Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 19 mei 2026, nr. 2026-0000027901, tot wijziging van de Regeling kinderbijslagvoorziening BES tot uitvoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES en intrekking van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024 [KetenID WGK015077]

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op artikel 5a, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES, artikel 1a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES en artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I. WIJZIGING REGELING KINDERBIJSLAGVOORZIENING BES

De Regeling kinderbijslagvoorziening BES wordt als volgt gewijzigd:

A.

Artikel 1 komt te luiden:

Artikel 1. Algemene begrippen

In deze regeling wordt verstaan onder:

advies:

op medische gegevens gebaseerd advies als bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet;

adviseur:

adviseur als bedoeld in artikel 2a;

intensieve zorg:

intensieve zorg als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES;

minister:

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

tijdelijke regelingen:

Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES en Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024;

wet:

Wet kinderbijslagvoorziening BES.

B.

Na hoofdstuk 2 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 2A. DUBBELE KINDERBIJSLAG BIJ INTENSIEVE ZORG

Artikel 2a. Aanwijzing adviseur intensieve zorg

Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, wint de Minister een op medische gegevens gebaseerd advies in bij:

  • a. Fundashon Sentro Akseso Boneiru voor aanvragen die zien op ingezetenen van Bonaire;

  • b. Openbaar Lichaam Sint Eustatius voor aanvragen die zien op ingezetenen van Sint Eustatius;

  • c. Openbaar Lichaam Saba voor aanvragen die zien op ingezetenen van Saba.

Artikel 2b. Vaststelling intensieve zorg
  • 1. De Minister kan vaststellen dat er sprake is van intensieve zorg, indien het advies positief luidt.

  • 2. Het advies luidt positief indien het kind blijkens de beoordeling van de adviseur intensieve zorg nodig heeft.

Artikel 2c. Beoordeling intensieve zorg
  • 1. De beoordeling, bedoeld in artikel 2b, tweede lid, komt tot stand aan de hand van de volgende onderwerpen:

    • a. lichaamshygiëne;

    • b. zindelijkheid;

    • c. eten en drinken;

    • d. mobiliteit;

    • e. medische verzorging;

    • f. gedrag;

    • g. communicatie;

    • h. alleen thuis zijn;

    • i. begeleiding buitenshuis;

    • j. bezig houden, handreikingen.

  • 2. Indien de adviseur oordeelt dat er sprake is van een zware zorgbehoefte op een onderwerp, kent de adviseur op dit onderwerp een punt toe.

  • 3. Het kind behoeft intensieve zorg, indien:

    • a. het 3-5 jaar is en de adviseur minimaal 5 punten toekent;

    • b. het 6-9 jaar is en de adviseur minimaal 4 punten toekent;

    • c. het 10-17 jaar is en de adviseur minimaal 3 punten toekent.

  • 4. In aanvulling op het derde lid kan de adviseur oordelen dat het kind intensieve zorg behoeft indien de adviseur een punt toekent op het onderwerp medische verzorging of gedrag, bedoeld in het eerste lid, onder e of f, en er daardoor sprake is van de noodzaak tot permanent toezicht van de ouders.

Artikel 2d. Betrokkenheid controlerend geneeskundige

In het kader van bezwaar of beroep kan de Minister advies vragen van een controlerend geneeskundige als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wet ziekteverzekering BES.

C.

Na hoofdstuk 3 wordt een hoofdstuk ingevoegd, luidende:

HOOFDSTUK 3A. OVERGANGSRECHT DUBBELE KINDERBIJSLAG BIJ INTENSIEVE ZORG

Artikel 10a. Gelijkstelling advies tijdelijke regelingen
  • 1. Indien een ingezetene op basis van een van de tijdelijke regelingen een tegemoetkoming heeft ontvangen, wordt dit voor de vaststelling van het recht op dubbele kinderbijslag gelijkgesteld aan een positief advies, als bedoeld in artikel 2b, eerste lid.

  • 2. Indien er sprake is van een gelijkstelling kan de Minister de verdubbeling van het kinderbijslagbedrag BES, bedoeld in artikel 5a, ambtshalve toekennen.

  • 3. De gelijkstelling vervalt op 1 april 2027, tenzij op basis van de gegevens die zijn verzameld voor de beoordeling van de zorgbehoefte van het kind voor een tegemoetkoming op basis van een van de tijdelijke regelingen vastgesteld wordt dat er geen sprake is van herstelperspectief. In dat geval blijft de gelijkstelling voor de betrokkene van kracht tot het kind de leeftijd van 18 jaar bereikt.

  • 4. Er is sprake van herstelperspectief wanneer het aannemelijk is dat de zorgbehoefte voor het achttiende jaar in zulke mate kan veranderen dat er geen sprake meer zal zijn van intensieve zorg.

Artikel 10b. Opvragen gegevens herstelperspectief
  • 1. Om vast te stellen of er sprake is van herstelperspectief als bedoeld in artikel 10a, vierde lid, en of een betrokkene moet worden opgeroepen voor een herbeoordeling van de zorgbehoefte van het kind, verzoekt de Minister de adviseurs om dit te beoordelen op basis van de gegevens die zijn verzameld voor de beoordeling van de zorgbehoefte van het kind voor een tegemoetkoming op basis van een van de tijdelijke regelingen. Dit verzoek ziet op betrokkenen die:

    • a. een tegemoetkoming hebben ontvangen op basis van een van de tijdelijke regelingen; en

    • b. op 1 juli 2026 recht hebben op kinderbijslag BES.

  • 2. Voorafgaand aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, maakt de Minister het voornemen tot het verzoek tot deze beoordeling bekend aan de betrokkenen.

  • 3. Indien een betrokkene bezwaar maakt tegen het verzoek voor deze beoordeling en het opvragen van deze gegevens, vraagt de Minister de adviseur de beoordeling voor die betrokkene niet plaats te laten vinden.

  • 4. Op basis van verzoek, bedoeld in eerste lid, meldt de adviseur aan de Minister of het herstelperspectief op basis van de beschikbare gegevens beoordeeld kan worden, en zo ja:

    • a. of er sprake is van herstelperspectief;

    • b. of er op basis van de beschikbare gegevens een nieuw, positief advies gegeven kan worden en zo ja, wat dat is.

