Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 17917 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 17917 | overige overheidsinformatie |
|
1 |
Overzicht en inleiding |
|
|
1.1 |
Kort overzicht |
|
|
1.2 |
Inleiding |
|
|
2 |
Doelstelling en achtergrond |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma en de ronde |
|
|
2.2 |
Profiel en projecten van de Senior Fellow mbo |
|
|
2.3 |
Thema’s Comeniusprogramma 2027 |
|
|
2.4 |
Achtergrond |
|
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
|
3.1 |
Tijdpad |
|
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
|
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
|
3.4 |
Intentieverklaring indienen in ISAAC |
|
|
3.5 |
Aanvraag opstellen en indienen in ISAAC |
|
|
3.6 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
|
4 |
Beoordeling |
|
|
4.1 |
Criteria |
|
|
4.2 |
Procedure |
|
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
|
5 |
Na de toewijzing |
|
|
5.1 |
Start van het project |
|
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
|
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering project |
|
|
5.4 |
Afronding |
|
|
5.5 |
Resultaten – Open Science |
|
|
5.6 |
Evaluatie |
|
|
6 |
Contact |
|
|
7 |
Bijlagen |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
|
|
7.2 |
Indexering |
|
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.
Titel: Comenius Senior Fellows mbo 2027
Doel: In de eerste plaats financiert het Comeniusprogramma onderwijsinnovatieprojecten die direct bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het vervolgonderwijs in Nederland, ten behoeve van studenten. Daarnaast draagt het Comeniusprogramma bij aan het mogelijk maken van veelzijdige carrièrepaden voor onderzoekers en onderwijsprofessionals aan mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten, door excellent en bevlogen docentschap zichtbaar te waarderen. De projecten van de Teaching, Senior en Leadership Fellows onderscheiden zich doordat de impact op het onderwijs, op iedere ‘trede’ in het programma breder wordt.
Aan te vragen financiering: De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 100.000. Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 1.200.000. Binnen deze ronde worden naar verwachting maximaal 12 aanvragen toegewezen.
De beurzen worden verdeeld over drie thema’s en één vrij thema (zie paragraaf 2.3), volgens onderstaande verdeling. Mocht er budget overblijven binnen een thema van deze Call for proposals, dan kan de Programmacommissie Hoger Onderwijs besluiten om dit resterende budget toe te voegen aan één van de andere thema’s binnen deze Call for proposals of de andere Comenius mbo ronde. Bij dit besluit neemt de programmacommissie de kwaliteit van de aanvragen, eventuele ex aequo’s en de spreiding over de thema’s in overweging.
|
Totaal |
|
|---|---|
|
Thema 1: Het bevorderen van kansengelijkheid |
4 |
|
Thema 2: Het verbeteren van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt |
4 |
|
Thema 3: Onderwijs voor de toekomst |
4 |
|
Totaal |
12 |
Additionele financiering: Een eigen bijdrage is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk een eigen bijdrage toe te voegen in de aanvraag.
Indieningsdeadline(s):
De deadline voor het indienen van intentieverklaringen is 15 september 2026, voor 14:00:00 CEST. De deadline voor het indienen van aanvragen is 3 november 2026, voor 14:00:00 CET.
Procedure: de aanvraagprocedure bestaat uit de volgende stappen: indiening van de intentieverklaring; (optionele) sessie ‘van idee naar aanvraag’; indiening van de aanvraag; in behandeling nemen van de aanvraag; preadvisering beoordelingscommissie; (optionele) voorselectie; weerwoord; vergadering van de beoordelingscommissie; besluitvorming.
Veranderingen ten opzichte van de vorige Call for proposals:
– in plaats van een vooraanmeldingsfase bevat deze Call de optie om een voorselectie uit te voeren (zie paragraaf 4.2.3.);
– aanvragers kunnen er voor kiezen om een sessie ‘van idee naar aanvraag’ te volgen (zie paragrafen 2.2. en 3.1.). Aanvragers krijgen tijdens de sessie inzicht in welke praktische stappen belangrijk zijn bij het schrijven van een aanvraag;
– Practoren kunnen indienen via een erkend onderwijsonderdeel binnen een mbo-instelling, niet vanuit een practoraat.
Deze Call for proposals beschrijft het aanvraagproces voor de ronde ‘Comenius Senior Fellows mbo 2027’ en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) dat onderdeel is van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het NRO heet per 1 januari 2026 het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs (NKO).
Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs versterkt de kwaliteit van het onderwijs met kennis uit onderzoek. We identificeren vraagstukken, signaleren trends, stimuleren innovatie, laten kennis ontwikkelen en maken kennis toegankelijk en bruikbaar. Samen met de wetenschap, de praktijk en het beleid werken we aan de kwaliteit van ons onderwijs.
Het NKO programmeert en financiert onderzoek langs de volgende lijnen:
1. onderzoek naar de belangrijkste vraagstukken in het onderwijs;
2. onderzoek naar (kansrijke) aanpakken;
3. vrij onderzoek met als doel de ontwikkeling van kennis voor de toekomst van het onderwijs;
4. talent-, innovatie- en stimuleringsbeurzen voor kennisgedreven werken door onderwijsprofessionals.
Deze subsidieronde valt onder de verantwoordelijkheid van de Programmacommissie Hoger Onderwijs van het NKO. De Programmacommissie Hoger Onderwijs is verantwoordelijk voor de programmering van subsidierondes voor onderwijsonderzoek en -innovatie. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) stelt deze financiering. Het programma voor innovatie in het hoger onderwijs bestaat uit vier subsidierondes: het voorliggende Comeniusprogramma, de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho, de Opschalingsbeurs en de SoTL-beurs. Meer informatie over dit subsidieprogramma is te vinden op de de Programmering voor het hoger onderwijs | Nationaal Kennisinstituut Onderwijs.
Op alle aanvragen zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van het programma en de ronde. Paragraaf 2.1 omschrijft hoe de Comeniusprojecten bijdragen aan de doelstellingen van het Comeniusprogramma. Paragraaf 2.2 omschrijft het profiel van een Senior Fellow en de kenmerken van een Senior Fellowproject. Paragraaf 2.3 omschrijft de thema’s voor de ronde Senior Fellows mbo 2027. Paragraaf 2.4 omschrijft ten slotte de achtergrond van het Comeniusprogramma.
Het doel van het Comeniusprogramma is tweeledig. In de eerste plaats financiert het Comeniusprogramma onderwijsinnovatieprojecten die direct bijdragen aan de vernieuwing en verbetering van het vervolgonderwijs in Nederland, ten behoeve van studenten. Daarnaast draagt het Comeniusprogramma bij aan het mogelijk maken van veelzijdige carrièrepaden voor onderzoekers en onderwijsprofessionals aan mbo-instellingen, hogescholen en universiteiten, door excellent en bevlogen docentschap zichtbaar te waarderen. De projecten van de Teaching, Senior en Leadership Fellows onderscheiden zich doordat de impact op het onderwijs, op iedere ‘trede’ in het programma breder wordt. De treden van het Comeniusprogramma waarbinnen docenten zich kunnen ontwikkelen, zijn gebaseerd op het Career Framework for University Teaching van Ruth Graham.
