Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 18044 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 18044 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Asiel en Migratie,
Gelet op de artikelen 37, eerste lid, 55, vierde lid en 59b, derde lid van de Vreemdelingenwet 2000 en de artikelen 3.108, 3.109 en 4.21, eerste lid, onder a van het Vreemdelingenbesluit 2000;
Besluit:
Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 1.1 komt de begripsbepaling van ‘ernstige schade’ te vervallen.
B
Artikel 3.1 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid, onderdeel c, komt te luiden:
c. voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Wet:
1° het document III van het model dat als bijlage 7c1 bij deze regeling is gevoegd indien de vreemdeling de vluchtelingenstatus heeft;
2° het document III van het model dat als bijlage 7c2 bij deze regeling is gevoegd indien de vreemdeling de subsidiairebeschermingsstatus heeft;
3° het document III van het model dat als bijlage 7c3 bij deze regeling is gevoegd indien de vreemdeling het gezinslid is van een vreemdeling als bedoeld onder 1° of 2°;
2. Het eerste lid, onderdeel d, vervalt, onder verlettering van onderdeel e tot d.
3. In de aanhef van het vijfde lid wordt ‘bedoeld in het eerste lid onder b, c, d en e’ vervangen door ‘bedoeld in het eerste lid onder b, c en d’.
C
In de artikelen 3.3, eerste lid, onder a, 3.9, tweede lid, en 3.41 wordt ‘de artikelen 28 en 33’ telkens vervangen door ‘artikel 28’ en in artikel 3.3, vierde lid, vervalt ‘33/’.
D
In artikel 3.7, eerste lid, onderdeel b, wordt ‘bijlagen 7c’ vervangen door ‘bijlagen 7c1, 7c2, 7c3’.
E
De artikelen 3.36 tot en met 3.37g komen te vervallen.
F
Artikel 3.42 komt te vervallen.
G
Artikel 3.43b komt te luiden:
H
In artikel 3.43d wordt ‘3.43b, tweede en vierde lid’ vervangen door ‘3.43b’.
I
In artikel 3.43e wordt ‘de artikelen 3.43b, eerste lid, en 3.43c, eerste en tweede lid’ vervangen door ‘artikel 3.43c, eerste en tweede lid’.
J
De artikelen 3.45 tot en met 3.49 komen te vervallen.
K
Artikel 3.50 komt te luiden:
1. De aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Wet wordt door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon ingediend op het aanmeldcentrum in Ter Apel.
2. In afwijking van het eerste lid wordt, indien de vreemdeling rechtens de vrijheid is ontnomen, de aanvraag ingediend op de plaats waar de vrijheidsontneming ten uitvoer wordt gelegd.
L
Na artikel 3.50a worden twee artikelen ingevoegd, luidende:
1. Een volgende aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 8, onder c, van de Wet wordt door de vreemdeling of zijn wettelijk vertegenwoordiger in persoon ingediend, nadat de vreemdeling schriftelijk, via het daarvoor bestemde formulier, te kennen heeft gegeven welke redenen aan die volgende aanvraag ten grondslag liggen. Daarbij dient hij gelijktijdig ter staving van de aanvraag alle hem ter beschikking staande elementen en documenten te overleggen.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op de vreemdeling:
a. aan wie rechtens zijn vrijheid is ontnomen; of
b. die door de Minister is geïnformeerd over de datum van de vlucht ter fine van zijn verwijdering.
3. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de eerdere aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Wet niet in behandeling is genomen op grond van artikel 30 van de Wet, tenzij:
a. deze afwijzingsgrond niet meer van toepassing is;
b. de vreemdeling na afwijzing van de eerdere aanvraag vrijwillig is teruggekeerd naar of overgedragen is aan het land dat verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag; of
c. zich een geval voordoet als bedoeld in het tweede lid.
M
Artikel 3.50b komt te luiden:
1. De kennisgeving, bedoeld in artikel 3.109 van het Besluit, wordt aan de vreemdeling, diens juridisch adviseur of wettelijk vertegenwoordiger bekendgemaakt door uitreiking of verzending per post.
2. In afwijking van het eerste lid kan de bekendmaking van de kennisgeving ook plaatsvinden door middel van elektronische verzending, overeenkomstig afdeling 2.3 van de Algemene wet bestuursrecht.
3. Bij uitreiking of elektronische verzending wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen op de dag van uitreiking of elektronische verzending.