Artikel 10c. Oproepen betrokkene bij herstelperspectief
  • 1. De Minister roept ingezetenen die een tegemoetkoming hebben ontvangen op basis van de tijdelijke regelingen op voor een herbeoordeling van de zorgbehoefte van het kind, tenzij:

    • a. er geen recht meer is op kinderbijslag BES;

    • b. de Minister heeft vastgesteld dat er geen sprake is van herstelperspectief; of

    • c. de adviseur een nieuw advies heeft afgegeven op basis van de beschikbare gegevens.

  • 2. De Minister draagt er zorg voor dat herbeoordeling plaats kan vinden op een redelijke termijn voor de datum waarop de gelijkstelling vervalt, genoemd in artikel 10a, derde lid.

Artikel 10d. Tegemoetkoming
  • 1. Indien een ingezetene in de periode van 1 juli 2026 tot en met 1 januari 2027 een aanvraag indient voor verdubbeling van het kinderbijslagbedrag als bedoeld in artikel 5a van de wet, dan heeft deze recht op een tegemoetkoming, indien:

    • a. recht op verdubbeling van het kinderbijslagbedrag wordt vastgesteld; en

    • b. de ingezetene voor het kind recht had op kinderbijslag BES voor minimaal een van de maanden van januari 2026 tot en met juni 2026; en

    • c. de ingezetene geen tegemoetkoming heeft ontvangen op basis van de tijdelijke regelingen naar aanleiding van een aanvraag voor het tijdvak in 2025.

  • 2. De tegemoetkoming bedraagt USD 339 per maand gelegen in de periode van januari 2026 tot en met juni 2026 waarover de ingezetene recht had op kinderbijslag BES.

  • 3. De Minister stelt het recht op de tegemoetkoming ambtshalve vast, en maakt het besluit bekend, samen met het besluit om het recht op verdubbeling van het kinderbijslagbedrag toe te kennen.

  • 4. De beschikking vermeldt in ieder geval:

    • a. de dagtekening van de beslissing;

    • b. de gronden waarop deze berust;

    • c. de naam van de rechthebbende;

    • d. de naam en geboortedatum van het betrokken kind;

    • e. de hoogte van de tegemoetkoming.

Artikel 10e. Horizonbepaling
  • 1. Dit hoofdstuk en de begripsbepaling van ‘tijdelijke regelingen’ in artikel 1 vervallen met ingang van 1 januari 2028.

  • 2. In afwijking van het eerste lid blijven dit hoofdstuk en de begripsbepaling tijdelijke regelingen van toepassing op:

    • a. een gelijkstelling, bedoeld in artikel 10a, derde lid, die van kracht blijft tot het kind de leeftijd van 18 jaren heeft bereikt; en

    • b. de afwikkeling van tegemoetkomingen verleend op grond van artikel 10d.

ARTIKEL II. INTREKKING TIJDELIJKE REGELING

  • 1. De Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024 wordt ingetrokken.

  • 2. In afwijking van het eerste lid blijft de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024 van toepassing op de afwikkeling van tegemoetkomingen die op grond van die regeling verleend zijn.

ARTIKEL III. INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Aanleiding

In Europees Nederland komen ouders van thuiswonende kinderen met een intensieve zorgbehoefte in aanmerking voor een verdubbeling van de kinderbijslag. Deze ouders maken vanwege de zorg die het kind nodig heeft extra kosten. Het gaat daarbij specifiek om kinderen in de leeftijd van 3 tot 18 jaar. Hierbij wordt verondersteld dat kinderen uit de leeftijdscategorie van 0 tot 3 jaar in algemene zin al intensieve zorg en begeleiding van ouders nodig hebben.

Een verdubbeling van de kinderbijslag wegens intensieve zorg ontbrak tot op heden op Caribisch Nederland. Ouders met zorgbehoevende kinderen op Caribisch Nederland hebben echter ook extra zorgtaken en kosten. Vanuit Caribisch Nederland en vervolgens vanuit de Tweede Kamer is daarom gevraagd om te verkennen of de dubbele kinderbijslag in Caribisch Nederland ingevoerd kan worden. Uit de verkenning is gebleken dat het wenselijk is om deze ook in Caribisch Nederland in te voeren.

Het opstellen van wetgeving kost echter tijd. Daarom zijn er vanaf 2022 jaarlijks tegemoetkomingen geweest voor ouders van kinderen met een intensieve zorgbehoefte.1 Ouders ontvingen op grond van deze tijdelijke regelingen één vast bedrag per jaar. Met de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024 en de inwerkingtreding van het Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES in verband met de invoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES is nu per 1 juli 2026 ook voorzien in een grondslag voor een verdubbeling van de kinderbijslagvoorziening BES.

2. Hoofdlijnen van het voorstel

Het uitgangspunt van de tijdelijke tegemoetkomingen was om zo goed mogelijk aan te sluiten op de structurele regeling van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg (DKIZ BES). Zo kent de tijdelijke regeling dezelfde adviseurs, hetzelfde beoordelingskader en bepalingen die de privacy waarborgen voor de overgang naar de structurele regeling DKIZ BES. Deze regeling wijst voor de invoering van de DKIZ BES de adviseurs aan, werkt uit hoe er met ouders en verzorgers gecommuniceerd wordt en hoe de intensieve zorgbehoefte wordt vastgesteld.

2.1 Partijen en verantwoordelijkheid

De unit SZW van de Rijksdienst Caribisch Nederland (hierna: RCN-unit SZW) keert namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de Minister) uitkeringen in de sociale zekerheid uit aan rechthebbenden in Caribisch Nederland, waaronder de kinderbijslag. De RCN-unit SZW neemt ook de aanvraag en uitbetaling van de DKIZ op zich. De RCN-unit SZW beschikt echter niet over de (medische) expertise om vast te stellen of er sprake is van intensieve zorg. Om die reden is het beoordelen van de zorgbehoefte van het kind elders belegd.

Met deze regeling wijst de Minister de adviseurs aan. Voor Bonaire is dat Fundashon Sentro Akseso Boneiru (hierna: Akseso). Voor de bovenwindse eilanden zijn dat de openbare lichamen. Er is voor deze partijen gekozen omdat zij op Caribisch Nederland al een belangrijke rol hebben op het gebied van zorg en maatschappelijke ondersteuning van ouders. Zij waren ook de adviseurs voor de beoordeling van de zorgbehoefte voor de tijdelijke tegemoetkomingen.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is daarbij verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van de adviseurs, de training van beoordelaars en de kwaliteit van de adviezen.

