Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 16493 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 16493 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Gelet op de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a en c, tweede lid, en 8, derde lid, onderdeel b, van de Wet arbeid vreemdelingen en artikel 7.10, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022;
Besluit:
De Regeling uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 wordt als volgt gewijzigd:
A
Paragraaf 8.3.b.10 van Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
1. Na ‘geldt daarnaast ook paragraaf 8.3.b.13.’ wordt ingevoegd ‘Daarnaast zijn in deze paragrafen bepalingen opgenomen die zien op onderdanen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, in verband met de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PB 2021, L149/11).
2. ‘De paragrafen 8.3.b.11. en 8.3.b.12. gelden’ wordt vervangen door ‘De paragrafen 8.3.b.11, eerste lid, en 8.3.b.12, eerste lid, gelden’.
3. ‘Paragraaf 8.3.b.11, onderdeel a, de laatste zin:’ wordt vervangen door ‘Paragraaf 8.3.b.11, eerste lid, onderdeel a, de laatste zin:’.
4. ‘Paragraaf 8.3.b.12, in de eerste zin:’ wordt vervangen door ‘Paragraaf 8.3.b.12, eerste lid, in de eerste zin:’.
5. ‘Paragraaf 8.3.b.12, onderdeel b, eerste zin:’ wordt vervangen door ‘Paragraaf 8.3.b.12, eerste lid, onderdeel b, eerste zin:’.
B
Paragraaf 8.3.b.11 van Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt ‘en beoefenaars van een vrij beroep’ toegevoegd.
2. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
3. In het eerste lid, onderdeel c, (nieuw) wordt ‘het contract’ vervangen door ‘de dienstverleningsovereenkomst’ en wordt ‘24’ vervangen door ‘vierentwintig’.
4. Het eerste lid, onderdeel f, (nieuw) komt als volgt te luiden:
f. de desbetreffende personeelsleden beschikken over drie jaar beroepservaring en:
1°. een voltooide HBO- of universitaire opleiding;
2°. een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau aan een voltooide HBO- of universitaire opleiding blijkt, indien het een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft; of
3°. een vereiste (of equivalente) opleiding, indien het onderdanen van landen van het Cariforum betreft als zij als fotomodel, chef-kok of in de cultuursector (anders dan radio en tv) werken en er geen universitaire opleiding kan worden gevraagd; en
5. Het eerste lid, onderdeel g, (nieuw) komt als volgt te luiden:
g. de desbetreffende personeelsleden:
1°. voldoen aan de voor het uitoefenen van dat beroep in Nederland bestaande beroepseisen; en
2°. vervullen een functie op HBO- of universitair niveau, tenzij het een situatie betreft als bedoeld in het eerste lid, onderdeel f, subonderdeel 3°.
6. Er worden vier leden toegevoegd, luidende:
2. Voor de dienstverlener die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en werkzaam is bij een rechtspersoon, niet zijnde een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening, gevestigd in het Verenigd Koninkrijk, geldt:
a. in afwijking van het eerste lid, onderdeel a, dat de dienstverleningsovereenkomst de duur van twaalf maanden niet overschrijdt;
b. in afwijking van het eerste lid, onderdeel c, dat de verblijfsduur beperkt is tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden.
3. Het verbod uit artikel 2 van de Wav is, op grond van artikel 7.10, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022, niet van toepassing op de beoefenaar van een vrij beroep, die onderdaan is van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en gevestigd is in het Verenigd Koninkrijk en op tijdelijke basis diensten verleent, indien deze:
a. geen commerciële vestiging in een van de Lidstaten van de EER of Zwitserland heeft;
b. de dienst verricht op basis van een dienstverleningsovereenkomst, anders dan via een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening, die de duur van twaalf maanden niet overschrijdt;
c. beschikt over een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 3.16a, eerste lid, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, waarvan de verblijfsduur is beperkt tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden;
d. beschikt over:
1°. een voltooide HBO- of universitaire opleiding of een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau blijkt; en
2°. zes jaar beroepservaring op het desbetreffende terrein; en
e. een functie op HBO- of universitair niveau vervult en voldoet aan de voor het uitoefenen van de betreffende activiteit in Nederland bestaande beroepseisen.
4. Het tweede en derde lid gelden met betrekking tot de in Bijlage IV genoemde sectoren of subsectoren, onder de daar genoemde voorbehouden.
