Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 18338 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| ZonMw | Staatscourant 2026, 18338 | overige overheidsinformatie |
De weg vrij voor passende zorg
Impactvolle toepassing van passende zorg en afbouw van niet-passende zorg binnen de Zorgverzekeringswet
Datum openstelling: 26 mei 2026
Deadline indienen vooraanmelding: 3 juli 2026, 14.00 uur
Deadline indienen subsidieaanvraag: 1 september 2026, 14.00 uur
Plaats: Den Haag
Verplichte vooraanmelding
Gaat u een subsidieaanvraag indienen? Dan dient u dit kenbaar te maken door het toesturen van een ingevuld formulier ‘Vooraanmelding’ waarin u de titel en een korte samenvatting van het beoogde project doorgeeft, evenals de samenstelling van de beoogde projectgroep. U dient uw vooraanmelding uiterlijk vrijdag 3 juli 2026 14.00 uur toe te sturen onder vermelding van ‘De weg vrij voor passende zorg – vooraanmelding’. Voor meer informatie hierover, zie 6.1.2. Verplichte vooraanmelding.
Als er na uw vooraanmelding nog gegevens wijzigen of als u toch geen subsidieaanvraag gaat indienen, dient u dit door te geven via programmapassendezorg@zonmw.nl.
Colofon
Met kennis werken aan een goede gezondheid voor iedereen. Daar staat ZonMw voor.
ZonMw programmeert en financiert onderzoek en vernieuwing in gezondheid, zorg en welzijn, stimuleert kennisinfrastructuren en het gebruik van de ontwikkelde kennis. Samen met partners werkt ZonMw aan het signaleren en agenderen van kennisbehoeftes. Belangrijkste opdrachtgevers zijn het Ministerie van VWS en NWO.
Voor meer informatie over het kaderprogramma Passende Zorg kunt u contact opnemen met het programmateam via programmapassendezorg@zonmw.nl of 070 349 51 11.
|
1. |
Leeswijzer |
|
2. |
Samenvatting |
|
3. |
Context |
|
3.1. |
Kaderprogramma Passende Zorg |
|
3.2. |
Definities gebruikt in deze subsidieoproep |
|
4. |
Doel subsidieoproep |
|
4.1. |
Bijdragen aan de transitie naar passende zorg |
|
4.2. |
Verplichte stappen binnen het project |
|
5. |
Voorwaarden en verplichtingen |
|
5.1. |
Voorwaarden |
|
5.1.1. |
Wie kunnen er aanspraak maken op subsidie? |
|
5.1.2. |
Staatssteun |
|
5.1.3. |
Samenwerking en bijdrage van derden |
|
5.1.4. |
Welk bedrag kunt u aanvragen? |
|
5.1.5. |
Praktische voorwaarden |
|
5.2. |
Verplichtingen |
|
6. |
Beoordeling en prioriteitstelling |
|
6.1. |
Beoordelingsprocedure |
|
6.1.1. |
Informatiebijeenkomst |
|
6.1.2. |
Verplichte vooraanmelding |
|
6.1.3. |
Overzicht beoordelingsprocedure |
|
6.2. |
Relevantiecriteria |
|
6.3. |
Kwaliteitscriteria |
|
6.4. |
Prioriteitstelling |
|
7. |
Indienen |
|
7.1. |
Indiening via Mijn ZonMw |
|
7.2. |
Tips |
|
7.3. |
Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
|
7.4. |
Inhoudelijke vragen |
|
7.5. |
Technische vragen |
|
7.6. |
Downloads en links |
|
8. |
Bijlagen |
|
Bijlage 1 |
– Staatssteun – AGVV |
|
Bijlage 2 |
– Staatssteun – de-minimisverordening |
|
Bijlage 3 |
– Toelichting aanvraagformulier Mijn ZonMw |
|
Bijlage 4 |
– Toelichting begroting en benodigde verklaringen |
|
1. |
Begrotingsformat |
|
2. |
Staatssteunverklaringen |
|
3. |
Letter of Commitment |
Deze subsidieoproep valt onder de verantwoordelijkheid van ZonMw. Dit document beschrijft:
• wat het doel is van de subsidieoproep ‘De weg vrij voor passende zorg’,
• aan welke voorwaarden de subsidieaanvraag moet voldoen,
• hoe de aanvraag- en beoordelingsprocedure zijn ingericht,
• de verplichtingen voor de aanvrager na toekenning van de subsidieaanvraag.
In hoofdstuk 7 vindt u de contactgegevens en in de bijlagen vindt u meer informatie over de staatssteuninstrumenten, een instructie voor het indienen van uw aanvraag via Mijn ZonMw en een toelichting op het indienen van de begroting en benodigde verklaringen.
Na het doornemen van deze subsidieoproep weet u wat er van u verwacht wordt als u een subsidieaanvraag indient. Het is belangrijk deze goed door te nemen.
Wie
Een aanvraag kan worden ingediend door een samenwerkingsverband bestaande uit ten minste:
• 2 of meer Nederlandse aanbieders van zorg binnen de Zorgverzekeringswet (hierna zorgorganisaties)
• 1 of meer kennisinstelling(en) of Nederlandse onderzoeksorganisaties in de zin van het EU staatssteunrecht
• 1 of meer (vertegenwoordiger(s) van een) relevante netwerkpartner(s) (zie 3.2 Definities voor toelichting)
Er wordt vereist dat ervaringsdeskundigen en/of patiëntvertegenwoordigers worden betrokken binnen het project. Samenwerking met andere partijen als overheidsinstellingen, leveranciers, onderwijs of verzekeraars wordt aangemoedigd, en wordt verwacht wanneer relevant voor het project.
Waarvoor
Deze subsidie is bedoeld voor projecten die zich richten op het implementatiegereed maken van bestaande, aantoonbaar werkzame interventies binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw). De subsidie ondersteunt het creëren van duurzame organisatorische, procesmatige en financiële randvoorwaarden voor brede toepassing. Het gaat nadrukkelijk niet om het (door)ontwikkelen of verder onderzoeken van de werkzaamheid van interventies.
Projecten moeten aansluiten bij de doelstellingen van het Kaderprogramma Passende Zorg en bijdragen aan de transitie naar passende zorg. De voorkeur gaat nadrukkelijk uit naar projecten met een sector- en/of domeinoverstijgende implementatieopzet, waarin partijen uit verschillende sectoren en/of domeinen gezamenlijk werken aan het realiseren van deze randvoorwaarden. Projecten kunnen zich onder andere richten op:
• Het verminderen of weglaten van niet-passende zorg;
• Het verplaatsen van zorg;
• Taakherschikking binnen de zorg;
• Netwerkzorg;
• Standaardisatie van (intersectorale of integrale) zorgpaden;
• Hybride zorg
• Het vergroten van zorgcapaciteit en/of doelmatigere inzet van zorgprofessionals.
De principes van passende zorg staan centraal, met specifieke aandacht voor waardegedreven zorg en de juiste zorg op de juiste plek.
Subsidiabele activiteiten die binnen deze oproep omvatten activiteiten als: contextanalyse, business case, draagvlakpeiling, pilottoepassing van de interventie, en actieonderzoek. Er dient voor de gekozen activiteiten een helder en samenhangend plan van aanpak aangeleverd te worden.
Het uitvoeren van een pilot in samenwerking met minimaal 2 zorgorganisaties, waarin daadwerkelijk een eerste aantoonbare verandering wordt gerealiseerd, is verplicht. De reikwijdte of schaalgrootte van de pilot dient voldoende inzicht en resultaten te geven voor toepassing op grote schaal. Aan het einde van het project is de interventie implementatiegereed: zorgorganisaties kunnen de interventie zelfstandig toepassen met behulp van de opgeleverde implementatieproducten, zonder aanvullende ontwikkel- of onderzoeksactiviteiten.
Binnen deze oproep wordt ‘interventie’ breed gedefinieerd; zie 3.2 Definities. De interventie moet:
• Reeds bestaan én aantoonbaar werkzaam zijn
• Substantieel bijdragen aan (de transitie naar) passende zorg
• Concrete factoren en/of barrières adresseren die invloed hebben op de implementatie. Deze dienen in het project inzichtelijk gemaakt en waar mogelijk geoptimaliseerd en/of weggenomen te worden
Wat
In deze subsidieronde kan maximaal € 300.000,– aangevraagd worden voor een project met een looptijd van maximaal 24 maanden. Zorgkosten zijn niet subsidiabel. Partijen dienen een eigen bijdrage te leveren indien van toepassing onder de staatssteunregels. Het totale beschikbare subsidiebudget binnen deze subsidieronde bedraagt 4.3 miljoen euro.
Wanneer
|
Informatiebijeenkomst1 |
18 juni 2026 |
|
Deadline indienen verplichte vooraanmelding2 |
3 juli 2026, 14.00 uur |
|
Deadline indienen uitgewerkte subsidieaanvraag |
1 september 2026, 14.00 uur |
|
Ontvangst commentaar referenten |
20 oktober 2026, 17.00 uur |
|
Deadline indienen wederhoor |
3 november 2026, 17.00 uur |
|
Ontvangst besluit |
Uiterlijk 1 maart 2027 |
|
Uiterlijke startdatum |
1 september 2027 |
Zie voor meer informatie over de informatiebijeenkomst de subsidieoproep op de ZonMw website.
U dient een verplichte vooraanmelding in te dienen voorafgaand aan de deadline voor de subsidieaanvraag. Meer informatie hierover leest u bij 6.1.2. Verplichte vooraanmelding.
Passende zorg is de aanpak om zorg in Nederland voor iedereen goed, toegankelijk en betaalbaar te houden (Integraal Zorgakkoord, IZA, 2022). Het ZonMw-kaderprogramma Passende Zorg 2024–2028 stelt partijen in alle zorgsectoren in staat om door kennisontwikkeling en -benutting de bestaande zorg voor mensen te verbeteren en zo bij te dragen aan de beweging naar passende zorg. Het programma stimuleert hiermee om vanuit waardegedreven zorg onderbouwde besluiten te kunnen nemen over welke zorg verzekerd moet worden vanuit het basispakket van de Zorgverzekeringswet (Zvw), en hoe de zorg zo optimaal mogelijk kan worden benut en georganiseerd. Goede zorg is niet alleen bewezen effectief, maar is ook afgestemd op de context, voorkeuren, en doelen van de zorgvrager, en de manier waarop zorg wordt verleend en georganiseerd. Daarom is er aandacht voor zorgsector-overstijgende vraagstukken, de samenhang in zorgpaden, en de patiëntreis. Ook biedt het kaderprogramma de mogelijkheid om te werken aan het verstevigen van de benodigde onderzoeks- en kennisinfrastructuur.
Zorg binnen de Zorgverzekeringswet
Het kaderprogramma Passende Zorg richt zich op vraagstukken over niet-farmacotherapeutische zorg die is verzekerd in de Zvw. Interventies die gepaard gaan met nieuwe of extra zorgkosten die niet bekostigd worden vanuit het basispakket van de Zvw, of zorginterventies die buiten het basispakket van de Zvw vallen komen niet in aanmerking binnen deze subsidieoproep. Interventies die zowel onder Zvw als Wet langdurige zorg (Wlz) of Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vallen komen alleen in aanmerking als kan worden onderbouwd dat het gaat om zorg binnen de Zvw die zorggebruik in de Wlz of Wmo kan voorkomen of vertragen.
Sector en/of domeinoverstijgend
Deze oproep richt zich op alle sectoren die zorg vanuit het basispakket van de Zvw leveren, waaronder huisartsenzorg, wijkverpleging, geestelijke gezondheidszorg (ggz), paramedische zorg, geboortezorg, extramurale hulpmiddelenzorg en medisch-specialistische zorg1. De oproep omvat nadrukkelijk sector- of domeinoverstijgende benaderingen, bijvoorbeeld wanneer een bepaalde interventie een gewijzigde werkwijze of samenwerking tussen twee/meerdere sectoren, disciplines, of zorglijnen vraagt. Let wel dat de betreffende interventie geheel binnen het kader van het basispakket van de Zvw moet vallen.
Hieronder worden een aantal belangrijke begrippen in deze subsidieoproep gedefinieerd.