Op Bonaire draagt Akseso zorg voor de vaststelling van de aandoening en het vaststellen van de intensieve zorgbehoefte, zo nodig in het multidisciplinaire overleg (MDO). Op de bovenwindse eilanden van Caribisch Nederland, Saba en Sint Eustatius, wordt de rol die Akseso op Bonaire heeft, vervuld door de onderdelen Public Health van de openbare lichamen. Ook Public Health werkt hierbij samen met een multidisciplinair medisch team om te beoordelen of er sprake is van intensieve zorg.

Als het advies negatief is, nodigt de adviseur de ouders of verzorgers uit voor een gesprek. Mocht de ouder of verzorger bezwaar willen instellen tegen de afwijzing van de aanvraag, omwille van het negatieve advies, dan deelt de adviseur op verzoek zijn advies en de onderliggende medische gegevens uitsluitend met de controlerend geneesheer van de RCN-unit SZW. Deze kan optreden als arts in bezwaar. Het advies dat de controlerend geneesheer opstelt ten behoeve van het besluit op bezwaar is eveneens beperkt tot een oordeel over de aanspraak op DKIZ BES en zo nodig of er sprake is van een hersteltermijn.

2.2 Beoordeling intensieve zorg

Het Centrum Indicatiestelling Zorg (hierna: CIZ) beoordeelt in Europees Nederland in het kader van de kinderbijslag (AKW) of er sprake is van intensieve zorg. Intensieve zorg blijkt ofwel uit een (bestaande) indicatie volgens de Wet langdurige zorg (Wlz) van het kind, ofwel uit een nieuwe beoordeling van het CIZ aan de hand van het beoordelingskader. In Caribisch Nederland is de Wlz niet van toepassing en vindt de beoordeling van intensieve zorg altijd plaats aan de hand van een beoordelingskader. De adviseurs beoordelen de zorgbehoefte aan de hand van het beoordelingskader van het CIZ. Met de uitvoering van de tijdelijke tegemoetkoming is hier ervaring mee opgedaan.

De beoordeling bestaat uit twee stappen: er moet een objectieve medische diagnose zijn voor het kind én de verzorging van het kind moet voor ouders ernstig verzwaard zijn in vergelijking met de verzorging van gezonde kinderen. Om dit te bepalen vullen ouders een vragenlijst in, zodat kan worden vastgesteld of er sprake is van intensieve zorg. Akseso helpt ouders op Bonaire, indien gewenst, bij het invullen van de vragenlijst en het indienen van de aanvraag bij RCN-unit SZW. Als er een negatief advies is over de intensieve zorg, geeft de jeugdarts van Akseso een mondelinge toelichting aan de ouders. De onderdelen Public Health van de openbare lichamen Saba en Sint Eustatius vervullen voor die eilanden een vergelijkbare rol.

Bij de beoordeling van intensieve zorg weegt ook de leeftijd van het kind mee. Voor oudere kinderen is er een lagere score nodig om een zorgintensieve situatie vast te stellen. Dit omdat gezonde kinderen steeds zelfstandiger worden naarmate ze ouder worden en minder zorg vragen van de ouders. De vragenlijst wordt zo nodig bij de beoordeling geobjectiveerd bij leden van het multidisciplinair team van zorgverleners. Een ander aandachtspunt bij de beoordeling is of er sprake is van herstelperspectief. Wegens de jonge leeftijd van de doelgroep, die zich mogelijk nog volop kan ontwikkelen, zijn er aandoeningen met een (volledig) herstelperspectief. Maar er zijn ook aandoeningen waarbij er helaas geen kans op herstel is.

Bij de beoordeling wordt vastgesteld of er wel of geen sprake is van herstelperspectief. Als er sprake is van enig herstelperspectief, moet er voor het recht op DKIZ BES een nieuwe beoordeling plaatsvinden om vast te stellen voor hoe lang de intensieve zorg vaststaat. Waarna, net als voor de systematiek van Europees Nederland, opnieuw een beoordeling van intensieve zorg zal plaatsvinden.

Met het vaststellen van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024 is bepaald dat een score op de categorie gedrag automatisch tot een positief advies leidt. Uit onderzoek van het CIZ blijkt dat kinderen die scoren op gedrag al een zeer zware zorgbehoefte hebben. Bijna alle kinderen die op de categorie gedrag scoren, voldoen bij het beoordelen van andere categorieën aan het aantal punten om tot een positief advies te komen. De lasten voor ouders en adviseurs worden verlicht door het direct tot een positief advies te laten leiden. Andere categorieën hoeven dan niet meer beoordeeld te worden. De categorie medische verzorging deed dit al voor kinderen met een fysieke aandoening. De categorie gedrag vervult dezelfde rol voor kinderen met een psychische aandoening.

2.3 Beslissing en uitbetaling DKIZ BES

Op basis van het ontvangen advies over de zorgbehoefte neemt de RCN-unit SZW namens de Minister een besluit en stuurt de ouders een beschikking. De afhandeltermijn voor een aanvraag is maximaal acht weken. Vervolgens betaalt de RCN-unit SZW maandelijks de dubbele kinderbijslag uit.

2.4 Overgangsrecht van tijdelijke naar structurele regeling

In de vormgeving van de overgang van de tijdelijke regelingen naar de structurele regeling is van een aantal uitganspunten uitgegaan: (1) ouders en verzorgers moeten zo min mogelijk belast worden, (2) de werklast voor de adviseurs en de RCN-unit SZW moet haalbaar zijn, (3) er moet rekenschap gegeven worden van rechtsgelijkheid en (4) er moet sprake zijn van overgangsrecht voor het geval dat de aanspraak op DKIZ BES na herbeoordeling verloren gaat.

Doenvermogen en regeldruk

Om aan al deze aspecten recht te doen is er gekozen voor een overgangsperiode van negen maanden waarin alle ouders die de tijdelijke DKIZ BES ontvingen hun aanspraak behouden, ongeacht de uitkomt van de herbeoordeling.