5. Het UWV adviseert de Minister van Justitie en Veiligheid over afgifte van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.16a, eerste lid, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, aan de hand van de voorwaarden, bedoeld in het derde en vierde lid.
C
Paragraaf 8.3.b.12 van Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Met betrekking tot personen op wie het Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PB 2021, L149/11) van toepassing is, is Bijlage II, onderdeel 5, van toepassing op de zakelijke bezoeker die verantwoordelijk is voor het opzetten van een vestiging.
D
Paragraaf 8.3.b.13 van Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Voor de trainee die werkzaam is bij een rechtspersoon uit het Verenigd Koninkrijk, geldt dat deze, in afwijking van het eerste lid, ten minste een half jaar in dienst is bij deze rechtspersoon, en recht heeft op verblijf voor ten hoogste één jaar in Nederland.
E
Onder vernummering van onderdeel 5 tot en met onderdeel 41 tot onderdeel 6 tot en met onderdeel 42 wordt in Bijlage II na onderdeel 4 een onderdeel ingevoegd, luidende:
5. De zakelijke bezoeker voor vestigingsdoeleinden, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, onderdeel a, van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PB 2021, L149/11), voor de duur van maximaal 90 dagen binnen een periode van zes maanden, alsmede de zakelijke bezoeker voor een kort verblijf, bedoeld in artikel 142 van die overeenkomst, waarbij de vrijstelling is beperkt tot de sectoren of subsectoren, genoemd in Bijlage IV;
F
Na Bijlage III wordt de bijlage IV toegevoegd, die is opgenomen als bijlage bij deze regeling.
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
|
Sectoren opengesteld voor dienstverleners op contractbasis |
Voorbehouden NL |
|---|---|
|
Juridische adviesdiensten met betrekking tot internationaal publiekrecht en intern recht |
Geen |
|
Accountants en boekhouders |
Geen |
|
Belastingadvies |
Geen |
|
Diensten van architecten en stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten |
Geen |
|
Technische en geïntegreerde technische diensten |
Geen |
|
Medische en tandheelkundige diensten |
Toets aan artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h, Wav |
|
Veterinaire diensten |
Toets aan artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h, Wav |
|
Verloskundigen |
Toets aan artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h, Wav |
|
Verpleegkundigen, fysiotherapeuten en paramedisch personeel |
Toets aan artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b, c, d, e, f, g en h, Wav |
|
Diensten in verband met computers en aanverwante diensten |
Geen |
|
Onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten |
Gastovereenkomst met een erkende onderzoeksorganisatie vereist |
|
Diensten op het gebied van reclame |
Geen |
|
Markt- en opinieonderzoek |
Geen |
|
Managementadvies |
Geen |
|
Diensten in verband met managementadvies |
Geen |
|
Technische keuring en analyses |
Geen |
|
Aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen |
Geen |
|
Mijnbouw |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van vaartuigen |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van spoorwegmaterieel |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van auto’s, motorfietsen, sneeuwscooters en wegtransportmiddelen |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van luchtvaartuigen en delen daarvan |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van producten van metaal, machines (behalve kantoormachines), toestellen (behalve transportmiddelen en kantoortoestellen) en consumentenartikelen |
Geen |
|
Vertalen en tolken |
Geen |
|
Telecommunicatiediensten |
Geen |
|
Post- en koeriersdiensten |
Geen |
|
Bouwnijverheid en aanverwante civieltechnische diensten |
Geen |
|
Inspectie van bouwterreinen |
Geen |
|
Hoger onderwijs |
Geen |
|
Diensten in verband met landbouw, jacht en bosbouw |
Geen |
|
Milieudiensten |
Geen |
|
Diensten van adviseurs en consulenten in verband met verzekeringen en aanverwante diensten |
Geen |
|
Andere financiële diensten van adviseurs en consulenten |
Geen |
|
Diensten van adviseurs en consulenten in verband met vervoer |
Geen |
|
Reisbureaus en reisorganisatoren |