Het Comeniusprogramma financiert innovatieprojecten die dermate vernieuwend zijn of een ambitieuze verbetering implementeren, dat ze ook buiten de instelling waar het project plaatsvindt als vernieuwend worden beschouwd.1 Projecten kunnen 1) een geheel nieuwe onderwijskundige, technologische of vakinhoudelijke innovatie in het onderwijs doorvoeren, of 2) een bestaande innovatie in een specifieke onderwijscontext toepassen – zolang men overtuigend uiteenzet wat het onderscheidende karakter is van het project voor deze onderwijscontext en wat andere onderwijsprofessionals hieraan kunnen hebben. In beide gevallen reikt een Comeniusproject verder dan een reguliere curriculumherziening.
Het doel van de innovatie is om het onderwijs te verbeteren. De innovatie wordt uitgevoerd in de (online) onderwijsomgeving van de student. Bij het doel van het project houdt men rekening met de volgende aspecten:
– Projecten dienen gericht te zijn op programma’s in het initieel vervolgonderwijs of op trajecten die de toegang tot het initieel vervolgonderwijs verbeteren (bijvoorbeeld mbo-hbo schakelprogramma’s). Projecten gericht op post-initieel vervolgonderwijs, inclusief trajecten voor promovendi, contractonderwijs en volwassenonderwijs (vavo), zijn hiermee uitgesloten.
– De innovatie komt tijdens de looptijd van het project direct ten goede aan studenten van een Nederlandse bekostigde vervolgonderwijsinstelling2 en bekostigd opleidingsonderdeel. Dit betreft bekostigd beroepsonderwijs: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Contractonderwijs, niet-bekostigde derde leerweg en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) dat wordt aangeboden door de mbo-instelling valt buiten de scope van deze Call for proposals.
– Het ontwikkelen van onderwijs(materiaal) dat pas na afloop van het Comeniusproject in het onderwijs wordt geïmplementeerd of gebruikt, kan niet met een Comeniusbeurs worden gefinancierd.
– Projecten waarvan docentprofessionalisering het primaire doel is, zijn uitgesloten. Uiteraard kan docentprofessionalisering wel een (noodzakelijk) onderdeel zijn van het succesvol doorvoeren van een innovatie in de leeromgeving van de student.
Aanvragers maken in het voorstel duidelijk wat de onderscheidende en toegevoegde waarde van het project is ten opzichte van andere projecten met een gelijksoortige doelstelling. Zij doen dit door aan te tonen dat zij zich hebben georiënteerd op bestaande ontwikkelingen in het vervolgonderwijs binnen dit project. Wanneer aanvragers in het project een bestaande innovatie willen doorvoeren die elders al succesvol is gebleken, leggen zij uit hoe de vertaalslag naar deze andere onderwijscontext tot nieuwe inzichten of kennis kan leiden voor het vervolgonderwijs. Als het project voortbouwt op een pilot tonen de aanvragers aan op welke wijze de verdere ontwikkeling en/of opschaling van de pilot een vernieuwde, originele aanpak vraagt en nieuwe resultaten kan opleveren.
De innovatie is evidence-informed opgezet. Dat wil zeggen dat de aanvraag duidelijk maakt waarom het aannemelijk is dat de voorgestelde vernieuwing tot een verbetering zal leiden. Daarbij wordt gebruik gemaakt van verwijzingen naar relevante (vak)literatuur en eventueel voorbeelden uit de praktijk. De aanvrager laat zo zien op de hoogte te zijn van relevante ontwikkelingen binnen (en mogelijk buiten) de eigen instelling. Het projectplan in de aanvraag maakt de haalbaarheid van de beoogde innovatie verder duidelijk. Hierin wordt toegelicht hoe het project wordt opgezet en uitgevoerd, welke expertise hiervoor nodig is en hoe het projectteam is samengesteld. Bovendien wordt duidelijk omschreven hoe studenten betrokken zijn bij het project. Het projectplan bevat tevens een beknopte risicoanalyse die potentiële obstakels inventariseert.
Vanwege het vernieuwende karakter zijn de resultaten van de projecten ook interessant voor andere docenten en onderwijsprofessionals in Nederland. Het evalueren en kunnen delen van ervaringen en resultaten is een essentieel onderdeel van een Comeniusproject. De aanvraag maakt duidelijk hoe de innovatie wordt geëvalueerd, zodat de projectresultaten inzichtelijk worden. Bovendien besteedt de aanvrager aandacht aan de manier waarop de resultaten en ervaringen gedeeld worden met onderwijsprofessionals binnen (en mogelijk buiten) de eigen instelling.
Met het toewijzen van een beurs voor onderwijsinnovatie wordt excellent docentschap en het geven van bevlogen onderwijs nadrukkelijk erkend en gewaardeerd. Toewijzing van de beurs biedt Comenius Fellows de kans zich gedurende de looptijd van het project te richten op de verbetering van hun onderwijs en zich verder te ontwikkelen als onderwijsprofessional.
In het professional statement in het aanvraagformulier legt de aanvrager uit wat de eigen visie op het vervolgonderwijs en de vernieuwing daarvan is. Ook wordt de onderwijservaring en het beoogde project expliciet geplaatst binnen deze bredere onderwijsvisie. Er zijn verschillende activiteiten die de aanvrager kan beschrijven om onderwijservaring te illustreren. Te denken valt aan een selectie van onderwezen vakken, curriculumontwikkeling, studentbegeleiding, het ontwikkelen van onderwijsmateriaal, peer-coaching en voorbeelden van eerder uitgevoerde onderwijsinnovaties.
Deelname aan of het organiseren van professionaliseringsactiviteiten, zoals workshops, seminars en conferenties, laat zien dat aanvragers het belangrijk vinden zichzelf en collega’s verder te ontwikkelen als docent. Deelname aan lokale en landelijke commissies, advies- of werkgroepen en netwerken die bijdragen aan docentschap zijn een andere manier om dit te laten zien. Ook kunnen eerder behaalde vormen van erkenning, zoals onderwijs- en docentprijzen, blijk geven van de verdiensten als docent. Tot slot beschrijft de aanvrager hoe een Comeniusbeurs kan bijdragen aan de eigen professionele ontwikkeling of onderwijscarrière.
Comenius Fellows worden lid van het ComeniusNetwerk. Dit is een netwerk van erkende onderwijsvernieuwers in het vervolgonderwijs (wo, hbo, mbo). Ook de landelijk genomineerde Docenten van het Jaar (ho), Leraar van het Jaar (mbo), prijswinnende teams van de Nederlandse Onderwijspremie voor het mbo en ho en andere gemotiveerde en ervaren onderwijsvernieuwers maken onderdeel uit van dit netwerk.