Netwerkpartner
Binnen deze subsidieoproep definiëren wij een netwerkpartner als: een partij die vanuit een verbindende rol in de desbetreffende sector, beroepsgroep of aandachtsgebied een waardevolle bijdrage kan leveren aan het draagvlak van het project en de daaruit volgende resultaten en daarin een sleutelpositie kan innemen. Binnen deze oproep dient zowel de subsidieaanvraag als het beoogde project verplicht te worden opgesteld en uitgevoerd in afstemming en samenwerking met een relevante netwerkpartner.
Onder een netwerkpartner verstaan wij onder andere:
• Academische werkplaatsen
• Regionale of landelijke consortia
• Eerstelijns of verloskundige samenwerkingsverbanden
• Landelijke koepelorganisaties
• Beroepsgroepen
• Wetenschappelijke verenigingen
• Leernetwerken
• Onderzoeksnetwerken
Interventie
We hanteren in deze subsidieoproep een brede definitie van interventie: niet-farmacotherapeutische behandelingen, zorgproducten, werkwijzen, processen en innovaties die ingezet worden in de zorgpraktijk binnen de Zvw, die een verbetering realiseren in kwaliteit van zorg en van meerwaarde zijn voor de patiënt en/of de maatschappij.
Bestaand en aantoonbaar werkzaam
Om in aanmerking te komen voor deze subsidie moet de interventie al ontwikkeld zijn of reeds bestaan en gereed zijn voor eerste en/of andere toepassing in de praktijk in Nederland. Interventies die nog (door)ontwikkeld moeten worden of waarbij nog uitgezocht moet worden of en in hoeverre deze werkzaam zijn, zijn niet passend binnen deze subsidieoproep.
De werkzaamheid en het verwachte effect van de interventie dient onderbouwd te worden voor de beoogde doelgroep door middel van bestaande bronnen. De onderbouwing van het verwachte effect dient overtuigend te zijn, waarmee het aannemelijk is dat de interventie in de beoogde setting het verwachte positieve effect zal hebben.
Factoren en/of barrières bij het realiseren van condities
Factoren en barrières kunnen zich bevinden op het niveau van de professional of individu (micro), op het niveau van de organisatie, instelling, of netwerk (meso) of op het niveau van het systeem buiten de organisatie, instelling, of netwerk (macro). De factoren en barrières die van invloed zijn op de implementatie dienen op de betreffende niveaus in het project inzichtelijk gemaakt en waar mogelijk geoptimaliseerd en/of weggenomen te worden. Hiermee worden de condities voor daadwerkelijke toepassing van de interventie in de praktijk gerealiseerd.
Implementatie en de-implementatie
Binnen deze subsidieoproep wordt onder implementatie zowel implementatie als de-implementatie bedoeld. Wanneer een nieuwe werkwijze of proces wordt toegepast in de praktijk (implementatie) betekent dit gelijktijdig dat de oude werkwijze niet meer moet worden toegepast (de-implementatie). Hetzelfde geldt voor projecten gericht op het achterwege laten van niet-passende zorg: hierbij zal ook actief nieuw gedrag gefaciliteerd en gestimuleerd moeten worden. Binnen deze subsidieoproep komen zowel projecten primair gericht op implementatie van passende zorg als projecten primair gericht op de-implementatie van niet-passende zorg in aanmerking, waarbij steeds beide processen aan bod dienen te komen. Er wordt verwacht dat alle projecten passend en actief aandacht besteden aan het terugdringen van niet-passende zorg.
Het doel van deze subsidieronde is het realiseren van de organisatorische, procesmatige, gedragsmatige, beleidsmatige en financiële voorwaarden of condities die nodig zijn om bestaande interventies binnen de Zvw breed toe te passen in de zorgpraktijk, en daarmee bijdragen aan de beweging naar passende zorg. De interventie is nog niet breed geïmplementeerd, maar de werkzaamheid moet aannemelijk zijn op basis van bestaand bewijs of praktijkervaring in Nederland.
Projecten richten zich op het inzichtelijk maken van de geldende factoren en/of barrières voor implementatie, deze te optimaliseren en/of wegnemen en het ontwikkelen van praktische implementatieproducten. Met als doel dat zorgorganisaties de interventie na afloop van het project op grote schaal zelfstandig kunnen toepassen.
Het realiseren van condities voor toepassing van een bestaande, aantoonbaar werkzame interventie kan bijvoorbeeld betrekking hebben op:
• Organisatorische inbedding van een interventie in zorgprocessen
• Aanpassing of inrichting van zorgpaden of patiëntreizen
• Afspraken over samenwerking tussen zorglijnen of zorgorganisaties
• Implementatiestrategieën voor zorgprofessionals
• Bekostigings- of financieringsvraagstukken
• Scholing en ondersteuning van zorgprofessionals
• Regionaal of landelijk implementatiemodel
Deze subsidieoproep levert een bijdrage aan de beweging naar passende zorg door kennisbenutting. Hierbij wordt bestaande kennis over wat passende zorg is daadwerkelijk in de praktijk gebracht.
De subsidieoproep beoogt om de transitie naar passende zorg te stimuleren, waarmee zoveel mogelijk niet-passende zorg wordt teruggedrongen en passende zorg in de praktijk de realiteit wordt. Projecten richten zich daartoe op onderwerpen als: het weglaten van niet-passende zorg, het verplaatsen van zorg of taakherschikking binnen zorg, netwerkzorg, standaardisatie van (intersectorale/integrale) zorgpaden, hybride zorg of verhogen van zorgcapaciteit en/of doelmatigere arbeidsinzet.
Deze subsidieoproep is gericht op brede, waar mogelijk sector- en domeinoverstijgende projecten die de transitie naar passende zorg bevorderen. Onder sector- of domeinoverstijgend verstaan wij projecten waarin minimaal twee zorgsectoren of zorglijnen structureel samenwerken in ontwerp, pilot en opschaling.
Hierbij staan de principes van passende zorg centraal:
• passende zorg is waardegedreven; dus aantoonbaar effectief met beperkte inzet van geld, personeel en grondstoffen;
• passende zorg komt samen met en gezamenlijk rondom de patient tot stand (samen beslissen);
• passende zorg is de juiste zorg op de juiste plek en wordt waar mogelijk dicht bij de patiënt georganiseerd;
• passende zorg gaat over gezondheid in plaats van over ziekte.
Binnen deze oproep is er specifieke aandacht voor waardegedreven zorg en de juiste zorg op de juiste plek. Het gaat om het bewegen naar een situatie waarbij er in de praktijk daadwerkelijk waardegedreven zorg wordt geleverd. Dit betekent dat niet-passende zorg, waarvan we weten dat deze niet waardegedreven is, actief moet worden teruggedrongen. De juiste zorg op de juiste plek gaat over het passend organiseren en inrichten van zorg, rondom de patiënt, op het juiste niveau en in de juiste vorm, met de juiste samenwerking.
Om de noodzakelijke inhoudelijke, procesmatige, organisatorische en financiële condities voor toepassing van de interventie te realiseren, bestaat het beoogde project uit de volgende (mogelijk overlappende en/of iteratieve) stappen. Voor de invulling van de stappen wordt een passend implementatiemodel of -framework gehanteerd (zie voor inspiratie de indeling van typen modellen van Nilsen et al. of de website van het Nederlands Implementatie Collectief (NIC)).
1 Oriëntatiefase: Er wordt een nadere (context)analyse en/of draagvlakpeiling gedaan van wat er nodig is om de interventie te kunnen toepassen in de praktijk.
2 Ontwikkelingsfase: In samenspraak met de personen die de interventie gaan gebruiken, wordt gekeken naar welke activiteiten, producten en (organisatie-, proces- en/of gedrags-) veranderingen nodig zijn om de interventie te implementeren. Deze worden ontwikkeld en gereed gemaakt voor gebruik. Hierbij wordt een implementatieplan of -handreiking ter ondersteuning van toepassing in zorgorganisaties gemaakt.
3 Pilot- en evaluatiefase: Met behulp van de resultaten van stap 2 wordt de interventie in de praktijk geïmplementeerd, waarbij in een pilot bij minimaal 2 zorginstellingen de eerste aantoonbare verandering wordt gerealiseerd. De reikwijdte of schaalgrootte van de pilot dient voldoende inzicht en resultaten te geven voor toepassing van de interventie op grote schaal. De evaluatie bestaat uit een procesevaluatie en een effectevaluatie. Middels een procesevaluatie van de implementatie wordt in samenwerking met de betreffende organisaties onderzoek gedaan naar implementatie-uitkomsten. Daarnaast wordt de impact van de interventie in de praktijk geëvalueerd, met een (beknopte) effectevaluatie. De effectevaluatie is bedoeld om inzicht te geven in de verwachte impact van de interventie in de pilotcontext. Het betreft geen effectiviteitsonderzoek en is niet bedoeld om causale effecten vast te stellen.
4 Opleveringsfase: De geleerde lessen uit de pilot worden verwerkt in de eerder ontwikkelde activiteiten en producten en in het implementatieplan of de -handreiking. De interventie is na de afloop van het project breed implementeerbaar en samen met de ontwikkelde producten toegankelijk voor de praktijk. Er is een plan opgesteld voor verdere verspreiding en opschaling van de interventie.
Verwacht resultaat
Aan het einde van het project is de interventie klaar voor bredere (idealiter landelijke) implementatie (implementatiegereed). Projecten leveren minimaal de volgende resultaten op:
• inzicht in de belangrijkste factoren en/of barrières op de verschillende niveaus (micro, meso, macro) en hoe deze zijn geoptimaliseerd en/of (worden) weggenomen;
• praktische implementatieproducten (bijv. toolkit, trainingsmateriaal, informatieproducten of werkprocessen);
• een uitgewerkt implementatiemodel of -handleiding voor zorgorganisaties;
• een plan voor verdere verspreiding en opschaling van de interventie.
Bij het aanvragen van subsidie bij ZonMw zijn er rechten, voorwaarden en verplichtingen om rekening mee te houden. Deze volgen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Titel 4.2 van de Awb bevat specifieke bepalingen die van toepassing zijn op subsidies van ZonMw. Daarnaast zijn de Algemene subsidiebepalingen ZonMwvan toepassing.
Uw subsidieaanvraag past in deze subsidieronde als het voldoet aan alle hierna genoemde voorwaarden.
Aanvragen komen in aanmerking voor subsidie wanneer:
• De aanvraag compleet is ingediend conform de eisen zoals beschreven in deze oproep
• De aanvraag wordt, zoals blijkt uit de bijlage ‘Samenstelling samenwerkingsverband’ en de bijbehorende Letters of Commitment, ingediend en uitgevoerd in samenwerking conform de eisen van deze oproep. Zie hiervoor 4.1.3. Samenwerking en bijdrage van derden
• U voorafgaand aan indiening van de aanvraag een formulier ‘Vooraanmelding’ ingevuld heeft en deze voor de deadline van 3 juli 2026, 14:00 uur door ZonMw is ontvangen
• Het aangevraagde subsidiebedrag niet meer is dan € 300.000,–
• De looptijd van het project niet langer is dan 24 maanden.
Niet in aanmerking komen:
• Projecten gericht op het verbeteren van zorg die niet valt onder het basispakket van de zorgverzekeringswet (Zvw), of de Zvw in combinatie met de Wet Langdurige zorg (Wlz). Interventies die zowel onder Zvw als Wet langdurige zorg (Wlz) of Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) vallen komen alleen in aanmerking als kan worden onderbouwd dat het gaat om zorg binnen de Zvw die zorggebruik in de Wlz of Wmo kan voorkomen of vertragen
• Projecten gericht op de toepassing of verbeterd/aangepast gebruik van geneesmiddelen, waarbij het geneesmiddel voldoet aan de criteria van de Geneesmiddelenwet. Aanvragen gericht op geneesmiddelen, die tot doel hebben een bijdrage te leveren aan het verbeteren van farmacotherapeutische zorg (op het niveau van het geneesmiddel of op het niveau van het gebruik van geneesmiddelen in de dagelijkse zorg), valt onder het programma Goed Gebruik Geneesmiddelen
• Projecten gericht op het verder opschalen en verspreiden van eerder geïmplementeerde interventies
• Projecten gericht op het versterken van de bewijskracht van de interventie. Denk aan aanvragen waarbij (vervolg)onderzoek naar de werkzaamheid of effectiviteit van de interventie het projectdoel is of een substantieel onderdeel van het project
• Projecten waarbij de interventie nog vormgegeven of (door)ontwikkeld dient te worden, voordat deze toegepast kan worden in de praktijk. Binnen deze subsidieoproep wordt vereist dat een interventie in de huidige vorm gereed is voor gebruik in de betreffende setting
Subsidie kan worden aangevraagd namens een organisatie, zogenaamde publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersonen, die in het Koninkrijk der Nederlanden gevestigd is.
