Besluit van de Minister van Asiel en Migratie van 4 juni 2026, nummer WBV 2026/12, houdende wijziging van de Vreemdelingencirculaire 2000

DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE,

Gelet op de Vreemdelingenwet 2000, het Vreemdelingenbesluit 2000 en het Voorschrift Vreemdelingen 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

De Vreemdelingencirculaire 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Paragraaf C7/2 Vc is gewijzigd en komt te luiden:

2 Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan

2.1 Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

2.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C2/7.10.1 Vc aan:

  • onderofficieren en officieren van de KhaD en de WAD;

  • de volgende leden van de Hezb-i-Wahdat:

    • a. alle leden van het Centrale Leiderschapsorgaan, Shura-i-Markazi;

    • b. de leden van het Militair Comité van Shura-i-Markazi;

    • c. de leden van het Politiek Comité van Shura-i-Markazi;

    • d. de hoofden van de Provinciale Vertegenwoordigingen;

    • e. alle commandanten van een ferq’a; en

    • f. hoge officieren van de strijdkrachten van Hezb-i-Wahdat.; en

  • hoofd- en opperofficieren van de volgende afdelingen van de Afghaanse politie in de periode 1978–1996:

    • a. de Kumandani-ye Umumi-ye Defa-ye Inquelab;

    • b. de Riasat-e-Makhsous; en

    • c. de Operatifi-ye Mahabas.

2.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
2.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc

Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.

2.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:

  • vrouwen;

  • mensenrechtenactivisten;

  • journalisten en personen werkzaam in de media;

  • niet-moslims, waaronder bekeerlingen, afvalligen, christenen, bahai en sikhs/hindoes;

  • LHBTIQ+.

2.3.2.1 Toelichting vrouwen

Gelet op het samenstel van discriminerende ernstige maatregelen die ten aanzien van Afghaanse vrouwen thans gelden, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw aan een Afghaanse vrouw. Er wordt niet verlangd dat zij bij terugkeer haar levensstijl noodgedwongen aanpast aan deze regels. Er blijft echter een individuele toetsing plaatsvinden, zoals beschreven in paragraaf C2/2 Vc. Als op grond van haar individuele asielrelaas is gebleken dat zij geen bescherming op grond van de discriminerende maatregelen van de Taliban nodig heeft, wordt geen asielbescherming verleend.

2.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, Vw
2.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, onder b, onderdeel 1° en 2°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.2 Vc
2.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C2/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

2.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

2.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw als bedoeld in paragraaf C2/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Afghanistan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Badakhshan, Kabul, Kandahar, Khost, Kunar, Nangahar, Paktia, Paktika en Takhar.

2.5 Bescherming
2.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.

2.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C2/3.4 Vc

De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is, voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door de Taliban. Voor vrouwen en meisjes geldt dat van een binnenlands beschermingsalternatief geen sprake is.

Voor vreemdelingen die een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, onderdeel 3°, Vw kan in beginsel worden aangenomen dat er een beschermingsalternatief elders in Afghanistan is, voor zover wordt voldaan aan de algemeen geldende voorwaarden.

Voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door andere partijen, zoals ISKP, NRF, AFF of is gerelateerd aan bijvoorbeeld bloed en eerwraak, kan in individuele gevallen wel sprake zijn van een binnenlands beschermingsalternatief.

2.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:

  • algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  • de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

2.7 Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

B

Paragraaf C9/2 Vc (zoals paragraaf C7/2 Vc komt te luiden na inwerkingtreding van WBV 2026/8) is gewijzigd en komt te luiden:

2 Het asielbeleid ten aanzien van Afghanistan

2.1 Besluitmoratorium

Geen bijzonderheden.