Geen |
|
Toeristengidsen |
Geen |
|
Diensten van adviseurs en consulenten in verband met de industrie |
Geen |
|
Sectoren opengesteld voor beoefenaren van een vrij beroep (zelfstandige dienstverleners) |
Voorbehouden NL |
|---|---|
|
Juridische adviesdiensten met betrekking tot internationaal publiekrecht en intern recht |
Geen |
|
Diensten van architecten en stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten |
Geen |
|
Technische en geïntegreerde technische diensten |
Geen |
|
Diensten in verband met computers en aanverwante diensten |
Geen |
|
Onderzoeks- en ontwikkelingsdiensten |
Geen |
|
Diensten op het gebied van reclame |
Geen |
|
Markt- en opinieonderzoek |
Geen |
|
Managementadvies |
Geen |
|
Diensten in verband met managementadvies |
Geen |
|
Technische keuring en analyses |
Geen |
|
Aanverwante wetenschappelijke en technische adviezen |
Geen |
|
Mijnbouw |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van vaartuigen |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van spoorwegmaterieel |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van auto’s, motorfietsen, sneeuwscooters en wegtransportmiddelen |
Geen |
|
Onderhoud en reparatie van luchtvaartuigen en delen daarvan |
Geen |
|
Vertalen en tolken |
Geen |
|
Telecommunicatiediensten |
Geen |
|
Post- en koeriersdiensten |
Geen |
|
Bouwnijverheid en aanverwante civieltechnische diensten |
Geen |
|
Hoger onderwijs |
Geen |
|
Verzekeringen en aanverwante diensten, adviseurs en consulenten |
Geen |
|
Andere financiële diensten van adviseurs en consulenten |
Geen |
|
Diensten van adviseurs en consulenten in verband met vervoer |
Geen |
|
Diensten van adviseurs en consulenten in verband met de industrie |
Geen |
|
Sectoren opengesteld voor de zakelijke bezoekers voor een kort verblijf |
Voorbehouden NL |
|---|---|
|
Bijeenkomsten en overleg |
Geen |
|
Onderzoek en ontwerp |
Gastovereenkomst met een erkende onderzoeksorganisatie vereist |
|
Marketingonderzoek |
Geen |
|
Opleidingsseminars |
Geen |
|
Beurzen en tentoonstellingen |
Geen |
|
Verkoop |
Geen |
|
Inkoop |
Geen |
|
Service na verkoop of lease |
Geen |
|
Commerciële transacties |
Geen |
|
Toerismepersoneel |
Geen |
|
Vertaling en vertolking |
Geen |
Het Verenigd Koninkrijk (VK) heeft de Europese Unie (EU) op 31 januari 2020 verlaten. Door deze Britse Exit (Brexit) vervallen eerder gemaakte afspraken in het kader van de samenwerking met Europese lidstaten. Het VK en de EU hebben in 2020 een akkoord bereikt over de handel- en samenwerking na het uittreden uit de Europese Unie. De handels- en samenwerkingsovereenkomst (HSO) is op 30 december 2020 ondertekend, werd met directe werking toegepast, en is op 1 mei 2021 in werking getreden.
Door het uittreden van het VK uit de EU vervallen afspraken ten aanzien van vrij verkeer, waaronder het vrije verkeer van personen en van diensten. Gevolg hiervan is dat burgers vanuit het VK onder het reguliere regime van de Wet arbeid vreemdelingen zijn komen te vallen (tenzij deel twee van het Akkoord inzake de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland uit de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (2019/C 66 I/01) op hen van toepassing is). In de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), hierna de Wet, is opgenomen op welke wijze het toelatingsbeleid van personen van buiten de Europese Economische Ruimte tot de Nederlandse arbeidsmarkt zal plaatsvinden. In de Regeling uitvoering Wet arbeid Vreemdelingen 2022 (RuWav), (hierna: Regeling), zijn hierover nadere regels uitgewerkt.
Op grond van de HSO tussen EU en VK worden in de Regeling enkele bepalingen toegevoegd die onder meer gaan over trainees, dienstverleners op contractbasis en beoefenaren van een vrij beroep, en zakelijke bezoekers uit het VK die Nederland bezoeken voor vestigingsdoeleinden en zakelijke bezoekers voor een kort verblijf. In de HSO staan daarnaast bepalingen over het toegankelijk en transparant maken van informatie, zoals vereisten en procedures, over relevante maatregelen met betrekking tot toegang en tijdelijk verblijf van natuurlijke personen voor zakelijke doeleinden.
Onderhavige wijziging van de RuWav ziet hierop. De regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.
