Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, van 1 juni 2026, nr. WJZ/106371081, houdende wijziging van de Uitvoeringsregeling pacht in verband met de vaststelling van de pachtprijzen 2026 [KetenID: 29085]

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op de artikelen 2, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, 20, eerste lid, en 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007;

Besluit:

ARTIKEL I

De Uitvoeringsregeling pacht wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘€ 8.199,–’ vervangen door ‘€ 9.238,–’ en ‘€ 6.053,–’ door ‘€ 6.185,–’.

b. In onderdeel b wordt ‘in Westelijk Holland 8% en in de Rest van Nederland 13%’ vervangen door ‘in Westelijk Holland 13% en in de Rest van Nederland 2%’.

B

In artikel 3, onderdeel c, wordt ‘5,0%’ vervangen door ‘4,1%’.

C

In artikel 4, tweede lid, wordt ‘4,58%’ vervangen door ‘5,22%’.

D

Bijlage 1, onderdelen A en B, komen te luiden:

A. Pachtovereenkomsten die worden aangegaan op of na 1 september 2007

Pachtprijsgebied

Hoogst toelaatbare pachtprijs per hectare per jaar

Bouwhoek en Hogeland

1.105

Veenkoloniën en Oldambt

681

Noordelijk weidegebied

770

Oostelijk veehouderijgebied

1.015

Centraal veehouderijgebied

1.016

IJsselmeerpolders

1.904

Westelijk Holland

940

Waterland en Droogmakerijen

715

Hollands/Utrechts weidegebied

1.097

Rivierengebied

1.018

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

868

Zuidwest-Brabant

1.311

Zuidelijk veehouderijgebied

1.109

Zuid-Limburg

1.317

B. Percentage waarmee de tussen partijen op grond van een voor 1 september 2007 aangegane pachtovereenkomst geldende pachtprijs wordt gewijzigd

Pachtprijsgebied

Veranderpercentage

Bouwhoek en Hogeland

13

Veenkoloniën en Oldambt

14

Noordelijk weidegebied

5

Oostelijk veehouderijgebied

10

Centraal veehouderijgebied

8

IJsselmeerpolders

9

Westelijk Holland

23

Waterland en Droogmakerijen

17

Hollands/Utrechts weidegebied

5

Rivierengebied

2

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

–3

Zuidwest-Brabant

6

Zuidelijk veehouderijgebied

1

Zuid-Limburg

9

E

Bijlage 2, onderdeel A, komt te luiden:

A. Hoogst toelaatbare pachtprijzen agrarische woningen

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

Punten

Bedrag

40

229,97

82

472,53

124

739,63

166

1.006,70

208

1.273,74

41

235,72

83

478,91

125

745,98

167

1.013,06

209

1.280,11

42

241,48

84

485,26

126

752,32

168

1.019,40

210

1.286,49

43

247,23

85

491,63

127

758,70

169

1.025,78

211

1.292,83

44

252,96

86

497,99

128

765,07

170

1.032,11

212

1.299,16

45

258,71

87

504,33

129

771,45

171

1.038,51

213

1.305,53

46

264,47

88

510,73

130

777,82

172

1.044,83

214

1.311,90

47

270,23

89

517,07

131

784,15

173

1.051,20

215

1.318,25

48

275,97

90

523,47

132

790,50

174

1.057,53

216

1.324,62

49

281,69

91

529,77

133

796,88

175

1.063,93

217

1.330,96

50

287,45

92

536,13

134

803,22

176

1.070,23

218

1.337,34

51

293,18

93

542,51

135

809,60

177

1.076,65

219

1.343,68

52

298,96

94

548,86

136

815,93

178

1.083,01

220

1.350,07

53

304,67

95

555,22

137

822,31

179

1.089,37

221

1.356,41

54

310,48

96

561,61

138

828,65

180

1.095,69

222

1.362,78

55

316,19

97

567,94

139

835,02

181

1.102,05

223

1.369,11

56

321,94

98

574,29

140

841,38

182

1.108,41

224

1.375,46

57

327,69

99

580,66

141

847,72

183

1.114,78

225

1.381,87

58

333,45

100

587,00

142

854,05

184

1.121,14

226

1.388,21

59

339,17

101

593,38

143

860,52

185

1.127,51

227

1.394,56

60

344,94

102

599,73

144

866,80

186

1.133,85

228

1.400,96

61

350,69

103

606,08

145

873,17

187

1.140,23

229

1.407,29

62

356,40

104

612,45

146

879,55

188

1.146,58

230

1.413,61

63

362,14

105

618,80

147

885,85

189

1.152,96

231

1.419,99

64

367,89

106

625,18

148

892,20

190

1.159,29

232

1.426,35

65

373,64

107

631,52

149

898,63

191

1.165,66

233

1.432,71

66

379,41

108

637,90

150

904,94

192

1.171,99

234

1.439,07

67

385,12

109

644,26

151

911,31

193

1.178,39

235

1.445,42

68

390,89

110

650,57

152

917,67

194

1.184,73

236

1.451,81

69

396,65

111

656,97

153

924,01

195

1.191,10

237

1.458,12

70

402,33

112

663,30

154

930,39

196

1.197,44

238

1.464,49

71

408,15

113

669,67

155

936,76

197

1.203,79

239

1.470,87

72

413,86

114

676,04

156

943,10

198

1.210,17

240

1.477,21

73

419,62

115

682,40

157

949,45

199

1.216,52

241

1.483,59

74

425,35

116

688,74

158

955,79

200

1.222,91

242

1.489,93

75

431,14

117

695,14

159

962,18

201

1.229,25

243

1.496,32

76

436,83

118

701,47

160

968,51

202

1.235,58

244

1.502,67

77

442,59

119

707,82

161

974,90

203

1.241,94

245

1.508,99

78

448,36

120

714,18

162

981,23

204

1.248,32

246

1.515,36

79

454,12

121

720,54

163

987,57

205

1.254,66

247

1.521,73

80

459,85

122

726,90

164

993,97

206

1.261,04

248

1.528,10

81

466,18

123

733,26

165

1.000,31

207

1.267,42

249

1.534,44

               

250

1.540,82

F

De tabel in bijlage 2a komt te luiden:

Aard van het bedrijf

Doelmatigheid

Nieuw

Zeer goed

Goed

Redelijk

Matig

Slecht

Akkerbouw

627

493

377

278

194

112

Melkvee

1.613

1.270

969

711

495

286

Overig

970

764

583

428

298

169

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 1 juni 2026

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

TOELICHTING

1. Inleiding

Deze regeling wijzigt de Uitvoeringsregeling pacht. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan de artikelen 2, 14, eerste lid, 15, eerste lid, 16, tweede lid, en 20, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Ingevolge artikel 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 vindt namelijk jaarlijks per 1 juli herziening plaats van de pachtprijzen voor los land zonder woningen of andere opstallen en tuinland alsmede voor agrarische woningen en bedrijfsgebouwen. Voorzien is in de vaststelling van de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor overeenkomsten die op of na 1 september 2007 zijn aangegaan en in de vaststelling van de percentages waarmee de tussenpartijen op grond van voor 1 september 2007 aangegane overeenkomsten geldende pachtprijzen wijzigen. De nieuwe prijzen en percentages gelden vanaf 1 juli 2026. Ze zijn door de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur medegedeeld aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. De veranderpercentages werken van rechtswege door. De verpachter kan echter, onder schriftelijke mededeling aan de pachter, geheel of ten dele van een verhoging afzien (artikel 333, eerste lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek).

2. Hoogst toelaatbare pachtprijzen voor land zonder woningen of andere opstallen en tuinland

De hoogst toelaatbare pachtprijs en het veranderpercentage zijn overeenkomstig de systematiek volgend uit de adviezen van de Commissie Pachtnormen I en II berekend door het Wageningen Social & Economic Research (WSER) op basis van gegevens in het bedrijveninformatienet van akkerbouwbedrijven met een omvang van 130.000 Standaardopbrengst tot 750.000 Standaardopbrengst en van melkvee- en opengrondstuinbouwbedrijven met een omvang van 155.000 Standaardopbrengst tot 885.000 Standaardopbrengst conform artikel 5 van het Pachtprijzenbesluit 2007. Bij de berekening is overeenkomstig de artikelen 6, derde lid, en 8, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 uitgegaan van het vijfjaargemiddelde van de bedrijfsgegevens van het bedrijveninformatienet in de periode 2020 tot en met 2024.