Binnen het ComeniusNetwerk leren leden van elkaar en met elkaar over onderwijsvernieuwing. Daarvoor organiseert het netwerk verschillende activiteiten, zoals het jaarlijkse ComeniusFestival waar leden en niet-leden kennis en inspiratie opdoen over onderwijsinnovatie. Speciaal voor leden die net hun Comeniusbeurs hebben ontvangen, is het buddysysteem ingericht: vier regionale intervisiebijeenkomsten onder leiding van een ervaren onderwijsvernieuwer. Samen maak je een sterke start met je Comeniusproject. Daarnaast zijn er verschillende circles (learning communities) waarin leden samenkomen om met en van elkaar te leren rondom verschillende thema’s. Binnen deze circles staan kennisdeling en visievorming centraal. Lees meer over het netwerk op www.comeniusnetwerk.nl.
De Senior Fellow
Senior Fellows hebben met het voorgestelde project impact op het onderwijs binnen een opleidingsdomein of vergelijkbaar organisatieonderdeel3, grote opleiding, een cluster van opleidingen of ander substantieel onderdeel van een middelbaar beroepsonderwijsinstelling. Zij hebben vanuit de huidige positie en door opgedane onderwijservaring een brede blik op het onderwijs in de eigen discipline. Senior Fellows hebben contact met de beroepspraktijk, docenten, docent-onderzoekers, docenten die onderzoek doen, docenten die verbonden zijn aan een practoraat en geven bij voorkeur ook zelf met enige regelmaat onderwijs aan (een deel van de) studenten op wie de voorgestelde innovatie is gericht.
Senior Fellows hebben ten minste vijf jaar onderwijservaring in het vervolgonderwijs en tonen ambitie op het gebied van (onderwijskundig) leiderschap en/of in het ontwikkelen en onderzoeken van onderwijs voor het eigen vakgebied of aandachtsgebied. Met een Comeniusproject beogen de Fellows zich op organisatorisch of onderwijsinhoudelijk vlak te ontwikkelen tot een erkende onderwijsvernieuwer binnen de eigen instelling. De Senior Fellows krijgen daartoe de mogelijkheid door tijdens de looptijd van het project leiding te geven aan een projectteam van onderwijsprofessionals en studenten om de beoogde innovatie te implementeren.
Een Senior Fellowproject overstijgt de context van één vak en vindt plaats binnen een bekostigd opleidingsdomein of vergelijkbaar bekostigd organisatieonderdeel, grote opleiding, een cluster van opleidingen of ander substantieel onderdeel van een middelbaar beroepsonderwijsinstelling. Het project heeft tot doel bij te dragen aan de kennisbasis van het onderwijs op het terrein van de beoogde innovatie. De aanvraag maakt duidelijk hoe het project aansluit bij recente ontwikkelingen op dit gebied en wat het project hieraan kan toevoegen. In het disseminatieplan blikt de aanvrager vooruit op mogelijke publicatiekanalen binnen en indien gewenst buiten de eigen instelling.4
In het projectteam van een Senior Fellowproject is zowel (onderwijskundig) leiderschap als ervaring met (praktijk-)onderwijsonderzoek aanwezig. Tevens wordt aangetoond dat de Senior Fellow en teamleden eerder hebben bijgedragen aan (kleinschalige) onderwijsvernieuwingen. Ook kan het van meerwaarde zijn studenten toe te voegen als mogelijke groep in het projectteam. Door de samenstelling van het team is het mogelijk:
– een bijdrage te leveren aan de pedagogisch-didactische kennis over het middelbaar beroepsonderwijs op een bepaald gebied (bijvoorbeeld een vakgebied; een specifieke groep studenten; aansluitend bij maatschappelijke en technologische ontwikkelingen);
– de innovatie door te voeren in de gehele breedte van waar het project wordt uitgevoerd en alle benodigde partijen (docenten, studenten, etc.) hierin te betrekken.
De kwaliteit van een aanvraag wordt vaak versterkt door al in een vroeg stadium samen te werken met collega’s en commitment te vragen van de indienende instelling. Aanvragers worden daarom aangemoedigd om tijdens het schrijfproces samen te werken met bijvoorbeeld een onderwijsteam, een practoraat, of een Center for Teaching & Learning (CTL). Bovendien is er na de indiening van de intentieverklaring de mogelijkheid om een sessie ‘van idee naar aanvraag’ te volgen georganiseerd vanuit het Comenius Netwerk.
Senior Fellowprojecten sluiten aan bij één van de drie onderstaande thema’s. In de aanvraag dient men de beoogde innovatie expliciet te verbinden aan het thema waarbinnen wordt ingediend.
De thema’s zijn afkomstig uit de Kennisagenda voor het hoger onderwijs 2023–2026. Bekijk deze kennisagenda op www.nko.nl/kennisagenda voor de volledige beschrijvingen van de onderstaande thema’s. De thema’s zijn verbonden aan de thema’s uit de Werkagenda mbo.
Aanvragen worden binnen één thema ingediend en beoordeeld. De aansluiting bij het thema vormt één van de beoordelingscriteria waarop de beoordelingscommissie de aanvraag beoordeelt. Het is denkbaar dat een project raakvlakken vertoont met meerdere thema’s. In dat geval wordt aangeraden in te dienen binnen het thema dat het dichtst aansluit bij de belangrijkste motivatie van de aanvrager om het project uit te voeren.
Thema 1: Het bevorderen van kansengelijkheid
Alle studenten moeten volwaardig mee kunnen doen in het onderwijs en de maatschappij. Het is daarom belangrijk dat studenten in het mbo optimale kansen krijgen om hun vaardigheden en potentie te ontplooien en dus een passende leerroute doorlopen gericht op duurzame participatie in de maatschappij en op de arbeidsmarkt. Hoe kan goed onderwijs worden verzorgd met oog voor kansengelijkheid en optimale ontwikkeling van kennis en vaardigheden van studenten? Dit geldt ook voor de studenten die door omstandigheden (waaronder onvoldoende middelen, een beperking, een onderbroken schoolcarrière, gebrek aan een helpende omgeving) extra hulp nodig hebben om hun vaardigheden en potentie ten volle te ontplooien. Hoe kunnen studenten met een ondersteuningsbehoefte geholpen worden om hun weg naar en door het mbo succesvol te doorlopen? Hierbij kan gekeken worden naar diversiteit in de achtergrond, ondersteuningsbehoefte en het versterken van de beroepsgerichte route.
Projecten binnen dit thema richten zich op het bevorderen van kansengelijkheid en op het inclusiever maken van het onderwijs of de onderwijsomgeving voor studenten.
