Besluit van de raad van bestuur van Fonds Podiumkunsten tot wijziging van de Deelregeling internationaliseringssubsidies Fonds Podiumkunsten

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten,

Gelet op artikel 10 lid 4 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid en artikel 2 van het Algemeen reglement Fonds voor Podiumkunsten;

Besluit vast te stellen de volgende wijzigingsregeling:

ARTIKEL I WIJZIGING DEELREGELING INTERNATIONALISERINGSSUBSIDIES FONDS PODIUMKUNSTEN

De Deelregeling internationaliseringssubsidies Fonds Podiumkunsten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1.8. komt te luiden:

Artikel 1.8. Algemene weigeringsgronden

  • 1. Het bestuur weigert, onverminderd het bepaalde in artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, de subsidie:

    • a. als de aanvrager geen rechtspersoon zonder winstoogmerk is;

    • b. als de aanvrager een meerjarige subsidie van Fonds Podiumkunsten ontvangt en de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van het bestuur al door die subsidie ondersteund worden;

    • c. als de aanvraag betrekking heeft op activiteiten waarvoor eerder door het bestuur een subsidie is geweigerd, onder verwijzing naar een advies van een adviescommissie;

    • d. als de aanvraag betrekking heeft op activiteiten waarvoor al eerder op basis van onderhavige of een andere regeling van Fonds Podiumkunsten subsidie is verstrekt;

    • e. als de aanvraag onvoldoende concreet is met betrekking tot de uit te voeren activiteiten;

    • f. als de aanvraag betrekking heeft op een al geheel of gedeeltelijk voltooide activiteit;

    • g. als de aanvraag niet aan het bepaalde in deze regeling voldoet;

    • h. als de aanvraag niet tijdig is ontvangen, tenzij de aanvraag betrekking heeft op een subsidie als bedoeld in artikel 1.2, onder d.

  • 2. Het bestuur kan de subsidie weigeren:

    • a. als de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende organisatie gebruikelijke normen met betrekking tot good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;

    • b. als de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder in elk geval ook vallen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante veranderingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten.

B

Paragraaf 5 komt te luiden:

Paragraaf 5: subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket)

Artikel 5.1. Doel

Het bestuur verstrekt subsidies ter dekking van de reis- en transportkosten die samenhangen met het geven van voorstellingen of concerten buiten Nederland, tussen Europees Nederland en het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden en binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden om bij te dragen aan het opbouwen en bereiken van publiek in het buitenland.

Artikel 5.2. Weigeringsgronden
  • 1. Het bestuur weigert de subsidie:

    • a. als de aanvraag wordt ingediend eerder dan vier maanden vóór de eerste voorstelling of het eerste concert waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b. als de aanvraag wordt ingediend minder dan één maand vóór de eerste voorstelling of het eerste concert waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • c. als de aanvrager al een instellingssubsidie van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangt;

    • d. als de voorstellingen of concerten in het buitenland betrekking hebben op een gastbijdrage van een Nederlandse groep of performer aan een optreden van een buitenlandse organisatie.

  • 2. Het bestuur kan de subsidie weigeren:

    • a. als de aanvrager desgevraagd niet aannemelijk kan maken dat er sprake is van een tekort;

    • b. als voor de groep, performer of het individu waarop de aanvraag betrekking heeft reeds tweemaal eerder in een kalenderjaar een subsidie als bedoeld in deze paragraaf is verstrekt;

    • c. als reeds eerder voor de betreffende activiteit subsidie is aangevraagd in het kader van een van de andere paragrafen van deze regeling;

    • d. als er onvoldoende sprake is van een reeks logisch samenhangende voorstellingen of concerten;

    • e. als er onvoldoende ontwikkeling is ten opzichte van een eerder door het Fonds ondersteunde aanvraag;

    • f. als de reisafstand hemelsbreed minder dan 600 kilometer is en de reis- en transportkosten worden gemaakt middels het reizen per vliegtuig en alternatief vervoer beschikbaar is.

Artikel 5.3. Verdeling budget
  • 1. Een aanvraag komt voor de subsidie in aanmerking wanneer een groep of performer die voorstellingen of concerten wil geven in het buitenland in een periode van 18 maanden voorafgaand aan indiening van de aanvraag minimaal 10 voorstellingen of concerten heeft gegeven op verschillende podia of festivals in Nederland die in de disciplines of genres waarbinnen zij opereren een relevante programmering verzorgen.