2.2 Artikel 1F Vluchtelingenverdrag

De IND neemt in de regel ten aanzien van de volgende categorieën vreemdelingen ‘personal and knowing participation’ in de zin van paragraaf C4/3.6.10 Vc aan:

  • onderofficieren en officieren van de KhaD en de WAD;

  • de volgende leden van de Hezb-i-Wahdat:

    • a. alle leden van het Centrale Leiderschapsorgaan, Shura-i-Markazi;

    • b. de leden van het Militair Comité van Shura-i-Markazi;

    • c. de leden van het Politiek Comité van Shura-i-Markazi;

    • d. de hoofden van de Provinciale Vertegenwoordigingen;

    • e. alle commandanten van een ferq’a; en

    • f. hoge officieren van de strijdkrachten van Hezb-i-Wahdat.; en

  • hoofd- en opperofficieren van de volgende afdelingen van de Afghaanse politie in de periode 1978–1996:

    • a. de Kumandani-ye Umumi-ye Defa-ye Inquelab;

    • b. de Riasat-e-Makhsous; en

    • c. de Operatifi-ye Mahabas.

2.3 Vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag
2.3.1 Groepsvervolging in de zin van paragraaf C2/3.2.3 Vc

Groepsvervolging wordt aangenomen voor tolken die hebben gewerkt voor internationale militaire- of politiemissies in Afghanistan.

2.3.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C2/2.4 Vc

De IND merkt voor Afghanistan uitsluitend de volgende categorieën vreemdelingen aan als risicoprofiel:

  • vrouwen;

  • mensenrechtenactivisten;

  • journalisten en personen werkzaam in de media;

  • niet-moslims, waaronder bekeerlingen, afvalligen, christenen, bahai en sikhs/hindoes;

  • LHBTIQ+.

2.3.2.1 Toelichting vrouwen

Gelet op het samenstel van discriminerende ernstige maatregelen die ten aanzien van Afghaanse vrouwen thans gelden, verleent de IND in beginsel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, Vw aan een Afghaanse vrouw. Er wordt niet verlangd dat zij bij terugkeer haar levensstijl noodgedwongen aanpast aan deze regels. Er blijft echter een individuele toetsing plaatsvinden, zoals beschreven in paragraaf C3/2.3 Vc. Als op grond van haar individuele asielrelaas is gebleken dat zij geen bescherming op grond van de discriminerende maatregelen van de Taliban nodig heeft, wordt geen asielbescherming verleend.

2.4 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw (artikel 18 Kwalificatieverordening)
2.4.1 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder a en b, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.2 Vc
2.4.1.1 Systematische blootstelling in de zin van paragraaf C3/3.3.2.1 Vc

Geen bijzonderheden.

2.4.1.2 Risicoprofielen in de zin van paragraaf C3/2.4 Vc

Geen bijzonderheden.

2.4.2 Ernstige schade in de zin van artikel 29a, eerste lid, Vw en artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening, als bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc

De IND neemt voor Afghanistan aan dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld in de provincies Badakhshan, Kabul, Kandahar, Khost, Kunar, Nangahar, Paktia, Paktika en Takhar.

2.5 Bescherming
2.5.1 Bescherming door autoriteiten en/of internationale organisaties in de zin van paragraaf C3/3.4.1 Vc (artikel 7 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat het niet mogelijk is de bescherming van de autoriteiten of internationale organisaties te verkrijgen.

2.5.2 Binnenlands beschermingsalternatief in de zin van paragraaf C3/3.4.2 Vc (artikel 8 Kwalificatieverordening)

De IND neemt aan dat in Afghanistan geen binnenlands beschermingsalternatief aanwezig is voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door de Taliban.

Voor vrouwen en meisjes geldt dat van een binnenlands beschermingsalternatief geen sprake is.

Voor vreemdelingen die een reëel risico lopen op ernstige schade in de zin van artikel 15, aanhef en onder c, Kwalificatieverordening kan in beginsel worden aangenomen dat er een beschermingsalternatief elders in Afghanistan is, voor zover wordt voldaan aan de algemeen geldende voorwaarden.

