Besluit van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 7 mei 2026, kenmerk 4375594-1096264-OBP, houdende de vaststelling van het Organisatiebesluit VWS 2026

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALING

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister:

Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. ministerie:

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

c. ressorteren:

vallend onder het gezagsbereik van de genoemde functionaris;

d. SG:

Secretaris-Generaal;

e. pSG:

plaatsvervangend Secretaris-Generaal;

f. budgethouder:

functionaris die verantwoordelijk is voor een rechtmatig en doelmatig financieel beheer van de aan hem toegewezen budgetten;

g. budget:

aan een budgethouder toegewezen verplichtingen- en kasbedrag(en) alsmede de te realiseren ontvangsten ter uitvoering van de gehele of een deel van de VWS-begroting.

HOOFDSTUK 2. HOOFDSTRUCTUUR VAN DE ORGANISATIE

Artikel 2

Het Ministerie bestaat uit de volgende organisatieonderdelen:

  • a. de Algemene Leiding;

  • b. het Directoraat-Generaal Volksgezondheid (DGV);

  • c. het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ);

  • d. het Directoraat-Generaal Langdurige zorg (DGLZ);

  • e. de (staf)directies;

  • f. de diensten en instellingen;

  • g. de secretariaten van raden en commissies.

HOOFDSTUK 3. ALGEMENE LEIDING

Artikel 3

  • 1. De Algemene Leiding ressorteert onder de minister.

  • 2. De Algemene Leiding bestaat uit:

    • a. de Secretaris-Generaal (SG);

      Onder de SG ressorteren de volgende onderdelen:

      • 1. de directie Macro-Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt (MEVA);

      • 2. de directie Financieel-Economische Zaken (FEZ);

      • 3. de directie Bestuurlijke en Politieke Zaken (BPZ);

      • 4. de directie Wetgeving en Juridische Zaken (WJZ);

      • 5. het bureau Integriteit en Sociale Veiligheid (BISV).

    • b. de plaatsvervangend Secretaris-Generaal (pSG);

      De pSG is belast met de interne organisatie en het beheer van het Ministerie en vervangt de SG bij diens afwezigheid.

      Onder de pSG ressorteren de volgende onderdelen:

      • 1. de directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel (OBP);

      • 2. de directie Informatiebeleid-CIO (DI/CIO);

      • 3. de directie Communicatie (DCo);

      • 4. de directie Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies (ESTT);

      • 5. het regiebureau PGB;

      • 6. de directie Open Overheid (DOO).

    • c. de Directeur-Generaal Volksgezondheid (DGV);

      Onder de DGV ressorteren de volgende onderdelen:

      • 1. de directie Publieke Gezondheid (PG);

      • 2. de directie Sport en Bewegen (SB);

      • 3. de directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie (VGP);

      • 4. de directie Internationale Zaken (IZ);

      • 5. de directie Infectieziektenbeleid (IZB);

      • 6. de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland (ZJCN);

    • d. de Directeur-Generaal Curatieve Zorg (DGCZ);

      Onder de DGCZ ressorteren de volgende onderdelen:

      • 1. de directie Curatieve Zorg (CZ);

      • 2. de directie Mentale Gezondheid en ggz (Mgg);

      • 3. de directie Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT);

      • 4. de directie Patiënt en Zorgordening (PZo);

      • 5. de programmadirectie Weerbare Zorg;

      • 6. de directie Deelnemingen en Aandeelhoudersadvisering (D&A);

      • 7. de programmadirectie Integraal Zorg Akkoord (IZA).

    • e. de Directeur-Generaal Langdurige Zorg (DGLZ);

      Onder de DGLZ ressorteren de volgende onderdelen:

      • 1. de directie Langdurige Zorg (LZ);

      • 2. de directie Zorgverzekeringen (Z);

      • 3. de directie Maatschappelijke Ondersteuning (DMO);

      • 4. de directie Jeugd (DJ).