Op deze manier komen alle ouders en verzorgers terecht in de nieuwe systematiek van de maandelijkse uitbetaling zonder dat dit iets van hun doenvermogen eist. Omdat informatie over het herstelperspectief pas na inwerkingtreding van de regeling opgevraagd kan worden, geeft deze overgangstermijn de adviseurs en uitvoerder voldoende tijd om met de nieuwe werkwijze vertrouwd te raken en collegiale trainingen te volgen onder leiding van het CIZ om de kwaliteit en uniformiteit te waarborgen. Ook is hierdoor voldoende tijd om de herbeoordelingen zorgvuldig en tijdig af te handelen.

Rechtsgelijkheid

De termijn van negen maanden overgangsrecht waarborgt ook de rechtsgelijkheid van de verschillende belanghebbenden. Het overgrote deel van de belanghebbenden woont op Bonaire. De herbeoordeling van kinderen op Bonaire vergt hierdoor veel meer tijd dan op Saba en Sint Eustatius. Zonder een langere periode van overgangsrecht verliezen de ouders en verzorgers op Saba en Sint Eustatius veel sneller hun aanspraak op DKIZ BES bij een negatief oordeel met betrekking tot het herstelperspectief. Dit verschil is niet te rechtvaardigen.

Vertrouwensbeginsel

Er is een kans dat ouders en verzorgers hun aanspraak op de DKIZ BES verliezen als na herbeoordeling blijkt dat de zorgbehoefte van het kind niet meer voldoet aan de criteria die daarvoor gesteld worden, ook als zij enkele malen een tegemoetkoming hebben gekregen op basis van een van de tijdelijke regelingen. Bij een negatief oordeel verliezen deze ouders de aanspraak op dubbele kinderbijslag. Dat is een fors inkomensverlies. Regels met betrekking tot het verliezen of wijzigen van de aanspraak op sociale voorzieningen vergen dat belanghebbenden de tijd wordt geboden om te anticiperen op dat inkomensverlies. Doordat een ouder of verzorger pas na een aantal maanden na inwerkingtreding zekerheid heeft of de aanspraak op DKIZ BES gecontinueerd wordt, zorgt een overgangsperiode van negen maanden voor voldoende tijd om te anticiperen op eventueel inkomensverlies.

2.5. Bereik doelgroep

Het is van belang dat ouders tijdig op de hoogte zijn van de overgang naar de structurele regeling, de herbeoordelingen en mogelijk inkomensverlies. Ouders die de eenmalige DKIZ BES bijdrage hebben ontvangen op grond van een tijdelijke regeling krijgen tijdig een brief waarmee ze geïnformeerd worden over hun rechten en de herbeoordeling bij de overgang naar de structurele regeling. Daarnaast wordt de nieuwe regeling onder de aandacht gebracht via verschillende kanalen. Zo worden hulpverleners (zoals jeugdgezondheidszorg en huisartsen) geïnformeerd via de adviseur en middels een nieuwsbrief, zodat zij ouders kunnen attenderen op de regeling. Verder zal er een persbericht uitgaan en is er aandacht rond het openstellen van de regeling op sociale media, website(s) en interviews op radio. Alle communicatie-uitingen worden vertaald in het Papiaments en Engels.

3. Verhouding nationale regelgeving en hoger recht

3.1. Mensenrechten

Voor de uitvoering van deze regeling worden (bijzondere) persoonsgegevens uitgewisseld tussen (medisch) behandelaren, de rechtspersonen die het medisch advies coördineren en de RCN-unit SZW. Hierbij is het recht op bescherming van de privacy van de betrokken ouders en hun kinderen aan de orde, zoals neergelegd in artikel 10 van de Grondwet, artikel 17 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Wet bescherming persoonsgegevens BES. In de nota van toelichting van het Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES in verband met de invoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES is de toets aan deze grondrechten beschreven. Dezelfde beoordeling geldt voor deze regeling.

3.2 Wet bescherming persoonsgegevens BES

Ten behoeve van de uitvoering van deze regeling worden door de RCN-unit SZW en de adviseurs (gezondheids-)gegevens verwerkt. Het gaat om gegevens van kinderen ten aanzien van wie ouders een aanvraag doen voor dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg, en van kinderen waarvoor een tegemoetkoming is verstrekt op grond van de tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg.

Omdat de verwerking van de gegevens, gelet op de achtergrond van de regeling, per definitie informatie geeft over de gezondheidstoestand van het kind, moeten de gegevens worden aangemerkt als gezondheidsgegevens in de zin van artikel 16 van de Wet bescherming persoonsgegevens BES (hierna: Wbp BES). Op grond van artikel 21, eerste lid, onderdeel f, van de Wbp BES mogen deze gegevens verwerkt worden ten behoeve van de uitvoering van aanspraken die voortvloeien uit de gezondheidstoestand van de betrokkene. In deze regeling is die verwerking nader geconcretiseerd in artikel 2c, beoordeling intensieve zorg. De medische gegevens worden verwerkt ten behoeve van het afgeven van een advies over de vraag of sprake is van intensieve zorg zoals bedoeld in artikel 2 tweede lid.

De RCN-unit SZW is verwerkingsverantwoordelijke en in die hoedanigheid ook verantwoordelijk voor de samenwerkingsafspraken en afspraken over de gegevensuitwisseling met de adviseurs. Hoewel de adviseurs niet onder het gezag vallen van de RCN-unit SZW, bepaalt de RCN-unit SZW het doel en de middelen waarmee gegevens worden bewerkt. In het kader van de DKIZ BES worden de adviseurs daarom als bewerkers aangemerkt, conform artikel 1, tweede lid, onder e, van de Wet bescherming Persoonsgegevens BES (hierna: Wbp BES).

De RCN-unit SZW stelt een aanvraagformulier beschikbaar dat de ouders bij de adviseur indienen. Met dat formulier geeft de ouder diens NAW-gegevens door alsook telefoonnummer, e-mailadres en ID-nummer (sédula-nummer). Van het kind worden voornaam, achternaam en geboortedatum ingevuld. Na melding bij de adviseur stuurt deze binnen twee werkdagen het aanvraagformulier digitaal aan de RCN-unit SZW. De adviseur ondersteunt de ouder bij de verdere procedure om de zorgbehoefte vast te stellen.

