Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 7 juni 2026, nr. WJZ/106152358, tot wijziging van het Besluit algemene richtlijnen houders van een concessie Wet telecommunicatievoorzieningen BES in verband met de reikwijdte van de bepalingen over het gebruik van alarmnummers en de voorzieningen ten behoeve van interconnectie

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Besluit algemene richtlijnen houders van een concessie Wet telecommunicatievoorzieningen BES wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 3 wordt na ‘ter beschikking aan alle gebruikers van zijn dienst’ toegevoegd ‘ voor zover het een deel van een dienst betreft als bedoeld in de aanhef, en onder a, van de artikelen 4 tot en met 6 van het Besluit opgedragen telecommunicatiediensten BES’.

B

In artikel 6, vierde lid, onder c, wordt na ‘het leveren van nummeridentificatie’ toegevoegd ‘ voor zover het een deel van een dienst betreft als bedoeld in de aanhef, en onder a, van de artikelen 4 tot en met 6 van het Besluit opgedragen telecommunicatiediensten BES’.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

7 juni 2026

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts

TOELICHTING

1. Inleiding

Met dit wijzigingsbesluit wordt een noodzakelijke aanpassing doorgevoerd in het Besluit algemene richtlijnen houders van een concessie Wet telecommunicatievoorzieningen BES (hierna: het Besluit algemene richtlijnen). In het Besluit algemene richtlijnen werd elke houder van een concessie verplicht tot het ter beschikking stellen van het gebruik van alarmnummers en het leveren van nummeridentificatie aan de gebruikers van zijn dienst (artikelen 3 en 6, vierde lid, onder c, van het Besluit algemene richtlijnen). Dit gaat voorbij aan het gegeven dat sommige gebruikers alleen een internettoegangsdienst afnemen van een concessiehouder en er ook concessies kunnen worden verleend waarin alleen het verzorgen van een internettoegangsdienst wordt opgedragen. Een internettoegangsdienst voorziet als zodanig niet in de mogelijkheid uitgaande of binnenkomende gesprekken te voeren met gebruikmaking van een nummer uit een door de overheid vastgesteld nummerplan. Met andere woorden: met de internettoegangsdienst kan niet voldaan worden aan de verplichting tot het ter beschikking stellen van het gebruik van alarmnummers en het leveren van nummeridentificatie.

In dit wijzigingsbesluit wordt daarom bepaald dat deze twee verplichtingen alleen van toepassing zijn op het aanbieden van het deel van een dienst dat bestaat uit het transport van gegevens via een (vaste /mobiele /satelliet /lange afstand)telecommunicatie-infrastructuur van een houder van een concessie voor het aanbieden van gesprekken.

2. Beperking reikwijdte enkele verplichtingen

Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES (hierna: de wet) is voor de aanleg, instandhouding en exploitatie van telecommunicatie-infrastructuur in Caribisch Nederland een concessie vereist van de Minister van Economische Zaken en Klimaat. Houders van een concessie kunnen, op grond van artikel 3, eerste lid, van de wet, in het belang van het algemeen maatschappelijk en economisch verkeer worden verplicht om ten minste bij algemene maatregel van bestuur te omschrijven diensten te leveren. Dit heeft plaatsgevonden in het Besluit opgedragen telecommunicatiediensten BES (een algemene maatregel van bestuur).

Het Besluit opgedragen telecommunicatiediensten BES onderscheidt een aantal typen diensten, waaronder de vaste telecommunicatiedienst, de satelliettelecommunicatiedienst en de mobiele telecommunicatiedienst. Voor elk van deze diensten is bepaald dat deze bestaat uit: a. direct of indirect uitgaande en binnenkomende nationale of internationale gesprekken, met behulp van een nummer uit een nummerplan (kort gezegd: spraak), en b. toegang tot het internet. Houders van een concessie zijn verplicht om de in de concessie omschreven diensten, of onderdelen daarvan, aan te bieden.

In het Besluit algemene richtlijnen of in de concessie zelf, zijn hieraan nadere eisen gesteld. Zo verplicht het Besluit algemene richtlijnen tot het ter beschikking stellen van het gebruik van alarmnummers en het leveren van nummeridentificatie aan de gebruikers van zijn dienst (artikelen 3 en 6, vierde lid, onder c, van het Besluit algemene richtlijnen). Het is, zoals hiervoor al is aangegeven, echter mogelijk dat een gebruiker alleen een internettoegangsdienst afneemt bij de concessiehouder. Ook is het mogelijk dat in een concessie slechts een deel van een dienst is opgenomen. Zo is het, bijvoorbeeld, mogelijk om een concessie te verlenen voor de satellietcommunicatiedienst die alleen ziet op de internettoegangsdienst en niet op ‘spraak’ of andersom. Wordt alleen de internettoegangsdienst in de concessie opgenomen of neemt een gebruiker alleen deze dienst af dan kan, zoals al gezegd, niet voldaan worden aan het bieden van toegang tot alarmnummers en het bieden van nummeridentificatie. Daarom wordt in dit besluit bepaald dat de verplichting om toegang te bieden tot alarmnummers en nummeridentificatie alleen geldt indien een gebruiker ‘spraak’ afneemt als deel van een opgedragen telecommunicatiedienst.