  • 2. Subsidieaanvragen worden behandeld op volgorde van ontvangst. Als datum van ontvangst geldt de datum en het tijdstip waarop de aanvraag volledig is, met dien verstande dat de dag waarop de aanvraag is aangevuld nadat het bestuur de aanvrager in de gelegenheid heeft gesteld de aanvraag te completeren, geldt als datum van ontvangst.

  • 3. Voor een groep of performer die gevestigd is in het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden kan worden afgeweken van hetgeen is bepaald in lid 1.

Artikel 5.4. Aanvrager
  • 1. Subsidie voor het geven van voorstellingen of concerten kan worden aangevraagd door een groep of performer die voorstellingen of concerten wil geven in het buitenland.

  • 2. Subsidie kan eveneens worden aangevraagd door een organisatie die op grond van de statuten en aantoonbaar blijkens de feitelijke activiteiten kan worden aangemerkt als vertegenwoordiger van een groep of performer als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 5.5. Vereisten

Subsidie voor het geven van voorstellingen of concerten kan worden verstrekt als er sprake is van een serie van minimaal 3 voorstellingen of concerten die:

  • a. aaneengesloten plaatsvinden;

  • b. zijn bevestigd door de betreffende buitenlandse podia of festivals; en

  • c. plaatsvinden op podia of festivals die, naar het oordeel van het bestuur, een relevante programmering verzorgen gezien de context waarbinnen zij functioneren.

Artikel 5.6. Hoogte subsidie

Een subsidie voor het geven van voorstellingen of concerten bedraagt nooit meer dan het totaal van de redelijkerwijs noodzakelijke reis- en transportkosten voor de voor subsidie in aanmerking komende voorstellingen of concerten met een maximum van € 6.000 voor voorstellingen of concerten binnen Europa of binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden en € 10.000 voor voorstellingen of concerten buiten Europa of buiten het Caribisch deel van het Koninkrijk der Nederlanden.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2026.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

Het bestuur van het Nederlands Fonds voor Podiumkunsten, namens deze, V. van Hulst, directeur-bestuurder

Vastgesteld in de vergadering van de Raad van Bestuur d.d. 18 mei 2026

TOELICHTING OP WIJZIGING VAN DE DEELREGELING INTERNATIONALISERINGSSUBSIDIES FONDS PODIUMKUNSTEN

1. Inleiding

Deze wijzigingsregeling wijzigt de Deelregeling internationaliseringssubsidies Fonds Podiumkunsten (hierna: de Regeling). Het betreft grotendeels wijzigingen die samenhangen met een nieuwe regeling op grond waarvan het bestuur van Fonds Podiumkunsten (hierna: het bestuur) subsidie kan verstrekken ter dekking van kosten die direct samenhangen met een kortdurend verblijf in het buitenland. Het betreft de Deelregeling Internationale Werkreis voor Individuen Fonds Podiumkunsten. Op grond van deze nieuwe regeling kan het bestuur ook een subsidie verstrekken voor het bijwonen van uitvoeringen van eigen werk. Voorheen was dit op grond van de Regeling mogelijk als onderdeel van de subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket). Met deze wijzigingsregeling wordt geregeld dat het bestuur deze subsidie alleen nog kan verstrekken ter dekking van de reis- en transportkosten die samenhangen met het geven van voorstellingen of concerten in het buitenland. Daarnaast worden ook enkele meer technische wijzigingen doorgevoerd die leiden tot een meer uniforme en consistente toepassing van subsidie-weigeringsgronden.

2. Doel

De volgende inhoudelijke wijzigingen vinden plaats ter wijziging van de Regeling. Per wijziging is hieronder uitgelegd wat het beoogde doel is van de wijziging.

Onderdeel A

Met de wijziging van artikel 1.8 van de Regeling worden de bestaande weigeringsgronden grotendeels omgezet van kan‑bepalingen naar imperatieve bepalingen. Dit betekent dat het bestuur, wanneer zich een weigeringsgrond voordoet, verplicht is de aanvraag af te wijzen. Er bestaat in die gevallen geen beoordelingsruimte meer om, ondanks het aanwezig zijn van een weigeringsgrond, toch tot een eventuele subsidieverlening over te gaan. Hiermee wordt de Regeling verduidelijkt en wordt een uniforme en consistente toepassing van de weigeringsgronden geborgd.