Artikel 4

De volgende diensten en instellingen ressorteren onder de SG:

  • 1. de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ);

  • 2. de baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM);

  • 3. het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).

De volgende diensten en instellingen ressorteren onder de pSG:

  • 1. de baten-lastendienst agentschap College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (aCBG);

  • 2. de baten-lastendienst CIBG;

  • 3. de Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I).

Artikel 5

De volgende secretariaten van raden en commissies maken deel uit van het Ministerie.

Onder de pSG ressorteren:

  • 1. het secretariaat van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS);

  • 2. het secretariaat van de Gezondheidsraad (GR);

  • 3. het secretariaat van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek (CCMO);

  • 4. het secretariaat van de Nederlandse Sportraad (NLsportraad).

Artikel 6

  • 1. Het RIVM, het Directoraat-Generaal Volksgezondheid, het Directoraat-Generaal Curatieve Zorg en het Directoraat-Generaal Langdurige Zorg ressorteren onder een Directeur-Generaal.

  • 2. De IGJ staat onder leiding van een Inspecteur-Generaal.

  • 3. De directies, de stafdirecties, het agentschap CBG en SCP staan onder leiding van een directeur.

  • 4. Het CIBG en DUS-I staan onder leiding van een Algemeen Directeur.

  • 5. Het regiebureau PGB, de programma’s en de programmadirecties staan onder leiding van een programmamanager of programmadirecteur.

  • 6. Het bureau Integriteit en Sociale Veiligheid staat onder leiding van een manager.

HOOFDSTUK 3A. FINANCIËLE ORGANISATIE

Artikel 6a

  • 1. De SG is budgethouder.

  • 2. De pSG en de Directeuren-Generaal van het kernministerie zijn budgethouder voor de hen door de SG toegewezen budgetten. De SG, pSG en Directeuren-Generaal kennen aan de onder hen ressorterende hoofden de budgetten toe waarover zij kunnen beschikken.

  • 3. De directeuren van het kernministerie zijn budgethouder voor de hen door de SG, pSG of Directeuren-Generaal toegewezen budgetten.

HOOFDSTUK 4. SECRETARIS-GENERAAL

Artikel 7

De directie Macro-Economische Vraagstukken en Arbeidsmarkt bestaat uit de volgende afdelingen:

  • a. Arbeidsmarkt;

  • b. Algemeen Economisch Beleid;

  • c. Beroepen en Innovatie;

  • d. Opleidingen en Juridisch Beleidsadvies;

  • e. MEVA Programma’s;

  • f. Financiën & Beleidsondersteuning.

Artikel 8

De directie Financieel-Economische Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Advies en control;

  • b. Begrotingszaken;

  • c. Financiële informatievoorziening en toezicht;

  • d. Secretariaat.

Artikel 9

De directie Bestuurlijke en Politieke Zaken bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Bedrijfsvoering, Kabinet en Protocol;

  • b. Beveiligingsautoriteit;

  • c. Functionaris Gegevensbescherming;

  • d. Politiek adviseurs;

  • e. Bestuurlijke advisering;

  • f. Eigenaarsadvisering;

  • g. Managementondersteuning;

  • h. Stukkenstroom.

Artikel 10

De directie Wetgeving en Juridische Zaken staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 11

Het bureau Integriteit en Sociale Veiligheid staat onder leiding van een manager.

HOOFDSTUK 5. DE PLAATSVERVANGEND SECRETARIS-GENERAAL

Artikel 12

De directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Bedrijfsbureau;

  • b. Afdeling Personeel en Organisatie;

  • c. Afdeling Werkomgeving, Inkoop, Strategie en Proces;

  • d. Afdeling Informatievoorziening;

  • e. Afdeling VWS Flex.

