Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 mei 2026, nr. 2026-0000113609, houdende de inrichting van de directie Werknemersregelingen alsmede doorverlening van vertegenwoordigingsbevoegdheden van de directeur Werknemersregelingen (Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werknemersregelingen 2026)

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste lid, aanhef en onderdeel k, 10 en 13 van het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directeur-generaal Sociale Zekerheid en Integratie 2015;

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. directie WR:

de directie Werknemersregelingen van het ministerie;

b. het UWV:

het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, genoemd in hoofdstuk 5 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

§ 2. Organisatie en taken afdelingen

Artikel 2

WR bestaat uit de volgende onderdelen:

  • a. de Afdeling Werkgevers (WG);

  • b. de Afdeling Werkzoekenden en sociale zekerheid in de EU (WEU);

  • c. de Afdeling Werk en Inkomen voor Zieken en Arbeidsongeschikten (WIZA);

  • d. de Afdeling Caribisch Nederland (CN);

  • e. de Afdeling Opdrachtgeverschap & Handhaving (OG&H);

  • f. het Team Directieadvisering (TD);

  • g. de Unit Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Rijksdienst Caribisch Nederland (RCN), gevestigd te Bonaire, Sint Eustatius en Saba (RCN-unit SZW).

Artikel 3

Het hoofd van de afdeling Werkgevers is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken op het gebied van:

  • a. de Wet banenafspraak en het quotum arbeidsbeperkten (Wet Banenafspraak);

  • b. de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl);

  • c. het flankerend beleid gericht op inclusief werkgeverschap (stimuleren van sociaal ondernemen, maatschappelijk verantwoord inkopen, dienstverlening aan werkgevers, stimuleren van innovaties door werkgevers gericht op de inclusieve arbeidsmarkt via bijvoorbeeld Coalitie voor Technologie en Inclusie en Kennisalliantie Inclusie en Technologie);

  • d. de financiering van de Werkloosheidswet (WW);

  • e. de financiering van de Ziektewet (ZW), de Wet Werk en Inkomen naar Arbeidsvermogen (WIA) en verantwoordelijkheid ten aanzien van de hybride markt;

  • f. het Wetsvoorstel personeelsbehoud bij crisis;

  • g. bijdragen aan ministerie-brede thema’s vanuit expertise op het gebied van werkloosheid, zoals ontschotte dienstverlening, maatwerk, de positionering van arbeidsmarktregio’s en het omgaan met arbeidsmarktkrapte.

Artikel 4

Het hoofd van de afdeling Werkzoekenden en sociale zekerheid in de EU is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. de beleidsontwikkeling rondom werkloosheid;

  • b. bijdragen aan ministerie-brede thema’s vanuit expertise op het gebied van werkloosheid, zoals ontschotte dienstverlening, maatwerk, de positionering van arbeidsmarktregio’s en het omgaan met arbeidsmarktkrapte;

  • c. het onderhoud, de ontwikkeling en vereenvoudiging van relevante regelgeving inzake werkloosheid (in hoofdzaak de Werkloosheidswet (WW) en Toeslagenwet (TW), maar ook de Inkomensvoorziening Oudere Werklozen (IOW) en onderliggende regelgeving zoals het Algemeen Inkomensbesluit en het Dagloonbesluit);

  • d. de doorontwikkeling van dienstverlening aan werkzoekenden zoals aangeboden door het UWV;

  • e. beleidstaken in de volle breedte, zoals financiering, ICT en de aanpak van misbruik, waarbij goed opdrachtgeverschap richting UWV een kernelement vormt.

  • f. het voorbereiden en uitdragen van Nederlandse standpunten met betrekking tot de Europese coördinatie van sociale zekerheidsstelsels (Verordening 883/2004 en Toepassingsverordening 987/2009), als essentieel onderdeel van het vrij verkeer van personen binnen de EU;

  • g. de beoordeling van de toepassing van EU-verordeningen en EU-verdragen in de uitvoeringspraktijk, inclusief internationale aspecten van sociale zekerheid, mede aan de hand van jurisprudentie en in samenwerking met betrokken directies binnen het ministerie, de uitvoeringsorganisaties en andere ministerie;

  • h. het zorgdragen voor toereikende sociale zekerheid voor personen die in een andere EU-lidstaat wonen of werken;

  • i. het bevorderen van verbeterde grensoverschrijdende handhaving, met als onderdeel daarvan het tegengaan van grensoverschrijdende uitkeringsfraude en premieshoppen, met als doel een eerlijk en functionerend stelsel.

Artikel 5

Het hoofd van de afdeling Werk en Inkomen voor Zieken en Arbeidsongeschikten is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. de beleidsontwikkeling ten aanzien van werk en inkomen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, waarbij de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zzp’ers een specifieke ambitie is;

  • b. bijdragen aan ministerie-brede thema’s vanuit expertise op het gebied van ziekte en arbeidsongeschiktheid.