Binnen deze subsidieronde kunnen de volgende partijen kunnen aanspraak maken op (een gedeelte van de) subsidie:
• Nederlandse onderzoeksorganisaties in de zin van het EU staatssteunrecht2.
• Onderwijsinstellingen (zoals hogescholen, middelbaar beroepsonderwijs, ...)
• Overige kennisinstellingen
• Nederlandse zorginstellingen die zorg leveren binnen het basispakket van de Zvw3
• Netwerkpartijen zoals gedefinieerd in 3.2 Definities
• Belangenorganisaties die voor dit project belangenbehartigende activiteiten uitvoeren voor dit project. U moet in de subsidieaanvraag aangeven welke wettelijke taak, belangenbehartigende activiteiten u in dit verband uitvoert.
De subsidieaanvraag moet ingediend worden door een samenwerkingsverband, zie voor toelichting 5.1.3 Samenwerking en bijdrage van derden.
ZonMw verstrekt geen subsidie als dit leidt of kan leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun. Staatssteun is financiële steun of een ander selectief voordeel dat een overheid (of met staatsmiddelen) verstrekt aan een specifieke onderneming, wat de concurrentie op de Europese markt kan vervalsen.
Voor deze subsidieronde geldt daarom de volgende staatssteunmaatregel: Algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) en de-minimisverordening. Binnen deze subsidieoproep worden projecten gefinancierd die vallen onder de categorie experimentele ontwikkeling (zie artikel 25, lid 2, sub c van de AGVV).
Voor deze subsidieoproep wordt een apart begrotingsformat gehanteerd waarbij per deelnemende partij de van toepassing zijnde staatssteunmaatregel wordt aangegeven. Zie voor een toelichting Bijlage 4 – Toelichting begroting en benodigde verklaringen.
Algemene groepsvrijstellingsverordening
In deze subsidieronde wordt gebruik gemaakt van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV). Daardoor is er bij subsidieverlening, op basis van deze subsidieoproep, sprake van een geoorloofde vorm van staatssteun. Dat betekent dat er financieringsvoorwaarden en regels zijn voor de begroting. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV vindt u meer informatie over de AGVV en de vereisten van de AGVV waaraan moet worden voldaan.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen4 begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen die aanspraak maken op subsidie voldoen aan de voorwaarden van de AGVV. Dit betekent dat alle voorwaarden en verplichtingen die voortvloeien uit de AGVV ook volledig van toepassing zijn op alle op subsidie aanspraak makende ondernemingen in het samenwerkingsverband. ZonMw stelt de Europese Commissie middels een kennisgeving zoals bedoeld in artikel 11 van de AGVV op de hoogte van deze subsidieoproep.
De maximale steunintensiteit voor experimentele ontwikkeling bedraagt 25% van de in aanmerking komende kosten. De steunintensiteit kan worden verhoogd van 25% (basis) tot maximaal 60% middels opslagen voor de omvang van de onderneming en verspreiding van projectresultaten. Meer informatie over de steunintensiteit vindt u in Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV. De in aanmerking komende kosten betreffen uitsluitend de kosten van de studie.
Bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten zijn alle bedragen die worden gebruikt de bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten moeten worden gestaafd met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Deze bewijsstukken kunnen, na honorering, op elk moment worden opgevraagd en dienen vervolgens binnen afzienbare tijd te worden aangeleverd aan ZonMw.
Cofinanciering en/of een eigen bijdrage is verplicht en betreft het percentage van de kosten dat niet voor subsidie in aanmerking komt. U vermeldt in de projectbegroting de volledige kosten van het totale project en geeft aan welke kosten gedekt worden met het aangevraagde subsidiebedrag en welke kosten met een eigen bijdrage en/of cofinanciering (in cash of in kind) worden gefinancierd. De cofinanciering en/of eigen bijdrage mag niet worden gefinancierd met een directe of indirecte subsidie of bijdrage van de Nederlandse overheid of met een subsidie of bijdrage van andere overheden.
De-minimisverordening
Wanneer ondernemingen5 binnen deze subsidieronde aanspraak maken op subsidie, verstrekt ZonMw de subsidie onder de de-minimisverordening6. Dat betekent dat er specifieke financieringsvoorwaarden en regels voor de begroting zijn. Daarnaast bent u verplicht om over bepaalde gegevens te verklaren. In Bijlage 2 – Staatssteun – de-minimisverordening vindt u meer informatie over de de-minimisverordening, evenals de vereisten van de de-minimisverordening waaraan moet worden voldaan.
Onderzoeksorganisaties
De primaire activiteiten van onderzoeksorganisaties (volgens de Kaderregeling artikel 15 sub ee7) hebben doorgaans geen economisch karakter en vallen daarmee buiten het bereik van het staatssteunrecht. Let op: indien sprake is van economische activiteiten, zoals de verhuur van een laboratorium, geldt mogelijk wel dat er sprake is van het staatssteunrecht, ook voor onderzoeksorganisaties.
Meer informatie over staatssteun vindt u op de ZonMw-webpagina Vrijstellingverordeningen staatssteun.
Als u vragen heeft over de toepassing van de AGVV en de-minimisverordening raden wij u aan om advies in te winnen bij juristen binnen uw organisatie.
ZonMw stimuleert samenwerking tussen en deelname van partijen. Daarbij geldt dat geen subsidie wordt verstrekt als afspraken leiden of kunnen leiden tot het verlenen van onrechtmatige staatssteun of als daardoor niet aan de Algemene subsidiebepalingen ZonMw of voorwaarden van de subsidieoproep kan worden voldaan.
Samenwerking is een vereiste. De samenwerking bestaat ten minste uit:
• 2 of meer Nederlandse zorgorganisaties die zorg leveren binnen het basispakket van de Zvw
• 1 onderzoeksorganisatie of kennisinstelling
• 1 netwerkpartner (zie 3.2 Definities)
Er wordt vereist dat ervaringsdeskundigen en/of patiëntvertegenwoordigers worden betrokken binnen het project. Samenwerking met andere partijen, zoals overheidsinstellingen, leveranciers, onderwijsinstellingen of zorgverzekeraars wordt aangemoedigd, en wordt verwacht wanneer relevant voor het project. Afhankelijk van de soort en type interventie wordt verwacht dat er een passende keuze voor de samenwerking en betrokken zorginstellingen wordt gemaakt, met zoveel mogelijk aandacht voor sector- of domeinoverstijgende samenwerking en zorg voor een zo breed mogelijk draagvlak.
Let op: De samenwerking moet bij het indienen van de subsidieaanvraag worden aangetoond doormiddel van een ingevulde bijlage ‘Samenstelling samenwerkingsverband’ en bijbehorende ondertekende letters of commitment.
We verwachten dat de projectgroep bestaat uit een passende afspiegeling van de samenwerking, waaronder (vertegenwoordiging van) ervaringsdeskundigen, patiënten of eindgebruikers.
Uit de subsidieaanvraag en begroting moet duidelijk naar voren komen:
• Met welke partijen samengewerkt wordt. Beschrijf per partij op welke manier deze actief bijdraagt aan het project; dit zijn in elk geval partijen die op de begroting voorkomen als een partij die aanspraak wenst te maken op een deel van de subsidie. Ook partijen die voor eigen rekening en risico actief bijdragen maken onderdeel uit van de samenwerking.
• Met welke partij(en) een sponsorovereenkomst zal worden aangegaan en wat de in-natura of geldelijke bijdrage is.
• Welke partijen worden ingehuurd of indien dit nog niet bekend is, voor welke activiteiten wordt voorzien dat dit door derden zal worden uitgevoerd en de daarvoor te maken kosten (inclusief btw). Zie voor meer informatie en de voorwaarden voor inhuur/opdracht de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerking en sponsoring moeten definitief geregeld zijn bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag.
Samenhang met lopende initiatieven
In Nederland werken mensen op veel verschillende plaatsen actief aan passende zorg. Zij ontwikkelen veel kennis over wat passende zorg is, en veel initiatieven om die passende zorg in de praktijk te brengen. Van aanvragers wordt verwacht dat zij voorafgaand aan de start en gedurende het project op de hoogte zijn van lopende onderzoeken en vergelijkbare initiatieven in Nederland – en hierop aansluiten waar mogelijk. Hiermee voorkomen we overlap en borgen we dat het project, gebruikmakend van de juiste betrokkenen en samenwerkingspartners, zo breed mogelijk bijdraagt aan de implementatie van bestaande interventies voor passende zorg.
Letter of commitment
ZonMw wil zeker weten dat samenwerkende partijen en/of sponsors van een project zich juridisch hebben verplicht tot de toegezegde bijdrage. Daarom is het verplicht om bij de uitgewerkte subsidieaanvraag een ondertekende Letter of Commitment per samenwerkende partij en/of sponsor toe te voegen. Gebruik hiervoor het voorbeeld op de ZonMw-webpagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden.
Samenwerkings- en sponsorovereenkomst
Na toekenning en voorafgaand aan de startdatum levert u een definitieve niet getekende conceptversie van een samenwerkingsovereenkomst aan. De ZonMw-webpagina Subsidies en Samenwerking/bijdragen van derden bevat meer informatie over de verschillende vormen van samenwerken en bijdragen.
Het totale beschikbare subsidiebudget in deze subsidieronde bedraagt 4.3 miljoen euro.
Per project kunt u maximaal € 300.000,– subsidie aanvragen. Het toegepaste vrijstellingsinstrument heeft invloed op het maximaal aan te vragen bedrag. Zie hiervoor 5.1.2. Staatssteun.
De maximale looptijd van het voorgestelde project is 24 maanden.
Cofinanciering
Partijen dienen een eigen bijdrage te leveren van het totale budget indien van toepassing onder de staatssteunregels, zie 5.1.2. Staatssteun. Let hierbij op dat de cofinanciering niet afkomstig kan zijn uit (andere) overheidsmiddelen. Wanneer er geen sprake is van cofinanciering door staatssteunregels, legt ZonMw binnen deze subsidieronde geen andere eis voor minimum benodigde cofinanciering op.
Accountantskosten
Accountantskosten tot een maximum van € 5.000 mogen bij projecten van € 125.000 of meer opgenomen worden in de begroting. Voor projecten met een totaal projectbudget groter dan € 500.000 worden de subsidiabele accountantskosten voor de verplichte accountantsverklaring vergoed tot maximaal € 7.500. Door de wijziging van de Algemene subsidiebepalingen ZonMw per 1 april 2022 moet er na afronding van een project van € 125.000 of meer naast de financiële eindverantwoording ook een controleverklaring van een accountant aangeleverd worden. Universiteiten en universitair medische centra mogen accountantskosten niet opnemen in de begroting. Met deze instellingen zijn aparte afspraken gemaakt over de vereiste accountantsverklaring. Neem hiervoor contact op met uw financiële afdeling.
Zorgkosten
Zorgkosten zijn niet subsidiabel en mogen niet ten laste van de subsidie gebracht worden. Voor deze subsidieoproep komen alleen interventies gericht op zorg binnen het basispakket van de Zvw in aanmerking. Indien eventuele zorgkosten als onderdeel van de interventie nog niet betaald worden uit de zorgverzekering, dan is de interventie niet passend binnen deze subsidieoproep.
Open Access
Indien u volgens de volledig gouden Open Access route publiceert en de AGVV niet van toepassing is omdat u gebruik maakt van de de-minimisregeling of als onderzoeksorganisaties (volgens de Kaderregeling artikel 15 sub ee8) deelneemt, mag u kosten voor Open Access-publicaties opnemen in de projectbegroting. Dit kan tot een maximumbedrag van € 5.000,– voor het gehele project. In de begroting neemt u ‘Open Access’ als aparte budgetregel op bij de betreffende partij. Zie voor meer informatie de ZonMw-webpagina Open Access.
Let op: Open Access kosten mogen daarmee niet worden opgevoerd voor partijen die onder de AGVV deelnemen aan het project.
Opvolgende financiering
ZonMw kan besluiten om voor toegekende projecten van deze subsidieoproep een aanvullende subsidieoproep open te stellen, waarmee bijvoorbeeld een impuls kan worden gegeven aan de (verdere) praktijktoepassing of opschaling van de resultaten.