Voor de berekening van het vereiste directe rendement van de verpachter is uitgegaan van het driejarig voortschrijdend gemiddelde van de reële lange kapitaalmarktrente, zijnde het effectief rendement van de 10-jarige Euro Interest Rate Swap van december 2025 (2,369%) minus het driejarig voortschrijdend gemiddelde van de inflatie in de Eurozone per december 2025 (gebaseerd op de HCIP, de geharmoniseerde Europese consumentenprijsindex) van 3,051%, te vermeerderen met een opslag voor grondlasten, beheerkosten, belastingen en risico van 1,25% overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Hiermee komt het vereiste directe rendement op 0,568% van de verpachte waarde van de landbouwgrond, dan wel de helft daarvan, 0,284% van de onverpachte waarde.

De verhouding tussen het bedrag aan vereist direct rendement en de grondbeloning na reservering ligt voor alle gebieden onder 0,8. Dit betekent dat er een correctiefactor van –10% op de grondbeloning na reservering als vereist direct rendement wordt aangehouden. De gecorrigeerde grondbeloning is de nieuwe regionorm.

Tabel 2.3 Berekening correctiefactor vereist rendement

Pachtprijsgebied

Prijs onverpachte grond 2024 (euro/ha)1

Vereist direct rendement (euro/ha)

Grondbeloning na reservering 2020–2024 (euro/ha)

Verhouding vereist direct rendement/grondbeloning

Correctiefactor grondbeloning voor vereist direct rendement (%)

Bouwhoek en Hogeland

71.082

202

1.228

0,2

–10

Veenkoloniën en Oldambt

79.164

225

757

0,3

–10

Noordelijk weidegebied

63.564

181

855

0,2

–10

Oostelijk veehouderijgebied

78.885

224

1.128

0,2

–10

Centraal veehouderijgebied

85.891

244

1.129

0,2

–10

IJsselmeerpolders

186.793

530

2.115

0,3

–10

Westelijk Holland

93.457

265

1.045

0,3

–10

Waterland en Droogmakerijen

72.893

207

794

0,3

–10

Hollands/Utrechts weidegebied

80.307

228

1.219

0,2

–10

Rivierengebied

90.180

256

1.131

0,2

–10

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

97.486

277

965

0,3

–10

Zuidwest-Brabant

105.599

300

1.457

0,2

–10

Zuidelijk veehouderijgebied

93.480

265

1.232

0,2

–10

Zuid-Limburg

91.629

260

1.463

0,2

–10

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2026-037, blz. 21.

X Noot
1

Bron: Kadaster en Wageningen Social & Economic Research

Uitgaande van de in deze tabel vermelde regionorm is in bijlage I, onderdeel A, van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd met artikel I, onderdeel D, per pachtprijsgebied de nieuwe hoogst toelaatbare pachtprijs vermeld voor land zonder woningen of andere opstallen voor pachtovereenkomsten die worden aangegaan op of na 1 september 2007. Daaruit is een veranderpercentage per pachtprijsgebied berekend (zie de vijfde kolom van de tabel hieronder), waarmee de tussen partijen op grond van een voor 1 september 2007 aangegane pachtovereenkomst geldende pachtprijs wordt gewijzigd (bijlage I, onderdeel B, zoals gewijzigd met artikel I, onderdeel D). De berekende pachtnormen 2026 van los bouw- en grasland zijn in 13 van de 14 pachtprijsgebieden gestegen. Het betreft een gemiddelde stijging van 5,6%. De pachtnormen voor 2025 zijn berekend op basis van de grondbeloning in de jaren 2019–2023; die van 2024 op basis van de grondbeloning in de jaren 2018–2022. De veranderingen in de pachtnormen van 2024 naar die van 2025 worden verklaard door de verschillen in grondbeloning tussen het jaar 2018 en het jaar 2023; 2018 valt uit het vijfjarig gemiddelde en 2023 komt erbij. In de pachtprijsgebieden met een stijging van het veranderpercentage moet in individuele gevallen worden nagegaan of de te betalen pacht niet uitstijgt boven 110% van de regionorm. Is dat het geval dan is de maximale pachtprijs gelijk aan 110% van de regionorm. Als in individuele gevallen de laatstbetaalde pacht al hoger is dan de nieuwe regionorm, dan wordt de betaalde pachtprijs bevroren. Daarnaast moet worden nagegaan of in individuele gevallen de pachtprijs van de betreffende percelen niet hoger is dan 2% van de vrije grondprijs van die percelen. Is dat het geval dan is 2% van de vrijegrondprijs de maximaal te betalen pachtprijs. De laagste van beide plafonds geldt. De in bijlage 1, onderdelen A en B, van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd bij artikel I, onderdeel D, vermelde bedragen zijn:

Tabel 2.5 Regionorm 2026, regionorm 2025 en veranderpercentage per pachtprijsgebied

Pachtprijsgebied

Regionorm 2026

(euro/ha)

Regionorm 2025

(euro/ha)

Veranderpercentage

(%)

Bouwhoek en Hogeland

1.105

975

13

Veenkoloniën en Oldambt

681

600

14

Noordelijk weidegebied

770

735

5

Oostelijk veehouderijgebied

1.015

924

10

Centraal veehouderijgebied

1.016

942

8

IJsselmeerpolders

1.904

1.741

9

Westelijk Holland

940

763

23

Waterland en Droogmakerijen

715

612

17

Hollands/Utrechts weidegebied

1.097

1.049

5

Rivierengebied

1.018

997

2

Zuidwestelijk akkerbouwgebied

868

893

–3

Zuidwest-Brabant

1.311

1.235

6

Zuidelijk veehouderijgebied

1.109

1.102

1

Zuid-Limburg

1.317

1.211

9

Bron: Wageningen Social & Economic Research.

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2026-037, blz. 22

In onderstaande tabel zijn de grondprijs, het vereiste directe rendement, de grondbeloning en de verhouding tussen de grondbeloning en het vereiste directe rendement en de regionorm voor tuinland zonder woningen of andere opstallen weergegeven.

Tabel 2.9 Berekening correctiefactor vereist direct rendement

Pachtprijsgebied

Prijs onverpacht tuinland 2024

(euro/ha)

Vereist direct rendement

(euro/ha)

Grondbeloning 2020–2024

(euro/ha)

Vereist direct rendement/ grondbeloning

Correctiefactor

(%)

Westelijk Holland

163.723

465

10.264

0,05

–10

Rest van Nederland

112.489

319

6.872

0,05

–10

Bron: Wageningen Social & Economic Research.

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2026-037, blz. 23

Uitgaande van de in deze tabel vermelde regionorm zijn in artikel I, onderdeel A, met betrekking tot de wijziging van artikel 2 van de Uitvoeringsregeling pacht de nieuwe regionorm en het veranderpercentage vermeld. In tabelvorm zijn de wijzigingen als volgt:

Tabel 2.10 Regionorm 2026, regionorm 2025 en veranderpercentage per pachtprijsgebied

Pachtprijsgebied

Regionorm 2026

(euro/ha)

Regionorm 2025

(euro/ha)

Veranderpercentage

(%)

Westelijk Holland

9.238

8.199

13

Rest van Nederland

6.185

6.053

2

Bron: Wageningen Social & Economic Research.

Wageningen Social & Economic Research, rapport 2026-037, blz. 23

3. Hoogst toelaatbare pachtprijzen agrarische bedrijfsgebouwen

De hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen voor 2026, bedoeld in artikel I, onderdeel F, met betrekking tot bijlage 2a, behorend bij artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling pacht zijn conform artikel 16, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 vastgesteld. Daarin is bepaald dat de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor agrarische bedrijfsgebouwen jaarlijks wordt aangepast aan de hand van de gemiddelde stijging van het prijspeil volgens de bouwkostenindex in de vijf jaar voorafgaand aan het jaar van aanpassing. De bouwkostenindex is opgebouwd uit:

  • het indexcijfer van de materialen voor de woningbouw en

  • het indexcijfer van de CAO lonen in de bouwnijverheid per uur, inclusief bijzondere beloning.