Thema 2: Het verbeteren van de aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt
Mbo-instellingen leiden studenten op voor een beroep, vervolgopleiding en goed burgerschap.5 Het is hierbij belangrijk om studenten te begeleiden naar een kansrijke en duurzame plek, zowel op de arbeidsmarkt, in de samenleving of in een vervolgopleiding. De arbeidsmarkt verandert snel, met verschuivingen in vraag en aanbod, waardoor het een uitdaging voor het mbo blijft om ook in de toekomst de aansluiting met het werkveld te behouden. Denk bijvoorbeeld aan de toenemende krapte op de arbeidsmarkt en wat dit vraagt van zowel de mbo-instellingen als de (afgestudeerde) studenten. Hoe wordt ingespeeld op de grote vraag naar vakmensen? Hoe blijven studenten na het behalen van hun diploma zich een leven lang ontwikkelen?
Projecten binnen dit thema richten zich op het voorbereiden van studenten op de veranderende arbeidsmarkt van de toekomst.
Thema 3: Onderwijs voor de toekomst
Het mbo-onderwijs voor de toekomst biedt studenten een stevige basis waarbij zowel basisvaardigheden als innovatie centraal staan. De beheersing van de basisvaardigheden is essentieel. Hoe kan het onderwijsaanbod van mbo-instellingen hierop in spelen door bijvoorbeeld het inrichten van authentieke leeromgevingen?
Ook het onderwijs zelf heeft te maken met grote veranderingen en ontwikkelingen. Zo komen technologische ontwikkelingen met grote snelheid op het onderwijs af. In learning communities komen studenten van verschillende leerniveaus en maatschappelijke partners steeds meer met elkaar in contact om samen met en van elkaar te leren. Studenten werken ook steeds meer over disciplines heen, bijvoorbeeld bij het oplossen van maatschappelijke en technologische uitdagingen in challenge based learning.
Projecten binnen dit thema richten zich op het versterken van basiskennis en -vaardigheden via authentieke leerrouters of op vernieuwende onderwijsvormen, leeromgevingen en technologische ontwikkelingen.
Johannes Amos Comenius (1592–1670) was een zeventiende-eeuwse pedagoog en onderwijsvernieuwer. Hij wordt de grondlegger van het moderne onderwijs genoemd. In zijn zoektocht naar goed onderwijs combineerde hij onderwijsonderzoek met het ontwikkelen en in de praktijk brengen van vernieuwende onderwijsmethoden. Het Comeniusprogramma stelt onderwijsprofessionals in staat om, in de geest van de naamgever van het programma, hun onderwijs te innoveren en hun onderwijsvisie in de praktijk te brengen.
In 2015 publiceerde het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en Onderzoek van 2015–2025, De waarde(n) van weten. In de agenda lag de nadruk op ruimte voor de professionals van het Nederlandse hoger onderwijs en werd aangekondigd dat er een beurzenprogramma kwam voor docenten in het vervolgonderwijs. Naar aanleiding daarvan is in het najaar van 2016 het Comeniusprogramma opgericht door het Ministerie van OCW en het NKO.
Ook in het middelbaar beroepsonderwijs wil het Ministerie van OCW docenten stimuleren die met onderwijsinnovatie bezig zijn. Op 14 februari 2023 bood minister Dijkgraaf de Werkagenda mbo 2023–2027 Samen Werken aan Talent aan de Tweede Kamer aan.6 Een van de doelstellingen is: ‘We zorgen ervoor dat het mbo op het gebied van onderzoek en innovatie een volwaardige en gelijkwaardige partner in het onderzoeks- en kennisnetwerken wordt’. In dat kader werd het Comeniusprogramma uitgebreid naar het mbo in 2023 voor Teaching Fellowprojecten en in 2025 is de financiering vanuit NKO uitgebreid voor het mbo naar Senior Fellowprojecten.
Het Comeniusprogramma biedt beurzen aan Teaching Fellows ho (€ 50.000), Teaching Fellows mbo (€ 50.000), Senior Fellows ho (€ 100.000), Senior Fellows mbo (€ 100.000) en Leadership Fellows (€ 500.000). De genoemde budgetten zijn maximale budgetten. De Fellows onderscheiden zich onderling op basis van onderwijservaring en de reikwijdte van hun impact op het onderwijs. Met de beurs kunnen zij onderwijsinnovaties en -verbeteringen doorvoeren in hun eigen onderwijs op een schaal die past bij hun positie en de looptijd van het project.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag. Met ‘aanvraag’ wordt ook de intentieverklaring en vooraanmelding bedoeld indien een intentieverklaring en vooraanmelding van toepassing zijn bij deze ronde.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NKO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.
Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NKO niet in behandeling.
|
Intentieverklaringen |
|
|
15 september 2026 voor 14:00:00 CEST |
Deadline intentieverklaringen |
|
Sessie ‘van idee naar aanvraag’ |
|
|
Eind september/begin oktober |
Twee opties voor een (online) sessie voor aanvragers |
|
Aanvragen |
|
|
3 november 2026 voor 14:00:00 CET |
Deadline aanvragen |
|
Week van 30 november 2026 |
Preadvisering beoordelingscommissie |
|
Week van 18 januari 2027 |
Aanvragers kunnen een weerwoord indienen |
|
Begin maart 2027 |
Vergadering beoordelingscommissie |
|
Mei 2027 |
Besluit door de Programmacommissie Hoger Onderwijs |
Onderwijsprofessionals mogen als hoofd- of medeaanvrager een aanvraag indienen als zij in dienst zijn van een regionaal opleidingscentrum (ROC) of een beroepscollege, zoals bedoeld in artikel 1.3.1 en artikel 1.3.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs. De aanvraag dient zich te richten op het bekostigd beroepsonderwijs, zie ook paragraaf 2.1.1 over bekostigd onderwijs.7
Per opleidingsdomein of vergelijkbaar organisatieonderdeel kan maximaal één aanvraag worden ingediend, met een maximum van acht aanvragen per instelling.8 De aanvraag wordt met een verklaring ondersteund door een tekenbevoegd persoon van het opleidingsdomein of vergelijkbaar organisatieonderdeel dat onderwijs aanbiedt.9 Hierbij zijn practoraten uitgesloten, omdat zij niet per definitie onderwijs geven.
Duoaanvraag
Wanneer de aanvraag voortkomt uit de gezamenlijke visie van twee onderwijsprofessionals die een gelijke bijdrage zullen leveren aan het project, is het mogelijk om een duoaanvraag in te dienen.
Aanvragers kunnen werkzaam zijn aan dezelfde of aan verschillende onderwijsinstellingen, indien het project ook gelijkwaardig wordt uitgevoerd op beide instellingen. Beide aanvragers worden lid van het ComeniusNetwerk in het geval van toewijzing.