Voor personen die aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben of een reëel risico lopen op ernstige schade door andere partijen, zoals ISKP, NRF, AFF of is gerelateerd aan bijvoorbeeld bloed en eerwraak, kan in individuele gevallen wel sprake zijn van een binnenlands beschermingsalternatief.

2.6 Adequate opvang alleenstaande minderjarige vreemdelingen

De IND beoordeelt aan de hand van paragraaf B8/6 Vc of adequate opvang voor amv’s aanwezig is.

Voor Afghanistan geldt in ieder geval dat:

  • algemene opvangvoorzieningen niet beschikbaar en/of toereikend zijn; en

  • de autoriteiten geen zorg dragen voor de opvang.

Ondanks voornoemd uitgangspunt, kan in een voorkomend geval – na onderzoek – worden vastgesteld dat adequate opvang beschikbaar is en kan worden gerealiseerd.

2.7 Vertrekmoratorium

Geen bijzonderheden.

ARTIKEL II

Het besluit onder A treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Het besluit onder B treedt in werking, nadat WBV 2026/8 in werking is getreden

Dit besluit zal (met de toelichting) in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 4 juni 2026

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

TOELICHTING

A

Per brief van 28 mei 2026 (kenmerk: 7020893) heeft de Minister van Asiel en Migratie de Tweede Kamer geïnformeerd dat hij voor Afghanistan een aantal provincies heeft aangewezen waar sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld, zoals bedoeld in paragraaf C3/3.3.3 Vc.

Verder heeft de minister gemeld dat de positie van vrouwen en meisjes verder onder druk is komen te staan en dat hun mogelijkheden om zich te ontplooien verder zijn ingeperkt. In vrijwel alle gevallen waarin daarop een beroep wordt gedaan zal dan ook moeten worden geoordeeld dat de opgelegde beperkingen en discriminerende maatregelen zover reiken dat bescherming aan de orde zal zijn. In paragraaf C7/2.4.2 Vc is daarom duidelijker gemaakt dat een vrouw die stelt en aannemelijk maakt door discriminerende maatregelen van de Taliban te zijn of worden getroffen, in de regel een verblijfsvergunning wordt verleend. Wel blijft er een individuele toetsing plaatsvinden. Er wordt daarbij niet verlangd dat zij bij terugkeer haar levensstijl noodgedwongen aanpast aan deze regels. Als op grond van haar individuele asielrelaas is gebleken dat zij geen bescherming op grond van de discriminerende maatregelen van de Taliban nodig heeft, wordt geen asielbescherming verleend.

Ten aanzien van het binnenlands beschermingsalternatief heeft de minister bepaald dat voor vrouwen en meisjes geldt dat van een binnenlands beschermingsalternatief geen sprake is. Evenmin is er sprake van een binnenlands beschermingsalternatief in die gevallen waarin de actor van vervolging de Taliban is.

Voor vreemdelingen die een reëel risico lopen op ernstige schade op grond van een 15c situatie kan in beginsel worden aangenomen dat er een beschermingsalternatief elders in Afghanistan is, voor zover wordt voldaan aan de algemeen geldende voorwaarden.

Daar waar de vrees voor vervolging komt van de zijde van andere partijen, zoals ISKP, NRF, AFF of is gerelateerd aan bijvoorbeeld bloed en eerwraak, kan in individuele gevallen wel sprake zijn van een binnenlands beschermingsalternatief.

Paragraaf C7/2 Vc is hierop aangepast.

B

Vanwege de samenloop met het WBV, waarmee het migratiepact is geïmplementeerd (WBV 2026/8) is de aangepast tekst uit C7/2 ook opgenomen in paragraaf C9/2 Vc, zoals die gaat luiden, na de inwerkingtreding van WBV 2026/8.

De Minister van Asiel en Migratie, namens deze, R. Maas directeur-generaal Immigratie- en Naturalisatiedienst

Naar boven