Het advies dat naar de RCN-unit SZW wordt verzonden voldoet aan het beginsel van dataminimalisatie: het omvat niet meer dan de mededeling of er sprake is van intensieve zorgbehoefte (ja/nee), of er sprake is van een hersteltermijn (ja/nee) en voor hoelang de intensive zorg vast staat. Met deze werkwijze is beoogd de (noodzakelijke) inbreuk op de privacy te minimaliseren. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat informatie met betrekking tot de zorgbehoefte van een persoon op zichzelf al aangemerkt moet worden als persoonsgegeven over iemands gezondheid, als bedoeld in artikel 16 Wbp BES. De verwerking daarvan is echter onvermijdelijk.

Om de verwerking van (bijzondere) persoonsgegevens zoveel mogelijk te beperken verzamelt de RCN-unit SZW dus zelf zo min mogelijk (gezondheids)gegevens. De adviseur heeft contact met de ouders en ontvangt de (medische) informatie die voor het advies noodzakelijk is. Zo nodig kunnen de ouders de adviseur machtigen om informatie bij derden in te winnen. Deze informatie wordt niet met de RCN-unit SZW gedeeld.

Voor wetenschappelijk onderzoek of de evaluatie van de regeling kunnen er (geanonimiseerde) gegevens worden uitgewisseld tussen de adviseur en de RCN-unit SZW, en eventueel ook met onderzoekers. Deze gegevens zijn onder andere van waarde voor de voorbereiding en doorontwikkeling van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg voor Caribisch Nederland. De grondslag voor deze verwerking is gelegen in de artikelen 9, derde lid, 21, vierde lid, en 23, tweede lid Wbp BES.

3.3 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG)

De activiteiten voor deze regeling vinden volledig plaats in Caribisch Nederland. Er vindt geen uitwisseling plaats van persoonsgegevens met het Europese deel van Nederland, hoewel de RCN-unit SZW formeel namens de Minister van SZW handelt. Op grond van artikel 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie – dat gaat over het territoriale toepassingsgebied van het EU-recht – de EU-rechtspraak en de relevante juridische literatuur kan de vraag gesteld worden of de AVG van toepassing is op de uitvoering van de DKIZ BES. Ongeacht het antwoord op die vraag is er echter voor gekozen om materieel uit te gaan van het (hogere) beschermingsniveau van de AVG, en is er onder meer met een DPIA (Data Protection Impact Assesment) 1 voor gezorgd dat de verwerking van persoonsgegevens door de Minister (in de praktijk de RCN-unit SZW) conform de AVG plaatsvindt.

4. Financiële gevolgen

In de Wijzigingswet SZW-wetten BES 20242 is reeds een grondslag opgenomen voor verdubbeling van het maandelijkse bedrag van de kinderbijslag BES indien er sprake is van intensieve zorg. De budgettaire effecten van de invoering van dubbele kinderbijslag intensieve zorg zijn reeds opgenomen in dit wetsvoorstel. Het gaat om structureel circa € 150.000 hogere uitgaven aan de kinderbijslagvoorziening BES en € 100.000 per jaar aan hogere uitvoeringskosten. Deze ministeriële regeling werkt de dubbele kinderbijslag intensieve zorg nader uit. Er volgen daarom geen extra kosten uit deze regeling.

5. Regeldruk

De DKIZ BES volgt op de verstrekking van een tegemoetkoming op grond van een tijdelijke regeling voor de intensieve zorgbehoeften.

Er zijn geen cijfers beschikbaar over het aantal ouders dat jaarlijks een aanvraag gaat doen. Om de regeldruk te berekenen wordt aangenomen dat er ieder jaar tien ouders zijn die een aanvraag doen. Voor de beoordeling van de intensieve zorgbehoefte ondersteunt de adviseur de ouders bij de aanvraag en moeten ouders mogelijk ook extra informatie verstrekken over het kind.

Met behulp van het Handboek Meting Regeldrukkosten van het Adviescollege Toetsing Regeldruk is de regeldruk voor ouders op tweeënhalf uur geschat:

Kennisnemen van de verplichting (matig)

5 minuten

 

Verkrijgen deskundig advies (complex)

105 minuten

 

Verzamelen van informatie

15 minuten

 

Formulieren invullen

5 minuten

 

Correspondentie, administratie

15 minuten

 

Totaal

145 minuten

 

Bij een uurtarief voor burgers van € 17 komt de structurele regeldruk uit op € 425 per jaar (€ 17 * 2,5 * 10).

6. Ontvangen commentaren

Deze regeling is tot stand gekomen in nauwe samenwerking met de RCN-unit SZW als uitvoerder van de DKIZ BES. Daarnaast zijn de concepten van de wijziging van het uitvoeringsbesluit en de regeling kinderbijslagvoorziening BES voorgelegd aan de bestuurscolleges van Bonaire, Saba en Sint Eustatius.

6.1 Uitvoeringstoets RCN-unit SZW

De RCN-unit SZW heeft in september 2024 een uitvoeringstoets gedaan. Daarbij is geconcludeerd dat de beoogde inwerkingtreding op 1 juli 2025 niet haalbaar was. Zowel het ministerie als de RCN-unit SZW hadden meer voorbereidingstijd nodig om alle aanpassingen door te voeren. De RCN-unit heeft aangegeven dat 1 juli 2026 wel haalbaar is.

In de uitvoeringstoets vraagt de SZW-unit SZW aandacht voor de aanwijzing van de adviseurs, de financieringsstructuur van de adviezen (kostprijsmodel), de waarborging van de kwaliteit en kenbaarheid van de adviezen als ook de continuïteit daarvan. De uitvoeringstoets gaf aanleiding om de conceptregeling te wijzigen. Dit gebeurde in nauw overleg met de RCN-unit SZW.

6.2 Adviezen bestuurscolleges Bonaire, Saba en Sint Eustatius

De bestuurscolleges van Bonaire, Saba en Sint Eustatius hebben kennisgenomen van de wijziging van het besluit en de regeling kinderbijslagvoorziening BES en onderschrijven het belang van het mogelijk maken van een verdubbeling van de kinderbijslag wegens intensieve zorg net zoals in Europees Nederland al het geval is.

De regeling speelt in op een duidelijke behoefte aan financiële ondersteuning van gezinnen met een zware zorglast. Ook zorgt de structurele regeling voor continuïteit van een voorziening waarmee ouders vertrouwd zijn geraakt.

