Regeling van de Minister van Langdurige zorg, Jeugd en Sport van 7 mei 2026, kenmerk 4375799-1097325-LZ, houdende wijziging van de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen in verband met het opnemen van weigeringsgronden, het vaststellen van het aanvraagtijdvak en het subsidieplafond voor 2026 en enkele andere wijzigingen [KetenID WGK028991]

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,

Gelet op de artikelen 3 en 5 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen wordt als volgt gewijzigd:

A

Aan artikel 2.1 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 4. De aanvraag wordt geweigerd indien voor hetzelfde project op grond van deze regeling:

    • a. reeds subsidie is verleend;

    • b. in een eerdere aanvraagronde een aanvraag is ingediend waarop nog niet is beslist; of

    • c. een eerdere ingediende aanvraag door de aanvrager is ingetrokken.

  • 5. Het vierde lid is niet van toepassing indien de aanvraag betrekking heeft op een andere, duidelijk te onderscheiden fase of deelactiviteit van het project dan fases of activiteiten genoemd in de aanvraag waarop het vierde lid van toepassing is.

B

Aan artikel 2.2, wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • h. op het moment van de aanvraag nog niet begonnen is met de transformatie of nieuwbouw.

C

In artikel 2.3, tweede lid, tweede onderdeel, wordt ‘€ 3.000’ vervangen door ‘€ 5.000’.

D

In artikel 2.4 wordt, onder vernummering van het vierde en vijfde lid tot het vijfde en zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 4. Het subsidieplafond voor 2026 bedraagt € 80 miljoen.

E

Artikel 2.5, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. In 2026 kan een aanvraag voor een subsidie worden ingediend van 18 mei 2026 9.00 uur tot en met 18 december 2026 17.00 uur.

F

Onderdeel F van Bijlage 1. Eisen wooneenheid geschikt voor een bewoner met rolstoel wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste subonderdeel vervalt, onder vernummering van het tweede en derde subonderdeel tot het eerste en tweede subonderdeel.

2. In het tweede subonderdeel (nieuw) wordt ‘F2’ vervangen door ‘F1’.

ARTIKEL II

Op aanvragen tot subsidieverlening die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze regeling, blijft de Stimuleringsregeling zorggeschikte woning van toepassing zoals deze luidde onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt ten aanzien van onderdeel C terug tot en met 26 april 2025.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

TOELICHTING

Algemeen

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Stimuleringsregeling zorggeschikte woningen (hierna: de Regeling). Met deze wijziging worden onder meer de hoogte van het subsidieplafond en de inschrijvingsperiode voor de inschrijvingsronde voor 2026 vastgesteld. Daarnaast worden weigeringsgronden opgenomen. Voorts wordt, ter voorkoming van onduidelijkheid over het startmoment, expliciet bepaald dat de subsidieaanvrager niet mag starten met de bouw of transformatie van de woningen vóórdat de subsidie is verleend. Ten slotte bevat deze wijziging enkele aanpassingen die strekken tot het herstellen van omissies.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

Met deze bepaling worden de weigeringsgronden opgenomen om te voorkomen dat voor hetzelfde project in een latere aanvraagronde opnieuw subsidie wordt aangevraagd met het oog op mogelijk gunstiger voorwaarden, terwijl reeds eerder subsidie is aangevraagd of verleend. In eerdere aanvraagrondes is gebleken dat aanvragers voor hetzelfde project opnieuw een aanvraag indienden, terwijl een eerdere aanvraag nog in behandeling was, reeds tot subsidieverlening had geleid, of was ingetrokken met het oog op herindiening in een latere aanvraagronde onder gewijzigde voorwaarden. Dit leidde tot onduidelijkheid in de uitvoering en tot een verhoogde uitvoeringslast, onder meer als gevolg van bezwaar- en beroepsprocedures tegen weigeringen.