4. Bij verzending per post wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen op de dag na verzending.
N
Artikel 4.16, eerste lid, onder a, komt te luiden:
a. de plaats aan te wijzen waar de vreemdeling met rechtmatig verblijf als bedoeld in artikel 8, onder f of h, van de Wet alsmede de vreemdeling op wie artikel 7 van de Screeningsverordening van toepassing is, zich in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag om een verblijfsvergunning onderscheidenlijk de toepassing van de Screeningsverordening dient op te houden; en
O
Aan artikel 5.3 wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. De maatregel, bedoeld in artikel 59b, eerste lid, van de Wet, wordt verlengd als bedoeld in artikel 59b, derde lid, van de Wet, door de ambtenaar van de Immigratie- en Naturalisatiedienst die daartoe bevoegd is.
P
In artikel 7.1a, eerste lid, onderdeel b, vervalt ‘en 33’.
Q
In bijlage 3, eerste lid, wordt ‘7c’ vervangen door ‘7c1, 7c2 of 7c3’.
R
Bijlage 7c. document III wordt vervangen door de bijlagen 7c1, 7c2 en 7c3, die komen te luiden als aangegeven in de bijlagen bij deze regeling.
S
Bijlage 7d. document IV komt te vervallen.
Op reeds verleende verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 van de Wet (oud) blijven de artikelen 3.1, eerste lid, onderdeel c, 3.7, eerste lid, onderdeel b, 3.43b, vierde lid, 3.43c, derde en vierde lid, 7.1a, eerste lid, onderdeel b, bijlage 3, eerste lid en bijlage 7d, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling van toepassing.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 1 juni 2026
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink
Op 11 juni 2024 is het nieuwe Gemeenschappelijk Europees asielstelsel (hierna: GEAS), ook wel bekend als het Asiel- en migratiepact, in werking getreden. Het Asiel- en migratiepact bestaat uit één richtlijn en negen verordeningen, namelijk: de herschikte Opvangrichtlijn (EU) 2024/13461, de Kwalificatieverordening (EU) 2024/13472, de Procedureverordening (EU) 2024/13483, de Terugkeergrensprocedureverordening (EU) 2024/13494, de Uniekaderverordening voor hervestiging en toelating op humanitaire gronden (EU) 2024/13505, de Asiel- en migratiebeheerverordening (EU) 2024/13516, de Verordening consistentiewijzigingen met betrekking tot screening (EU) 2024/13527, de Screeningsverordening (EU) 2024/13568, de herziene Eurodac-verordening (EU) 2024/13589 en de Crisis- en overmachtverordening (EU) 2024/135910. Het Asiel- en migratiepact is per 12 juni 2026 van toepassing, met uitzondering van de Uniekaderverordening voor hervestiging en toelichting op humanitaire gronden, die van toepassing is geworden op 11 juni 2024.
Het Asiel- en migratiepact omvat met voornoemde richtlijn en verordeningen een omvangrijk pakket aan regels dat noopt tot een ingrijpende wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) en de onderliggende regelgeving, waaronder het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: Vb 2000) en het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: VV 2000). In de onderhavige wijzigingsregeling wordt in de wijziging van het VV 2000 voorzien.
Met het Asiel- en migratiepact is verdergaande harmonisatie van de regels over asiel en migratie in de lidstaten van de Europese Unie beoogd. De doelstellingen van het Asiel- en migratiepact zijn als volgt.
In de eerste plaats het versterken van de buitengrenzen door de invoering van een intensieve screening van vreemdelingen en een asielgrensprocedure die erop is gericht snel aan de buitengrenzen te beoordelen of vreemdelingen in aanmerking komen voor internationale bescherming – zijnde de vluchtelingenstatus of de subsidiairebeschermingsstatus – en of zij een veiligheidsrisico vormen of de bevoegde autoriteiten misleiden. Deze screening maakt mogelijk dat deze categorieën vreemdelingen kunnen worden teruggestuurd zonder dat zij het grondgebied van de EU hoeven te betreden.
In de tweede plaats de invoering van effectievere asielprocedures met kortere behandeltermijnen en strengere regels voor volgende aanvragen om internationale bescherming en het tegengaan van misbruik. Deze nieuwe regels gaan tezamen met belangrijke waarborgen ter verwezenlijking van de rechten van individuen, in het bijzonder het recht op gratis juridisch counseling gedurende de gehele asielprocedure, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen. De regels over opvangvoorzieningen, alsook de regels om in aanmerking te komen voor internationale bescherming en de rechten die daaruit voortvloeien worden verder geharmoniseerd.
