond. De Afdeling heeft in dat verband geadviseerd om de verwerking van bijzondere persoonsgegevens voor dergelijke gevallen op wetsniveau te regelen, alsmede te bezien welke aanvullende passende en specifieke waarborgen dienen te worden getroffen.
Met dit besluit wordt geen nieuwe of zelfstandige grondslag voor de verwerking van bijzondere categorieën persoonsgegevens geïntroduceerd. Binnen de bestaande wettelijke de kaders van de AVG en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG), is reeds ruimte voor de verwerking van dergelijke gegevens wanneer sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en de verwerking noodzakelijk is voor identificatiedoeleinden. Per situatie zal moeten worden beoordeeld of hier sprake van is. Deze bestaande kaders worden vooralsnog toereikend geacht.
De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) is geraadpleegd over de conceptwijziging van het Adb. De AP heeft geen aanmerkingen op het conceptbesluit.
Van 8 juli 2025 tot en met 31 augustus 2025 kon eenieder middels internetconsultatie reageren op de conceptwijziging van het Adb. Er zijn twee reacties binnenkomen. De eerste reactie steunt het concept, met name vanwege de aandacht voor gegevensbeveiliging en het duidelijke gebruiksdoel, maar wijst op het belang van toezicht op doelbinding en tijdige vernietiging van de gegevens. De tweede reactie uit stevige kritiek op de huidige privacywetgeving, die volgens de indiener een belemmering vormt voor effectieve gegevensuitwisseling en opsporing. Er wordt gepleit voor ruimere mogelijkheden voor gegevensverzameling door opsporingsdiensten, zonder inmenging van de AP. De reacties geven geen aanleiding om het conceptbesluit aan te passen.
In overeenstemming met de toegezegde voorhangprocedure is het ontwerpbesluit vier weken voorafgaand aan de toezending van het ontwerpbesluit aan de Afdeling advisering van de Raad van State voor advies, overgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer der Staten-Generaal. Er zijn vanuit beide Kamers geen reacties of opmerkingen ontvangen.
De maatregelen op grond van dit besluit hebben geen budgettaire gevolgen.
Er heeft een uitvoeringstoets plaatsgevonden door de Douane. Het voorstel is uitvoerbaar.
In artikel 1:1 Adb zijn de delegatiegrondslagen vermeld waarop het Adb is gebaseerd. Met betrekking tot de in te voegen afdeling 1.2B Adb worden de delegatiegrondslagen waarop die afdeling is gebaseerd ingevoegd in artikel 1:1 Adb. Het betreft de artikelen 1:39 en 1:40 Adw.
In het Adb wordt na afdeling 1.4 een afdeling ingevoegd, afdeling 1.5, met als opschrift ‘Waarborgen gegevensverstrekking voor politie- of toezichtstaken’. De plaats van de in het Adb in te voegen afdeling is zo gekozen dat het Adb de volgorde van de geregelde onderwerpen van de Adw volgt. Hierna wordt per artikel van genoemde afdeling 1.5 een toelichting gegeven.
In artikel 1:15 Adb wordt omschreven aan welke vereisten een verzoek om gegevens moet voldoen. Een verzoek om gegevens omvat in ieder geval een duidelijke omschrijving van de gevraagde gegevens, waarbij een relatie wordt gelegd tussen de verzochte gegevens en het doel van de verwerking, welke overeenkomt met een van de doelen die genoemd worden in de artikelen 1:39 en 1:40 Adw. Om het onnodig delen van gegevens zoveel mogelijk te voorkomen wordt het verzoek zoveel mogelijk beperkt in tijd (een tijdspanne) en omvang (dataminimalisatie). Een verzoek moet in overeenstemming met de wet- en regelgeving zijn en sluit discriminatie op grond van nationaliteit of enige andere grond zonder objectieve rechtvaardiging uit.
In artikel 1:16 Adb wordt bepaald dat indien onverhoopt blijkt dat onjuiste of niet-actuele gegevens zijn verstrekt, de verstrekkende autoriteit (de Douane) dit onverwijld meedeelt aan de ontvangende partij, met het verzoek de gegevens onmiddellijk te rectificeren of te wissen (vereiste juistheid van de gegevens als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdeel d, van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)).
In artikel 1:17 Adb wordt bepaald dat aan de verstrekking van gegevens op grond van artikel 1:39, tweede lid, Adw een belangenafweging ten grondslag ligt. In deze belangenafweging wordt in ieder geval afgewogen of in het specifieke geval aan het zwaarwegend algemeen belang en de persoonlijke veiligheid van de betrokken ambtenaar, bedoeld in dat lid, meer gewicht wordt toegekend dan aan het vertrouwelijkheidskarakter van de gegevens of de mate waarin de persoonlijke levenssfeer van diegene waarop de gegevens betrekking hebben wordt geschonden. Indien uit de belangenafweging blijkt dat het vertrouwelijkheidskarakter van de gegevens of de mate waarin de persoonlijke levenssfeer van diegene waarop de gegevens betrekking hebben zwaarder weegt dan het zwaarwegend algemeen belang of de bedreiging, dan worden de gegevens niet gedeeld. De belangenafweging moet in overeenstemming met de wet- en regelgeving zijn en sluit discriminatie op grond van nationaliteit of enige andere grond zonder objectieve rechtvaardiging uit.
In artikel 1:18 Adb wordt bepaald dat bij de gegevensoverdracht van gegevens op grond van de artikelen 1:39 en 1:40 Adw passende algemeen aanvaarde beveiligingsmaatregelen worden getroffen. Passende algemeen aanvaarde beveiligingsmaatregelen zijn beveiligingsmaatregelen als bedoeld in artikel 32 AVG en zullen per situatie en wijze van verwerking verschillen. Hiermee wordt gewaarborgd dat datalekken zoveel mogelijk worden voorkomen.
In artikel 1:19 Adb wordt bepaald dat de inspecteur ondersteuning biedt bij het doorgronden van de verstrekte gegevens in de gevallen dat de ontvangende partij hierom verzoekt, de inspecteur oordeelt dat de gegevens niet eenduidig zijn, of indien de ontvangende partij voornemens is de gegevens te koppelen aan andere gegevens. Een risico van gegevensdeling is dat gegevens verkeerd worden geïnterpreteerd of op verkeerde wijze worden gecombineerd. Met deze ondersteuning worden misverstanden bij de interpretatie van gegevens zoveel mogelijk voorkomen.
De Staatssecretaris van Financiën,
Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting op artikel 1:4ab van het Algemeen douanebesluit.
Artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie tevens overweging 51 van de considerans bij de AVG.
Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting op artikel 1:4ab van het Algemeen douanebesluit.
Artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie tevens overweging 51 van de considerans bij de AVG.
Het gaat om de belangenafweging die plaatsvindt bij gegevensverstrekking op grond van artikel 1:39, tweede lid, Adw.
Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting op artikel 1:4ab van het Algemeen douanebesluit.
Artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie tevens overweging 51 van de considerans bij de AVG.
Nota van toelichting, artikelsgewijze toelichting op artikel 1:4ab van het Algemeen douanebesluit.
Artikel 10 van de Grondwet, artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8 Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Zie tevens overweging 51 van de considerans bij de AVG.
Het gaat om de belangenafweging die plaatsvindt bij gegevensverstrekking op grond van artikel 1:39, tweede lid, Adw.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-19798.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.