Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 29 juni 2026, nr. IenW/BSK-2026/97126, tot wijziging van de Regeling specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur en van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw [KetenID WGK 028445]

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 4 en 5 van de Kaderwet subsidies I en M juncto artikel 17, eerste en vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst;

2. in het eerste lid (nieuw) wordt ‘omzetbelasting’ vervangen door ‘compensabele btw’;

3. er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De Minister kan, indien middelen vrijvallen die zijn verleend voor een specifieke uitkering op grond van deze regeling, die middelen verdelen overeenkomstig artikel 11a.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. in het eerste lid wordt ‘omzetbelasting’ vervangen door ‘compensabele btw’;

2. in het tweede lid, onderdeel b, vervalt de tweede volzin onder vervanging van de punt aan het slot van de eerste volzin door een puntkomma.

C

In artikel 6, derde lid, wordt ‘omzetbelasting’ vervangen door ‘verrekenbare en compensabele btw’.

D

In artikel 8, eerste lid, wordt ‘omzetbelasting’ steeds vervangen door ‘compensabele btw’.

E

Aan artikel 11 worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 7. Op aanvraag van de ontvanger kan naar het redelijk oordeel van de Minister in afwijking van het vijfde lid een hoger bedrag worden verleend, mits daardoor het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet wordt overschreden. De Minister kan daarbij afwijken van het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, subonderdeel 7.

  • 8. De Minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste of zevende lid.

  • 9. Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het achtste lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met diezelfde termijn worden verlengd.

F

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a. Wijziging in geval van een financieel tekort

  • 1. De Minister kan indien vrijgevallen middelen beschikbaar zijn het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen indien de ontvanger aantoont dat er een financieel tekort is bij de realisatie van een bovenplanse infrastructurele voorziening als genoemd in de bijlage, mits:

    • a. voldaan blijft worden aan de eisen van deze regeling en aan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering met betrekking tot de in ieder geval te realiseren bovenplanse infrastructurele voorzieningen en woningen, met inachtneming van een gehonoreerde aanvraag als bedoeld in artikel 11;

    • b. de ontvanger aantoont dat er geen mogelijkheden tot versobering of het treffen van alternatieve bovenplanse infrastructurele voorzieningen zijn of dat deze niet haalbaar zijn;

    • c. de noodzaak van een aanvullende specifieke uitkering is getoetst door de Minister; en

    • d. er afspraken zijn gemaakt over de verdeling in een bestuurlijk overleg MIRT.

  • 2. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het aangevraagde bedrag maal het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, subonderdeel 7.

  • 3. In afwijking van artikel 3, tweede lid, bedraagt het bedrag van de specifieke uitkering het daar bedoelde bedrag plus het bedrag dat is verleend op grond van het eerste lid.

  • 4. De vrijgevallen middelen worden verdeeld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het desbetreffende bestuurlijk overleg MIRT of in het bestuurlijk overleg Leefomgeving in het jaar 2025.

  • 5. De Minister maakt in de Staatscourant bekend:

    • a. het bedrag van de vrijgevallen middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, met vermelding of het bedrag inclusief of exclusief compensabele btw is; en

    • b. de aanvraagperiode.

G

In de bijlage wordt ‘incl. btw’ telkens vervangen door ‘incl. compensabele btw’.

ARTIKEL II

De Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst;

2. in het eerste lid (nieuw) wordt ‘na € 1.049.060.000’ ingevoegd ‘inclusief compensabele btw’;

3. er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2. De Minister kan, indien middelen vrijvallen die zijn verleend voor een specifieke uitkering op grond van deze regeling, die middelen verdelen overeenkomstig artikel 11a.

B

In artikel 6, derde lid, wordt na ‘zijn de bedragen’ ingevoegd ‘inclusief verrekenbare en compensabele btw en’.

C

Aan artikel 11 worden drie leden toegevoegd, luidende:

  • 8. Op aanvraag van de ontvanger kan naar het redelijk oordeel van de Minister in afwijking van het zesde lid een hoger bedrag worden verleend mits daardoor het uitkeringsplafond, bedoeld in artikel 4, eerste lid, niet wordt overschreden. De Minister kan daarbij afwijken van het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, subonderdeel 7.

  • 9. De Minister besluit binnen dertien weken na ontvangst van de aanvraag, bedoeld in het eerste of achtste lid.

  • 10. Indien een beschikking niet binnen de termijn, genoemd in het negende lid, kan worden gegeven, kan deze termijn eenmaal met diezelfde termijn worden verlengd.

D

Na artikel 11 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 11a. Wijziging in geval van een financieel tekort

  • 1. De Minister kan indien vrijgevallen middelen beschikbaar zijn het besluit tot verlening van de specifieke uitkering op aanvraag van de ontvanger wijzigen indien de ontvanger aantoont dat er een financieel tekort is bij de realisatie van een mobiliteitsmaatregel, genoemd in de bijlage, mits:

    • a. voldaan blijft worden aan de eisen van deze regeling en aan het besluit tot verlening van de specifieke uitkering met betrekking tot de in ieder geval te realiseren mobiliteitsmaatregelen en woningen, met inachtneming van een gehonoreerde aanvraag als bedoeld in artikel 11;

    • b. de ontvanger aantoont dat er geen mogelijkheden tot versobering of het treffen van alternatieve mobiliteitsmaatregelen zijn of dat deze niet haalbaar zijn;

    • c. de noodzaak van een aanvullende specifieke uitkering is getoetst door de Minister; en

    • d. er afspraken zijn gemaakt over de verdeling in een bestuurlijk overleg MIRT.

