Besluit van de Pensioen- en Uitkeringsraad van 14 januari 2026, houdende de bekendmaking van de beleidsregels voorzieningen 2026 (Besluit wijziging Beleidsregels voorzieningen PUR 2026)

De Pensioen- en Uitkeringsraad,

Gelet op artikel 4 van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen;

Besluit:

Artikel 1

Bij de uitvoering van de in artikel 1, onder e, van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen genoemde wetten en de in artikel 1, onder f genoemde regeling, passen de Raad, bedoeld in artikel 1, onder b, van de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen het beleid toe dat is neergelegd in de bijlage bij dit besluit.

Artikel 2

Het Besluit Beleidsregels PUR 2024 (Stcrt. 16 februari 2024, 4732) wordt ingetrokken.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Artikel 4

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit wijziging Beleidsregels voorzieningen PUR 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst. De bijlage wordt ter inzage gelegd bij het vestigingskantoor van de Sociale verzekeringsbank in Leiden en kan worden ingezien via het internet op www.svb.nl/wvo.

Leiden, 14 januari 2026,

De voorzitter van de Pensioen- en Uitkeringsraad, J.E.M. Polak.

TOELICHTING

De Pensioen- en Uitkeringsraad (PUR) en de Sociale verzekeringsbank (SVB) geven gezamenlijk uitvoering aan de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen. Het gaat hier om de Wet buitengewoon pensioen 1940–1945, de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940–1945 en de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945.

Daarnaast wordt gezamenlijk uitvoering gegeven aan de Algemene Oorlogsongevallenregeling Indonesië met inbegrip van het besluit van de Luitenant-Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indië van 5 november 1946 (Indisch Staatsblad 1946, 118) (AOR).

De wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR kennen bepalingen die het mogelijk maken om de kosten van voorzieningen geheel of gedeeltelijk te vergoeden. De relatie tussen de bevoegdheden van de PUR en de SVB is geregeld in de Wet uitvoering wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen. Deze wet bepaalt dat de PUR voor de uitvoering van de wetten voor verzetsdeelnemers en oorlogsgetroffenen en de AOR beleidsregels opstelt. De PUR geeft hieraan invulling door jaarlijks met het Besluit Beleidsregels voorzieningen PUR het voorzieningenbeleid vast te stellen. In dit kader werd op 7 februari 2024 het Besluit Beleidsregels PUR 2024 (Stcrt. 16 februari 2024, 4732) genomen. In 2025 is geen Besluit Beleidsregels voorzieningen PUR vastgesteld omdat er geen wijzigingen in 2024 waren doorgevoerd.

De bij dat besluit behorende beleidsregels hebben betrekking op voorzieningen in verband met invaliditeit en/of gezondheidsklachten en zijn gepubliceerd. De PUR heeft sindsdien in het beleid voor een aantal voorzieningen wijzigingen aangebracht. De PUR heeft met inachtneming hiervan het Besluit Beleidsregels voorzieningen PUR 2026 genomen, inhoudende dat de PUR de beleidsregels voor de voorzieningen 2026 heeft vastgesteld.

De bijlage waarnaar in het besluit wordt verwezen, betreft de gebundelde verzameling beleidsregels PUR 2026 die voor een ieder ter inzage ligt bij het vestigingskantoor van de Sociale verzekeringsbank in Leiden. De beleidsregels 2026 kunnen tevens worden ingezien via het internet op www.svb.nl/nl/verzetsdeelnemers-en-oorlogsgetroffenen.

De beleidsregels zijn op de volgende punten gewijzigd:

  • Het onderdeel 5715 (Huurbijdrage) diende aangepast te worden in verband met wijzigingen in de Wet op de huurtoeslag die op 1 januari 2026 van kracht zijn geworden. Bij ‘normering’ is de bepaling komen te vervallen dat de servicekosten voor gemeenschappelijke woonvoorzieningen tot ten hoogste het totaalbedrag van de categorieën a – d genoemd in artikel 5, derde lid van de Wet op de huurtoeslag kunnen worden meegenomen in de berekening van de huurbijdrage. Verder is voor bestaande huurbijdragen die opnieuw moeten worden vastgesteld een overgangsregel vastgesteld die inhoudt dat deze worden gehandhaafd op het oude niveau indien de huurbijdrage bij een nieuwe vaststelling lager uitvalt enkel door het niet meer meenemen van de servicekosten in de berekening.

    Bij het onderdeel ‘Betaling, huurtoeslag’ is de bepaling komen te vervallen dat van een aanvraag voor huurtoeslag (bij de Belastingdienst) kan worden afgezien als de kale huur hoger is dan de maximale huurgrens voor de huurtoeslag;

  • het onderdeel 5015 (Voorliggende voorzieningen) is eveneens vanwege de wijzigingen in de Wet op de huurtoeslag gewijzigd. Bij ‘Huurkosten en huurtoeslag’ is de bepaling vervallen dat van een aanvraag voor huurtoeslag kan worden afgezien als de kale huur hoger is dan de maximale huurgrens voor de huurtoeslag.

  • tot slot heeft een enkele redactionele aanpassing plaatsgevonden.

Naar boven