6.3 Advies Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES

De Commissie toezicht bescherming persoonsgegevens BES heeft een positief advies uitgebracht over de wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES en deze regeling. De commissie concludeert dat de gegevensverwerking noodzakelijk, proportioneel en juridisch toelaatbaar is, mits de opgenomen waarborgen strikt worden nageleefd. Zij onderschrijft onder meer de beperkte gegevensuitwisseling, het bezwaarrecht van ouders en het gebruik van een DPIA.

6.4 Internetconsultatie

Op de internetconsultatie van de wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES en de onderliggende ministeriële regeling zijn één openbare reactie en twee niet-openbare reacties gekomen, waarvan een niet volledig. In de reacties wordt steun voor het voorstel uitgesproken en wordt gevraagd hoe de ouders van deze kinderen in aanmerking komen voor een beoordeling.

6.5 Advies Raad van State

De Raad van State heeft in haar advies met betrekking tot de wijziging van het Uitvoeringsbesluit Kinderbijslagvoorziening BES aangegeven dat de grondslag voor het verwerken van (bijzondere) gegevens minimaal in een algemene maatregel van bestuur vastgelegd moet worden.3 Hierop is een artikel dat zag op de afspraken tussen de Minister en de adviseur van de conceptregeling naar het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES verplaatst.

7. Inwerkingtreding

Deze wijzing van de Regeling kinderbijslagvoorziening BES treedt in werking op 1 juli 2026. Ouders die recht hadden op de tijdelijke tegemoetkoming ontvangen dan ambtshalve dubbele kinderbijslag wegens intensieve zorg.

Mocht op basis van herstelperspectief de zorgbehoefte opnieuw worden beoordeeld dan gebeurt dit binnen negen maanden na inwerkingtreding van deze regeling. Gedurende die negen maanden behoudt de ouder diens aanspraak op dubbele kinderbijslag. Zie hiervoor ook de paragraaf 2.4 van deze toelichting, en de toelichting bij artikel 10a (gelijkstelling advies tijdelijke regelingen).

De wettelijke grondslag voor de verdubbeling van het kinderbijslag BES is in werking getreden op 1 juli 2025. Met de uitvoering kan begonnen worden op 1 juli 2026. Deze regeling, en de wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES waarop deze deels gebaseerd is, treedt daarom in werking op 1 juli 2026. Voor zover er sprake zou kunnen zijn van nadeel door het verschil in inwerkingtreding tussen deze regeling en de wettelijke grondslag, is dit nadeel ondervangen door de tegemoetkoming op basis van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024.

De termijn tussen de publicatie en de inwerkingtreding van deze regeling is minder dan twee maanden. Daarmee wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijn uit aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Gezien het belang van inwerkingtreding voor de doelgroep, en het feit dat uitvoering per 1 juli 2026 mogelijk is, is ervoor gekozen om de inwerkingtreding niet verder te vertragen.

II Artikelsgewijs

Grondslagen

Artikel 5a, tweede lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES

Om te bepalen of een kind intensieve zorg behoeft, wordt door de RCN-unit SZW een op medische gegevens gebaseerd advies ingewonnen bij een door de Minister aangewezen rechtspersoon. In artikel 2a van deze regeling wordt deze rechtspersoon aangewezen voor de drie verschillende openbare lichamen.

Artikel 1a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES

Voor de uitvoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg worden de volgende onderwerpen bij ministeriële regeling verder uitgewerkt:

  • a. de wijze van inschakeling van de rechtspersoon, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet;

  • b. de wijze waarop beoordeeld wordt of er sprake is van intensieve zorg als bedoeld in artikel 1a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES;

  • c. de procedure alsmede de beoordelingscriteria waarop het advies, bedoeld in artikel 5a, tweede lid, van de wet, wordt gebaseerd.

Deze uitwerking vindt plaats in de artikelen 2b t/m 2d van deze regeling.

Het overgangsrecht van de tijdelijke regeling naar de structurele invoering van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg op Caribisch Nederland wordt vormgegeven in het nieuwe hoofdstuk 3a. Deze bepalingen zijn gebaseerd op artikel 1a, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES, met uitzondering van artikel 10d.

Artikel 9 Kaderwet SZW-subsidies

In artikel 10d is een tegemoetkoming vormgegeven voor personen met een kind waarbij sprake is van intensieve zorgbehoefte, die in de periode tussen 16 december 2025 en 1 juni 2026 recht hebben gekregen op dubbele kinderbijslag. Deze personen hebben derhalve geen aanspraak kunnen doen op een tegemoetkoming op basis van de tijdelijke regelingen. Net als de tijdelijke regelingen, is ook deze tegemoetkoming gebaseerd op artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies.

Artikel I. Wijziging Regeling kinderbijslagvoorziening BES

Onderdeel A (Algemene begrippen)

Met deze wijziging worden enkele begrippen toegevoegd aan de bestaande begripsbepaling.

Het artikel wordt in zijn geheel opnieuw vastgesteld, om de begrippen zonder lettering weer te geven in lijn met aanwijzing 3.59, derde lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Onderdeel B (Dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg)

In dit hoofdstuk wordt verder uitgewerkt hoe de uitvoering van de dubbele kinderbijslag intensieve zorg BES in Caribisch Nederland wordt vormgegeven. Waar mogelijk komt deze vormgeving overeen met de vormgeving voor het Europese deel van Nederland.

Voor Europees Nederland zijn vergelijkbare bepalingen opgenomen in de zelfstandige Regeling uitvoering dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg. Voor Caribisch Nederland is ervoor gekozen om deze bepalingen niet in een zelfstandige regeling op te nemen, maar in te voegen in de bestaande Regeling kinderbijslagvoorziening BES, conform aanwijzing 2.34 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Artikel 2a. Aanwijzing adviseur intensieve zorg

In dit artikel wordt bepaald dat de zorgbehoefte moet blijken uit een advies van een daartoe aangewezen rechtspersoon. Voor elk van de drie openbare lichamen wordt hiervoor een andere rechtspersoon aangewezen, om aan te sluiten bij de lokale context, expertise en werkwijze. Deze rechtspersonen komen overeen met de rechtspersonen die betrokken waren bij de advisering voor de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES.

Artikel 2b. Vaststelling intensieve zorg

Dit artikel is een verdere uitwerking van artikel 1a, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES. In dat artikel is bepaald wat intensieve zorg inhoudt.

