Besluit van De Nederlandsche Bank N.V. van 23 april 2026 tot erkenning van de sinds 30 juni 2025 van toepassing zijnde macroprudentiële maatregel van Banca d’Italia inhoudende een systeemrisicobufferpercentage van 1,0%

De Nederlandsche Bank N.V.;

Na openbare consultatie;

Gelet op de Wet op het financieel toezicht, in het bijzonder artikel 3:62a;

Gelet op het Besluit prudentiële regels Wft, in het bijzonder artikel 105, eerste lid, onderdeel d en artikel 105e;

Gelet op de Regeling specifieke bepalingen CRD en CRR, in het bijzonder artikel 2:3, eerste lid;

Gelet op Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG; in het bijzonder artikel 134;

Besluit:

Artikel I Definities

In dit besluit wordt verstaan onder:

a) Bpr:

Besluit prudentiële regels Wft;

b) CRD:

Richtlijn nr. 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG, oftewel de richtlijn kapitaalvereisten of de Capital Requirements Directive;

c) CRR:

Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012, oftewel verordening kapitaalvereisten of de Capital Requirements Regulation;

d) Instelling:
  • a. een bank, als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft, met zetel in Nederland;

  • b. een beleggingsonderneming onder de verordening kapitaalvereisten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wft.

Artikel II Erkenning systeemrisicobufferpercentage geldend in Italië

Een instelling waarvan de kredietrisicoblootstellingen en tegenpartij-kredietrisicoblootstellingen die in Italië zijn gelegen meer dan € 25 miljard bedragen, beschikt voor die blootstellingen over een overeenkomstig artikel 133, tweede lid, CRD berekende systeemrisicobuffer van 1,0%, op individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis, zoals van toepassing in overeenstemming met deel één, titel II, van de CRR.

Artikel III Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na publicatie daarvan in de Staatscourant.

Artikel IV Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit erkenning 1% systeemrisicobuffer Italië 2026.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 23 april 2026

De Nederlandsche Bank N.V. B.J. ter Weel, Directeur

TOELICHTING

Overeenkomstig aanbevelingen van de European Systemic Risk Board (ESRB) heeft DNB de door de Italiaanse centrale bank, de Banca d’Italia, vastgestelde systeemrisicobuffer van 1,0% gereciproceerd.1

DNB heeft het uitgangspunt dat zij macroprudentiële maatregelen van andere lidstaten in principe reciproceert als de ESRB dit aanbeveelt.2 Indien de ESRB aanbeveelt een systeemrisicobuffer op individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis toe te passen, heeft DNB als uitgangspunt dat zij ook deze aanbeveling volgt.3 De onderhavige aanbeveling van de ESRB strekt tot wederkerige toepassing van de Italiaanse systeemrisicobuffer op individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis.4 Een besluit tot erkenning van een systeemrisicobuffer op geconsolideerd niveau zal ertoe leiden dat alle relevante blootstellingen worden meegenomen (ook voor de berekening van de materialiteitsdrempel), met inbegrip van relevante blootstellingen van dochterondernemingen die zijn gevestigd in de lidstaat die de systeemrisicobuffer heeft vastgesteld.5

Met dit besluit erkent DNB de systeemrisicobuffer en past deze op individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis toe op instellingen in Nederland die relevante blootstellingen, zoals in artikel 2 beschreven, zijn aangegaan. De concrete toepassing per instelling is afhankelijk van de wijze waarop deel een, titel II van de CRR op die instelling van toepassing is.

Naar boven