Artikel 13

De directie Informatiebeleid-CIO bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Cluster iStaf;

  • b. Cluster iBeleid team A;

  • c. Cluster iBeleid team B;

  • d. Cluster iBeleid team C;

  • e. Cluster CIO-Office;

  • e. Cluster i-Regie;

  • f. Cluster i-Realisatie.

Artikel 14

De directie Communicatie bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Media;

  • b. Advies;

  • c. Corporate.

Artikel 15

De directie Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges en Toetsingscommissies bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. EST (Eenheid Secretariaten Tuchtcolleges);

  • b. RTE (Regionale Toetsingscommissies Euthanasie).

Artikel 16

Het regiebureau PGB staat onder leiding van een programmamanager.

Artikel 17

De directie Open Overheid staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

HOOFDSTUK 6. DIRECTORAAT-GENERAAL VOLKSGEZONDHEID

Artikel 18

De directie Publieke Gezondheid staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 19

De directie Sport en Bewegen staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 20

De directie Voeding, Gezondheidsbescherming en Preventie staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 21

De directie Internationale Zaken staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 22

De directie Infectieziektenbeleid staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de programmadirectie.

Artikel 23

De directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Zorg & Contractering;

  • b. Sociaal Domein, Jeugd & Sport;

  • c. Digitalisering & ICT.

HOOFDSTUK 7. DIRECTORAAT-GENERAAL CURATIEVE ZORG

Artikel 24

De directie Curatieve Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 25

De directie Mentale Gezondheid en ggz staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 26

De directie Geneesmiddelen en Medische Technologie staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 27

De directie Patiënt en Zorgordening staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 28

De directie Deelnemingen en Aandeelhoudersadvisering staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 29

De programmadirectie Weerbare Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de (programma)directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de programmadirectie.

Artikel 30

De programmadirectie Integraal Zorg Akkoord (IZA) staat onder leiding van een (programma)directeur. Deze stuurt op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de programmadirectie.

HOOFDSTUK 8. DIRECTORAAT-GENERAAL LANGDURIGE ZORG

Artikel 31

De directie Langdurige Zorg staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het collegiaal managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de dienst.

Artikel 32

De directie Zorgverzekeringen staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 33

De directie Maatschappelijke Ondersteuning staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

Artikel 34

De directie Jeugd staat onder leiding van een collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de directeur stuurt het managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de directie.

HOOFDSTUK 9. DE DIENSTEN EN INSTELLINGEN

Artikel 35

  • 1. Het agentschap College Beoordeling Geneesmiddelen staat onder leiding van een Directeur.

  • 2. Onder de directeur ressorteren:

    • a. Het divisiehoofd Beoordelen & Vergunning Verlenen;

    • b. Het divisiehoofd Europa, Geneesmiddelengebruik & Veterinair;

    • c. Het divisiehoofd Bedrijfsvoering, Juridische zaken & Communicatie.

  • 3. Onder het divisiehoofd Beoordelen & Vergunning Verlenen ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Regulatory Datamanagement;

    • b. Casemanagement & Implementatiegroep;

    • c. Farmacotherapeutische-groep I;

    • d. Farmacotherapeutische-groep II;

    • e. Farmacotherapeutische-groep III;

    • f. Farmacotherapeutische-groep IV;

    • g. Geneesmiddelenbewaking;

    • h. Kwaliteit 1 (CFB, Veterinair & BNV);

    • i. Kwaliteit 2 (CFB & Stoffen);

    • j. Kwaliteit 3 (CFB & BTG);

    • k. Farmacologie, Toxicologie en Kinetiek.

  • 4. Onder het divisiehoofd Europa, Geneesmiddelengebruik & Veterinair ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Europese Vertegenwoordiging;

    • b. Bureau Diergeneesmiddelen;

    • c. Wetenschap;

    • d. Bestuurlijke Zaken & Geneesmiddelgebruik.