Voor het vaststellen van het recht op verdubbeling van het kinderbijslagbedrag moet de RCN-unit SZW vaststellen of er sprake is van intensieve zorg. Dit kan als het advies van de adviseur positief is. Dat advies is niet bindend. De Minister moet zich ervan vergewissen dat het onderzoek op een zorgvuldige wijze plaatsvindt.

De adviseur komt tot een positief advies als de beoordeling van de adviseur uitwijst dat het desbetreffende kind intensieve zorg nodig heeft. Daar is sprake van als het kind zodanig ernstig beperkt is in het dagelijks functioneren als gevolg van een ziekte of stoornis van lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of geestelijke aard dat de verzorging en oppassing door de ouders in ernstige mate wordt verzwaard. Hiervoor gebruikt de adviseur het beoordelingskader dat voor deze regeling is ontwikkeld. Dit beoordelingskader is uitgewerkt in artikel 2c.

Artikel 2c. Beoordeling intensieve zorg

In dit artikel is bepaald wat het criterium intensieve zorg inhoudt, en op basis van welke onderwerpen de adviseur tot een besluit komt. Voor deze regeling is aansluiting gezocht bij de werkwijze van het CIZ voor de DKIZ zoals die wordt uitgevoerd in Europees Nederland, aangevuld met het criterium gedrag.

Dit beoordelingskader komt overeen met het kader dat is gebruikt voor de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES.

Het advies komt als volgt tot stand: indien er sprake is van een zware zorgbehoefte zal de adviseur op het desbetreffende item een punt toekennen. Met een zware zorgbehoefte wordt bedoeld dat de zorg die de ouders verlenen aanzienlijk zwaarder is dan de zorg voor een gezond kind van een vergelijkbare leeftijd. Hierop vormen de items a en b (lichaamshygiëne en zindelijkheid) een uitzondering, want ook jonge gezonde kinderen kunnen met een punt beoordeeld worden op die items. Daardoor moeten jonge kinderen meer punten verkrijgen dan oudere kinderen, wil er sprake zijn van intensieve zorg. Dit komt tot uiting in het derde lid. Als het kind met het minimale aantal punten is beoordeeld, is er sprake van intensieve zorg.

In het vierde lid is geregeld dat kinderen met een ernstige somatische aandoening die medische verzorging nodig hebben, waarbij permanent toezicht van de ouders geboden is, maar die desalniettemin niet aan het vereiste puntenaantal komen, ook voor een positief advies van de adviseur in aanmerking kunnen komen. Met permanent toezicht wordt bedoeld het toezicht van de ouder op het eventueel optreden van medische complicaties.

Naar aanleiding van de evaluatie van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES en onderzoek van het CIZ naar het beoordelingskader is besloten aan het vierde lid ook gedrag toe te voegen. Dit is nader uitgewerkt in paragraaf 2.2 van de algemene toelichting bij deze regeling.

Artikel 2d. Betrokkenheid controlerend geneeskundige

Mocht een aanvrager bezwaar of beroep instellen tegen de afwijzing van de aanvraag omwille van een negatief advies, dan kan het nodig zijn dat de RCN-unit SZW de onderliggende medische gegevens via de controlerend geneeskundige opvraagt bij de adviseur. De controlerend geneeskundige kan vervolgens een advies opstellen ten behoeve van het besluit op bezwaar, dat eveneens beperkt is tot een oordeel over de aanwezigheid van een intensieve zorgbehoefte en zo nodig of er sprake is van een hersteltermijn.

Onderdeel C (Overgangsrecht dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg)

In dit nieuwe hoofdstuk is het overgangsrecht vormgegeven van de tijdelijke regelingen naar de invoering van de structurele verdubbeling van de kinderbijslag bij intensieve zorg. Eén van de uitgangspunten van de tijdelijke regelingen was om onnodige herbeoordeling, en daarmee onnodige belasting van ouders en kinderen, te voorkomen. Dit overgangsrecht is in lijn met dat uitgangspunt vormgegeven.

Artikel 10a. Gelijkstelling advies tijdelijke regelingen

Ouders die op basis van de tijdelijke regelingen een tegemoetkoming hebben ontvangen en recht hebben op kinderbijslag, zullen ambtshalve een toekenning krijgen voor de verdubbeling van het kinderbijslagbedrag (tweede lid). De bevoegdheid om het recht op kinderbijslag BES ambtshalve vast te stellen, is neergelegd in artikel 11, vierde lid, van de Wet kinderbijslagvoorziening BES.

De toekenning van de verdubbeling van het kinderbijslagbedrag geldt voor in ieder geval negen maanden (derde lid).

Om dit te bereiken wordt een toekenning op basis van de tijdelijke regelingen voor die duur gelijkgesteld aan een positief advies, als bedoeld in artikel 2b, eerste lid (eerste lid).

De negen maanden zullen gebruikt worden om vast te stellen of er bij de beoordeling van de zorgbehoefte voor de tijdelijke regelingen sprake was van herstelperspectief, en als daar sprake van was ofwel op basis van de al verzamelde gegevens een nieuw advies af te gegeven, of een nieuwe beoordeling plaats te laten vinden (artikel 10b en 10c). Als er geen sprake was van herstelperspectief, dan zal de gelijkstelling in stand blijven tot het kind 18 jaar is (derde lid).

Het begrip herstelperspectief (vierde lid) is ontleend aan artikel 6 van de tijdelijke regelingen, dat voor beide regelingen gelijk was.

Artikel 10b. Opvragen gegevens herstelperspectief

Eerste en vierde lid

Om vast te stellen welke ouders er eventueel opgeroepen moeten worden voor een herbeoordeling en voor welke ouders een nieuw advies kan worden afgegeven, vraagt de RCN-unit SZW aan de adviseurs of er sprake was van herstelperspectief. Deze uitvraag ziet op personen die op 1 juli 2026 recht hebben op kinderbijslag BES en een tegemoetkoming hebben ontvangen op basis van de tijdelijke regelingen. Dit om onnodige uitwisseling van gegevens te voorkomen.

De adviseur heeft de gegevens over het herstelperspectief voor dit doel verzameld bij uitvoering van de tijdelijke tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES, of krijgt de gelegenheid om op basis van de bij de adviseur al beschikbare informatie tot een oordeel te komen. De adviseur zal de uitkomst van deze beoordeling doorgeven aan de RCN-Unit SZW.