Er moet één hoofdaanvrager worden aangewezen die de aanvraag indient via ISAAC en het aanspreekpunt is voor NWO. De tweede aanvrager wordt in ISAAC als ‘medeaanvrager’ opgegeven en wordt in het aanvraagformulier toegevoegd. Wanneer aanvragers uit verschillende organisatieonderdelen en instellingen afkomstig zijn, wordt de aanvraag ingediend vanuit het onderwijsonderdeel van de hoofdaanvrager.
Een samenwerkingspartner is een partij die nauw betrokken is bij de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven en publieke en private organisaties. De rol die deze partijen spelen bij de voorbereiding, uitvoering, en vertaling van het onderzoek naar de maatschappij dient in de aanvraag beschreven te worden.
De samenwerkingspartners in deze Call for proposals kunnen zijn: hoger onderwijsinstellingen en mbo-instellingen die niet als hoofd- of medeaanvrager optreden.
Let op: Voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan alleen een vergoeding voor salaris- en/of onderzoekskosten worden aangevraagd via de budgetmodules ‘materieel’ (zie paragraaf 3.3.2 en 7.1.2).
Aanvullende voorwaarden:
– aanvragers mogen per jaar slechts één aanvraag binnen het Comeniusprogramma indienen10, hetzij als hoofdaanvrager, hetzij als medeaanvrager;
– een Comenius Fellow die eerder een Comeniusbeurs toegekend heeft gekregen, kan binnen het programma ‘klimmen’, maar mag niet nogmaals een aanvraag indienen voor dezelfde beurs (zowel ho als mbo), of voor een beurs op een ‘lagere trede’. De aanvraag voor een beurs in de volgende trede mag worden ingediend in het laatste jaar van het lopende Comeniusproject;
– aanvragers mogen in achtereenvolgende jaren maximaal twee aanvragen indienen in dezelfde trede in het Comeniusprogramma. Deze voorwaarde heeft geen betrekking op eerder ingediende vooraanmeldingen in dezelfde trede;
– aanvragers dienen in vanuit een beroepsonderwijsinstelling en niet vanuit een onderzoeksinstelling – zoals een practoraat – en geven onderwijs aan studenten;
– aanvragers moeten een dienstverband hebben voor de duur van het gehele project en ten minste 0,5 fte in omvang bij de instelling waar men het project beoogt uit te voeren. Wanneer dit niet het geval is dient de aanvrager in de verklaring aanstelling en projectbegeleiding op te nemen dat de aanstelling bij toewijzing uitgebreid wordt voor ten minste de looptijd van het project;
– aanvragers hebben bij de start van het project ten minste vijf jaar onderwijservaring in het vervolgonderwijs;
– aanvragers zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en/of de organisatie van het onderwijs in de context waar het project plaatsvindt (deze verantwoordelijkheid wordt eventueel gedeeld door de projectleden);
– in het geval van een duoaanvraag kan er maximaal één ‘medeaanvrager’ worden opgegeven in ISAAC. Van beide aanvragers wordt een vergelijkbare inzet gevraagd;
– de keuze voor de hoofdaanvrager en eventuele mede-aanvrager is definitief bij het indienen van de aanvraag en kan gedurende het beoordelingsproces niet meer gewijzigd worden.
Het subsidieplafond voor deze Call for proposals bedraagt in totaal € 1.200.000. Per project is minimaal € 90.000 en maximaal € 100.000 subsidie aan te vragen. De maximale looptijd van het voorgestelde project is minimaal 24 maanden en maximaal 30 maanden. De hoofdaanvrager en medeaanvrager kunnen kosten opvoeren voor personeel en materieel. De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, en is of wordt aangesteld bij de organisatie van de aanvrager, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Dit betreft alleen personeel dat in dienst is bij een organisatie waarvan onderwijsprofessionals, conform paragraaf 3.2 als aanvrager mogen indienen. De tariefstelling is afhankelijk van het type organisatie waar het personeel werkzaam is.
Loonkosten van personeel van een samenwerkingspartner, studenten of inhuur van derden kan worden aangevraagd via het materieel budget. Een nadere toelichting is te vinden in de bijlage (H7).
Voor het opstellen van uw intentieverklaring doorloopt u de volgende stappen:
– maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;
– in ISAAC vult u de gevraagde gegevens in en dient u de intentieverklaring in;
– de intentieverklaring is in het Nederlands geschreven;
– nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot vijf werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl.
Een intentieverklaring bestaat uit twee invulvelden: de titel en de samenvatting. In het eerste invulveld vult u de titel van de aanvraag in. Deze kan bij het indienen van de aanvraag gewijzigd worden. In het vak ‘samenvatting’ vult u de volgende gegevens in:
– in de eerste regel neemt u de volgende standaardtekst op: Deze intentieverklaring wordt ingediend in thema [nummer thema] vanuit het organisatieonderdeel [naam organisatieonderdeel].
– in bovenstaande tekst benoemt u het thema waarbinnen u de aanvraag indient en het organisatieonderdeel van waaruit de aanvraag wordt ingediend. Zowel het thema als organisatieonderdeel kunnen na indiening van de intentieverklaring niet meer gewijzigd worden.
– vervolgens geeft u een beknopte samenvatting van het projectvoorstel van maximaal 250 woorden. Deze kan bij het indienen van de aanvraag gewijzigd worden.
Neem in de intentieverklaring ook een opgave van de naam van hoofdaanvrager en eventuele medeaanvrager (bij een duo-aanvraag) op. U kunt dit nog wijzigen in het aanvraagformulier. U ontvangt als hoofdaanvrager een ontvangstbevestiging van de intentieverklaring.
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC) of kan er contact worden opgenomen met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 34 40 600. Mailen kan naar isaac.helpdesk@nwo.nl. Een reactie volgt binnen twee werkdagen.
Een ingediende intentieverklaring dient in ISAAC omgezet worden naar een aanvraag met de knop ‘omzetten naar aanvraag’. Begin tijdig met uw aanvraag in ISAAC.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in ISAAC;
– sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in ISAAC in. Dien apart de bijlage(n) in;
– in ISAAC vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels. De publiekssamenvatting publiceert NWO bij het nieuwsbericht over de toewijzingen van de subsidie, bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep;
– nieuwe organisatie aanmelden die niet in de database van ISAAC staat? Dit kan tot 5 werkdagen voor de deadline via relatiebeheer@nwo.nl;
– de aanvraag is geschreven in het Nederlands.
Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in ISAAC:
– begroting (Excel-bestand);
– formulier projectbetrokkenen (Excel-bestand);
Optionele bijlage(n) uitsluitend:
– verklaring aanstelling en projectbegeleiding (pdf);
– steunverklaring (met eigen bijdrage of cofinanciering) (pdf);
Gebruik voor de bijlagen alleen de door NKO aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting en het formulier projectbetrokkenen, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting het formulier projectbetrokkenen moeten als Excel-bestand worden ingediend in ISAAC.
Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NKO-website.