Onderhavige wijziging van de RuWav is voor een toets op handhaafbaarheid en uitvoerbaarheid voorgelegd aan de Nederlandse Arbeidsinspectie. De conceptwijziging van het BuWav en de RuWav is handhaafbaar bevonden. Er wordt geen extra beslag voorzien op de capaciteit van de Nederlandse Arbeidsinspectie.
UWV heeft in 2022 een toets op uitvoering uitgevoerd en beoordeelde toen de wijziging van de RuWav als uitvoerbaar. De RuWav-wijziging is toen niet doorgezet, waardoor de beoogde invoeringsdatum niet is gerealiseerd. UWV is gevraagd of de uitkomst van de in 2022 uitgebrachte uitvoeringstoets nog geldig is. UWV heeft dit bevestigd.
Vanuit de IND is er een Ex-ante uitvoeringstoets gedaan in 2022. Zij hebben daarmee geconcludeerd dat de nieuwe toelatingsregelingen uitvoerbaar zijn mits aan de randvoorwaarden (te denken aan tijdigheid informatie over communicatie, aanpassing IV-systemen en definitieve wijzigingsteksten) wordt voldaan.
De administratieve lasten (het voldoen aan informatieverplichtingen voortvloeiend uit wet- en regelgeving van de overheid) en de inhoudelijke nalevingskosten (de kosten voor het kunnen voldoen aan de inhoudelijke verplichtingen zoals vastgelegd in wet- en regelgeving) vormen gezamenlijk de kosten die samenhangen met regeldruk. Het kabinet streeft er naar de regeldruk voor burgers, bedrijven en professionals terug te dringen. Bij de voorbereiding van dit voorstel is nagegaan of sprake is van regeldrukeffecten.
Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.
De wijzigingen komen ten gunste aan de administratieve lasten, en daarmee aan de vermindering van de regeldruk. Met deze wijziging worden de afspraken uit de HSO opgenomen in de nationale regelgeving. Met deze implementatie van de HSO wordt het voor dienstverleners, beoefenaars van een vrij beroep en zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden uit het VK duidelijker wat de voorwaarden zijn en dus makkelijker om in Nederland te werken en diensten te verlenen. Op basis van deze regelgeving hoeven werkgevers van zakelijke bezoekers namelijk geen tewerkstellingsvergunning aan te vragen en is het makkelijker om voor werkgevers van dienstverleners en de opdrachtgevers van beoefenaars van een vrij beroep een tewerkstellingsvergunning aan te vragen. IND en UWV zullen hun aanvraagformulieren toesnijden op aanvragen van werkgevers en burgers uit het VK die actief willen worden op de Nederlandse arbeidsmarkt en die een beroep doen op de versoepelde regelingen uit de HSO. Dit maakt het voor aanvragers van de benodigde werkvergunning duidelijker welke informatie bij de aanvraag moet worden verstrekt en voor UWV (en indien een verblijfsvergunning vereist is ook voor de IND) eenvoudiger om een aanvraag te beoordelen en de vergunning af te geven, dan vóór de RuWav-wijziging. Voor de wijziging was er voor een work-around gekozen, die meer tijd kost dan het toekomstige aanvraagformulier. Dit komt ten gunste aan de vermindering van de regeldruk.
Daarnaast is het voor zowel de uitvoerder van de regeling, als voor de aanvrager duidelijker indien er kan worden verwezen naar nationale regelgeving, in plaats van een verwijzing naar de HSO.
In de paragrafen 8.3.b.11 tot en met 8.3.b.13 zijn enkele specifieke bepalingen opgenomen voor personen die onder de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds, vallen. Uit artikel 140, eerste lid, in samenhang met artikel 512, volgt dat het bij de personen die aanspraak maken op de voorwaarden uit de HSO dient te gaan om onderdanen van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.
Met betrekking tot de genoemde categorieën wordt derhalve afgeweken van artikel 8, eerste lid, onder a, b, c en f, Wav. Dit betekent dat er, in voorkomend geval, wel wordt getoetst aan de onderdelen d, e, g en h, van artikel 8, eerste lid, van de Wav en de overige voorwaarden van de Wav. Met betrekking tot de toetsing aan artikel 8, eerste lid, onderdeel d, zij opgemerkt dat een salaris dat op het niveau ligt van het kennismigrantensalaris (zie artikel 2.1. eerste lid, onderdeel a, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022), in ieder geval als marktconform wordt beschouwd.