Daarom wordt bepaald dat een aanvraag wordt geweigerd indien op grond van deze regeling voor hetzelfde project reeds subsidie is verleend, nog niet afwijzend is beslist op een eerdere aanvraag, of een eerdere aanvraag is ingetrokken. Hierop geldt een uitzondering indien de eerdere aanvraag is afgewezen of indien de nieuwe aanvraag betrekking heeft op een andere, duidelijk te onderscheiden fase of deelactiviteit van het project. Indien een eerdere aanvraag is afgewezen, is geen sprake van subsidieverlening en staat het aanvragers vrij om, al dan niet na aanpassing of verbetering van het projectvoorstel, opnieuw een aanvraag in te dienen in een volgende aanvraagronde. Daarmee wordt voorkomen dat een eerdere afwijzing een blijvende uitsluiting tot gevolg heeft.

Onderdeel B

Met deze bepaling wordt verduidelijkt dat op het moment van indiening van de subsidieaanvraag nog niet mag zijn gestart met de bouw of transformatie van de betreffende woningen. Hiermee wordt geborgd dat de subsidie een stimulerend effect heeft. Om mogelijke discussie over het toepasselijke startmoment te voorkomen, wordt deze voorwaarde expliciet in de regeling zelf vastgelegd.

Onderdeel C

In artikel 2.3, tweede lid, tweede onderdeel, is de hoogte van de maximale subsidie voor een rollatorgeschikte wooneenheid met 2 of meer kamers die niet beschikbaar is voor mensen met een Wlz-indicatie aangepast van € 3.000 naar € 5.000. Door een foutieve opdracht in de wijzigingsregeling (Staatscourant 2025, 14339) was dit bedrag verlaagd naar € 3.000. Dat wordt met deze wijziging hersteld.

Onderdeel D

Voor 2026 wordt een budget vastgesteld van € 80 miljoen. De inschrijving tot en met 2025 bedroeg ongeveer € 135 miljoen terwijl er totaal € 312 miljoen beschikbaar is voor de gehele regeling om aanvragen te kunnen honoreren. Na aftrek van € 135 miljoen blijft er nog € 177 miljoen beschikbaar. Op basis van aanvragen in eerdere ronden is de inschatting gemaakt dat voor de ronde 2026 € 80 miljoen voldoende is.

Onderdeel E:

Dit artikel bepaalt de periode waarbinnen in 2026 een subsidieaanvraag kan worden ingediend.

Onderdeel F:

In Bijlage 1, onder F, wordt het eerste subonderdeel geschrapt, omdat deze voor een groot deel overlapt en in tegenspraak is met het tweede subonderdeel. Het tweede en derde subonderdeel worden daarom vernummerd tot respectievelijk het eerste en tweede subonderdeel. Daarbij is de verwijzing in het (nieuwe) tweede subonderdeel ook aangepast, zodat deze verwijst naar het juiste subonderdeel.

ARTIKEL II

Met dit onderdeel wordt voorzien in een overgangsbepaling voor subsidieaanvragen die zijn ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van deze regeling. In de praktijk is gebleken dat subsidieaanvragers na subsidieverlening, maar vóór de start van de bouw of transformatie, het projectplan en de bijbehorende begroting op onderdelen wijzigen. Dergelijke wijzigingsverzoeken hebben vaak betrekking op aanvragen die onder een eerdere aanvraagronde van de regeling zijn ingediend, terwijl inmiddels een nieuwe aanvraagronde in werking kan zijn getreden. Zonder nadere voorziening zou het aangepaste projectplan in dat geval opnieuw moeten worden getoetst aan de op dat moment geldende regeling. Dit kan ertoe leiden dat subsidieontvangers wijzigingsverzoeken indienen om gebruik te maken van gunstiger voorwaarden uit een latere aanvraagronde. Daarnaast brengt dit met zich dat bij ieder wijzigingsverzoek een volledige herbeoordeling moet plaatsvinden, hetgeen leidt tot hogere uitvoeringslasten en -kosten. Gelet hierop is het wenselijk te voorkomen dat wijzigingsverzoeken aanleiding geven tot hernieuwde toetsing aan inmiddels gewijzigde regeling.

ARTIKEL III

In afwijking van de systematiek van vaste verandermomenten bij regelgeving, treedt deze wijzigingsregeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Snelle publicatie is van belang zodat de bij deze wijziging betrokken partijen zo spoedig mogelijk kennis kunnen nemen van de wijziging en tijdig een aanvraag kunnen voorbereiden en indienen voor het jaar 2026.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

Naar boven