Voor het verwerken van de begroting van uw aanvraag is een apart format beschikbaar (Excelbestand). Dit begrotingsformat dient u in te vullen en als bijlage mee te sturen met uw aanvraag wanneer u deze digitaal indient.
Een eigen bijdrage is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk een eigen bijdrage toe te voegen in de aanvraag(begroting).
Zowel de instelling van een hoofd- en/of medeaanvrager als een samenwerkingspartner kunnen een cash of in-kind bijdrage leveren aan het project. Deze bijdrage wordt gezien als een eigen bijdrage. Een bijdrage kan alleen worden aangemerkt als een eigen bijdrage indien het gaat om subsidiabele kosten (zie paragraaf 3.3 Wat kan worden aangevraagd), bijvoorbeeld indien de instelling (een deel van) het salaris van de onderzoeker betaalt dat geen onderdeel uitmaakt van de kosten die NKO al vergoedt.
Steunverklaring (met eigen bijdrage of cofinanciering)
U moet de rol en de garantie van de eigen bijdrage duidelijk toelichten in het aanvraagformulier en opnemen in de aanvraagbegroting. Tevens dient een ‘Steunverklaring (met eigen bijdrage of cofinanciering)’ te worden aangeleverd als bijlage bij de aanvraag. In deze verklaring spreekt u zowel inhoudelijke als financiële steun uit aan het project en bevestigt de toegezegde eigen bijdrage.
De verklaring moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon. Het NKO stelt een verplicht format beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NKO website en in ISAAC.
Tariefstelling
De tariefstelling voor de personele inzet onder de eigen bijdrage is gelijk aan de tariefstelling voor de personele inzet onder de subsidie. Nadere toelichting op de tariefstelling is te vinden in paragraaf 7.1.
Verantwoording eigen bijdrage(n)
De eigen bijdrage(n) maken onderdeel uit van de financiële verantwoording aan NKO. Ambtshalve indexeren van de personele vergoeding vanuit de subsidie (zie paragraaf 7.2) heeft geen invloed op de verhouding voor de NKO bijdrage. NKO gaat daarvoor uit van de goedgekeurde aanvraagbegroting.
Te allen tijde dient NKO op de hoogte gesteld te worden van problemen in verwachte eigen bijdrage (cash en/of in-kind). Naast mogelijke financiële gevolgen voor een project, kan NKO ook adequate wijzigingen in een project verlangen, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
NKO toetst een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Voorwaarden:
– de verplichte intentieverklaring is ingediend voor de deadline;
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager voldoen aan de in paragraaf 3.2 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag komt ten goede aan bekostigd beroepsonderwijs, te weten de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) (zoals beschreven in paragraaf 2.1.1.).
– de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;
– de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in ISAAC en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;
– het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de aanvraag is ingediend via het ISAAC-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is in het Nederlands opgesteld;
– de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– de eigen bijdrage is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels een steunverklaring;
– het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 24 en maximaal 30 maanden.
In het aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
In behandeling nemen en administratieve correcties
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NKO de aanvraag in behandeling neemt. Houd er rekening mee dat NKO de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kan benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal vijf werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, neemt NKO de aanvraag niet in behandeling.
Informeren eigen onderwijsinstelling
NKO gaat ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceert NKO met de hoofdaanvrager.
Dit hoofdstuk somt allereerst de criteria op waaraan de beoordelingscommissie uw aanvraag toetst (paragraaf 4.1). Vervolgens beschrijft het hoe de beoordelingsprocedure verloopt (paragraaf 4.2). Daarnaast worden de richtlijnen en kaders voor de beoordeling beschreven (paragraaf 4.3).
De aanvragen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
1. Innovatief karakter van het project (30%)
2. Verwachte opbrengsten van het project (20%)
3. Kwaliteit van het projectplan (20%)
4. Onderwijsprofiel van de aanvrager(s) (30%)
1. Innovatief karakter van het project (30%)
a. In hoeverre maakt de aanvrager duidelijk dat het project
– een vernieuwende oplossing beoogt te implementeren;
– óf een bestaande innovatie in een nieuwe onderwijscontext beoogt door te voeren die een ambitieuze verbetering omhelst?
b. In hoeverre maakt de aanvrager aannemelijk dat de voorgestelde oplossing onderscheidend is binnen de instelling en een innovatieve slag maakt voor de eigen instelling, discipline of regio? Laat de aanvrager zien zich verdiept te hebben in best practices die er zijn in het mbo rondom de beoogde innovatie?
2. Verwachte opbrengsten van het project (20%)
a. Wordt in de probleemverkenning overtuigend uiteengezet dat het project tegemoetkomt aan een behoefte in het hoger onderwijs? Maakt de aanvrager aannemelijk dat de voorgestelde innovatie tot een verbetering kan leiden?
b. Worden de beoogde opbrengsten, zoals leeropbrengsten en concrete producten, duidelijk omschreven? Zijn deze van meerwaarde voor studenten, en eventueel andere betrokkenen?
c. Is de schaal en context van het project passend bij een Senior Fellowproject, zoals omschreven in hoofdstuk 2?
d. Indien van toepassing: in hoeverre past het project binnen het gekozen thema 1, 2 of 3, zoals omschreven in hoofdstuk 2? Legt de aanvrager uit waarom het thema relevant is voor de eigen onderwijscontext?
e. Maakt de aanvrager aannemelijk dat het project ook voor andere onderwijsprofessionals interessant kan zijn?
3. Kwaliteit van het projectplan (20%)
a. Is het projectplan, waaronder de beschreven activiteiten, gehanteerde methodes, planning, beknopte risicoanalyse en begroting, duidelijk omschreven en passend bij het beoogde project?
b. Maakt het projectplan de haalbaarheid van het project op overtuigende wijze aannemelijk?
c. Beschikt het projectteam over de benodigde expertise om het project uit te kunnen voeren? Zijn de verschillende rollen en taakverdeling duidelijk en passend?
d. Worden de activiteiten en opbrengsten van het project op een passende wijze geëvalueerd, aan de hand van evaluatiecriteria en -procedures?
e. Is het disseminatieplan (de plannen voor verspreiding van de resultaten) passend en voldoende ambitieus?
4. Onderwijsprofiel van de aanvrager(s) (30%)
a. Past de aanvrager, mede gezien de onderwijservaring en positie aan de instelling, bij het profiel van een Senior Fellow, zoals omschreven in hoofdstuk 2? Illustreert de aanvrager de onderwijservaring met relevante voorbeelden?
b. In hoeverre getuigt het professional statement van excellent docentschap en een bevlogen visie op onderwijsvernieuwing? Worden deze uiteengezet aan de hand van relevante literatuur en/of concrete voorbeelden?
c. Maakt de aanvrager duidelijk dat het project voortvloeit uit de eigen onderwijsvisie?
d. In hoeverre laat de aanvraag zien hoe de Comeniusbeurs kan bijdragen aan de ambities en professionele ontwikkeling van de aanvrager?