  • 5. Onder het divisiehoofd Bedrijfsvoering, Juridische zaken & Communicatie ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Corporate communicatie;

    • b. Informatievoorziening;

    • c. Financiën, Inkoop, Kwaliteit en Control;

    • d. Human Resource Management & Ontwikkeling;

    • e. Facilitair en Managementondersteuning;

    • f. Juridische Zaken, Informatiebeheer & Public Assessment Report.

Artikel 36

  • 1. Het CIBG staat onder leiding van een Algemeen Directeur.

  • 2. Onder de Algemeen Directeur ressorteren:

    • a. de directeur Operationele Zaken/COO

    • b. de directeur Informatiemanagement/CIO;

    • c. de directeur Bedrijfsvoering/CFO/Plaatsvervangend algemeen directeur;

    • d. de stafafdeling Account-, Project- en Kwaliteitsmanagement;

    • e. de stafafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken.

  • 3. Onder de directeur Operationele Zaken/COO ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Authenticatie en Gegevensverstrekking;

    • b. Toelating en Toezicht;

    • c. Publieke Knooppunten en Registers;

    • d. Farmatec;

    • e. Klant en Communicatie;

    • f. Bureau Buitenlandse Zorgverleners (BBZ).

  • 4. Onder de directeur Informatiemanagement/CIO ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. CIO Office;

    • b. Functioneel Beheer;c. Delivery;

    • d. Applicatie- en Servicemanagement.

  • 5. Onder de directeur Bedrijfsvoering/CFO ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Control, Financiën en Risicobeheer;

    • b. HRM en Managementondersteuning.

Artikel 37

  • 1. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd staat onder leiding van een inspecteur-generaal (IG).

  • 2. Onder de IG ressorteren:

    • a. de Hoofdinspecteurs die belast zijn met bepaalde gebieden van de zorg en tevens aangewezen kunnen worden als plaatsvervangend IG:

      • 1°. de Hoofdinspecteur Cure en GMT;

      • 2°. de Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke Zorg;

      • 3°. de Project Hoofdinspecteur Front-office.

    • b. de directeur Strategie en Organisatie;

    • c. de directeur Bedrijfsvoering;

    • d. de Programmadirecteur Toezicht Sociaal Domein.

  • 3. Onder de Hoofdinspecteur Cure en GMT ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Medisch Specialistische Zorg 1;

    • b. Medisch Specialistische Zorg 2;

    • c. Medische Technologie;

    • d. Eerstelijnszorg;

    • e. Farmaceutische Producten.

  • 4. Onder de Hoofdinspecteur Jeugd en Maatschappelijke Zorg ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Jeugd;

    • b. Geestelijke Gezondheidszorg;

    • c. Gehandicaptenzorg;

    • d. Netwerkzorg en Preventie.

  • 5. Onder de Project Hoofdinspecteur ressorteert het volgende onderdeel:

    • a. Informatie en Meldingen Centrum.

  • 6. Onder de directeur Strategie en Organisatie ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Bestuursondersteuning, Beleid en Strategie;

    • b. Juridische Zaken;

    • c. Communicatie;

    • d. Bureau Opsporing en Boetes.

  • 7. Onder de directeur Bedrijfsvoering ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Financiën, Kwaliteit en Control;

    • b. Personeel en Organisatie;

    • c. Risicodetectie en Ontwikkeling;

    • d. Informatie en ICT;

    • e. Facilitaire Ondersteuning.

Artikel 38

  • 1. De baten-lastendienst Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu staat onder leiding van een Directeur-Generaal (DG). De Chief Financial Officer (CFO) is tevens plaatsvervangend Directeur-Generaal (pDG) en is verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering.