  • 2. De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste het aangevraagde bedrag maal het percentage, bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel c, subonderdeel 7.

  • 3. In afwijking van artikel 3, tweede lid, bedraagt het bedrag van de specifieke uitkering het daar bedoelde bedrag plus het bedrag dat is verleend op grond van het eerste lid.

  • 4. De vrijgevallen middelen worden verdeeld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het desbetreffende bestuurlijk overleg MIRT of in het bestuurlijk overleg Leefomgeving in het jaar 2025.

  • 5. De Minister maakt in de Staatscourant bekend:

    • a. het bedrag van de vrijgevallen middelen, bedoeld in artikel 4, tweede lid, met vermelding of het bedrag inclusief of exclusief compensabele btw is; en

    • b. de aanvraagperiode.

E

In de bijlage wordt ‘incl. compensabele btw-component’ telkens vervangen door ‘incl. compensabele btw’.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans

TOELICHTING

Algemeen deel

1. Inleiding

Deze wijzigingsregeling heeft tot doel de Regeling specifieke uitkering woningbouw op korte termijn door bovenplanse infrastructuur (verder: Regeling WoKt) en de Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteitspakketten ten behoeve van woningbouw (verder: Tijdelijke regeling mobiliteitpakketten) te actualiseren en aan te vullen door het opnemen van bepalingen die voorzien in de behandeling van financiële tekorten bij de realisatie van bovenplanse infrastructuur respectievelijk van mobiliteitsmaatregelen.

2. Hoofdlijnen van het voorstel

De hiervoor genoemde regelingen voorzien in het verlenen van specifieke uitkeringen aan gemeenten en openbare lichamen (ontvangers) om de uitvoering van bovenplanse infrastructurele voorzieningen en mobiliteitsmaatregelen te ondersteunen die noodzakelijk zijn voor de realisatie van woningbouwprojecten. Hierbij is gebleken dat soms de geraamde kosten van de uitvoering kunnen afwijken van de uiteindelijke kosten, waardoor er financiële tekorten ontstaan ten opzichte van het oorspronkelijke budget.

Met de onderhavige wijzigingsregeling wordt het mogelijk gemaakt om, indien middelen zijn vrijgevallen, op aanvraag van de ontvanger een aanvullende specifieke uitkering toe te kennen ter dekking van een aantoonbaar financieel tekort bij de realisatie van de betreffende infrastructurele voorzieningen of mobiliteitsmaatregelen. Daarnaast worden enkele technische aanpassingen doorgevoerd zoals verduidelijking van de bepalingen over de compensabele btw.

Indien zich tijdens de uitvoering van de bovenplanse infrastructurele voorzieningen of van mobiliteitsmaatregelen een financieel tekort voordoet, kan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (verder: Minister) worden verzocht om de specifieke uitkering te verhogen zoals ook opgenomen in het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit.1 Dit is echter alleen mogelijk wanneer eerder toegekende middelen zijn vrijgevallen. Voordat een verhoging van de Rijksbijdrage wordt overwogen, wordt het proces doorlopen zoals beschreven in het Plan van Aanpak Beheersing programma Woningbouw en Mobiliteit. Hierin zijn de volgende principes opgenomen in geval er sprake is van tekorten.

  • 1. Het optimaliseren binnen gewenste scope en budget.

  • 2. Indien geen gewenst effect, het aanpassen van de scope (binnen budget).

  • 3. Het faseren, uitstellen of stopzetten van het project.

  • 4. Het programmatisch faseren van de projectenportefeuille in de grootschalige woningbouwlocaties.

Bij de beoordeling of bovenstaande principes voldoende zijn verkend en toegepast, wordt een expert ingezet en wordt advies gevraagd aan het gebiedsteam. Het gebiedsteam bestaat uit de inhoudelijk betrokken onderdelen van de Ministeries van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Infrastructuur en Waterstaat en heeft als taak om de samenhang van afspraken tussen Rijk en regio te borgen in relatie tot de inzet woningbouw en mobiliteitsmiddelen voor infrastructurele maatregelen ten behoeve van woningbouw. Het gebiedsteam vormt een belangrijke schakel in de samenwerking tussen Rijk en regio door hulpvragen en processen te coördineren en de verbinding tussen project en programma te vergroten. Uiteindelijk wordt op basis van het advies van het gebiedsteam een advies opgesteld dat wordt voorgelegd aan de directeuren van het programma Woningbouw en Mobiliteit (van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat) in het Directeurenoverleg Woningbouw en Mobiliteit.