Op alle criteria moet ten minste sprake zijn van een kwalificatie ‘goed’ om in aanmerking te komen voor subsidietoewijzing. Ook moet de aanvraag als geheel minimaal de kwalificatie ‘goed’ krijgen.
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):
– preadvisering beoordelingscommissie;
– weerwoord;
– voorselectie (optioneel);
– vergadering van de beoordelingscommissie;
– besluitvorming.
Voor deze ronde wordt per thema een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld. De beoordelingscommissie bestaat uit leden die werkzaam zijn of recent werkzaam zijn geweest in het vervolgonderwijs, zoals onderzoekers in de onderwijswetenschappen, onderwijsprofessionals met ervaring in het ontwerpen en uitvoeren van innovatieprojecten, onderwijsprofessionals met kennis van het specifieke thema en studenten in het vervolgonderwijs. Aanvragen worden door de gehele commissie beoordeeld. Het NKO probeert een beoordelingscommissie met een zo divers mogelijke achtergrond in disciplines samen te stellen, maar kan niet garanderen dat alle disciplines ook in de commissie vertegenwoordigd zijn. Indien het aantal aanvragen binnen een thema of ronde te groot is om door één beoordelingscommissie beoordeeld te kunnen worden, kan het NKO besluiten om de aanvragen over twee commissies te verdelen.
De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.
De aanvraag wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen worden per aanvraag in beginsel minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om een aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf.
De hoofdaanvrager ontvangt de geanonimiseerde preadviezen. Hierop is weerwoord mogelijk. De deadline voor het indienen van het weerwoord via ISAAC is vijf werkdagen na ontvangst van de preadviezen. Na deze deadline wordt een weerwoord niet meegenomen in de verdere procedure. Na ontvangst van de preadviezen kan de aanvrager kiezen de aanvraag in te trekken via ISAAC en dit zo snel mogelijk per e-mail aan NWO te melden. Zie contactgegevens in hoofdstuk 6.
Wanneer NKO zo veel aanvragen ontvangt dat het totaal aangevraagde subsidiebedrag viermaal groter is dan het subsidieplafond voor deze ronde, vindt een voorselectie van de aanvragen plaats. De beoordelingscommissie beoordeelt dan alle aanvragen globaal aan de hand van de beoordelingscriteria. Indien de beoordelingscommissie voornemens is de aanvraag af te wijzen, krijgt de aanvrager vervolgens vijf werkdagen de gelegenheid om te reageren op het voorlopig oordeel van de beoordelingscommissie. Met inachtneming van de reactie van de aanvrager adviseert de beoordelingscommissie aan de Programmacommissie Hoger Onderwijs om de minst kansrijke aanvragen af te wijzen. De overige aanvragen worden verder in behandeling genomen.
De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat de preadviezen in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de preadviseurs (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit de preadviezen. De beoordelingscommissie geeft alle aanvragen een eindscore, afgerond op twee decimalen.
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan het Programmacommissie Hoger Onderwijs over de kwaliteit en prioritering van de aanvragen. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet ten minste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria ten minste de kwalificatie ‘goed’ krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Voor de besluitvorming toetst de Programmacommissie Hoger Onderwijs de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe- en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NKO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.
Mocht er budget overblijven binnen een thema van deze Call for proposals, dan kan de Programmacommissie Hoger Onderwijs besluiten om dit resterende budget toe te voegen aan één van de andere thema’s binnen deze Call for proposals. Bij dit besluit neemt de programmacommissie de kwaliteit van de aanvragen, eventuele ex aequo’s en de spreiding over de thema’s in overweging.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO streeft naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
NWO hanteert bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO verzoekt de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO verwacht van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO signalen ontvangt dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kan NWO de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Tegemoetkomingsregeling bij overmacht
Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer aanvragen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde aanvraag binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle aanvragen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de aanvragen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Innovatief karakter van het project’ als hoogste eindigen. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de aanvraag met de hoogste score op het criterium ‘Onderwijsprofiel van de aanvrager(s)’ als hoogste eindigen. Als ook dan aanvragen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar de Programmacommissie Hoger Onderwijs.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NKO. De onderzoeksorganisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en worden medeprojectleiders.
De projectleider van het project ontvangt namens de Programmacommissie Hoger Onderwijs een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld.
Na toewijzing worden aanvrager(s) benoemd tot Comenius Fellow en treden zij toe tot het ComeniusNetwerk. Overige projectleden worden geen lid van het ComeniusNetwerk, maar kunnen wel aan verschillende activiteiten en bijeenkomsten deelnemen. Aanvragers ontvangen na de berichtgeving over het besluit meer informatie over het lidmaatschap vanuit het ComeniusNetwerk.
Van Comenius Fellows wordt een actieve bijdrage aan het ComeniusNetwerk gevraagd.
Voor de start van het project dient u een ingevuld startformulier in via ISAAC. Op het startformulier vindt u de betaaltermijnen, dit formulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat het NKO de start formeel heeft bevestigd.
Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.
Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NKO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.
Halverwege de looptijd van het onderzoek doet de projectleider verslag van het tot dan toe uitgevoerde project. Daarbij dient u aan te geven hoe het project in de resterende looptijd wordt uitgevoerd.
NKO wil op de hoogte blijven van alle output die het project oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem.
Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NKO via een wijzigingsformulier. Zie ook art.3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
In het kader van kennisdisseminatie en kennisbenutting kunnen uitvoerders gedurende de looptijd van het onderzoek uitgenodigd worden om in relatie tot het thema van de aanvraag een bijdrage te leveren aan een themapagina op het nationale kennisknooppunt Onderwijskennis.nl. Dit platform wordt mogelijk gemaakt door NKO en toont wetenschappelijk onderbouwde bronnen van diverse partners met als doel het toegankelijk maken van kennis en het verbinden van onderwijsonderzoek met de onderwijspraktijk en onderwijsbeleid. De website biedt thematische pagina’s over relevante onderwijsthema’s, met onder andere thematische overzichten, praktische handvatten en verdiepende bronnen. Bovendien kan het aanvragers inzicht bieden in hoe andere projectverslagen van Comeniusprojectleiders eruit zien.
Een bijdrage kan gevraagd worden in de vorm van het aanleveren van een geschikte bron, maar ook in de vorm van het reviewen van een thematisch overzicht of van reeds geselecteerde bronnen over het onderzoeksthema van de aanvraag. Een bijdrage is mogelijk ongeacht de onderwijssector of het perspectief van het onderzoek. Indien een bijdrage aan Onderwijskennis gewenst is, neemt het NKO contact op met de projectleider. U kunt ook contact opnemen via de contactpagina op Onderwijskennis.nl indien u zelf een bijdrage wilt leveren.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NKO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NRO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.
NRO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Het beleid van NKO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.
Projectleiders moeten een door NKO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NKO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.