Het artikel bevat in lid twee, nog twee discretionaire weigeringsgronden. Dit betreft situaties waarin het bestuur de subsidie kan weigeren:

  • a. wanneer de aanvrager niet voldoet aan de voor de betreffende organisatie gebruikelijke normen van good governance op het terrein van goed bestuur, adequaat toezicht en transparante verantwoording;

  • b. wanneer de aanvrager in de voorgaande twee jaar niet heeft voldaan aan een of meer aan een subsidie verbonden voorwaarden of verplichtingen, waaronder mede worden begrepen het juist en tijdig afronden van de gesubsidieerde activiteiten, het tijdig melden van relevante wijzigingen in de uitvoering en het juist en tijdig verantwoorden van de activiteiten.

Deze twee bepalingen blijven als kan‑bepaling gehandhaafd, omdat zij een bestuurlijke afweging vergen die niet in alle gevallen op een uniforme wijze dwingend kan worden uitgelegd.

Onderdeel B

Met de vervanging van paragraaf 5 van de Regeling wordt geregeld dat het bestuur de subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket) enkel nog kan verstrekken ter dekking van de reis- en transportkosten die samenhangen met het geven van voorstellingen of concerten in het buitenland.

Daarnaast zijn de bepalingen in deze paragraaf op een meer logische en overzichtelijke wijze geordend. Zo zijn bepalingen die feitelijk een grondslag vormen om een subsidieaanvraag voor deze subsidie te weigeren, samengebracht in één artikel. Hierdoor is de structuur verduidelijkt en wordt de toegankelijkheid van de Regeling vergroot.

Ook is verduidelijkt dat de subsidie reiskosten buitenlandse voorstellingen of concerten (via snelloket) niet bedoeld is voor gastbijdragen aan optredens met andere, buitenlandse, groepen of performers. In die gevallen liggen de artistieke regie en het ondernemerschap niet (hoofdzakelijk) bij de Nederlandse groep of performer. Ter verduidelijk daarvan is een weigeringsgrond toegevoegd op grond waarvan een aanvraag wordt geweigerd wanneer de voorstellingen of concerten in het buitenland betrekking hebben op een gastbijdrage van een Nederlandse groep of performer aan een optreden van een buitenlandse organisatie.

Tevens is verduidelijkt wanneer een aanvraag voor deze subsidie in aanmerking komt. Bij het minimum van 10 gegeven voorstellingen of concerten in een periode van 18 maanden voorafgaand aan indiening van de aanvraag, moet het gaan om voorstellingen of concerten op verschillende podia of festivals in Nederland die in de disciplines of genres waarbinnen zij opereren een relevante programmering verzorgen. Deze zogenaamde 10-in-18-eis toets kan namelijk worden gezien als een indirecte toets op de professionaliteit: als een gezelschap, ensemble et cetera met een zekere regelmaat optreedt op een voor het betreffende genre interessant podium, dan gaat het bestuur ervan uit dat in het kader van de Regeling de professionaliteit van de activiteiten niet meer afzonderlijk door het bestuur getoetst hoeft te worden. Die blijkt immers uit het feit dat de groep in die professionele context door anderen (programmeurs) wordt geprogrammeerd. Voorts wordt op deze wijze getoetst of de aanvrager ook werkelijk actief is in de Nederlandse podiumkunstenpraktijk. Meerdere voorstellingen of concerten op hetzelfde podium of festival verhoudt zich niet met de aard en bedoeling van de 10-in-18-eis, die juist beoogt te toetsen of een groep of maker binnen het veld bredere erkenning geniet en op meerdere relevante podia of festivals wordt geprogrammeerd. Het steeds opnieuw spelen op hetzelfde podium weerspiegelt dat niet en bevestigt evenmin dat er sprake is van de kwaliteitstoets door verschillende programmeurs binnen de sector.

3. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van 1 juni 2026. Daarnaast zal de Toelichting Deelregeling internationaliseringssubsidies Fonds Podiumkunsten (hierna: de Toelichting) overeenkomstig de voornoemde wijziging worden geactualiseerd. De gewijzigde Toelichting zal op de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze wijzigingsregeling wordt geplaatst, beschikbaar zijn op de website van Fonds Podiumkunsten.

Naar boven