Het gemiddelde indexcijfer van de materialen voor de woningbouw wordt hierbij één keer gewogen en het gemiddelde indexcijfer van de CAO lonen in de bouwnijverheid per uur, inclusief bijzondere beloning, wordt hierbij twee keer gewogen. Voor 2026 wordt de gemiddelde index berekend over 2021–2025, die uitkomt op 5,22%. Dit percentage is in bijlage 2a, behorend bij artikel 4, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling pacht verwerkt (artikel I, onderdeel F). Er is uitgegaan van drie bedrijfstypen, te weten: akkerbouwbedrijven, melkveebedrijven en overige bedrijven. Deze drie bedrijfstypen verschillen substantieel voor wat betreft de soorten bedrijfsgebouwen, de nieuwwaarde daarvan en het gemiddelde bedrijfsareaal. Wanneer tussen partijen een andere pachtprijs is overeengekomen dan de hoogst toelaatbare pachtprijs van artikel 16 van het Pachtprijzenbesluit 2007 dient deze pachtprijs overeenkomstig artikel 20 van het Pachtprijzenbesluit 2007 jaarlijks te worden aangepast met de gemiddelde bouwkostenindex voor alle huishoudens over de vijf voorafgaande jaren. De gemiddelde jaarlijkse inflatie volgens de bouwkostenindex bedroeg in de afgelopen vijf jaar (2021–2025) 5,22% (Artikel I, onderdeel C, met betrekking tot artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling pacht).

4. Hoogst toelaatbare pachtprijs agrarische woningen

In artikel 14, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007 is aangegeven hoe de hoogst toelaatbare pachtprijs voor agrarische woningen moet worden bepaald voor pachtovereenkomsten ingegaan op of na 1 september 2007 als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Daarbij wordt aangesloten op het geldende puntenstelsel voor zelfstandige woningen dat is vastgesteld op basis van artikel 12, tweede lid, van het Besluit huurprijzen woonruimte, rekening houdend met het agrarisch gebruik van de woningen (zie tabel bij Bijlage 2 onder A, behorend bij artikel 3 van de Uitvoeringsregeling pacht, zoals gewijzigd in artikel I, onderdeel E). Voor pachtovereenkomsten ingegaan vóór 1 september 2007 (artikel 15, eerste lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007) wordt de pachtprijs van een agrarische woning jaarlijks vastgesteld aan de hand een percentage dat overeenkomt met de indexering die wordt toegepast bij uitvoering van de regels bedoeld in artikel 14, derde lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007. Het percentage wordt in 2026 op 4,1% vastgesteld (artikel I, onderdeel B). Dit is de maximale inkomensonafhankelijke huurstijging van zelfstandige woningen in de gereguleerde huursector. De maximale huurprijsgrenzen voor agrarische woningen worden afgeleid van de maximale huurprijsgrenzen voor zelfstandige woonruimten. Deze worden elk jaar op 1 januari geïndexeerd met het inflatiecijfer van de voorafgaande periode van juli tot juli. Voor 2026 kwam dit percentage uit op 3,65%. De maximale huurprijsgrenzen voor agrarische woningen zijn berekend door de maximale grenzen van 2025 met 3,65% te indexeren.

5. Regeldruk

Uit de onderhavige wijziging van de regeling volgen geen nieuwe verplichtingen en daarmee brengt deze regeling geen regeldrukeffecten met zich mee.

6. Notificatie

Omdat met deze regeling maximumprijzen worden vastgesteld in de zin van artikel 15, tweede lid, onderdeel g, van de Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (PbEU 2006, L 376) zal deze regeling genotificeerd worden op grond van artikel 15, zevende lid, van de Dienstenrichtlijn. Deze notificatiestaat niet in de weg aan de inwerkingtreding van deze regeling op 1 juli 2026.

7. Vaste verandermomenten

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026 en is daarmee in lijn met de vaste verandermomenten voor regelgeving en de verplichting tot inwerkingtreding op 1 juli krachtens artikel 21a, tweede lid, van het Pachtprijzenbesluit 2007.

Zoals aangeven in onderdeel 1 van deze toelichting zijn de wijzigingen al bij brief aan de Tweede Kamer medegedeeld.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

Naar boven