  • 2. Onder de DG ressorteren:

    • a. de directeur Bedrijfsvoering/CFO (pDG);

    • b. de directeur Volksgezondheid en Zorg;

    • c. de directeur Centrum Infectieziektebestrijding;

    • d. de directeur Milieu en Veiligheid;

    • e. de directeur Informatievoorziening;

    • f. Directeur Preventieprogramma’s en opschaling voor de publieke gezondheid (PPG)

  • 3. Onder de directeur Bedrijfsvoering/CFO (pDG) ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. de stafeenheid Bureau Directieraad;

    • b. de stafeenheid Communicatie en Documentaire Informatievoorziening;

    • c. de stafeenheid Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel;

    • d. de stafeenheid Finance, Control & Inkoop;

    • e. het Projectbureau Nieuwe Huisvesting RIVM tot 1 mei 2026.

  • 4. Onder de directeur Volksgezondheid en Zorg ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Centrum Gezondheid en Maatschappij;

    • b. Centrum Gezondheidsbescherming;

    • c. Centrum Voeding, Preventie en Zorg.

  • 5. Onder de directeur Centrum Infectieziektebestrijding ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Centrum Epidemiologie en Surveillance van Infectieziekten;

    • b. Centrum Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding;

    • c. Centrum Infectieziekteonderzoek, Diagnostiek en Laboratorium Surveillance;

    • d. Centrum Zoönosen en Omgevingsmicrobiologie;

    • e. Centrum Immunologie van Infectieziekten en Vaccins.

  • 6. Onder de directeur Milieu en Veiligheid ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Centrum Veiligheid van Stoffen en Producten;

    • b. Centrum Duurzaamheid, Milieu en Gezondheid;

    • c. Centrum Milieukwaliteit;

    • d. Centrum Veiligheid.

  • 7. Onder de directeur Informatievoorziening ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. de stafeenheid CIO-office, Kwaliteit & Support;

    • b. de stafeenheid Applicatiediensten;

    • c. de stafeenheid Generieke ICT-Voorzieningen;

    • d. de stafeenheid Onderzoek en Datadiensten;

    • e. de stafeenheid IV-advies & Regie.

  • 8. Onder de directeur Preventieprogramma’s en Opschaling voor de Publieke Gezondheid ressorteren de volgende onderdelen:

    • a. Regie op Preventieprogramma’s en Opschaling;

    • b. Digitalisering voor Preventieprogramma’s en Opschaling;

    • c. Supplychain voor Preventieprogramma’s en Opschaling;

    • d. Coördinatie en dienstverlening voor Preventieprogramma’s en Opschaling.

Artikel 39

De Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen staat onder leiding van het collegiaal managementteam. Onder eindverantwoordelijkheid van de algemeen directeur stuurt het collegiaal managementteam op de koers, prioritaire thema’s, flexibele inzet van medewerkers en organisatie van de dienst.

Artikel 40

Het Sociaal en Cultureel Planbureau staat onder leiding van een directeur en een adjunct-directeur.

Het Planbureau werkt met een flexibele programmastructuur en kent daarnaast de volgende vaste onderdelen:

  • a. Afdeling Bedrijfsvoering;

  • b. Afdeling Methodologie, Informatiehuishouding en Data;

  • c. Afdeling Communicatie en Public Affairs.

HOOFDSTUK 10. DE SECRETARIATEN VAN DE RADEN EN COMMISSIES

Artikel 41

Het secretariaat van de Gezondheidsraad staat onder leiding van de Algemeen Secretaris en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Wetenschappelijke staf team 1;

  • b. Wetenschappelijke staf team 2;

  • c. Bedrijfsvoering;

  • d. Communicatie en Redactie.

Artikel 42

Het secretariaat van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving staat onder leiding van een Directeur/Algemeen secretaris.

Artikel 43

Het Secretariaat van de Centrale Commissie Mensgebonden Onderzoek staat onder leiding van een Algemeen Secretaris en bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. Bedrijfsvoering;

  • b. Landelijk Bureau;

  • c. Bureau CCMO.

Artikel 44

Het Secretariaat van de Nederlandse Sportraad staat onder leiding van een Algemeen Secretaris.