De projectleider ontvangt over de afronding tijdig een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Het niet of niet tijdig indienen van de inhoudelijke en financiële eindverantwoording kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. Een procesverslagsjabloon is te vinden in ISAAC.
Procesverslag en financiële verantwoording
Uiterlijk binnen drie maanden na afronding van het onderzoek dient de projectleider een procesverslag in.
Voor subsidies tussen € 50.000 en € 125.000 behoeft geen financiële verantwoording te worden ingediend, deze worden financieel vastgesteld op basis van de aanvraagbegroting na inhoudelijke goedkeuring.
Daarnaast registreert u afzonderlijk in ISAAC alle tot dan toe in het project gerealiseerde output. Vervolgens sluit het NKO de subsidieperiode af en stelt de definitieve subsidie vast.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften.
NWO moedigt aan dat ook niet-wetenschappelijke publicaties zo vroeg mogelijk en onder een open licentie open access beschikbaar gesteld worden. Het gaat dan bijvoorbeeld om rapporten, working papers, posters, protocollen, prototypen, presentaties en projectwebsites. Om de vindbaarheid, hergebruik en langdurige beschikbaarheid te garanderen, is het advies:
– een DOI (Digital Object Identifier) of andere persistent identifier toe te passen;
– een open licentie, bij voorkeur een Creative Commons Licentie, te hanteren;
– het materiaal in een trusted repository op te slaan die langdurige toegankelijkheid garandeert.
NWO adviseert om gebruik te maken van Zenodo dat gratis opslag en geautomatiseerde diensten aanbiedt op deze drie terreinen
Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.
Leidt NKO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NKO noemen als financier.
Publicatie op NKO-website
Nadat uw project succesvol is afgerond publiceert het NKO het definitieve eindrapport plus de factsheet op de website. Houd er rekening mee dat dit gevolgen kan hebben voor het publiceren van verdere (wetenschappelijk) publicaties voortkomend uit dit onderzoek.
Vragen over de financiering van aanvragen?
Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Vragen over de inhoud van deze ronde?
Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:
Nerija Montroos (programmasecretaris)
Tel: 070 344 06 42
E-mail: comenius@nro.nl
Technische vragen over het elektronische aanvraagsysteem ISAAC?
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
Personeel aan een regionaal opleidingscentrum (ROC) of een beroepscollege
Financiering kan worden aangevraagd voor onderwijsprofessionals en overig personeel aan een ROC of een beroepscollege dat een directe bijdrage levert aan het project. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan docenten, docent-onderzoekers, practoren, etc.
De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’.
Voor organisaties die de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden) bepaalt de salarisschaal van de aangevraagde functie het tarief uit de HOT-tabel.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten/inhuur van derden, personele inzet en/of onderzoekskosten vanuit samenwerkingspartners, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module.
In het project kunnen studenten worden ingezet. De kosten voor studenten kunt u opvoeren als materiële kosten indien deze ingezet worden voor het project en ze studeren aan een onderwijsorganisatie genoemd in paragraaf 3.2. Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van het ROC of het beroepscollege. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.5 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;
– reguliere onderwijsactiviteiten.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
De voorgestelde innovatie dient te vallen binnen de grenzen van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals die op het moment van indienen van de aanvraag van kracht is.
Met een vergelijkbaar organisatieonderdeel wordt een organisatieonderdeel bedoeld dat onderwijs aanbiedt. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: colleges, academies, clusters, sectoren, scholen die volledige onderwijsprogramma’s aanbieden. Hierbij zijn onderzoeksinstellingen – zoals practoraten – uitgesloten, omdat practoraten niet per definitie onderwijs geven.
‘Publiceren’ wordt breed opgevat als het openbaar verspreiden van informatie over het project: bijvoorbeeld in een vakblad, op een online platform, als presentatie op een conferentie, of in een wetenschappelijk tijdschrift.
Dit betreft bekostigd beroepsonderwijs: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Contractonderwijs, niet-bekostigde derde leerweg en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) dat wordt aangeboden door de mbo-instelling valt buiten de scope van deze Call for proposals.
Met een vergelijkbaar organisatieonderdeel wordt een organisatieonderdeel bedoeld dat onderwijs aanbiedt. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: colleges, academies, clusters, sectoren, scholen die volledige onderwijsprogramma’s aanbieden. Hierbij zijn onderzoeksinstellingen – zoals practoraten – uitgesloten, omdat practoraten niet per definitie onderwijs geven.
Voorbeelden hiervan kunnen zijn: colleges, academies, clusters, sectoren, scholen die volledige onderwijsprogramma’s aanbieden. Hierbij zijn onderzoeksinstellingen – zoals practoraten – uitgesloten, omdat practoraten niet per definitie onderwijs geven.
Het Comeniusprogramma bestaat uit vijf subsidierondes: Teaching Fellows ho en mbo, Senior Fellows ho en mbo, en Leadership Fellows.
De voorgestelde innovatie dient te vallen binnen de grenzen van de Wet educatie en beroepsonderwijs, zoals die op het moment van indienen van de aanvraag van kracht is.
Met een vergelijkbaar organisatieonderdeel wordt een organisatieonderdeel bedoeld dat onderwijs aanbiedt. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: colleges, academies, clusters, sectoren, scholen die volledige onderwijsprogramma’s aanbieden. Hierbij zijn onderzoeksinstellingen – zoals practoraten – uitgesloten, omdat practoraten niet per definitie onderwijs geven.
‘Publiceren’ wordt breed opgevat als het openbaar verspreiden van informatie over het project: bijvoorbeeld in een vakblad, op een online platform, als presentatie op een conferentie, of in een wetenschappelijk tijdschrift.
Dit betreft bekostigd beroepsonderwijs: de beroepsopleidende leerweg (bol) en de beroepsbegeleidende leerweg (bbl). Contractonderwijs, niet-bekostigde derde leerweg en voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) dat wordt aangeboden door de mbo-instelling valt buiten de scope van deze Call for proposals.
Met een vergelijkbaar organisatieonderdeel wordt een organisatieonderdeel bedoeld dat onderwijs aanbiedt. Voorbeelden hiervan kunnen zijn: colleges, academies, clusters, sectoren, scholen die volledige onderwijsprogramma’s aanbieden. Hierbij zijn onderzoeksinstellingen – zoals practoraten – uitgesloten, omdat practoraten niet per definitie onderwijs geven.
Voorbeelden hiervan kunnen zijn: colleges, academies, clusters, sectoren, scholen die volledige onderwijsprogramma’s aanbieden. Hierbij zijn onderzoeksinstellingen – zoals practoraten – uitgesloten, omdat practoraten niet per definitie onderwijs geven.
Het Comeniusprogramma bestaat uit vijf subsidierondes: Teaching Fellows ho en mbo, Senior Fellows ho en mbo, en Leadership Fellows.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-17917.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.