Regeling van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 15 januari 2026, nr. PO/54616910 tot wijziging van de Subsidieregeling lerarenbeurs in verband met het vaststellen van een subsidieplafond voor het studiejaar 2026–2027, de verdeling van het beschikbare budget over de verschillende doelgroepen, en een verhoging van de subsidiebedragen voor een studieverlofuur

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Wet overige OCW-subsidies en de artikelen 1.3 en 2.1 van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling lerarenbeurs wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 wordt in de begripsomschrijving van leraar ‘of die lesgeeft in het hoger onderwijs’ vervangen door ‘of die lesgeeft in het hoger beroepsonderwijs’.

B

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder vernummering van het tiende lid tot elfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

  • 10. Voor het studiejaar 2026–2027 is een bedrag van € 59.100.000 beschikbaar voor verstrekking van subsidies op grond van deze regeling.

2. Het elfde lid (nieuw) komt te luiden:

  • 11. Het subsidieplafond voor het studiejaar 2027–2028 wordt vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant.

C

In artikel 6 wordt, onder vernummering van het twaalfde lid tot dertiende lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 12. De verdeling van het beschikbare bedrag voor het studiejaar 2026–2027 over de verschillende doelgroepen geschiedt als volgt:

    • a. € 15.251.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het basisonderwijs, het speciaal onderwijs en het voorgezet speciaal onderwijs;

    • b. € 26.870.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het voortgezet onderwijs;

    • c. € 7.975.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het beroepsonderwijs en educatie; en

    • d. € 9.004.000 is beschikbaar voor opleidingen van leraren werkzaam in het hoger beroepsonderwijs.

D

Artikel 22 komt te luiden:

Artikel 22. Subsidiebedragen

De subsidiebedragen voor een studieverlofuur bedragen, voor een subsidieontvanger in de sector:

  • a. basisonderwijs: € 42,62;

  • b. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: € 44,64;

  • c. voortgezet onderwijs: € 48,33;

  • d. beroepsonderwijs en educatie: € 49,69; en

  • e. hoger beroepsonderwijs: € 54,12.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K. Becking

TOELICHTING

Algemeen

De Subsidieregeling lerarenbeurs (hierna: subsidieregeling) is met ingang van 1 april 2023 met vijf jaar verlengd tot 1 april 2028. Deze wijzigingsregeling regelt de vaststelling van het subsidieplafond voor het studiejaar 2026–2027, de verdeling van het beschikbare budget over de verschillende doelgroepen en een verhoging van de subsidiebedragen voor een studieverlofuur. Tevens is van de gelegenheid gebruik gemaakt om een technische verbetering door te voeren.

Artikelsgewijs

Artikel I – onderdeel A

In de begripsomschrijving van leraar stond per abuis ‘hoger onderwijs’ in plaats van ‘hoger beroepsonderwijs’. Met deze wijziging wordt dit gecorrigeerd.

Artikel I – onderdeel B

Het subsidieplafond dat beschikbaar is voor het studiejaar 2026–2027 is lager dan voor het studiejaar 2025-2026. Voor het studiejaar 2026–2027 is een bedrag beschikbaar van € 59.100.000. Het plafond is verlaagd, omdat er de afgelopen jaren minder subsidieaanvragen zijn binnengekomen.

Artikel I – onderdeel C

Deze wijziging betreft de verdeling van het beschikbare budget voor studiejaar 2026–2027 over de verschillende doelgroepen.

Artikel I – onderdeel D

In verband met een indexering van de studieverlofuren zijn de subsidiebedragen voor studieverlofuren verhoogd ten opzichte van voorgaande jaren.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, G. Moes

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, K. Becking

Naar boven