Regeling van de Minister van Economische Zaken en Klimaat van 24 mei 2026, nr. WJZ/105539251, tot wijziging van de Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden in verband met de ophoging van het uitkeringsplafond

De Minister van Economische Zaken en Klimaat,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet EZ-, LVVN- en KGG-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

A

In de laatste rij in de tabel in de bijlage van de Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden wordt ‘28.000.000’ vervangen door ‘34.000.000’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 11 mei 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage, 24 mei 2026

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

TOELICHTING

1. Aanleiding

Deze wijzigingsregeling voorziet in een wijziging van de Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden.

De wijziging betreft het uitkeringsplafond. Voor de periode van 21 mei 2024 tot en met 1 juli 2024 wordt het uitkeringsplafond met terugwerkende kracht vastgesteld op 34 miljoen euro. Hierdoor wordt het mogelijk een aantal aanvragen die bij voornoemde openstelling zijn gerangschikt alsnog te honoreren en een specifieke uitkering voor deze projecten te verlenen, waar deze projecten eerder moesten worden afgewezen wegens een tekort aan budget.

2. Regeldruk

De onderhavige wijziging van de Regeling specifieke uitkering impulsaanpak winkelgebieden leidt niet tot wijzigingen in de informatieverplichtingen en derhalve ook niet tot een toe- of afname van de regeldruk bij gebruikers van deze regeling.

3. Vaste verandermomenten

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 11 mei 2024 (zie paragraaf 1). Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van de vaste verandermomenten, inhoudende dat ministeriële regelingen, die direct relevant zijn voor medeoverheden, met ingang van de eerste dag van een kwartaal in werking treden en minimaal drie maanden voordien bekend worden gemaakt. Dat kan in dit geval worden gerechtvaardigd omdat de doelgroep gebaat is bij spoedige inwerkingtreding van deze regeling.

De Minister van Economische Zaken en Klimaat, H.G. Herbert

Naar boven