Met de wijziging van paragraaf 8.3.b.11 van Bijlage I van de RuWav wordt naar aanleiding van het HSO een aantal onderdelen gewijzigd en enkele categorieën aan deze paragraaf toegevoegd.
In het eerste lid, onderdeel c (nieuw), wordt verduidelijkt dat de verblijfsduur is beperkt tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden in een periode van vierentwintig maanden.
In het eerste lid, onderdeel f, (nieuw) wordt opgenomen dat de personeelsleden waarvoor een beroep wordt gedaan op deze regeling moeten voldoen aan een opleidingsvereiste, waarbij aan één van de volgende criteria moet worden voldaan. De eerste mogelijkheid is dat het personeelslid beschikt over een voltooide HBO- of universitaire opleiding. De tweede mogelijkheid is dat, als het een onderdaan van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreft, diegene ook een beroep kan doen op deze regeling met een kwalificatie waaruit kennis van een gelijkwaardig niveau aan een voltooide HBO- of universitaire opleiding blijkt. Bij het ontbreken van een diploma op HBO of WO niveau zal de beoordeling worden gedaan op grond van de verklaring van de uitlenende- of inlenende werkgever. De laatste (reeds bestaande) mogelijkheid is het beschikken over een vereiste (of equivalente) opleiding, indien het onderdanen van landen van het Cariforum betreft als zij als fotomodel, chef-kok of in de cultuursector (anders dan radio en tv) werken en er geen universitaire opleiding kan worden gevraagd.
Aan het eerste lid, onderdeel g, (wordt) toegevoegd dat personeelsleden een functie op HBO- of universitair niveau moeten vervullen, aangezien de regeling is bedoeld voor theoretisch opgeleid personeel. Dit volgt logischerwijs uit de vereisten in onderdeel f.
In het nieuwe tweede lid van paragraaf 8.3.b.11 wordt in verband met de HSO voorzien in twee afwijkingsmogelijkheden van de voorwaarden in het eerste lid, voor dienstverleners op contractbasis uit het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland. Artikel 140, vijfde lid, onderdeel b, van de HSO bevat de definitie van deze categorie. De definitie sluit aan bij de definitie van een dienstverlener op contractbasis zoals deze is neergelegd in paragraaf 8.3.b.11 van Bijlage I van de RuWav, met het verschil dat de HSO niet ziet op rechtspersonen uit een Partij die een agentschap voor arbeidsbemiddeling en personeelsvoorziening zijn. Daarnaast zijn er op twee punten afwijkende (gunstiger) voorwaarden opgenomen: paragraaf 8.3.b.11, eerste lid, onderdelen a en c (nieuw), schrijven voor dat de dienstverleningsovereenkomst de duur van vierentwintig maanden niet overschrijdt, en dat de verblijfsduur beperkt is tot de duur van de dienstverleningsovereenkomst, met een maximum van twaalf maanden in een periode van vierentwintig maanden.
De HSO schrijft in artikel 140, vijfde lid, onderdeel b, voor dat de dienstverleningsovereenkomst de duur van twaalf maanden niet overschrijdt en in artikel 143, vierde lid, dat de toegestane duur van het verblijf maximaal 12 maanden bedraagt, maar schrijft niet voor dat de verblijfsduur binnen een periode van vierentwintig maanden moet liggen. De HSO sluit daarom niet uit dat op basis van een nieuwe dienstverleningsovereenkomst een nieuw beroep kan worden gedaan op het HSO en er een nieuwe verblijfsvergunning kan worden aangevraagd. Voorwaarde hierbij is dat het gaat om een andere opdrachtgever. De overige voorwaarden uit deze paragraaf 8.3.b.11 zijn onverkort van toepassing op deze categorie.
In het (nieuwe) derde lid zijn de voorwaarden opgenomen op grond waarvan beoefenaars van een vrij beroep toegang hebben tot de arbeidsmarkt. Op grond van artikel 7.10, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 worden zij aangewezen, waardoor het verbod uit artikel 2 van de Wav om iemand tewerk te stellen zonder tewerkstellingsvergunning of gvva niet van toepassing is indien zij voldoen aan de voorwaarden uit dit derde lid. De definitie en voorwaarden voor de beoefenaars van een vrij beroep volgen uit artikel 140, vijfde lid, onderdeel c, en artikel 143 van de HSO.