• De subsidieaanvraag wordt uiterlijk dinsdag 1 september 2026, vóór 14.00 uur ingediend.
• Het project heeft een looptijd van maximaal 24 maanden en een uiterlijke startdatum van 1 mei 2027.
• Het project vraagt een maximaal subsidiebudget bij ZonMw aan van € 300.000,–
• De aanvraag is geschreven in het Nederlands.
• Bij het schrijven van de subsidieaanvraag hanteert u in Mijn ZonMw de kopjes en
• tussenkopjes zoals aangegeven in Bijlage 3 – Toelichting aanvraagformulier Mijn ZonMw.
• Aanvragers dienen alle verplichte bijlagen (zie onderstaand) bij uw uitgewerkte
• subsidieaanvraag toe te voegen. Voor bijlage 1, 2, 3 en 5 dient u gebruik te maken van onderstaande verplichte format.
Zie voor een toelichting op het indienen van de begrotingsbijlage, Letters of Commitment en staatssteunverklaringen Bijlage 4 – Toelichting begroting en benodigde verklaringen.
De volgende bijlage(n) zijn verplicht om toe te voegen:
• Bijlage 1: Begroting (AGVV format)
U dient een ondertekende, compleet ingevulde begroting in het volgende verplichte format bij te voegen: Begrotingsformat – De weg vrij voor passende zorg. Andere formats zijn niet van toepassing op deze oproep en worden niet geaccepteerd.
○ Start uw begroting door het tabblad ‘basisgegevens’ in te vullen
○ Vervolgens vult u voor elke aanvragende organisatie een eigen tabblad in en kiest u het relevante staatssteuninstrument (~ type activiteit en vrijstelling’):
▪ voor onderzoeksorganisaties kiest u ‘niet-economische activiteit’
▪ voor ondernemingen kiest u uit ‘de-minimis’ of ‘AGVV art 25(2)(c) – Experimenteel onderzoek (zie 5.1.2 Staatssteun voor toelichting)
○ Alleen de organisatie van de hoofdaanvrager dient de begroting te ondertekenen.
○ Tabblad 1 bevat instructies voor het invullen van het begrotingsformat.
U levert de begroting in als 1 PDF waarin alle door u ingevulde tabbladen zichtbaar zijn. Let daarbij op dat de inhoud goed leesbaar is. Graag de lege tabbladen verwijderen.
LET OP: Bij dit begrotingsformat vult u per deelnemende organisatie een apart tabblad in. Bij bepaalde opties/keuzes (bijvoorbeeld over de grootte van uw onderneming) dient u een verklaring in te vullen waaruit dit blijkt. Begin daarom op tijd met het opstellen van uw begroting en het invullen van uw format.
• Bijlage 2: Verklaringen samenwerkingspartijen
U dient de volgende twee gecombineerde bestanden bij te voegen als bewijs van de (beoogde) samenwerking:
○ een ingevulde en ondertekende bijlage ‘Samenstelling samenwerkingsverband’
○ bijbehorende ondertekende Letter of Commitment van alle deelnemende samenwerkingspartners (projectpartners), ongeacht of zij een eigen bijdrage leveren of aanspraak maken op (een deel van) het subsidiebudget. De organisatie van de hoofdaanvrager hoeft geen Letter of Commitment bij te voegen.
Indien er daarnaast sprake is van een sponsor (een partij die niet actief deelneemt aan de uitvoering van het project en alleen bijdraagt in geld of in natura), dan dient deze partij ook een Letter of Commitment aan te leveren.
• Bijlage 3: Participatiematrix – max 2 pagina’s
In de ingevulde Participatiematrix geeft u aan op welke manier ervaringsdeskundigen en/of patiëntvertegenwoordigers worden betrokken en een rol hebben binnen het project. Zorg ervoor dat u deze bijlage beperkt tot 2 A4.
Via deze link kunt u het verplichte format van de Participatiematrix en een handleiding toegestuurd krijgen: https://www.kcrutrecht.nl/producten/participatiematrix/ .
• Bijlage 4: Projectplanning – max 1 pagina
Voeg een gefaseerde projectplanning in de vorm van een GANNT-chart toe. Hier is geen standaard format voor. Zorg ervoor dat u deze bijlage beperkt tot 1 pagina.
• Bijlage 5: Staatssteunverklaringen
Voeg de van toepassing zijnde verklaringen toe op basis van het betreffende staatssteuninstrument. Zie voor een toelichting Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV en Bijlage 2 – Staatssteun – de-minimisverordening.
○ AGVV:
▪ ingevulde en ondertekende verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun;
▪ ingevulde en ondertekende verklaring onderneming niet in moeilijkheden;
▪ ingevulde en ondertekende verklaring cumulatie van staatssteun.
▪ Aanvullend indien er sprake is van een kleine of middelgrote onderneming: ingevulde EU SME Self Assessment Wizard
○ De-minimisverordening:
▪ ingevulde en ondertekende Verklaring de-minimissteun.
• Bijlage 6: Appendix (optioneel) – max 2 pagina’s
Hier kunt u maximaal 2 pagina’s A4 met figuren en tabellen toevoegen ter ondersteuning van uw aanvraag.
Het is niet toegestaan om extra bijlagen anders dan de hierboven genoemde verplichte en optionele bijlagen bij te voegen.
Verplichtingen zijn van toepassing wanneer u een subsidie krijgt toegekend. Hiervoor volgt ZonMw de Algemene subsidiebepalingen ZonMw. Daarnaast zijn ook de volgende verplichtingen van toepassing:
• Open Access
Alle publicaties die voortkomen uit (wetenschappelijk) onderzoek dat geheel of gedeeltelijk door ZonMw gefinancierd is, moeten Open Access beschikbaar gesteld worden (conform ZonMw Open Access beleid). ZonMw accepteert verschillende Open Access routes. Naast artikelen, moedigt ZonMw ook aan om andere type (wetenschappelijke) publicaties Open Access beschikbaar te stellen (zoals monographs, boeken, conference proceedings en grey literature), maar ook onderzoeksdata en kennisproducten van praktijkgericht onderzoek (zoals modellen, protocollen, prototypen, digitale tools, demonstraties).
Voor meer informatie over het ZonMw Open Access beleid, de volledige voorwaarden en mogelijkheden, verwijzen we u naar onze website.
• Vindbare en herbruikbare kennis
Na afloop van een project moeten tenminste de data en de metadata beschikbaar zijn die ten grondslag liggen aan de projectresultaten en publicaties. Deze moeten herbruikbaar zijn en (al dan niet onder voorwaarden, afhankelijk van bijvoorbeeld privacywetten) toegankelijk zijn voor onderzoekers, beleidsmakers, praktijkprofessionals, bedrijven en burgers. Houd bij de planning en begroting van uw project rekening met de kansen en vereisten met betrekking tot FAIR-datamanagement. Indien u geen data verzamelt, vermeld dit dan in uw subsidieaanvraag.
• Voorwaarden voor valorisatie
ZonMw streeft naar brede toegankelijkheid van door haar gesubsidieerde projecten, daarom, dienen de tien principes voor Maatschappelijk Verantwoord Licentiëren (MVL) te worden toegepast bij licentiëring van resultaten. Beschrijf indien van toepassing hoe aanspraak op intellectueel eigendom is geregeld met samenwerkende partijen en eventueel derden. Geef ook aan hoe deze partijen de tien principes zullen naleven.
• Monitoring van uw project
Als uw project gehonoreerd wordt, dan zijn gedurende de looptijd van uw project de Algemene subsidiebepalingen ZonMw van toepassing met betrekking tot monitoring.
Voor deze oproep is er geen projectideefase. De beoordelingsprocedure van de uitgewerkte subsidieaanvraag bestaat uit een schriftelijke beoordeling van de kwaliteit door referenten, de mogelijkheid tot schriftelijk wederhoor en een eindbeoordeling door de programmacommissie.
De programmacommissie beoordeelt de ingediende subsidieaanvragen op basis van de genoemde voorwaarden en criteria. De aanvragen worden gedurende de beoordelingsvergadering ten opzichte van elkaar geprioriteerd op basis van de beoordelingen en prioriteringscriteria.
Voor de procedures voor de beoordeling van subsidieaanvragen verwijzen we u naar de infographic ‘Subsidie aanvragen in 10 stappen’. De standaardprocedure van ZonMw, zoals vermeld in de procedurebrochure aanvragers wordt gevolgd met de volgende uitzonderingen:
• Indien er bij ZonMw twijfel bestaat of de interventie binnen het basispakket van de Zvw valt, wordt Zorginstituut Nederland geconsulteerd. Zij brengen dan een advies uit richting de commissie en ZonMw.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken ZonMw-medewerkers is de ZonMw Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Medio juni 2026 vindt er een online informatiebijeenkomst over deze subsidieronde plaats, waarin het programmateam de oproep toelicht en waarin u de mogelijkheid heeft om vragen te stellen over de oproep. Zie de subsidieoproeppagina op de website van ZonMw voor meer info over de exacte datum en tijd, en hoe u zich hiervoor kunt aanmelden.
U moet verplicht, voorafgaand aan indiening van uw aanvraag, een formulier ‘Vooraanmelding’ invullen en toesturen, waarmee u kenbaar maakt een aanvraag te gaan indienen binnen deze subsidieronde. U dient het ingevulde formulier van uw vooraanmelding uiterlijk 3 juli 2026, 14.00 uur toe te sturen aan programmapassendezorg@zonmw.nl onder vermelding van ‘De weg vrij voor passende zorg – vooraanmelding’. Als er na uw vooraanmelding nog gegevens wijzigen of als u toch geen subsidieaanvraag gaat indienen, laat dit dan weten in een reply op uw eerdere email.
De beoordelingsprocedure verloopt als volgt:
1. Vooraanmelding indienen: U dient uw vooraanmelding middels het vooraanmeldingsformulier in via programmapassendezorg@zonmw.nl. Dit doet u vóór 3 juli 2026, 14.00 uur.
2. Subsidieaanvraag indienen: U dient uw subsidieaanvraag in via Mijn ZonMw. Dit doet u vóór de deadline van dinsdag 1 september 2026, 14.00 uur.
3. Ontvangstcheck: Na de deadline controleert ZonMw of uw subsidieaanvraag compleet is en voldoet aan de voorwaarden. Als dit niet het geval is, krijgt u binnen één week na de deadline maximaal 24 uur de tijd om uw aanvraag te herstellen. Hierbij mag de aanvraag inhoudelijk niet aangepast worden. Alleen als uw aanvraag compleet en ontvankelijk is (voldoet aan alle randvoorwaarden) wordt deze beoordeeld.
4. Beoordeling referenten: De subsidieaanvraag wordt beoordeeld door minimaal 2 externe referenten. Zij beoordelen de kwaliteit van uw aanvraag op basis van de kwaliteitscriteria.
5. Gelegenheid tot wederhoor: De bevindingen en vragen van de referenten over uw subsidieaanvraag worden aan u voorgelegd (hoor), waarna u in de gelegenheid wordt gesteld hierop schriftelijk te reageren (wederhoor) in de periode van 20 oktober tot 3 november 2026.
6. Beoordeling commissie: De beoordelingscommissie KPPZ geeft een eindoordeel over uw aanvraag, met inachtneming van het advies van Zorginstituut Nederland, indien van toepassing. Het relevantieoordeel en kwaliteitsoordeel stelt de beoordelingscommissie vast op basis van de subsidieaanvraag, het hoor en het wederhoor. Voor de prioritering van uitgewerkte aanvragen wordt gebruik gemaakt van de prioriteringsmatrix (zie 5.4 Prioriteitstelling).
7. Besluit: Op basis van de beoordeling door de beoordelingscommissie besluit ZonMw of uw subsidieaanvraag wordt gehonoreerd of afgewezen. U ontvangt het besluit uiterlijk 1 maart 2027, waarbij projecten uiterlijk 1 september 2027 dienen te starten.
ZonMw stelt de volgende eisen aan de relevantie van de aanvraag:
Interventie
U geeft een beschrijving van de interventie en onderbouwt de werkzaamheid en behoefte voor implementatie ervan.
• Beschrijving interventie: Geef een beknopte, duidelijke omschrijving van de interventie. Beschrijf daarbij concreet wat er anders is ten opzichte van de huidige situatie, wat de doelgroep is, waar de interventie wordt toegepast en of de interventie domein- of sectoroverstijgend is. Licht toe dat de interventie plaatsvindt binnen de setting van zorg die is verzekerd in het basispakket van de Zvw.