Artikel 45

Het secretariaat van de Commissie Genetische Modificatie staat onder leiding van een secretaris en is ambtelijk ondergebracht bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

HOOFDSTUK 11. SLOTBEPALINGEN

Artikel 46

De directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel is belast met het beheer van dit besluit.

Artikel 47

  • 1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 mei 2026.

  • 2. Het Organisatiebesluit VWS 2025 wordt ingetrokken.

  • 3. Dit besluit wordt aangehaald als: Organisatiebesluit VWS 2026.

Dit besluit wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans

TOELICHTING

1. Algemeen

Sinds de laatste update van het organisatiebesluit van VWS hebben zich enkele wijzigingen voor gedaan met betrekking tot de inrichting van het Ministerie, waaronder de naamgeving en/of de structuur van enkele (programma)directies, raden en instellingen. Uitsluitend deze wijzigingen zijn verwerkt in het bestaande organisatiebesluit.

2. Wijzigingen ten opzichte van het Organisatiebesluit VWS 2025

Artikel 3, tweede lid, van het Coördinatiebesluit organisatie, bedrijfsvoering en informatiesystemen rijksdienst schrijft voor dat Onze Ministers de organisatie en formatie van hun Ministerie vaststellen. Met het vaststellen van het onderhavige organisatiebesluit geeft de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport hieraan gevolg.

In artikel 1 is onder andere vastgelegd wat onder ressorteren wordt verstaan: vallend onder het gezagsbereik van de genoemde functionaris. Dit laat natuurlijk onverlet dat de Secretaris-Generaal eindverantwoordelijk blijft, zoals geregeld in het koninklijk besluit van 18 oktober 1988 (Staatsblad 1988, 499), houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal.

In artikel 2 is de hoofdstructuur van het Ministerie beschreven met inbegrip van de diensten en instellingen en de secretariaten van raden en commissies.

In artikel 3 is de verantwoordelijkheidsverdeling binnen de algemene leiding aangegeven. Bepaald is dat een Secretaris-Generaal (SG), plaatsvervangend Secretaris-Generaal (pSG), dan wel Directeur-Generaal (DG) inhoudelijk verantwoordelijk is voor een beleidsdomein en beheersmatig voor een aantal onderdelen (directies, diensten) voor zover die behoren tot diens werkterrein. Hierin hebben enkele wijzigingen plaatsgevonden die tot wijzigingen in de organisatiestructuur hebben geleid.

Project- of programma-organisaties waaraan ambtenaren vanuit hun eigen directie deelnemen en die meer het karakter hebben van een samenwerkingsverband zijn niet opgenomen in het organisatiebesluit. Project- en programmaorganisaties die werken met speciaal daarvoor aangetrokken of vrijgesteld personeel en die niet zijn ingebed in de organisatie van een bestaande directie zijn wel opgenomen in het organisatiebesluit. Bij de instelling van deze organisaties wordt steeds bepaald wie als bevoegd gezag wordt aangemerkt.

In de Mandaatregeling VWS, de Volmachtregeling VWS en de Volmachtregeling personele aangelegenheden VWS 2019 zijn de bevoegdheden van de in dit besluit opgenomen functionarissen nader geregeld.

3. Wijzigingen in verband met ingetrokken Organisatiebesluit VWS 2025

Met de publicatie en inwerkingtreding van het Organisatiebesluit VWS 2026 is het Organisatiebesluit VWS 2025 ingetrokken.

4. Inwerkingtreding

De regeling treedt in principe per 1 mei 2026 in werking. De meeste tussentijdse organisatiewijzigingen zijn reeds opgenomen in bijzondere besluiten van de Secretaris-Generaal, waardoor het niet nodig is de gehele regeling met terugwerkende kracht inwerking te laten treden.

Indien de publicatie van de Staatscourant waarin dit besluit wordt geplaatst, plaatsvindt na 1 mei 2026, treedt de regeling de dag na publicatie van de Staatscourant in werking.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans

Naar boven