Besluit van de Raad van bestuur van het Fonds Podiumkunsten tot wijziging van de verdeling van het budget over de landsdelen binnen onderdeel a van de Deelregeling Programma- en Presentatiebijdrage Fonds Podiumkunsten

De Raad van bestuur van het Fonds Podiumkunsten;

Op basis van artikel 1.10, artikel 2.2 en artikel 2.7 lid 8 van de Deelregeling Programma- en Presentatiebijdrage Fonds Podiumkunsten

Besluit:

Artikel 1: Gewijzigde subsidieplafonds per landsdeel in onderdeel a: focus op geografische spreiding

landsdeel

Gewijzigd subsidieplafond

Noord

€ 164.000

Oost

€ 263.205

Midden

€ 164.750

West

€ 318.545

Zuid

€ 272.250

Caribisch deel van het Koninkrijk

€ 17.250

Totaal

€ 1.200.000

Artikel 2: Bekendmaking en inwerkingtreding

  • a. Dit besluit wordt bekengemaakt in de Staatscourant.

  • b. Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 mei 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 mei 2026 treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 mei 2026.

Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van het Fonds Podiumkunsten, d.d. 28 april 2026

TOELICHTING

Binnen onderdeel a van de Deelregeling Programma- en Presentatiebijdrage Fonds Podiumkunsten worden aanvragers verdeeld over zes landsdelen. Elk landsdeel heeft een eigen subsidieplafond en een eigen rangorde voor de verdeling van de subsidie. In de situatie dat in een of meer landsdelen het subsidieplafond niet wordt bereikt, kan het bestuur conform artikel 2.7 lid 8 van deze regeling besluiten om het resterende budget toe te voegen aan de subsidieplafonds van een of meer van de overige landsdelen.

In de landsdelen Caribisch deel van het Koninkrijk en Noord was niet het volledige budget nodig om alle positief beoordeelde aanvragen te honoreren; het resterende budget is volgens de oorspronkelijke relatieve verdeling herverdeeld onder de overige landsdelen. Het extra budget leidde in de landsdelen Midden en Zuid in tweede instantie tot een overschot dat vervolgens is verdeeld over de landsdelen Oost en West waar het budget nog ontoereikend was.

Naar boven