In de derde plaats beoogt het Asiel- en migratiepact een solidariteitsmechanisme in te voeren, wat moet leiden tot een gebalanceerde verdeling van de verantwoordelijkheid van de lidstaten van de EU voor de opname van asielzoekers.
Met de komst van het Asiel- en migratiepact zijn de Vw 2000 en het Vb 2000 ingrijpend gewijzigd. De aanpassingen in de Vw 2000 en het Vb 2000 nopen eveneens tot aanpassingen van het VV 2000.
Zo is onder meer de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd komen te vervallen en is de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vervangen door de verblijfsvergunning asiel. Daarnaast wordt met de invoering van een tweestatusstelsel ook een onderscheid gemaakt tussen vluchtelingen en subsidiaire beschermden. Tevens zijn de afgeleide verblijfsvergunningen voor mee- en nareizende gezinsleden gewijzigd. Het VV 2000 wordt in deze wijzigingsregeling hierop aangepast.
Voorts zijn de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn vervangen door de Kwalificatieverordening en de Procedureverordening. Deze verordeningen werken rechtstreeks. Om die reden worden de artikelen die bestonden ter implementatie van de Kwalificatierichtlijn en Procedurerichtlijn uit de Vw 2000 en het Vb 2000 geschrapt en worden die middels deze wijzigingsregeling ook uit het VV 2000 geschrapt. Waar de Procedureverordening nationale invulling vereist en de grondslag voor het stellen van ministeriële regels in de Vw 2000 of het Vb 2000 is opgenomen zijn regels opgenomen in deze wijzigingsregeling.
Verder wordt het VV 2000 aangepast vanwege wijzigingen in artikel 59b Vw 2000 ten aanzien van de termijnen van vreemdelingenbewaring.
Tot slot wordt het VV 2000 aangepast aan de Screeningsverordening, welke verordening een screening van onderdanen van derde landen en staatlozen invoert.
In het artikelsgewijze gedeelte worden de wijzigingen nader toegelicht.
Vanwege het invoeren van een tweestatusstelsel en daarmee het onderscheid in het verblijfsrecht tussen vluchtelingen, subsidiair beschermden en hun gezinsleden, wordt het bijbehorende model van deze verblijfsdocumenten gewijzigd van één model naar drie verschillende modellen. De verwijzing naar deze modellen in de bijlage 3, bijlage 7c1 tot en met 7c3 (nieuw), zijn in de artikelen 3.1, eerste lid, onderdeel c, en in artikel 3.7, eerste lid onder b VV 2000 aangepast. Voortaan zal op het model worden aangegeven of de verblijfstitel ziet op een vluchteling, op een subsidiair beschermde of op een gezinslid van een vluchteling dan wel subsidiair beschermde. Wat betreft de gezinsleden zal worden volstaan met één op hen betrekking hebbend model, waarbij niet zal worden gespecificeerd of zij gezinslid zijn van een vluchteling dan wel subsidiair beschermde. Evenmin zal op het model worden aangegeven of zij een zogenoemde meereiziger of nareiziger zijn.
Verder is vanwege de afschaffing van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd artikel 33 van de Vw 2000 komen te vervallen en ook het daarmee samenhangende verblijfsrecht in artikel 8, onder d, van de Vw 2000. Hierdoor vervalt artikel 3.1, onderdeel d, van het VV. Het huidige onderdeel e, wordt verletterd tot onderdeel d (nieuw). De verwijzing naar onderdeel e wordt in de aanhef van het vijfde lid geschrapt. De verwijzing naar het nieuwe onderdeel d is aldaar reeds opgenomen.
Tevens komt het verblijfsdocument behorende bij de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd zoals opgenomen in bijlage 7d. Document IV te vervallen, als ook de verwijzingen naar die bijlage.
Vanwege het afschaffen van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is artikel 33 van de Vw 2000 komen te vervallen en zijn alle verwijzingen naar artikel 33 van de Vw in deze onderdelen geschrapt.
Met de komst van het Asiel- en migratiepact zijn de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn vervangen door de Kwalificatieverordening en de Procedureverordening. Deze verordeningen werken rechtstreeks. Om die reden worden de artikelen 3.36 tot en met 3.37g, 3.45 tot en met 3.49 uit het VV 2000 geschrapt die vanwege de noodzakelijke implementatie van de richtlijnen bestonden. Daarmee is ook de definitiebepaling van het begrip ‘ernstige schade’ overbodig geworden en geschrapt.