3. Gevolgen van de wijziging

Regeldruk

De wijzigingsregeling leidt niet tot structurele toename van administratieve lasten voor burgers of bedrijven. De primaire doelgroep van deze regeling zijn gemeenten en openbare lichamen als ontvangers van specifieke uitkeringen. De wijzigingen beogen vooral versterking van de uitvoeringspraktijk en bieden ontvangers extra instrumenten om financiële tekorten te adresseren, hetgeen op zichzelf geen extra regeldruk voor derden oplevert. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen (omvangrijke) gevolgen voor de regeldruk heeft

Consultatie

In de Verzamelbrief regeldruk 2011–2015 van 19 september 20112 staat: ‘uitgangspunt is dat voorstellen die significante verandering brengen in de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen of die grote gevolgen hebben voor de uitvoeringspraktijk via internet worden geconsulteerd’. Er is afgezien van het houden van een internetconsultatie omdat onderhavige wijzigingsregeling met name relevant is voor de gemeenten en de openbare lichamen, opgenomen in de bijlage bij de twee ministeriële regelingen en geen regeldrukgevolgen heeft voor burgers en bedrijfsleven. Wel is de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) geconsulteerd over de wijzigingsregeling op de bestaande regelingen. Dit heeft niet geleid tot aanpassingen van deze regelingen.

Voorhang

Een concept van deze regeling is op 24 april 2026 overeenkomstig artikel 7, vierde lid, van de Wet Mobiliteitsfonds voorgelegd aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Op 20 mei 2026 heeft de Vaste Commissie voor Infrastructuur en Waterstaat besloten de regeling voor kennisgeving aan te nemen. De voorhang heeft daarmee niet tot wijzigingen in de regeling geleid.

4. Inwerkingtreding

Deze wijzigingsregeling treedt in werking op 1 juli 2026. Dit is een van de vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen. Hierbij wordt afgeweken van de minimuminvoeringstermijnen en wordt een kortere termijn dan drie maanden gehanteerd. Daardoor worden ongewenste publieke nadelen voorkomen omdat de ontvangers van een specifieke uitkering hiermee voldoende tijd hebben om een aanvraag voor te bereiden in geval er sprake is van een financieel tekort. De voorstellen daartoe moeten immers ook aan het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur en Ruimte worden voorgelegd.

Artikelsgewijs deel

Artikel I, onderdeel A en artikel II, onderdeel A

In de artikelen 4 van de Regeling WoKt is verduidelijkt dat het uitkeringsplafond inclusief compensabele btw is. Daarnaast is aan beide artikelen een lid toegevoegd. Het kan het zijn dat middelen uit een op grond van de Regeling WoKt of de Tijdelijke regeling mobiliteitpakketten verleende specifieke uitkering vrijvallen. De Minister kan op grond van artikel 4, tweede lid, van genoemde regelingen deze vrijgevallen middelen verdelen. De voorwaarden daarvoor zijn opgenomen in de artikelen 11a van die regelingen. Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat middelen die onder de Regeling WoKt vrijvallen niet worden ingezet voor projecten onder Tijdelijke regeling mobiliteitpakketten of andersom.

Artikel I, onderdelen B, C, D en G en artikel II, onderdelen B en E

Dit betreft technische wijzigingen: de artikelen die regels over de btw bevatten, zijn in overeenstemming gebracht met de gangbare termen.

Artikel I, onderdelen E en F en artikel II, onderdelen C en D

In de artikelen 11 van de Regeling WoKt en van de Tijdelijke regeling mobiliteitpakketten is voorzien in de mogelijkheid om een aanvraag tot wijziging van het besluit tot verlening van een specifieke uitkering. Een wijzigingsaanvraag leidt er in principe niet toe dat het bedrag van de specifieke uitkering per woningbouwlocatie hoger wordt dan eerder vastgesteld. Er kunnen echter omstandigheden zijn waarin afwijking daarvan wenselijk is. De Minister kan dan naar zijn redelijk oordeel een aanvraag om afwijking honoreren. Het beschikbare uitkeringsplafond mag niet worden overschreden. Dat is geregeld in artikel 11, achtste lid, van genoemde regelingen. Het negende en het tiende lid bevatten de beslistermijn voor de Minister.

In de artikelen 11a van de Regeling WoKt en van de Tijdelijke regeling mobiliteitpakketten zijn de voorwaarden opgenomen die gelden voor een aanvraag voor een – aanvullende – specifieke uitkering indien de Minister vrijgevallen middelen beschikbaar stelt. Voor een nadere toelichting daarop wordt verwezen naar paragraaf 2 van het algemeen deel.

Artikel III

Voor de toelichting op de inwerkingtredingsbepaling wordt verwezen naar paragraaf 4 van deze toelichting.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, V.P.G. Karremans


X Noot
1

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800-A, nr. 11.

X Noot
2

Kamerstukken II 2010–2011, 29 515, nr. 333.


X Noot
1

Kamerstukken II 2025–2026, 36 800-A, nr. 11.

X Noot
2

Kamerstukken II 2010–2011, 29 515, nr. 333.

Naar boven