• Gereedheid voor toepassing: Onderbouw dat de interventie reeds ontwikkeld is en gereed is voor toepassing in de praktijk.
Let op: Als uw interventie een ICT-toepassing betreft, moet de benodigde certificering (bijv. MDR-certificering of CE-markering) reeds zijn verkregen en kunnen worden aangetoond en moet worden onderbouwd dat het passend is binnen de geldende wet- en regelgeving op gebied van privacy en informatiebeveiliging.
• Werkzaamheid: Onderbouw dat de interventie aantoonbaar werkzaam is waarmee het verwachte effect aannemelijk is. De werkzaamheid van de interventie kan onderbouwd worden met resultaten uit (kosten)effectiviteitsonderzoek of ander wetenschappelijk onderzoek, informatie uit databanken of kennispleinen of grijze literatuur9, eventueel aangevuld met of ondersteund door ervaringen uit de praktijk.
• Behoefte: Maak aannemelijk dat er een brede behoefte is aan implementatie van de zorginterventie bij de beoogde gebruikers. Geef daarnaast aan of het implementatie-onderwerp is aantoonbaar geagendeerd door veldpartijen: staat het onderwerp bijvoorbeeld op de ZE&GG-Implementatieagenda, op de Beter Doen Beter Laten-lijst, op het Overzicht Passende Zorg Verbetertrajecten, op de de-implementatieagenda van de NVVC, als implementatie-onderwerp op een (kennis)agenda van een wetenschappelijke vereniging of beroepsgroep (en zo ja, welke) of is deze ergens anders opgenomen als prioriteit? Agendering van het onderwerp door een veldpartij is een pré.
Meerwaarde van het project
U dient overtuigend te onderbouwen dat het project van meerwaarde is aan de hand van de onderstaande punten:
• Noodzakelijkheid: Onderbouw waarom het beschreven project nodig is voor de toepassing van de interventie in de praktijk, en waarom implementatie niet zonder een dergelijk project mogelijk is. Maak duidelijk dat het project vernieuwend is en niet overlapt met lopende initiatieven. Geef aan waarom toepassing nog niet is opgepakt door andere partijen vanuit hun rol en verantwoordelijkheden en dat de inzet van de aangevraagde publieke middelen dus gerechtvaardigd is.
• Factoren en/of barrières: Werk uit welke factoren en barrières het project verwacht en beoogt inzichtelijk te maken en waar mogelijk te optimaliseren en/of weg te nemen. Benoem welke organisatorische, procesmatige of financiële factoren de toepassing van de interventie op dit moment belemmeren en hoe deze in het (recente) verleden zijn geïdentificeerd.
• Generaliseerbaarheid: Omschrijf in hoeverre de factoren en barrières ook van toepassing zijn op andere zorginterventies in Nederland en, indien van toepassing, hoe het project ook waardevolle kennis kan opleveren voor het implementatiegereed maken daarvan. Maak aannemelijk dat de resultaten van het project breed inzetbaar zijn, waarbij de interventie na afloop gereed is om minimaal regionaal, maar bij voorkeur landelijk te worden toegepast.
Impact op Passende Zorg
U dient overtuigend te onderbouwen dat de interventie substantieel bijdraagt aan de transitie naar passende zorg, waarbij waardegedreven zorg en de juiste zorg op de juiste plek centraal staan.
• Bereik: Geef een schatting van het volume van de relevante patiënten/zorgvragers in Nederland (bijv. op basis van incidentie en prevalentie) en het aantal zorgorganisaties en zorgmedewerkers op wie de interventie van toepassing is. Houdt, indien van toepassing, hierbij rekening met de verwachte veranderingen in deze aantallen in de toekomst.
• Gezondheid: Beschrijf of en hoe de interventie relevante winst oplevert voor de zorgvrager of patiënt, bijvoorbeeld in gezondheid, functioneren, kwaliteit van leven of ervaren kwaliteit van zorg. Licht toe of de interventie effectiever is dan de huidige situatie en daardoor van waarde voor de zorgvrager, of even effectief/niet minder effectief, maar met een substantiële winst op (maatschappelijke) kosten of arbeidsinzet.
• Kosten: Maak waar mogelijk een inschatting van de (mogelijke) kostenbesparing uitgedrukt in besparing per patiënt per jaar bij volledige implementatie, waar mogelijk vanuit het (collectieve) maatschappelijk perspectief en het gezondheidszorgperspectief. Maak duidelijk of de beschreven winst en/of besparing tastbaar gemaakt kan worden binnen bestaande bekostigingsstructuren en/of zorgpaden, of hoe hiervoor gezorgd gaat worden. Geef dit indien mogelijk weer in een kosten-batenanalyse of economische evaluatie.
• Arbeidsinzet: Beschrijf de potentiële verschuiving in tijdsinvestering van de betrokken zorgprofessionals. Denk hierbij aan bijvoorbeeld arbeidsbesparing en efficiënte inzet van personeel, zodat het werk minder belastend is voor of dat met dezelfde capaciteit meer patiënten kunnen worden behandeld. Ga hierbij ook in op de voldoening, ontwikkeling en werkplezier van de betrokken zorgprofessionals. Geef een inschatting van de verwachte te behalen winst op het gebied van arbeidsinzet bij volledige implementatie, bij voorkeur uitgedrukt in FTE per jaar.
Daar waar relevant, dienen ook de overige principes van passende zorg (samen beslissen en focus op gezondheid in plaats van ziekte) te worden meegenomen in de onderbouwing.
Algemene relevantiecriteria
ZonMw kent als organisatie algemeen geldende relevantiecriteria die elk programma in ogenschouw neemt en in de beoordeling betrekt. Naast de programmaspecifieke relevantiecriteria gelden ook de volgende algemene relevantiecriteria:
• Diversiteit: Beschrijf hoe er aandacht wordt besteed aan diversiteit en differentiatie van de doelgroep naar kenmerken zoals sekse en gender, leeftijd, sociaaleconomische situatie, opleidingsniveau, migratie- en culturele achtergrond en seksuele diversiteit, waar relevant voor het project.
○ Beschrijf of er apart en/of expliciet aandacht moet worden besteed aan (het includeren van) bepaalde (sub)groepen binnen het implementatietraject en of de gehele doelgroep gelijke toegang heeft of zal hebben tot de interventie. Denk hierbij ook aan (mogelijke) sociaaleconomische gezondheidsverschillen en/of laaggeletterdheid.
• Participatie van patiënten en/of eindgebruikers: Beschrijf hoe u belanghebbenden, de einddoelgroep of eindgebruiker die beschikt over ervaringsdeskundigheid betrekt bij het project, die het collectieve belang vertegenwoordigd. Met ‘betrekken’ bedoelen we concreet het raadplegen, advies inwinnen, samenwerken en/of laten (mee)beslissen van betrokkenen bij het opstellen van de subsidieaanvraag en het uitvoeren van het project.
○ Beschrijf op welke manier u eindgebruikers en/of ervaringsdeskundigen actief betrekt, in alle fasen van de subsidieaanvraag en het project. U dient te concretiseren welke rol patiënten en/of ervaringsdeskundigen vervullen binnen welke fase van het project, middels de bijlage Participatiematrix (zie 5.1.5 praktische voorwaarden).
○ U wordt verzocht minimaal één patiënt en/of ervaringsdeskundige, of hun vertegenwoordiger, op te nemen in de projectgroep.
○ In de begroting van het project dient u rekening te houden met de financiële vergoeding voor het onderdeel participatie.
ZonMw stelt de volgende eisen aan de kwaliteit van de aanvraag:
Probleemstelling en doelstelling
• Omschrijf helder wat het probleem is en wat de impact van het probleem is op de patiënt, de zorgorganisatie en/of het totale zorgsysteem.
• Formuleer de doelstelling van het project zo concreet mogelijk. Er vindt een toetsing plaats op voldoende helderheid en reikwijdte.
○ De doelstelling is bij voorkeur meetbaar en is qua omvang passend bij het implementatiegereed maken van de interventie op landelijke of ten minste regionale schaal.
○ Beschrijf op welke schaal de interventie implementeerbaar is na afloop van het project.
Plan van aanpak
Werk het plan van aanpak uit aan de hand van de vier fases zoals toegelicht onder 4.2 Verplichte stappen binnen het project. Betrek uw implementatiespecialist bij de uitwerking. Hanteer geschikte implementatiemodellen en/of -frameworks (zie voor inspiratie de indeling van typen modellen van Nilsen et al. et al. of de website van het Nederlands Implementatie Collectief (NIC)).
• Oriëntatiefase: Werk uit hoe de huidige situatie waarin de interventie moet worden toegepast in kaart wordt gebracht. Leg uit hoe tot een contextanalyse of draagvlakpeiling wordt gekomen waarin de relevante contextfactoren, stakeholders en het aanwezige draagvlak in beeld worden gebracht. Werk vervolgens uit hoe de uitkomsten van de oriëntatiefase zullen leiden tot een implementatiestrategie.
• Ontwikkelfase: Leg uit hoe op basis van de oriëntatiefase wordt gekomen tot concrete activiteiten, veranderingen en/of producten. Licht toe op welke manier deze ontwikkeld gaan worden en gereed gemaakt worden voor gebruik in de pilot.
• Pilot en evaluatiefase: Maak concreet waar de pilot wordt uitgevoerd, hoe deze wordt vormgegeven en wat de omvang ervan is. De evaluatie bestaat uit een procesevaluatie en een effectevaluatie.
○ Bij een procesevaluatie evalueert u het traject zelf, om geleerde lessen ten aanzien van het implementatieproces te bepalen. We verwachten hierbij een beschrijving van de gebruikte implementatie-uitkomsten en hoe deze worden gemeten. Geef aan hoe u van plan bent om de informatie uit de evaluatie te vertalen naar een advies voor verdere implementatie na de subsidieperiode.
○ In de effectevaluatie wordt gekeken of de verwachte impact op waardegedreven zorg (waaronder ten minste het effect op gezondheid, kosten en arbeidsinzet) daadwerkelijk wordt gerealiseerd in de praktijk. De effectevaluatie omvat een beschrijving van de gebruikte effectmaten en hoe deze gemeten worden. Een nul- en eindmeting van de pilot is vereist.
• Opleveringsfase: Werk uit wat je beoogt op te leveren en hoe deze producten voortkomen uit de resultaten van de pilot en evaluatie. Maak concreet hoe de producten na afloop van het project beschikbaar worden gemaakt voor brede implementatie van de interventie.
• Rolverdeling: Werk uit hoe de afstemming tussen de samenwerkingspartijen plaatsvindt, wie waarvoor verantwoordelijk is en hoe de taakverdeling eruitziet.
• Lopende initiatieven: Licht toe hoe zowel voorafgaand aan de start van het project als ook tijdens het project, de projectgroep zich op de hoogte stelt van lopende vergelijkbare initiatieven en hierop aansluit waar mogelijk.
Haalbaarheid
Maak aannemelijk dat het doel van de subsidieaanvraag binnen de gestelde tijd wordt bereikt met de beschikbare expertise, menskracht, faciliteiten en middelen.
• Geef een duidelijke, realistische en haalbare tijdsplanning van uw project, en zorg daarbij voor een heldere fasering aan de hand van de vier stappen uit het plan van aanpak. Verwijs hierbij naar de bijgevoegde GANTT-chart.
• Maak aannemelijk dat na afloop van het project de interventie gereed is voor brede implementatie (bij voorkeur landelijk, maar ten minste regionaal), zodat zorgorganisaties de interventie op grote schaal zelfstandig kunnen toepassen.
Projectgroep en samenwerking
Beschrijf hoe de samenstelling van de projectgroep en het samenwerkingsverband bijdraagt aan de kwaliteit van uw project. De beschrijving van de projectgroep en het samenwerkingsverband dient overeen te komen met de inhoud van de bijlage ‘Samenstelling samenwerkingsverband’ en de benodigde Letters of Commitment dienen aanwezig te zijn.
• Projectgroep: Alle benodigde disciplines en expertises zijn vertegenwoordigd in de projectgroep, waarbij de projectleider een centrale rol als aanjager en verbinder vervult. Er is tenminste één persoon met aantoonbare implementatie-expertise en één persoon die ervaringsdeskundigheid vertegenwoordigt opgenomen in de projectgroep.