De grondslag voor artikel 3.42 VV 2000 in artikel 3.110 Vb 2000 (oud) is komen te vervallen. Daarom dient artikel 3.42 ook te vervallen.
Artikel 3.43b wordt zodanig gewijzigd dat het huidige eerste tot en met derde lid van 3.43b komen te vervallen. Deze leden zagen op de leges voor de aanvraag van de verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Met de afschaffing van de asielvergunning voor onbepaalde tijd komen deze bepalingen dan ook te vervallen.
Het huidige vierde lid van artikel 3.43b dient in stand te blijven voor zover dit ziet op de langdurig ingezetene als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onder d, van de Vw 2000. Derhalve is artikel 3.43b gehandhaafd voor zover het betreft de leges voor de verlenging van het document van de langdurig ingezeten.
De mogelijkheid om leges te heffen aan de vreemdeling als bedoeld in artikel 8, eerste lid onder c, van de Vw 2000 zoals dit is opgenomen in het huidige artikel 3.43b vierde lid wordt in de uitvoeringspraktijk niet gebruikt vanwege het gestelde in het huidige artikel 37, derde lid, van de Vw 2000 en wordt om die reden geschrapt.
In de artikelen 3.43d en 3.43e komen de verwijzing naar de het tweede en vierde lid van artikel 3.43b (oud) eveneens te vervallen.
Met het vervallen van artikel 3.118b Vb 2000 komt ook artikel 3.50 VV 2000 te vervallen. Artikel 3.108 Vb 2000 (nieuw) bepaalt echter dat bij ministeriële regeling overeenkomstig artikel 28, derde en vierde lid, van de Procedureverordening nadere regels worden gesteld over de indiening van een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Hieronder vallen zowel eerste aanvragen als ook volgende aanvragen.
In de nieuwe artikelen 3.50 en 3.50a VV 2000 worden deze regels opgenomen, indachtig de relevante bepalingen uit de Procedureverordening.
De uitzonderingen uit het huidige artikel 3.50 zijn overgenomen, maar enkel nog voor de vreemdeling die rechtens zijn vrijheid is ontnomen en de vreemdeling die geïnformeerd is over de datum van de vlucht ter fine van zijn verwijdering. Ook van vreemdelingen die na een eerdere afwijzing zijn teruggekeerd naar het land van herkomst of waarvan de eerdere aanvraag niet-ontvankelijk is verklaard, mag gelet op artikel 55 van de Procedureverordening worden verlangd dat zij bij gelegenheid van de indiening van de een volgende aanvraag een schriftelijke toelichting verstrekken op grond waarvan een voorafgaande onderzoek kan worden gedaan waarbij wordt nagegaan of er nieuwe relevante elementen naar voren zijn gekomen.
Daarnaast wordt de wijze van indiening van een volgende aanvragen ook van toepassing verklaard op vreemdelingen die onder de Asiel- en Migratiebeheerverordening vallen en die na het ontvangen van een overdrachtsbesluit een nieuwe aanvraag indienen. Daarmee wordt de huidige uitvoeringspraktijk gehandhaafd.
Artikel 3.109 Vb 2000 (nieuw) introduceert een subdelegatiegrondslag om regels te stellen ten aanzien van de in artikel 9, derde lid, van de Procedureverordening bedoelde kennisgevingen die de minister de vreemdeling doet aangaande zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Gelet hierop dienen er bij ministeriële regeling regels te worden gesteld over de wijze van kennisgeving als ook over het tijdstip waarop de kennisgeving door de vreemdeling geacht wordt te zijn ontvangen. Derhalve is in het nieuwe artikel 3.50b opgenomen dat de Minister de kennisgevingen als bedoeld in artikel 3.109 Vb 2000 uitreikt of per post verzendt. Daarbij is opgenomen dat bij uitreiking de kennisgeving wordt geacht te zijn ontvangen op de dag van uitreiking en bij verzending per post op de dag na verzending. In de huidige praktijk worden kennisgevingen reeds in persoon uitgereikt of schriftelijk verzonden. Het vorenstaande sluit hier dus bij aan. Het wordt echter wenselijk geacht ook langs elektronische weg met vreemdelingen te kunnen communiceren. Dat kan al middels Mijn IND, waarvoor echter geldt dat de vreemdeling moet beschikken over DigiD. Na 12 juni 2026 wordt daarnaast een nieuw systeem geïntroduceerd (Mijn Omgeving) waarmee ook elektronisch kan worden gecommuniceerd met vreemdelingen die (nog) niet beschikken over een DigiD. Zodra de vreemdeling een advocaat heeft, kan de vreemdeling ook middels plaatsing van een bericht in het Portaal voor Advocaten een kennisgeving worden gestuurd. In het nieuwe artikel 3.50b VV 2000 wordt daarom ook alvast de mogelijkheid opgenomen om kennisgevingen elektronisch bekend te maken. In dat geval wordt de kennisgeving geacht te zijn ontvangen op de dag van elektronische verzending.
