Regeling van de Minister van Werk en Participatie van 22 april 2026, nr. 2026-0000087587, tot wijziging van de Reïntegratieregeling in verband met het aanwijzen van voorzieningen in de vorm van een hoorhulpmiddel voor de werksituatie waarvoor geen vergoeding wordt verleend [KetenID WGK 27650]

De Minister van Werk en Participatie;

Gelet op artikel 2, derde lid, van het Reïntegratiebesluit;

Besluit:

ARTIKEL I

Aan paragraaf 1 van de Reïntegratieregeling wordt na artikel 3 een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 3a. Hoorhulpmiddelen voor de werksituatie waarvoor geen vergoeding wordt verleend

Artikel 2, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit is niet van toepassing op de verlening van de volgende voorzieningen:

  • a. een hulpmiddel ter correctie van stoornissen in de hoorfunctie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling zorgverzekering;

  • b. een geheel en gedeeltelijk implanteerbaar hoorhulpmiddel;

  • c. een aanvullend hulpmiddel als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering, waarbij sprake is van draadloze signaaloverdracht naar een hulpmiddel als bedoeld in onderdeel a; en

  • d. wek- of waarschuwingsapparatuur als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen

TOELICHTING

Algemeen

Met deze wijziging van de Reïntegratieregeling zijn voorzieningen aangewezen in de vorm van hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie waarop artikel 2, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit niet van toepassing is. De grondslag van artikel 3a van de Reïntegratieregeling is geregeld in artikel 2, derde lid, van het Reïntegratiebesluit.

Voorzieningen worden op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) of de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) verleend indien zij niet als algemeen gebruikelijk zijn aan te merken en wanneer er geen vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk is.

Artikel 2, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit maakt daarop een uitzondering.

Een voorziening kan wel worden verleend als die voorziening vrijwel uitsluitend geïndiceerd is of gebruikt kan worden voor of in de werksituatie ondanks dat een vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling open staat. Op grond van artikel 2, derde lid, van het Reïntegratiebesluit is het tweede lid niet van toepassing op de verlening van bij ministeriële regeling aan te wijzen voorzieningen in de vorm van een hulpmiddel gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie. Dit is geregeld in artikel 3a van de Reïntegratieregeling. In dit artikel worden de volgende voorzieningen in de vorm van hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de hoorfunctie aangewezen waarop artikel 2, tweede lid, van het Reïntegratiebesluit niet van toepassing is:

  • a. een hulpmiddel ter correctie van stoornissen in de hoorfunctie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling zorgverzekering;

  • b. een geheel en gedeeltelijk implanteerbaar hoorhulpmiddel;

  • c. een aanvullend hulpmiddel als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering, waarbij sprake is van draadloze signaaloverdracht naar een hulpmiddel als bedoeld in onderdeel a; en

  • d. wek- of waarschuwingsapparatuur als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering.

Voor bovengenoemde hoorhulpmiddelen is namelijk vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk. Hoorhulpmiddelen voor de werksituatie die onderdeel uitmaken van de ‘volledige hooroplossing’ komen namelijk in aanmerking voor een vergoeding op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw). Onder ‘volledige hooroplossing’ verstaat Zorginstituut Nederland (ZINL) het volgende: ‘Alle persoonlijke hulpmiddelen in de vorm van aanvullende apparatuur eventueel meeneembaar naar volgende werkgever of thuis, waarbij sprake is van connectiviteit of trilmechanisme.' Met ’connectiviteit’ wordt bedoeld: draadloze signaaloverdracht van de aanvullende apparatuur naar het hoortoestel. De term trilmechanisme refereert volgens de uitleg van ZINL aan ‘wek- en waarschuwingsapparatuur,’ waarbij geen sprake is van connectiviteit met een hoortoestel. Hulpmiddelen voor de werksituatie waarbij geen sprake is van connectiviteit met een hoortoestel of die geen wek- of waarschuwingsapparatuur zijn, maken geen deel uit van de ‘volledige hooroplossing’ en komen niet in aanmerking voor een vergoeding op grond van de Zvw.

Ook voor geheel en gedeeltelijk implanteerbare hoorhulpmiddelen is een vergoeding op grond van een andere wettelijke regeling mogelijk. Deze vallen onder de te verzekeren prestatie ‘geneeskundige zorg’. In artikel 3a van de Reïntegratieregeling is hierop aangesloten, met verwijzing naar de relevante bepalingen in de Regeling zorgverzekering. De voorzieningen die in de vorm van hoorhulpmiddelen in het artikel zijn opgenomen, kunnen niet als voorziening op grond van de Wet WIA of de Wajong worden verleend, ook niet als ze uitsluitend geïndiceerd zijn voor de werksituatie.

Een voorziening in de vorm van een hoorhulpmiddel die niet valt onder bovengenoemde categorieën en vrijwel uitsluitend is geïndiceerd voor de werksituatie, dan wel vrijwel uitsluitend kan worden gebruikt voor of in de werksituatie, kan wel als voorziening worden verleend op grond van de Wet WIA en Wajong.

Een voorbeeld is een spraakherkenningssysteem dat gesproken taal omzet naar geschreven tekst. Een spraakherkenningssysteem is een aanvullend hulpmiddel, waarbij geen sprake is van draadloze signaaloverdracht als bedoeld in artikel 3a, onderdeel c, naar een hulpmiddel ter correctie van de hoorfunctie als bedoeld in onderdeel a van dat artikel. Het hulpmiddel maakt geen deel uit van de ‘volledige hooroplossing’ en valt niet onder de categorieën in artikel 3a van de Reïntegratieregeling. Personen met een auditieve beperking die deze hoorhulpmiddelen nodig hebben voor de privé situatie, maar niet voor de werksituatie komen mogelijk in aanmerking voor een vergoeding op grond van de Zvw. Wanneer een persoon met een auditieve beperking het spraakherkenningssyteem vrijwel uitsluitend voor de werksituatie gebruikt, kan deze worden verleend op grond van de Wet WIA en Wajong.