• Samenwerkingsverband: Alle relevante stakeholders, waaronder de verschillende niveaus (bestuur, management en praktijk) bij de relevante zorginstellingen, nemen deel aan het project en zijn gecommitteerd. Licht toe of de samenwerking sector- of domeinoverstijgend is en op welke manier. De inrichting van de samenwerking maakt aannemelijk dat de resultaten na afloop breed implementeerbaar zijn. Er wordt onderbouwd op welke manier overige stakeholders worden betrokken en/of geïnformeerd over de resultaten van het project en de verspreiding daarvan. Maak duidelijk welke partij waar eigenaarschap over heeft, en hoe dit zal worden vormgegeven.
Begroting
• De begroting sluit aan bij het plan van aanpak.
• De projectkosten staan in verhouding met de beoogde (maatschappelijke) winst van het project.
• Er is minimaal € 5.000,– van uw projectbudget gereserveerd voor communicatie over de projectresultaten en de verspreiding van de opgeleverde implementatieproducten.
• Er is een passende vergoeding opgenomen voor de samenwerkende partijen (waaronder ervaringsdeskundigen en/of patiëntvertegenwoordiging).
Meer informatie over deze criteria vindt u in de procedurebrochure.
De onderlinge weging van relevantie en kwaliteit gebeurt aan de hand van de volgende prioriteringsmatrix. Alleen aanvragen die minimaal als relevant en voldoende kwaliteit beoordeeld zijn, komen in aanmerking voor honorering:
|
Relevantie |
Zeer relevant |
Relevant |
Laag relevant |
|---|---|---|---|
|
Kwaliteit |
|||
|
Zeer goed |
1 |
4 |
afwijzen |
|
Goed |
2 |
5 |
afwijzen |
|
Voldoende |
3 |
6 |
afwijzen |
|
Matig |
afwijzen |
afwijzen |
afwijzen |
|
Onvoldoende |
afwijzen |
afwijzen |
afwijzen |
Gedurende de beoordelingsvergadering zal de commissie deze matrix inzetten om de individuele aanvragen ten opzichte van alle ingediende aanvragen, op basis van de beoordelings- en prioriteringscriteria langs eenzelfde gehanteerde meetlat te bespreken.
Wanneer na toepassing van de prioriteringsmatrix het aantal honoreerbare aanvragen het beschikbare budget overstijgt, dan zal de commissie de volgende aanvullende afwegingsgronden ofwel prioriteringscriteria hanteren, in onderstaande volgorde:
• De commissie draagt zorg voor een evenwichtige spreiding van de honorering over de verschillende disciplines en zorgsectoren. Dat betekent dat bij gelijke score een aanvraag uit een zorgsector of zorgdiscipline waar nog geen subsidie aan is toegekend prioriteit krijgt.
• Daarna wordt gekeken naar projecten met een sector- en/of domeinoverstijgende implementatieopzet, waarbij projecten waarin verschillende sectoren en/of domeinen samenkomen (middels een inter- of transdisciplinaire samenwerking) prioriteit krijgen over projecten die zich beperken tot een enkele sector of domein (middels een mono- of cross-disciplinaire samenwerking).
• Vervolgens wordt gekeken naar het relevantiecriterium ‘Interventie’, waarbij aanvragen met een aantoonbare agendering door een veldpartij prioriteit krijgen over aanvragen waarbij dat niet kan worden aangetoond (zie het relevantiecriterium ‘Interventie – behoefte).
• Tenslotte wordt gekeken naar het relevantiecriterium ‘Bijdrage aan passende zorg’, waarbij eerst aanvragen met grote verwachte winst op arbeidsinzet prioriteit krijgen over aanvragen met kleinere verwachte winst op arbeidsinzet. Als tweede krijgen aanvragen met grote verwachte winst op (maatschappelijke) kosten prioriteit over aanvragen met kleinere verwachte winst op (maatschappelijke) kosten.
Mocht na het toepassen van bovenstaande afwegingsgronden een beperkt budget overblijven (< € 300.000,–), dan kan de commissie bij gelijke scores prioriteit geven aan een project dat binnen dit restbudget past.
Subsidieaanvragen kunnen uitsluitend door de hoofdaanvrager ingediend worden via het online indiensysteem van ZonMw (Mijn ZonMw). Sluitingsdatum voor het indienen van een uitgewerkte subsidieaanvraag is 1 september 2026, om 14.00 uur.
Als u nog niet eerder met Mijn ZonMw heeft gewerkt moet u zich eerst registreren als 'Nieuwe gebruiker'. Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
Wij raden u aan om, voordat u uw aanvraag digitaal indient, een Word-versie van uw aanvraag te printen (via Mijn ZonMw) en na te lopen op onregelmatigheden. Vooral als u uw aanvraag eerst in Word heeft opgesteld en vervolgens naar Mijn ZonMw heeft gekopieerd, kan het voorkomen dat sommige tekens (zoals aanhalingstekens) niet goed worden omgezet. U kunt dit in Mijn ZonMw zelf corrigeren.
Let op! Zorg dat de documenten die u uploadt niet beveiligd zijn. Begrotingen of andere bestanden die ondertekend zijn (bijvoorbeeld met ValidSign) hebben vaak automatisch een beveiliging. Zorg dat u deze eraf haalt vóór u het bestand uploadt, anders kan het systeem het bestand niet goed verwerken. U kunt controleren of uw PDF een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Daar kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is. U kunt ook de PDF in een browser openen, indien uw bestand beveiligd is komt dit in een balkje bovenin te staan.
De ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ moet ondertekend worden door de bestuurlijk verantwoordelijke en de hoofdaanvrager. De ondertekende verklaring kan toegevoegd worden aan de aanvraag in Mijn ZonMw of per mail gestuurd worden naar ZonMw via programmapassendezorg@zonmw.nl, onder vermelding van uw dossiernummer. De verklaring moet uiterlijk één week na indiening binnen zijn.
Neem voor inhoudelijke vragen contact op met Olav Zandbergen of Inge Zijp, via programmapassendezorg@zonmw.nl of telefonisch via 070 349 54 65.
Neem voor technische vragen over het gebruik van het online indiensysteem van ZonMw contact op met de servicedesk: maandag t/m vrijdag van 8.00 tot 17.00 uur, 070 349 51 76, servicedesk@zonmw.nl. Vermeld in uw e-mail uw telefoonnummer, zodat wij indien nodig contact met u kunnen opnemen.
Deze subsidieoproep bevat de volgende bijlagen:
• Bijlage 1 – Staatssteun – AGVV
• Bijlage 2 – Staatssteun – de-minimisverordening
• Bijlage 4 – Toelichting begroting en benodigde verklaringen
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de AGVV moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de AGVV. Deze vindt u hieronder.
– ZonMw verleent geen subsidie als het onvoldoende aannemelijk is dat uw aanvraag aan alle definities en voorwaarden van de AGVV voldoet, of als subsidieverstrekking naar het oordeel van ZonMw leidt tot het verlenen van ongeoorloofde staatssteun in de zin van artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.10
– ZonMw verleent geen subsidie als de datum van aanvang van de werkzaamheden aan het project, of van aanvang van de activiteiten, eerder is dan de datum van indiening van de subsidieaanvraag.11
– ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen waartegen een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit van de Europese Commissie waarbij door Nederland toegekende steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard.12 Voeg bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun ingevuld en ondertekend toe.
– ZonMw verleent geen subsidie aan ondernemingen in moeilijkheden.13 Voegt u bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring onderneming niet in moeilijkheden ingevuld en ondertekend toe.
– Cumulering van subsidies (of andere vormen van staatssteun) voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende – in aanmerking komende kosten, mag er niet toe leiden dat de maximale steunintensiteit wordt overschreden. Indien er al door een bestuursorgaan of door de Europese Commissie subsidie is verstrekt voor dezelfde – geheel of gedeeltelijk overlappende
– in aanmerking komende kosten, dan zal ZonMw slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekken, dat het totale bedrag aan subsidie niet meer bedraagt dan het bedrag dat op basis van de AGVV mag worden verleend.14 Voegt u bij het indienen van de subsidieaanvraag een verklaring cumulatie van staatssteuningevuld en ondertekend toe.
Binnen deze subsidieoproep worden projecten gefinancierd die vallen onder de categorie: experimentele ontwikkeling (zie artikel 25, lid 2, sub c van de AGVV).
Bij gebruikmaking van dit artikel dient rekening te worden gehouden met onderstaande voorwaarden:
• Steundrempel: de drempel voor steun aan experimenteel onderzoek bedraagt 15 miljoen euro per onderneming per project.
• In aanmerking komende kosten: enkel kosten die rechtstreeks zijn gerelateerd aan de uitvoering van het onderzoek komen in aanmerking voor een subsidie. Daarbij gaat het om:
○ personeelskosten
○ kosten van apparatuur en uitrusting
○ kosten van gebouwen en gronden
○ kosten van contractonderzoek
○ algemene bijkomende kosten
• Steunintensiteit: de steunintensiteit van de in aanmerking komende kosten bedraagt maximaal 25 procent per organisatie. Cofinanciering van minimaal 75 procent is dus verplicht. Deze cofinanciering kan in cash en/of in kind zijn. NB: de steunintensiteit kan worden verhoogd*.
• Algemene voorwaarden: Bij de steunverlening moet sprake zijn van een stimulerend effect, oftewel het onderzoek mag nog niet gestart zijn voordat de subsidie is toegekend. Ook dient rekening te worden gehouden met cumulatie – als er voor dezelfde kosten steun is toegekend door andere overheden, dan mag het totale bedrag het toepasselijke plafond niet overschrijden. Verder mag geen steun worden verleend aan ondernemingen in financiële moeilijkheden en er mag geen steun worden verleend aan ondernemingen waarbij er een bevel tot terugvordering uitstaat (Deggendorf-clausule).
* De steunintensiteit kan als volgt worden verhoogd van 25% (‘basis’) tot een maximale steunintensiteit van 60% van de in aanmerking komende kosten (zie onderstaande tabel):
– opslag van 20% voor kleine ondernemingen15 en 10% voor middelgrote ondernemingen
– opslag van 15% als de projectresultaten ruim worden verspreid via conferenties, open access opslagplaatsen of gratis of opensource software (zie voorwaarden genoemd onder artikel 25 lid 6 AGVV)
|
Experimentele ontwikkeling |
Kleine onderneming |
Middelgrote onderneming |
Grote onderneming |
|---|---|---|---|
|
Basis steunintensiteit |
25% |
25% |
25% |
|
Opslag vanwege grootte onderneming |
20% |
10% |
geen |
|
Opslag kennisverspreiding |
15% |
15% |
15% |
|
Totale steunintensiteit |
60% |
50% |
40% |
Verklaringen
Om aan te tonen dat u aan de AGVV-voorwaarden voldoet wordt u gevraagd diverse verklaringen in te vullen en bij indiening van de subsidieaanvraag mee te sturen.
In de verklaringen (zie 5.1.5. Praktische voorwaarden) geeft u aan dat:
• U het maximale steunbedrag niet overschrijdt. Als voor dezelfde kosten ook steun van andere overheden is toegekend, mag het totaal niet hoger zijn dan het toegestane bedrag.
• U pas met de activiteiten start nadat u de subsidieaanvraag hebt ingediend. Dit is een voorwaarde van de AGVV, omdat er alleen sprake kan zijn van een stimulerend effect als de activiteiten nog niet zijn begonnen.
• Er bij uw onderneming geen bevel tot terugvordering van onrechtmatige staatssteun uitstaat.
• Uw onderneming niet in financiële moeilijkheden verkeert. De AGVV staat geen steun toe aan ondernemingen die in financiële moeilijkheden zijn.
Vanwege specifieke regels voor de begroting vragen wij u gebruik te maken van een
AGVV-begrotingsformat. Deze vindt u bij 5.1.5. Praktische voorwaarden in deze subsidieoproep.
Om vast te stellen of er sprake is van een kleine of middelgrote onderneming dient u bij indiening van de subsidieaanvraag de EU SME Self Assessment Wizard in te vullen. Het formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd. Het formulier (of een screenshot) dient u als verplichte bijlage aan te leveren. Bij de berekening van de steunintensiteit en de in aanmerking komende kosten gebruikt u bedragen vóór aftrek van belastingen of andere heffingen. De in aanmerking komende kosten staaft u met bewijsstukken die duidelijk, gespecificeerd en actueel zijn. Deze bewijsstukken kunnen, na honorering, op elk moment worden opgevraagd en dienen vervolgens binnen afzienbare tijd te worden aangeleverd aan ZonMw.
