Besluit van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 6 mei 2026, nr. DGA / 105293347 ter bevestiging van het tekort biologische eiwithoudende diervoeders voor pluimvee en varkens in 2026

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op:

  • Bijlage II, deel II, punten 1.9.3.1, onderdeel c, en 1.9.4.2, onderdeel c, van Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L150); en

  • Artikel 5 Regeling diervoeders 2012;

Besluit:

Artikel 1

De minister bevestigt overeenkomstig bijlage II, deel II, punten 1.9.3.1, onderdeel c, en 1.9.4.2, onderdeel c, van Verordening (EU) nr. 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad (PbEU 2018, L150) dat biologische eiwithoudende diervoeders voor pluimvee en varkens in 2026 niet in voldoende hoeveelheid beschikbaar waren en zijn in Nederland.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 6 mei 2026

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

Bezwaar

Bent u het niet eens met deze beslissing? Een belanghebbende kan binnen zes weken na dagtekening van dit besluit bezwaar maken.

Ga naar www.rvo.nl/bezwaar om uw bezwaar digitaal te versturen. Kies voor eBezwaar.

Wilt u liever schriftelijk bezwaar maken? Stuur uw bezwaarschrift dan naar Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Noem hierin [het kenmerk] [de referentie, het kenmerk] en de datum van de beslissing waartegen u bezwaar maakt.

Op mijn.rvo.nl/bezwaar vindt u meer belangrijke informatie over het digitaal en schriftelijk indienen van een bezwaarschrift.

Meer informatie

Heeft u nog vragen over uw bezwaarschrift, kijk dan op de website: mijn.rvo.nl of bel: 088 042 42 42 (lokaal tarief).

TOELICHTING

In Nederland zijn in 2026 niet voldoende (grondstoffen voor) biologische eiwithoudende diervoeders beschikbaar. Hierdoor slaagden of slagen niet alle biologische landbouwers erin om eiwithoudende diervoeders uitsluitend uit biologische productie te verkrijgen voor het voederen van biologisch gehouden pluimvee en varkens. Dit algemene beeld wordt bevestigd in een recent memorandum van Wageningen Livestock Research.1 Derhalve bevestigt de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (hierna: minister) met terugwerkende kracht tot 1 januari 2026 en voor het resterende deel van 2026 dat biologische eiwithoudende diervoeders voor deze dieren in 2026 niet in voldoende hoeveelheid beschikbaar zijn in Nederland. De minister acht het verlenen van terugwerkende kracht aan dit besluit aanvaardbaar omdat het besluit begunstigend is voor de betrokken exploitanten.

De bevestiging van de minister is een voorwaarde om gebruik te kunnen maken van deze uitzondering. Daarom wordt de bevestiging aangemerkt als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. De minister ontleent de bevoegdheid voor dit besluit aan bijlage II, deel II, punten 1.9.3.1, onderdeel c, en 1.9.4.2, onderdeel c, van verordening (EU) nr. 2018/848 (hierna: verordening 2018/848) en artikel 5 van de Regeling diervoeders 2012.

De bevestiging van de minister heeft tot gevolg dat biologische pluimveehouders en varkenshouders in 2026 op grond van bijlage II, deel II, punten 1.9.3.1, onderdeel c, en 1.9.4.2, onderdeel c, van verordening 2018/848 gebruik kunnen maken van niet-biologische eiwithoudende diervoeders, als aan de andere voorwaarden uit deze punten is voldaan. Zo moet het gaan om jong pluimvee en biggen tot en met 35 kg en moeten exploitanten bij inspecties door Skal bewijsstukken kunnen tonen waaruit blijkt dat zij daadwerkelijk geconfronteerd zijn geweest met een tekort.

De Minister zal informatie over de beschikbaarheid van biologisch eiwitrijk voer en de toegestane afwijkingen aan de andere EU-lidstaten en de Europese Commissie verstrekken.2

Het gebruik van deze uitzondering is mogelijk tot en met 31 december 2026 waarna het gebruik van honderd procent biologische diervoerders verplicht is, tenzij de Europese Commissie de uitzondering verlengt na 2026. De Europese Commissie rapporteert in 2026 op basis van de door de lidstaten jaarlijks aangeleverde informatie aan het Europees Parlement en de Raad over de beschikbaarheid van biologisch eiwitrijk veevoer in de Unie en de toegestane uitzonderingen. De Europese Commissie zal op basis van deze informatie ook besluiten over het verlengen van de uitzondering na 2026.

Naar boven