Voor zowel dienstverleners op contractbasis als beoefenaars van een vrij beroep geldt dat de sectoren of subsectoren, genoemd in Bijlage IV, behorend bij paragraaf 8.3.b.11 van Bijlage I, gebruik kunnen maken van de regeling op grond van het tweede en derde lid. Met betrekking tot dienstverleners op contractbasis zijn er, voor wat betreft enige sectoren, voorbehouden gemaakt. Met betrekking tot deze sectoren is wel sprake van een toets aan artikel 8, eerste lid, onderdeel a, b, c en f van de Wav (naast de overige onderdelen van artikel 8 van de Wav). Dit volgt uit artikel 143, eerste lid, en bijlage 22, van de HSO.
In het vijfde lid is opgenomen dat het UWV de Minister van Justitie en Veiligheid adviseert over de afgifte van de verblijfsvergunning, bedoeld in artikel 3.16a, eerste lid, onderdeel b, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000. Het gaat daarbij om een verblijfsvergunning die wordt afgegeven op grond van artikel 3.4, vierde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000, aan de beoefenaar van een vrij beroep die voor langer dan 90 dagen naar Nederland komt. Het advies van het UWV geschiedt aan de hand van de voorwaarden uit het derde en vierde lid van artikel 8.3.b.11 van Bijlage I.
In dit onderdeel is geregeld dat paragraaf 8.3.b.12, eerste lid, niet van toepassing is op zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden die vallen onder de HSO, nu er voor deze groep op grond van artikel 141, onderdeel a, subonderdeel ii), geen tewerkstellingsvergunning mag worden vereist. Om die reden is deze groep opgenomen in Bijlage II, onderdeel 5, van de RuWav.
In dit onderdeel is bepaald dat trainees die onder de HSO vallen, in afwijking van de regeling die is neergelegd in paragraaf 8.3.b.13, recht hebben op een verblijf van één jaar. Dit volgt uit artikel 140, onderdeel g, in samenhang met artikel 141, tweede lid.
In Bijlage II wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, waarmee wordt neergelegd dat de zakelijke bezoeker voor vestigingsdoeleinden, bedoeld in artikel 140, vijfde lid, onderdeel a, van de HSO, is vrijgesteld van het verbod uit artikel 2 van de Wav, voor een periode van 90 dagen binnen een periode van zes maanden. Daarnaast zijn zakelijke bezoekers voor kort verblijf vrijgesteld onder de voorwaarden, genoemd in artikel 142 eerste lid, van de HSO. In die bepaling worden de volgende voorwaarden genoemd:
a) de zakelijke bezoekers voor een kort verblijf verkopen geen goederen en verlenen geen diensten aan het grote publiek;
b) de zakelijke bezoekers voor een kort verblijf ontvangen niet op eigen naam een beloning uit een bron binnen de Partij waar zij tijdelijk verblijven; en
c) de zakelijke bezoekers voor een kort verblijf zijn niet betrokken bij de verlening van een dienst in het kader van een contract tussen een rechtspersoon die niet gevestigd is op het grondgebied van de Partij waar zij tijdelijk verblijven, en een consument aldaar, behalve zoals bepaald in bijlage 21 van de HSO. Het vierde lid van artikel 142 bepaalt dat de toegestane verblijfsduur voor zakelijke bezoekers maximaal 90 dagen binnen een periode van zes maanden bedraagt. Deze vrijstelling is bovendien beperkt tot de sectoren of subsectoren, genoemd in Bijlage IV van de RuWav. Dit volgt eveneens uit artikel 142, tweede lid, in samenhang met bijlage 21, onderdeel 8, van de HSO.
Met deze wijziging wordt een nieuwe bijlage toegevoegd. In deze bijlage zijn de sectoren opgenomen waar de dienstverleners op contractbasis en de beoefenaars van een vrij beroep, genoemd in het tweede en derde lid van paragraaf 8.3.b.11 van Bijlage I, en de zakelijke bezoekers voor vestigingsdoeleinden, genoemd in onderdeel 4 van Bijlage II, gebruik van kunnen maken.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-16493.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.