Om in aanmerking te komen voor subsidie onder de de-minimisverordening moet, behalve aan de inhoudelijke criteria van de subsidieoproep, ook worden voldaan aan enkele specifieke vereisten die volgen uit de de-minimisverordening. Deze vindt u hieronder.
Op grond van de de-minimisverordening kan een onderneming van verschillende overheidsinstellingen maximaal € 300.000,– aan subsidie ontvangen over een periode van 3 jaar zonder dat dit ongeoorloofde staatssteun oplevert. Bij het indienen van de uitgewerkte subsidieaanvraag dient u een Verklaring de-minimissteun in waarin u alle de-minimissteun opgeeft die u over de twee voorgaande belastingjaren en in het lopende belastingjaar heeft ontvangen. Als in het (recente) verleden subsidie is verstrekt als de-minimissteun, zou dat in de betreffende subsidiebeschikking of andere document uitdrukkelijk moeten zijn aangegeven.
Als er sprake is van samenwerking, waarbij meerdere ondernemingen begunstigde van staatssteun kunnen zijn, dan moeten alle ondernemingen voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening. Dit betekent dat alle ondernemingen die binnen het project subsidie ontvangen een eigen de-minimisverklaring moeten aanleveren.
Het is belangrijk om zorgvuldig na te gaan of de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. Handelen in strijd met de Europese staatssteunregels kan leiden tot terugvordering van de verleende steun, vermeerderd met wettelijke rente.
Het de-minimisplafond geldt voor één onderneming. Artikel 2 lid 2 van de de-minimisverordening (nr. 1407/2013) geeft aan wanneer sprake is van één onderneming. Het kan namelijk voorkomen dat twee (of meer) ondernemingen een bepaalde band met elkaar onderhouden en onder deze verordening als één onderneming worden gezien. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het hebben van de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders van een andere onderneming, het recht om onder meer bestuursleden van een andere onderneming te benoemen/ontslaan en het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen.
Uw aanvraag voor subsidie wordt afgewezen als:
a. één van de situaties bedoeld in artikel 1 van de de-minimisverordening zich voordoet waarbij toepassing van de de-minimisverordening is uitgesloten;
of
b. door toekenning van de gevraagde subsidie het de-minimisplafond zou worden overschreden;
of
c. uw aanvraag anderszins niet voldoet aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.
Algemene instructies:
• Schrijf uw subsidieaanvraag in het Nederlands.
• Het gebruik van de aangegeven tekstkopjes is verplicht.
• De criteria waaraan uw aanvraag moet voldoen staan beschreven in de oproeptekst, lees deze goed!
Let op wanneer u uw aanvraag voorbereidt in Word: in Mijn ZonMw worden, in tegenstelling tot Word, enters wel gerekend als karakter. Houdt u hier rekening mee ten aanzien van het maximaal aantal beschikbare karakters bij de vragen in het aanvraagformulier.
Tabblad Algemene informatie
Vul de algemene projectinformatie in.
Herindiening
Indien deze of een vergelijkbare aanvraag eerder is ingediend bij ZonMw, dan geeft u dit aan. Daarbij vermeldt u het dossiernummer (14-cijferig nummer) van de vorige aanvraag.
Vermeldt in het toelichtingsveld duidelijk welke aanpassingen in de huidige aanvraag zijn doorgevoerd ten opzichte van de vorige aanvraag.
Verplichte projectgroepleden
Hier vult u gegevens in over de hoofdaanvrager, projectleider (indien iemand anders dan de hoofdaanvrager) en de bestuurlijk verantwoordelijke. Let op dat de hoofdaanvrager en bestuurlijk verantwoordelijke werkzaam moeten zijn bij dezelfde organisatie.
Tabblad Mede aanvragers
Vul de gegevens over extra projectgroepleden (personen die een bijdrage leveren aan het project) in.
Let op: om dit tabblad zichtbaar te maken dient u bij de vorige vraag 1.4 Extra projectgroepleden ‘Ja’ in te vullen!
Denkt u hierbij aan relevante stakeholders die vertegenwoordigd zijn binnen het project, zoals:
• Zorgverleners (multidisciplinair)
• Patiënt(en) en/of ervaringsdeskundige(n), of hun vertegenwoordiger(s)
• Implementatiedeskundigen
• Onderzoekers
• Overige stakeholders (zorgverzekeraars, onderwijsinstellingen, overheidspartijen, etc.)
Tabblad Samenvatting
3.1 Nederlandstalige publiekssamenvatting (maximaal 1.000 karakters)
Schrijf de samenvatting in eenvoudige taal. Deze is bedoeld voor een breed geïnteresseerd publiek met verschillende achtergronden.
Beantwoord tenminste de volgende vragen:
• Waarom wilt u dit project doen?
• Welke resultaten hoopt u dat dit project oplevert?
• Waarom is dit project van belang voor patiënten/cliënten en hun naasten?
• Hoe gaat u dit project uitvoeren?
3.2 Nederlandstalige uitgebreide samenvatting (maximaal 4.000 karakters)
Maak bij het schrijven van uw samenvatting gebruik van de volgende kopjes:
• INTERVENTIE
• PROBLEEM- EN DOELSTELLING
• CONTEXT EN STAKEHOLDERS
• PLAN VAN AANPAK
• BEOOGDE RESULTATEN EN IMPACT
3.3 Trefwoorden
Vul minimaal 1 en maximaal 5 trefwoorden passend bij uw project in.
Tabblad Project informatie
Let bij dit onderdeel goed op het maximumaantal karakters (inclusief spaties en enters) dat beschikbaar is per tekstveld bij open vragen. Dit wordt in het digitale formulier in Mijn ZonMw onderaan het tekstveld aangegeven. Let op dat in Mijn ZonMw, in tegenstelling tot Word, enters wel worden gerekend als karakter.
4.1. Hoofddiscipline
Kies uit de lijst van zorgsectoren de sector binnen de Zorgverzekeringswet waar uw interventie zich het meest of primair op richt. Mocht de lijst van sectoren echt niet passen bij de primaire focus van uw interventie, maak dan gebruik van de ‘anders, namelijk’ optie met een duidelijke toelichting.
4.2. Overige disciplines
Indien uw interventie domein- of sectoroverstijgend is, geef dan alle domeinen of sectoren binnen de Zorgverzekeringswet aan waar uw interventie toepassing op heeft.
4.3 Interventie
In dit veld werkt u de relevantiecriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Interventie’. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
Gebruik de volgende kopjes (weergegeven in hoofdletters):
– BESCHRIJVING INTERVENTIE
– GEREED VOOR TOEPASSING
– WERKZAAMHEID
– BEHOEFTE
4.4 Meerwaarde van het project
In dit veld werkt u de relevantiecriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Meerwaarde van het project’. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
Gebruik de volgende kopjes (weergegeven in hoofdletters):
– NOODZAKELIJKHEID
– FACTOREN EN/OF BARRIÈRES
– GENERALISEERDBAARHEID
4.5 Impact op passende zorg
In dit veld werkt u de relevantiecriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Bijdrage aan passende zorg’. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
Gebruik de volgende kopjes (weergegeven in hoofdletters):
– BEREIK
– GEZONDHEID
– KOSTEN
– ARBEIDSINZET
4.6 Relevantie
In dit veld werkt u de relevantiecriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Algemene relevantiecriteria’. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
Verwijs hierbij naar de invulde bijlage ‘Participatiematrix’.
Gebruik de volgende kopjes (weergegeven in hoofdletters):
– DIVERSITEIT
– PARTICIPATIE VAN PATIËNTEN EN/OF EINDGEBRUIKERS
4.7 Probleemstelling en doelstelling
In dit veld werkt u de kwaliteitscriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Probleemstelling en doelstelling’. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
4.8 Plan van aanpak (geen maximum aantal karakters)
In dit veld werkt u de kwaliteitscriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Plan van aanpak’. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
Gebruik de volgende kopjes (weergegeven in hoofdletters):
− ORIËNTATIEFASE
− ONTWIKKELFASE
− PILOT EN EVALUATIEFASE
− OPLEVERINGSFASE
− ROLVERDELING
− LOPENDE INITIATIEVEN
4.9 Haalbaarheid
In dit veld werkt u de kwaliteitscriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Haalbaarheid'. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
Verwijs hierbij naar de planning zoals weergegeven in de bijlage ‘Projectplanning’.
4.10 Projectgroep en samenwerking
In dit veld werkt u de kwaliteitscriteria uit die in de oproep genoemd zijn onder het kopje ‘Projectgroep en samenwerking'. Zie voor de uitwerking de toelichting op dit criterium in de oproeptekst.
De beschrijving van de projectgroep en het samenwerkingsverband dient overeen te komen met de inhoud van de bijlage ‘Samenstelling samenwerkingsverband’ en de benodigde Letters of Commitment dienen aanwezig te zijn.
Gebruik de volgende kopjes (weergegeven in hoofdletters):
− PROJECTGROEP
− SAMENWERKINGSVERBAND
4.11 (Literatuur)referenties
Hier noemt u de belangrijkste literatuurreferenties waar in de aanvraag naar gerefereerd wordt.
− Indien de referentie literatuurreferenties betreft, vermeld dan de auteur(s), titel en jaartal.
− Indien het andere vormen van referenties betreft, wees dan zo specifiek mogelijk.
Tabblad Financial data
5.1 Samenvatting begroting
Vul de begrotingsmodule in Mijn ZonMw in. Let op dat u de begrotingsmodule definitief maakt en indient voordat u de subsidieaanvraag indient.
5.2 Projectbegroting
Upload het ingevulde begrotingsformat in PDF. Voor deze subsidieronde dient u gebruik te maken van het specifieke begrotingsformat dat van toepassing is op deze subsidieronde. Deze kunt u hier vinden.
Meer informatie over het begrotingsformat en hoe deze in te dienen vindt u in Bijlage 4 – Toelichting begroting en benodigde verklaringen.
Zorg ervoor dat alle relevante tabbladen zijn meegenomen en dat deze goed leesbaar zijn (breedte van één pagina). Het gaat om de tabbladen ‘Basisgegevens’, ‘Overzicht begroting’ en alle ingevulde deelnemerstabbladen. Zorg ervoor dat uw begroting ondertekend is.
5.3 Wordt er met andere partijen samengewerkt?
Geef of er een actieve samenwerking is met andere partijen binnen het project.
5.4 Partijen waarmee wordt samengewerkt
Geef aan welke partijen een actieve bijdrage zullen leveren aan het project en in welke hoedanigheid.
5.5 Toelichting
Hier kunt u een toelichting geven op de opgevoerde kostenposten in de begroting. Zorg ervoor dat u bijzonderheden voorziet van een onderbouwing.
Indien uw begroting is gebaseerd op het gebruik van de Veldnorm dan geeft u dat hier aan.
Tabblad Bijlagen
Voeg de verplichte en optionele bijlagen toe middels de daarvoor aangegeven plaatsen. Bijlage 1 (begroting) is reeds ingediend op het vorige tabblad. Zie voor een toelichting op de benodigde bijlagen 5.1.5. Praktische voorwaarden
• Bijlage 2: Verklaringen samenwerkingspartijen
Hieronder valt:
○ een ingevulde en ondertekende bijlage ‘Samenstelling samenwerkingsverband’
○ een ondertekende Letter of Commitment van alle deelnemende samenwerkingspartners (projectpartners)
• Bijlage 3: Participatiematrix – max 2 pagina’s
Gebruik hiervoor het verplichte format via: https://www.kcrutrecht.nl/producten/participatiematrix/.
• Bijlage 4: Projectplanning – max 1 pagina
• Bijlage 5: Staatssteunverklaringen
Voeg de van toepassing zijnde verklaringen toe op basis van het betreffende staatssteuninstrument. Zie voor een toelichting bijlage 1 en bijlage 2.
○ AGVV:
▪ ingevulde en ondertekende verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun;
▪ ingevulde en ondertekende verklaring onderneming niet in moeilijkheden;
▪ ingevulde en ondertekende verklaring cumulatie van staatssteun.
▪ Aanvullend indien er sprake is van een kleine of middelgrote onderneming: ingevulde EU SME Self Assessment Wizard
○ De-minimisverordening:
▪ ingevulde en ondertekende Verklaring de-minimissteun.