  • c. het onderhoud en de ontwikkeling van relevante regelgeving met betrekking tot werk en inkomen bij ziekte en arbeidsongeschiktheid;

  • d. de doorontwikkeling van activerende dienstverlening aan mensen met een arbeidsbeperking zoals aangeboden door het UWV;

  • e. beleidstaken in de volle breedte, waaronder aspecten als financiering, ICT en de aanpak van misbruik, waarbij goed opdrachtgeverschap richting UWV een kernelement vormt.

Artikel 6

Het hoofd van de afdeling Caribisch Nederland is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het coördineren van het door het ministerie te voeren beleid inzake de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • b. het stellen van kaders en het maken van afspraken voor de bij de RCN-unit SZW berustende uitvoeringstaken;

  • c. het coördineren van het dossier Caribisch Nederland voor het gehele ministerie en het onderhouden van een netwerk op de eilanden en interdepartementaal ten behoeve van deze coördinerende rol;

  • d. het coördineren van het beleid voor zover dit op de eilanden bij de minister zelf ligt.

Artikel 7

Het hoofd van de afdeling Opdrachtgeverschap en Handhaving is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het zorgdragen voor het integraal opdrachtgeverschap voor het UWV, de SVB en de Belastingdienst ten aanzien van werknemersregelingen;

  • b. het zorgdragen voor het coördinerend opdrachtgeverschap voor het UWV, waarbij onder meer overzicht wordt gehouden van alle beleidsopdrachten en waarbij zij mede het secretariaat voert van de overlegcyclus met UWV;

  • c. de beleidsontwikkeling met betrekking tot de handhaving en preventie van misbruik van werknemersregelingen;

  • d. het faciliteren van en adviseren over praktijkgericht werken in werknemersregelingen;

  • e. de eigenaarsadvisering van de RCN-unit SZW.

Artikel 8

Team Directieadvisering is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. de Planning & Control-cyclus binnen het ministerie;

  • b. de financiële aangelegenheden binnen de directie Werknemersregelingen en de afdeling Caribisch Nederland;

  • c. de strategische advisering met betrekking tot activiteiten die niet het primaire proces zijn, zijnde Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting (PIOFACH)

  • d. de coördinatie en advisering van onderzoek, kennisdeling en kennisgedreven werken;

  • e. het ontwikkelen van een meerjarige onderzoeksagenda.

Artikel 9

Het hoofd van de RCN-unit SZW is verantwoordelijk voor de volgende algemene taken:

  • a. het zorgdragen voor de uitvoeringstaken van de minister op Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waaronder mede begrepen het nemen van besluiten en het behandelen van bezwaar- en beroepszaken die betrekking hebben op deze besluiten, en het ten behoeve van de coördinatiefunctie rapporteren daarover aan de afdeling Caribisch Nederland;

  • b. het voeren van overleg met de RCN in verband met de dienstverlening door de RCN aan de RCN-unit SZW;

  • c. het in samenspraak met de afdeling Caribisch Nederland voorbereiden van afspraken met de RCN-unit SZW;

  • d. het adviseren en desgevraagd bijstaan van de afdeling Caribisch Nederland bij het coördineren van het door het ministerie te voeren beleid inzake de openbare lichamen van Bonaire, Sint Eustatius en Saba;

  • e. het uitwisselen van gegevens met belanghebbende uitkeringsverstrekkende instanties ten behoeve van de rechtmatige betaling van socialezekerheidsuitkeringen door die instanties en de RCN-unit SZW, alsmede het desgevraagd leveren van administratieve hulp aan belanghebbende uitkeringverstrekkende instanties;

  • f. het zorgdragen voor de vastlegging van de binnen de RCN-unit SZW geldende bevoegdheden in een besluit.

§ 3. Bevoegdheden

Artikel 10

  • 1. Aan de hoofden van de afdelingen en het hoofd van de RCN-unit SZW wordt volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de personeelsaangelegenheden van de eigen organisatorische eenheid, voor zover het betreft:

    • a. het opmaken, niet zijnde vaststellen, van een beoordeling van medewerkers;

    • b. het houden van personeelsgesprekken;

    • c. verlof van medewerkers;

    • d. kleine beloningen, niet zijnde gratificaties, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de directeur WR.

  • 2. In aanvulling op het eerste lid wordt aan het hoofd van de RCN-unit SZW mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

    • a. het – bij wijze van bindende voordracht aan de directeur van de RCN uit hoofde van diens formeel werkgeverschap – nemen van inhoudelijke besluiten die betrekking hebben op:

      • 1°. het vaststellen van een beoordeling van medewerkers van de RCN-unit SZW;

      • 2°. de benoeming van medewerkers, voor zover passend binnen de voor de RCN-unit SZW vastgestelde formatie, en het ontslag van medewerker;

    • b. het nemen van besluiten over en het vaststellen en ondertekenen van stukken die betrekking hebben op de behandeling van klachten als bedoeld in artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht, voor zover deze klachten betrekking hebben op gedragingen van de onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 11

Aan de hoofden van de afdelingen en het hoofd van de RCN-unit SZW wordt volmacht verleend tot het aangaan van overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 75.000,– inclusief BTW per overeenkomst. Dit geldt voor:

  • a. het organiseren en accorderen van activiteiten binnen hun eigen organisatorische eenheid;

  • b. het accorderen van door de eigen organisatorische eenheid ingediende voorstellen/uitgaven zoals opgenomen in het vastgestelde, danwel gedurende het jaar bijgestelde, bestedingsplan van de directie;

  • c. personele ontwikkeling van medewerkers zoals opleidingen en begeleiding.