Met de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 is het huidige artikel 55 van de Vw 2000 gewijzigd. Dit artikel geeft de mogelijkheid om de vreemdeling te verplichten zich in verband met het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de asielaanvraag beschikbaar te houden op een aangewezen plaats. Met de wijziging van dit artikel zal die verplichting tevens kunnen worden opgelegd gedurende de beroepsfase en aan vreemdelingen die moeten worden gescreend overeenkomstig de screeningsverordening. Daarom zijn deze toevoegingen ook doorgevoerd in art 4.16, eerste lid, VV.
Aan artikel 5.3 is een lid toegevoegd.
In het (nieuwe) artikel 59b, derde lid, van de Vw 2000 is bepaald dat de Minister de termijn voor vreemdelingenbewaring met ten hoogste zes maanden kan verlengen, indien sprake is van een van de situaties genoemd in dat artikellid. Gelet op de aard van de omstandigheden waaronder de maatregel ingevolge artikel 59b, derde lid, van de Vw kan worden verlengd, wordt het wenselijk geacht dat de krachtens hun mandaat daartoe bevoegde ambtenaren van de Immigratie- en Naturalisatiedienst bevoegd zijn de maatregel van vreemdelingenbewaring te verlengen. Nu deze beslissing betrekking heeft op de verlenging van een vrijheidsontnemende maatregel, is het wenselijk om deze bevoegdheid op te nemen in het VV 2000.
Zoals uit de memorie van toelichting bij de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 blijkt geldt het daarin opgenomen overgangsrecht ook voor de lagere regelgeving, waaronder deze wijzigingsregeling.
Het overgangsrecht van de onderhavige wijzigingsregeling sluit dan ook aan bij het overgangsrecht uit de Uitvoerings- en implementatiewet Asiel- en migratiepact 2026 en van het Uitvoerings- en implementatiebesluit Asiel- en migratiepact 2026.
Vreemdelingen die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd blijven na 12 juni 2026 rechtmatig verblijf houden op grond van het huidige artikel 8, aanhef en onderdeel d, van de Vw 2000. Voor het VV 2000 betekent dit concreet dat op reeds verleende verblijfsvergunningen voor onbepaalde tijd daardoor de artikelen 3.1, eerste lid, onderdeel c, 3.7, eerste lid, onderdeel b, 3.43b, vierde lid, 3.43c, derde en vierde lid, 7.1a, eerste lid, onderdeel b, bijlage 3, eerste lid en bijlage 7d. Document IV, zoals die luidden onmiddellijk voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling van toepassing blijven. Hierdoor blijft het voor houders van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd onder meer mogelijk om, onder betaling van leges, hun verblijfsdocument te verlengen.
Deze regeling, met uitzondering van Artikel I, onderdelen A, E, F en J, treedt gelijktijdig in werking met de inwerkingtreding van het Uitvoerings- en implementatiebesluit Asiel- en migratiepact 2026, waarin de grondslagen voor deze wijzigingsregeling zijn gelegen.
Artikel I, onderdelen A, E, F en J treden in werking op 12 juni 2026, omdat deze wijzigingen rechtstreeks volgen uit het Asiel- en migratiepact 2026 door de wijziging van de Kwalificatierichtlijn en de Procedurerichtlijn in de Kwalificatieverordening en de Procedureverordening en de rechtstreekse werking van deze verordeningen.
De inwerkingtreding valt niet op een vast verandermoment en de invoeringstermijn bedraagt minder dan twee maanden. Daarmee wijkt de inwerkingtreding af van het systeem van vaste verandermomenten. Deze regeling betreft echter de implementatie van bindende EU-wetgeving waarvoor afwijking is toegestaan.
De regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-18044.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.