• OPTIONEEL: Bijlage 6: Appendix (optioneel) – max 2 pagina’s
U kunt op dit tabblad tevens de ‘Verklaring akkoord indienen uitgewerkte subsidieaanvraag’ bijvoegen. Doet u dit niet op deze plaats, stuur deze dan uiterlijk één week na het indienen van de subsidieaanvraag per mail naar ZonMw, met vermelding van uw dossiernummer naar programmapassendezorg@zonmw.nl.
LET OP: Subsidieaanvragen waarvan één of meer verplichte bijlagen ontbreken worden niet in behandeling genomen. Ook is het niet toegestaan om bijlagen anders dan bovenstaand beschreven bij de aanvraag te voegen.
Tabblad Verklaringen en ondertekening
Vul de gevraagde informatie ten aanzien van verklaringen in.
Hieronder vindt u een toelichting op veelgestelde vragen over het begrotingsformat, de benodigde staatssteunverklaringen en de benodigde Letters of Commitment bij uw subsidieaanvraag.
Welk begrotingsformat is van toepassing?
Voor deze oproep hanteren we een begrotingsformat die specifiek is voor deze oproep. U dient het volgende format te gebruiken: Begrotingsformat – De weg vrij voor passende zorg
Let op: de standaard begrotingsformats, die te downloaden zijn op de ZonMw-webpagina 'Wat dien ik in?' zijn niet van toepassing voor deze oproep en worden niet geaccepteerd.
Is er een verplicht percentage op de begroting wat gereserveerd moet worden voor implementatie en kennisdisseminatie?
Binnen deze subsidieoproep dient minimaal € 5.000,– van uw projectbudget gereserveerd te worden voor communicatie over de projectresultaten en de verspreiding van de opgeleverde implementatieproducten.
Is er een verplicht percentage cofinanciering/eigen bijdrage?
Het benodigde percentage cofinanciering/eigen bijdrage is afhankelijk van het staatssteuninstrument en de betreffende organisatie:
– Onderzoeksorganisaties komen in aanmerking voor 100% steunintensiteit en zijn niet verplicht om cofinanciering of een eigen bijdrage te leveren.
– Ondernemingen die gebruik maken van de de-minimisverordening komen in aanmerking voor 100% steunintensiteit en zijn niet verplicht om cofinanciering of een eigen bijdrage te leveren.
– Ondernemingen die gebruik maken van de AGVV komen in aanmerking voor 25–60% steunintensiteit vanuit de subsidie en zullen dus zelf een deel (40-75%) van de kosten moeten financieren. Het steunpercentage is onder meer afhankelijk van de grootte van de onderneming.
Hoe geef ik cofinanciering/eigen bijdrage aan in het begrotingsformat?
Projectkosten die gemaakt zullen worden waarvoor u geen subsidie aanvraagt, voert u op op het deelnemerstabblad (bijvoorbeeld Dln 1) bij de relevante categorie (bijvoorbeeld personeel). Vervolgens kiest u in kolom L ‘Type activiteit en vrijstelling’ de optie ‘geen subsidie’. Deze kosten zijn daarmee opgevoerd maar betaalt u volledig met een eigen bijdrage en/of cofinanciering. U vermeldt dit bedrag bij onderdeel 6. Eigen bijdrage / cofinanciering.
Wilt u een eigen bijdrage leveren voor een deel van een bepaalde kostenpost, bijv. de kosten van een onderzoeker, dan dient u voor deze specifieke kostenpost (‘onderzoeker’) 2 tabelrijen in te vullen:
• Voor het deel van de kosten waarvoor u wel subsidie aanvraagt, kiest u in kolom L ‘type activiteit en vrijstelling’ de optie die voor uw organisatie en deze oproep van toepassing is, bijvoorbeeld ‘Niet-economische activiteit’ of ‘AGVV’.
• Voor het deel van de kosten waarvoor u een eigen bijdrage levert, kiest u in kolom L de optie ‘Geen subsidie’.
• De verplichte eigen bijdrage vanuit de AGVV wordt automatisch berekend. Deze kosten betaalt u volledig met een eigen bijdrage en/of cofinanciering.
• U vermeldt zowel de vrijwillige als de verplichte eigen bijdrage bij onderdeel 6. Eigen bijdrage / cofinanciering.
Hoe kan ik onder de AGVV gebruik maken van het opslagpercentage voor kennisverspreiding?
Als u op het tabblad Basisgegevens bij het vakje ‘Samenwerkingsverband of publicatie van resultaten’ ‘ja’ selecteert, wordt het opslagpercentage van 15% automatisch toegepast.
Hoe kan ik onder de AGVV gebruik maken van het opslagpercentage voor kleine of middelgrote ondernemingen?
Het opslagpercentage is afhankelijk van de grootte van de onderneming (zie pagina 5 van de subsidieoproep). Op tabblad ‘Basisgegevens’ van het begrotingsformat kiest u de omvang van de organisatie die van toepassing is (zie voor een omschrijving van kleine, middelgrote en grote ondernemingen voetnoot 9 op pagina 5 van de subsidieoproep). Het relevante opslagpercentage wordt dan automatisch toegepast. Ondernemingen die gebruik maken van dit opslagpercentage dienen bij indiening van de subsidieaanvraag bewijs mee te sturen dat zij een kleine of middelgrote onderneming zijn. Dit betreft een uitdraai van de EU SME Self Assessment Wizard.
Wat als de steunintensiteit niet automatisch wordt berekend?
Controleer of het tabblad ‘Basisgegevens’ volledig is ingevuld. Het format gebruikt deze gegevens om de steunintensiteit automatisch te berekenen. Wij vragen u om voor elke deelnemer de kolom ‘Omvang van organisatie’ in te vullen.
Controleer of bij elke kostenpost een ‘Type activiteit en vrijstelling’ (deelnemerstabblad, kolom L) is geselecteerd. Indien dit niet zo is, worden er geen kosten berekend.
Hoe onderteken ik de begroting?
De begroting dient te worden ondertekend namens de organisatie van de hoofdaanvrager, door de persoon die daartoe gerechtigd is. U kunt dit op twee manieren doen:
– U kunt de begroting digitaal ondertekenen met gebruik van een digitaal tekenprogramma (zoals ValidSign). Let wel dat het ondertekende document niet beveiligd mag zijn wanneer u deze upload in Mijn ZonMw. U kunt controleren of uw PDF een beveiliging heeft door het te openen in Adobe Acrobat, op de rechtermuisknop te klikken, naar documenteigenschappen te gaan en dan naar het tabblad beveiliging te gaan. Hier kunt u zien of en hoe uw bestand beveiligd is en de beveiliging verwijderen.
– U kunt de begroting handmatig ondertekenen door deze uit te printen, met pen te onderteken en vervolgens de pagina in te scannen. Let wel dat de informatie op de begroting na het scannen nog steeds goed leesbaar is.
Hoe dien ik de begroting in via Mijn ZonMw?
U dient de begroting in als PDF-bestand in Mijn ZonMw. Het is belangrijk dat alle relevante tabbladen leesbaar en volledig zijn opgenomen in dit PDF-bestand. U wordt verzocht de overige lege deelnemerstabbladen te verwijderen/niet op te nemen. Zie de afbeelding hieronder hoe u het Excel-format omzet naar PDF-bestand met de juiste weergave.
U dient de volgende tabbladen op te nemen:
1) Basisgegevens
2) Overzicht begroting
3) Alle ingevulde deelnemerstabbladen
Welke partijen moeten staatssteunverklaringen aanleveren?
Partijen die enkel als sponsor bijdragen of die voor de bijdrage aan het project geen aanspraak maken op (een deel van) de subsidie hoeven geen staatssteunverklaringen in te vullen.
Ook onderzoeksorganisaties, die in aanmerking komen voor 100% steunintensiteit, hoeven geen staatssteunverklaringen in te vullen.
Alle overige partijen die aanspraak maken op (een deel van) de subsidie moeten de volgende staatssteunverklaringen invullen:
• Als een partij gebruik maakt van de de-minimisverordening dient deze de Verklaring de-minimissteun aan te leveren.
• Als een partij gebruik maakt van de AGVV dienen de verklaring bevel tot terugvordering van staatssteun, de verklaring onderneming niet in moeilijkheden, en de verklaring cumulatie van staatssteun te worden aangeleverd.
Let op dat elke partij waar dit voor van toepassing is álle benodigde verklaringen aanlevert, en dat deze volledig ingevuld zijn en ondertekend.
Welke partijen moeten een uitdraai van de 'EU Self Assessment wizard' aanleveren?
Alleen ondernemingen die: (a) aanspraak maken op een deel van de subsidie, (b) onder de AGVV en (c) zich classificeren als een kleine of middelgrote ondernemingen moeten een uitdraai van de EU Self Assessment wizard aanleveren.
Omdat kleine en middelgrote ondernemingen een hoger steunpercentage krijgen dan grote ondernemingen, dient aangetoond te worden dat het om een kleine of middelgrote onderneming gaat. Dit kunt u doen door de EU SME Self Assessment Wizard in te vullen en vervolgens het formulier (of screenshot) bij indiening van de subsidieaanvraag aan te leveren als verplichte bijlage (bijlage staatssteunverklaringen). Het formulier mag maximaal 14 dagen vóór indiening van de aanvraag zijn gegenereerd.
De volgende partijen hoeven geen uitdraai van de EU Self Assessment Wizard aan te leveren:
• onderzoeksorganisaties
• ondernemingen die géén aanspraak maken op (een deel van) de subsidie
• ondernemingen die aanspraak maken op (een deel van) de subsidie op basis van de
• de-minimisverordening
• ondernemingen die zich classificeren als een grote onderneming
Welke partijen moeten een ingevulde Letter of Commitment aanleveren?
In een Letter of Commitment (LoC) verplichten de samenwerkemde partijen en/of sponsors, zich tot de toegezegde bijdrage aan het voorgestelde project. Alle partijen die een bijdrage leveren aan het project (hetzij geldelijk of in natura – inclusief uitvoering van activiteiten), behalve de organisatie van de hoofdaanvrager, moeten een ingevulde en ondertekende LoC aanleveren, welke moet zijn toegevoegd aan de subsidieaanvraag.
We verwachten daarmee in ieder geval een Letter of Commitment van alle partijen die op de begroting staan.
Welk format moet ik gebruiken?
U kunt het model Letter of Commitment van ZonMw gebruiken, vindbaar op de pagina Subsidies en samenwerking, bijdragen van derden. U kunt ook een eigen format hanteren, zolang de deze voldoet aan de gestelde inhoud en voorwaarden van een Letter of Commitment.
Waar moet de ingevulde Letter of Commitment aan voldoen?
De Letter of Commitment moet de volgende onderdelen bevatten:
• De brief moet een omschrijving van de bijdrage in geld of natura (waaronder de werkzaamheden) en de hoedanigheid (samenwerkende partij of sponsoring) bevatten. De LoC mag maar één opschortende voorwaarde bevatten, namelijk dat de toezegging alléén geldt als ZonMw de subsidieaanvraag honoreert.
• Het briefhoofd van de betreffende deelnemende organisatie moet gebruikt worden.
• De LoC moet geadresseerd zijn aan de organisatie waaraan hoofdaanvrager is verbonden.
• De LoC moet ondertekend worden door de persoon die daartoe gerechtigd is.
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Grijze literatuur is literatuur die niet formeel via commerciële kanalen worden verspreid, zoals scripties, rapporten, beleidsstukken, dissertaties, etc.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV
Een kleine onderneming is een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt. Een middelgrote onderneming is een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro en/of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt.
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Een onderneming in de zin van het EU staatssteunrecht betreft elke eenheid die een economische activiteit uitvoert, ongeacht rechtsvorm of wijze van financiering.
Verordening (EU) Nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun.
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie, (2014/C 198/01), artikel 15 onder ee).
Grijze literatuur is literatuur die niet formeel via commerciële kanalen worden verspreid, zoals scripties, rapporten, beleidsstukken, dissertaties, etc.
Artikel 1, lid 4, sub c AGVV. Financiële moeilijkheden als bedoeld in artikel 2, lid 18 van de AGVV
Een kleine onderneming is een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijks balanstotaal 10 miljoen euro niet overschrijdt. Een middelgrote onderneming is een onderneming waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet 50 miljoen euro en/of het jaarlijks balanstotaal 43 miljoen euro niet overschrijdt.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-18338-n1.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.