Artikel 12

Aan de hoofden van de afdelingen en het hoofd van de RCN-unit SZW wordt mandaat en machtiging verleend met betrekking tot:

  • a. het afdoen van informatieve brieven die betrekking hebben op taken van de eigen organisatorische eenheid;

  • b. het paraferen van stukken waar de directie WR geen voortouw in heeft, met uitzondering van stukken waarvan gelet op het belang daarvan redelijkerwijs vermoed kan worden dat deze door de directeur WR afgedaan moeten worden.

Artikel 13

  • 1. Het hoofd van de RCN-unit SZW is bevoegd om namens een bewindspersoon besluiten te nemen, beslissingen in bezwaar- en beroepsprocedures te nemen, overeenkomsten aan te gaan en handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn, voor zover deze verband houden met de uitvoering van de Wet algemene ouderdomsverzekering BES, de Wet algemene weduwen- en wezenverzekering BES, de Cessantiawet BES, de Wet ziekteverzekering BES, de Wet ongevallenverzekering BES, de Wet kinderbijslagvoorziening BES, de Wet kinderopvang BES, het Besluit onderstand BES, de Arbeidsveiligheidswet BES, de Stuwadoorswet 1946 BES, de Arbeidswet 2000 BES, de Wet collectieve arbeidsovereenkomsten BES, de Wet minimumlonen BES, de Vakantiewet 1949 BES, de Wet beëindiging arbeidsovereenkomsten BES, de Arbeidsgeschillenwet 1946 BES, de Wet arbeid vreemdelingen BES en de daarop gebaseerde nadere regelgeving, tenzij deze zijn voorbehouden aan een bewindspersoon, de secretaris-generaal, de plaatsvervangend secretaris-generaal, de directeuren-generaal,de inspecteur-generaal Nederlandse Arbeidsinspectie of de inspecteur-generaal Inspectie van het Onderwijs.

  • 2. De volmacht, bedoeld in het eerste lid, is beperkt tot het aangaan van de volgende overeenkomsten met een waarde van ten hoogste € 75.000,– (incl. BTW) per overeenkomst die betrekking hebben op:

    • a. systeemontwikkeling, licenties, functioneel beheer en onderhoud van applicaties van systemen;

    • b. de levering van goederen en diensten ten behoeve van de uitvoering.

  • 3. Het hoofd van de RCN-unit SZW kan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de directeur WR bevoegdheden doorverlenen aan onder hem ressorterende functionarissen.

§ 4. Slotbepalingen

Artikel 14

  • 1. Bij afwezigheid of verhindering van de directeur WR worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden waargenomen door het afdelingshoofd dat is aangewezen als de plaatsvervangend directeur.

  • 2. Bij afwezigheid of verhindering van het hoofd van de RCN-unit SZW worden, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens taken en bevoegdheden, met uitzondering van de bevoegdheden genoemd in artikel 10, tweede lid, waargenomen door het plaatsvervangend hoofd van de RCN-unit SZW.

Artikel 15

  • 1. Het Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werknemersregelingen 2015 wordt ingetrokken.

  • 2. Na de inwerkingtreding van deze regeling berust het Machtigingsbesluit RCN-unit Sociale Zaken 2017 op de artikelen 9, aanhef en onderdeel f, en 13, derde lid, van deze regeling.

  • 3. Deze regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 25 november 2022.

  • 4. Deze regeling wordt aangehaald als: Organisatie-, mandaat- en volmachtbesluit directie Werknemersregelingen 2026.

Deze regeling zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, M. Tunnissen Directeur Werknemersregelingen

TOELICHTING

Het Organisatie-, mandaat en volmachtbesluit directie Werknemersregelingen 2015 wordt ingetrokken en vervangen door het Organisatie-, mandaat en volmachtbesluit directie Werknemersregelingen 2026. Dit is noodzakelijk in verband met een wijziging van de organisatie van de directie Werknemersregelingen. In november 2022 is een O&F rapport uitgekomen waarin de wijzigingen in de organisatie en formatie zijn beschreven. Het Organisatie-, mandaat en volmachbesluit directie Werknemersregelingen 2015 is in lijn gebracht met de wijzigingen zoals omschreven in het O&F rapport, hetgeen heeft geresulteerd in het huidige Organisatie-, mandaat en volmachtbesluit directie Werknemersregelingen 2026.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, namens deze, M. Tunnissen Directeur Werknemersregelingen

Naar boven