3. Gevolgen

Deze wijziging voorkomt dat concessiehouders, gehouden zijn aan het ter beschikking stellen van alarmnummers en het leveren van nummeridentificatie, wanneer een gebruiker alleen een internettoegangsdienst afneemt. Concessiehouders blijven alleen op basis van de aan hen verleende concessies gehouden om toegang te bieden tot alarmnummers en nummeridentificatie, wanneer zij met hun concessie ‘spraak’ aanbieden en de gebruiker deze dienst ook daadwerkelijk afneemt.

4. Regeldruk

ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Dit wijzigingsbesluit heeft in beginsel positieve gevolgen voor de regeldruk. Voor concessiehouders met gebruikers die alleen de internettoegangsdienst afnemen, wordt voorkomen dat dat zij verplicht worden om alarmnummers ter beschikking te stellen. Een dergelijke verplichting zou leiden tot aanzienlijke investeringen in het netwerk en de organisatie. Deze investeringen laten zich echter moeilijk in algemene zin kwantificeren omdat dit voor een belangrijk deel afhangt van de uitgangspositie waarin een aanbieder verkeert, bijvoorbeeld met betrekking tot de technische specificaties van het netwerk en de wijze waarop de organisatie is vormgegeven. Daarom wordt hier volstaan met de constatering dat het besluit positieve gevolgen heeft voor de regeldruk.

5. Uitvoering en handhaving

Een ontwerp van het voorliggende besluit is voor een toets op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid voorgelegd aan de Autoriteit Consument en Markt (ACM).

De ACM concludeert dat de voorgestelde wijziging van het BARC weliswaar uitvoerbaar en handhaafbaar is, maar dat deze niet de gehele problematiek wegneemt. ACM stelt daarom enkele aanscherpingen en verduidelijkingen voor. Mede naar aanleiding van de opmerkingen van de ACM is het besluit aangepast. In de versie die aan ACM is voorgelegd was er voor gekozen de verplichting tot het bieden van toegang tot alarmnummers en de verplichting tot het bieden van nummeridentificatie ongewijzigd te laten en, kortgezegd, te bepalen dat voor concessiehouders met gebruikers die alleen de internettoegangsdienst afnemen, er een uitzondering op deze verplichting van kracht was. Zoals gezegd is mede naar aanleiding van de opmerkingen van ACM in het voorliggende besluit gekozen voor een andere aanpak. Deze bestaat er uit dat de verplichting tot het bieden van toegang tot alarmnummers en nummeridentificatie zelf is aangepast. Deze aanpassing komt erop neer dat de verplichting alleen geldt wanneer een aanbieder in haar concessie ‘spraak’ mag aanbieden en de gebruiker deze dienst ook daadwerkelijk afneemt.

6. Inwerkingtreding

Op grond van artikel 8 van de Wet telecommunicatievoorzieningen BES is een termijn van minimaal een jaar tussen de vaststelling en inwerkingtreding van het besluit vereist. De houders van een concessie op wie de wijzigingen zien, moeten immers voldoende tijd hebben om zich aan te passen aan de nieuwe of aangepaste verplichtingen. Omdat de wijziging alleen positieve gevolgen heeft voor de betreffende concessiehouders is ervoor gekozen om het besluit te doen inwerkingtreden vanaf de eerste dag na publicatie in de Staatscourant.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Dit artikel perkt de reikwijdte in van de verplichting tot het beschikbaar stellen van alarmnummers en het leveren van nummeridentificatie. Concessiehouders zijn op basis van de aan hen verleende concessies gehouden toegang tot alarmnummers en nummeridentificatie te bieden, wanneer zij met hun concessie ‘spraak’ mogen aanbieden en de gebruiker deze dienst ook daadwerkelijk afneemt. Deze uitzondering geldt voor delen van de vier opgedragen diensten: vaste telecommunicatiedienst, satelliettelecommunicatiedienst, mobiele telecommunicatiedienst en langeafstandstelecommunicatiedienst.

Artikel II

Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit.

De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat, W.J.M. Aerdts

Naar boven