Regeldruk

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft deze regeling niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het slechts beperkte gevolgen voor de regeldruk heeft, die de toelichting toereikend in beeld brengt.

Internetconsultatie

Het concept van deze ministeriële regeling is van 9 juli 2025 tot 20 augustus 2025 via www.internetconsultatie.nl openbaar geconsulteerd. Gedurende deze periode is de mogelijkheid geboden om suggesties of opmerkingen in te dienen. Op deze consultatie zijn 3 reacties ontvangen waarvan 2 betrekking hebben op deze regeling. Op deze reacties wordt hieronder ingegaan.

De visie dat eenvoud en duidelijkheid van belang zijn, wordt gedeeld. De suggesties en zorgpunten worden meegenomen in verdere afwegingen en overleggen tussen betrokken departementen en andere partijen over het huidige stelsel van (werk)voorzieningen. Daarbij wordt opgemerkt dat deze wijziging niet alleen ziet op specifieke spraakherkenningssystemen. Door nieuwe technologische ontwikkelingen is gebleken dat bepaalde hoorhulpmiddelen niet door de zorgverzekeraar werden vergoed en evenmin door UWV als voorziening konden worden verleend. Met de wijziging van het Reïntegratiebesluit wordt het mogelijk dat UWV hoorhulpmiddelen voor werk kan verlenen die geen deel uitmaken van de volledige hooroplossing en niet door zorgverzekeraars kunnen worden vergoed. De Reïntegratieregeling bevat een nadere afbakening van de hoorhulpmiddelen die door de zorgverzekeraars worden vergoed of onder de volledige hooroplossing vallen.

Ook in de toekomst kunnen hoorhulpmiddelen worden ontwikkeld die geen deel uitmaken van de volledige hooroplossing.

Indien dergelijke hulpmiddelen vrijwel uitsluitend voor de werksituatie zijn aangewezen of kunnen worden gebruikt, kunnen zij bij UWV worden aangevraagd.

Uitvoeringstoets door UWV

De regeling is voorgelegd aan UWV voor een uitvoeringstoets. UWV heeft aangegeven dat de regeling uitvoerbaar is. UWV anticipeert sinds 1 januari 2024 al op deze wijziging en uit de praktijk zijn vooralsnog geen knelpunten naar voren gekomen die om aanpassing vragen. Deze uitbreiding in bevoegdheid sluit aan bij de verantwoordelijkheid die UWV heeft voor de uitvoering van de tolkvoorziening en de algehele wens om in te kunnen spelen in de (door)ontwikkelingen die er zijn op technologische innovaties.

Artikelsgewijs

Artikel I

Artikel 3a, onderdeel a

Dit onderdeel verwijst naar hulpmiddelen ter correctie van stoornissen in de hoorfunctie als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling zorgverzekering, zoals hoortoestellen en maskeerders tegen oorsuizen.

Artikel 3a, onderdeel b

Er bestaan ook hoortoestellen die deels worden geïmplanteerd. Voorbeelden hiervan zijn de middenoorimplantaten, cochleaire implantaten en de beengeleiderimplantaten. Deze hoortoestellen vallen onder de te verzekeren prestatie ‘geneeskundige zorg’, zoals medisch specialisten die plegen te bieden.

Artikel 3a, onderdeel c

Dit onderdeel verwijst naar aanvullende hulpmiddelen als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering, waarbij sprake is van draadloze signaaloverdracht naar een hulpmiddel als bedoeld in onderdeel a. Het gaat hierbij om hulpmiddelen ter compensatie van beperkingen in het luisteren die een persoon met een auditieve beperking ondervindt. Bij luisteren gaat het om het doelbewust ervaren van auditieve stimuli, zoals bij luisteren naar radio, muziek of lezing. De beperkingen die een persoon hierbij ondervindt, kunnen worden gecompenseerd met FM geluidsoverdrachtssystemen, IR overdrachtssystemen, ringleidinghulpmiddelen en soloapparatuur.

Artikel 3a, onderdeel d

Dit onderdeel verwijst naar wek- en waarschuwingsapparatuur als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling zorgverzekering. Bij wek- en waarschuwingssystemen is geen sprake van draadloze signaaloverdracht met een hoortoestel maar van een trilmechanisme. De gedachte hierachter is dat wanneer iemand het hoortoestel tijdelijk niet gebruikt, de persoon toch geattendeerd moet worden op een situatie die directe aandacht vraagt. Bijvoorbeeld wanneer de deurbel of een telefoon afgaat.

Artikel II

UWV anticipeert op deze regeling en de wijziging van artikel 2, derde lid, van het Reïntegratiebesluit door vanaf 1 januari 2024 voorzieningen te verlenen in de vorm van hoorhulpmiddelen, die niet vallen onder de hoorhulpmiddelen als bedoeld in artikel 3a van de Reïntegratieregeling.1 Om die reden zal de regeling inwerking treden met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin de regeling wordt geplaatst en terugwerken tot en met 1 januari 2024.

De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2023–2024, nr. 804


X Noot
1

Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2023–2024, nr. 804

Naar boven