De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
Gelet op artikel 8, vierde lid, van de Wet financiering politieke partijen;
Besluit:
ARTIKEL I
De bedragen in artikel 8 van de Wet financiering politieke partijen worden als volgt
gewijzigd:
1. In het eerste lid, onderdeel a, wordt ‘€ 273.058’ vervangen door ‘€ 275.925’, wordt
‘€ 82.022’ vervangen door ‘€ 82.883’ en wordt ‘€ 3.042.199’ vervangen door ‘€ 3.074.142’.
2. In het eerste lid, onderdeel b, wordt ‘€ 198.919’ vervangen door ‘€ 201.008’ en wordt
‘€ 20.609’ door ‘€ 20.825’.
3. In het eerste lid, onderdeel c, wordt ‘€ 356.927’ vervangen door ‘€ 360.675’, wordt
‘€ 1.160.013’ vervangen door ‘€ 1.172.193’ en wordt ‘€ 267.696’ vervangen door ‘€ 270.507’.
4. In het tweede lid, wordt ‘€ 754.525’ vervangen door ‘€ 762.448’ en wordt ‘€ 1.085.780’
vervangen door ‘€ 1.097.181’.
ARTIKEL II
De in artikel I genoemde bedragen zijn van toepassing op het subsidiejaar 2025.
ARTIKEL III
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van
de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2025.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma
TOELICHTING
Op grond van artikel 8, vierde lid, van de Wet financiering politieke partijen worden
de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid van dat artikel, jaarlijks met ingang
van 1 januari bij ministeriële regeling gewijzigd, overeenkomstig de voor de rijksbegroting
gehanteerde loon- en prijsbijstelling en afgerond op het naastbij gelegen gehele getal.
Deze regeling betreft de subsidiebedragen voor een politieke partij, te weten het
basisbedrag, het bedrag per Kamerzetel en het bedrag per verenigingslid (artikel 8,
eerste lid, onderdeel a), voor het politiek-wetenschappelijk instituut, de politieke
jongerenorganisatie (artikel 8, eerste lid, onderdelen b en c) en voor de instelling
voor buitenlandse activiteiten (artikel 8, tweede lid).
Met deze regeling zijn de genoemde bedragen aangepast overeenkomstig de voor de rijksbegroting
gehanteerde loon- en prijsbijstelling over 2025. Het gewogen percentage loon- en prijsbijstelling
over 2025 bedraagt afgerond 1,05 procent.
Er is voor gekozen om aan de wijziging van de genoemde bedragen terugwerkende kracht
te verlenen tot en met 1 januari 2025, aangezien die bedragen jaarlijks per 1 januari
worden gewijzigd volgens de voor de rijksbegroting gehanteerd loon- en prijsbijstelling
over het voorafgaande jaar. De terugwerkende kracht wordt niet bezwaarlijk geacht,
aangezien het een begunstigende regeling betreft en politieke partijen bij de subsidieverlening
hier reeds op zijn gewezen zodat zij er rekening mee hebben kunnen houden.
Met de regeling worden geen nieuwe administratieve lasten geïntroduceerd.
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. Heerma