De beoordeling heeft een aantal mogelijke uitkomsten (vierde lid): Als het herstelperspectief op basis van de beschikbare informatie niet beoordeeld kan worden, dan zal de betrokkene opgeroepen moeten worden voor een herbeoordeling (zie artikel 10c). Dat is ook het geval als er sprake is van herstelperspectief en op basis van de beschikbare informatie geen nieuw (positief) advies kan worden afgegeven.

Als er sprake is van herstelperspectief en de adviseur op basis van de beschikbare informatie een nieuw positief advies kan geven (al dan niet met een beperkte geldigheidsduur), dan zal de adviseur dit doen. Dit betekent dat het recht op dubbele kinderbijslag voor de betrokkene blijven bestaan voor zolang er vaststaat dat er sprake is van intensieve zorg. Op deze manier een nieuw advies uitbrengen voorkomt onnodige belasting van de betrokkenen.

Als er geen sprake is van herstelperspectief, dan hoeft de betrokkene ook niet opgeroepen te worden. De gelijkstelling met een positief advies kan dan van kracht blijven voor zolang de betrokkene voor dat kind recht houdt op kinderbijslag (zie ook artikel 10a, derde lid).

Tweede en derde lid

Voorafgaand aan de uitvraag zullen betrokkenen op de hoogte worden gesteld van de voorgenomen opvraag. Mocht een betrokkene bezwaar maken, dan zal de adviseur het dossier niet opnieuw beoordelen en zullen de gegevens over het herstelperspectief niet worden opgevraagd.

Dit kan betekenen dat de RCN-Unit SZW niet kan beoordelen of er sprake is van herstelperspectief. Dit kan vervolgens betekenen dat een betrokkene wordt opgeroepen voor een herbeoordeling (zie ook artikel 10c).

Artikel 10c. Oproepen betrokkene bij herstelperspectief

Wanneer herbeoordeling noodzakelijk is voor het vaststellen van het recht op dubbele kinderbijslag in verband met intensieve zorg na 1 april 2027, dan zal de RCN-unit SZW de betrokkene hierover informeren. De betrokkene wordt in dat geval opgeroepen voor een herbeoordeling van de zorgbehoefte. De RCN-Unit SZW zal er samen met de adviseurs zorg voor dragen dat deze herbeoordeling op tijd plaats kan vinden.

Het staat een betrokkene altijd vrij om een aanvraag in te dienen, ook als deze niet wordt opgeroepen voor herbeoordeling. Indien een betrokkene afziet van herbeoordeling kan het recht op dubbele kinderbijslag niet worden vastgesteld, en zal het recht na 1 april 2027 vervallen met het einde van de gelijkstelling.

Artikel 10d. Tegemoetkoming

Personen die pas na sluiting van het laatste aanvraagtijdvak van de tijdelijke regeling in een situatie kwamen van intensieve zorg, hebben geen gelegenheid gehad om een tegemoetkoming te ontvangen op basis van de tijdelijke regelingen. Met dit artikel wordt een grondslag gemaakt om die personen alsnog een (beperkte) tegemoetkoming te verstrekken voor de periode gelegen tussen het sluiten van het aanvraagtijdvak en het inwerkingtreden van de structurele DKIZ. Deze tegemoetkoming is gebaseerd op artikel 9 van de Kaderwet SZW-subsidies. Deze tegemoetkoming wordt naar rato berekend per maand waarin de betrokkene tussen januari 2026 en juni 2026 recht had op kinderbijslag BES.

Het bedrag van de tegemoetkoming is gebaseerd op het kinderbijslagbedrag voor Bonaire in 2026. Dat is USD 239 per maand, of USD 2.868 per jaar. Op deze tegemoetkoming is de Wet Inkomstenbelasting BES van toepassing en wordt de tegemoetkoming belast met het tarief (2026) van 29,4%. Dit resulteert in een netto jaarbedrag van USD 4.062. Op maandbasis komt het bedrag uit op USD 338,50. Voor het bedrag van de tegemoetkoming per maand is dit naar boven afgerond.

Om hiervoor in aanmerking te komen hoeft een betrokkene zelf niets te doen, anders dan het indienen van een aanvraag voor een verdubbeling van het kinderbijslagbedrag. De RCN-Unit SZW zal het recht ambtshalve vaststellen, als bij de beoordeling van de verdubbeling van het kinderbijslagbedrag blijkt dat de betrokkene ook recht heeft op de tegemoetkoming (eerste en derde lid).

Artikel 10e. Horizonbepaling

Het overgangsrecht, opgenomen in dit hoofdstuk, hoeft niet structureel in stand te blijven. De gelijkstelling, opgenomen in artikel 10a, vervalt per 1 april 2027. Daarmee kan dit hoofdstuk ook komen te vervallen. Er is gekozen voor een ruime vervaltermijn, een half jaar na het aflopen van de meeste gelijkstellingen.

Uitzondering hierop zijn gelijkstellingen waarbij geen sprake is van herstelperspectief – die geldig blijven tot het achttiende levensjaar van het kind – en eventuele onvoorziene langer durende afwikkeling van tegemoetkomingen.

Artikel II. Intrekking tijdelijke regeling

Met de overgang naar de structurele invoering van de verdubbeling van de kinderbijslag BES bij intensieve zorg, is de tegemoetkoming uit de tijdelijke regeling niet meer nodig. Deze wordt daarom ingetrokken.

Artikel III. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt gelijktijdig in werking met het Besluit tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit kinderbijslagvoorziening BES in verband met de invoering van de dubbele kinderbijslag bij intensieve zorg BES.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Het gaat om tegemoetkomingen op basis van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES en de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024. De laatste is verlengd tot en met 1 juli 2026.

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/2024, 36 557, nr. 2 en 3.

X Noot
3

Raad van State, advies van 4 maart 2026, no. W12.26.00008/III.


X Noot
1

Het gaat om tegemoetkomingen op basis van de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES en de Tijdelijke regeling tegemoetkoming kinderen met intensieve zorg BES 2024. De laatste is verlengd tot en met 1 juli 2026.

X Noot
2

Kamerstukken II 2023/2024, 36 557, nr. 2 en 3.

X Noot
3

Raad van State, advies van 4 maart 2026, no. W12.26.00008/III.

Naar boven