Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 15959 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 15959 | overige overheidsinformatie |
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat maakt bekend dat zij met toepassing van artikel 2.15, tweede lid, aanhef en onder b van de Omgevingswet heeft besloten om geluidproductieplafonds, gelegen langs spoorgedeelten in heel Nederland, als omgevingswaarde verlaagd vast te stellen. Het besluit is op 14 april 2026 genomen en heeft als kenmerk IenW/BSK‑2026/21044.
De geldende geluidnormen voor hoofdspoorwegen zijn als omgevingswaarde vastgelegd in geluidproductieplafonds op langs de hoofdspoorwegen gelegen virtuele geluidreferentiepunten.
De geluidproductieplafonds zijn vastgelegd in het geluidregister dat is in te zien op www.geluidgegevens.nl.
Op 25 juni 2024 heeft de minister het actieplan omgevingslawaai hoofdspoorwegen 2024–2029 vastgesteld. Het actieplan bevat de resultaten van een onderzoek naar de geluidruimte op het spoor. De geluidruimte is de ruimte tussen de hoogte van het geluidproductieplafond en de daadwerkelijke geluidproductie van het treinverkeer. Gebaseerd op deze resultaten heeft vervolgonderzoek plaatsgevonden. Uit dit onderzoek blijkt dat er genoeg geluidruimte beschikbaar is om op een groot aantal referentiepunten het geluidproductieplafond verlaagd vast te stellen. De geluidruimte is met name ontstaan door de instroom van stillere treinen.
Een belangrijke reden voor de verlaagde vaststelling is dat gemeenten, als het gaat om de bouw van geluidsgevoelige objecten langs hoofdspoorwegen, verplicht zijn uit te gaan van de geluidbrongegevens waarop de vigerende geluidproductieplafonds zijn gebaseerd.
Met het ontwerpbesluit van 21 oktober 2025 heb ik het voornemen tot een grootschalige verlaging van geluidproductieplafonds langs hoofdspoorwegen bekend gemaakt. Op het voornemen zijn zienswijzen ingebracht waarvan er enkele hebben geleid tot aanpassing van het ontwerpbesluit. In de Nota van Antwoord bij het besluit is van alle ingediende zienswijzen aangegeven of deze tot aanpassing van het ontwerpbesluit hebben geleid. Daarnaast zijn er correcties ten opzichte van het ontwerpbesluit aangebracht. De aanpassingen zijn opgenomen in het rapport “Landelijke gpp-verlaging 2026” van ProRail, met datum 26 maart 2026.
Uit het onderzoek blijkt dat 26.282 geluidproductieplafonds gelegen langs spoortrajecten door heel Nederland, kunnen worden verlaagd. Op onderstaande afbeelding zijn de spoorgedeelten waar de geluidproductieplafonds worden verlaagd in groen weergegeven. De gemiddelde verlaging bedraagt 2,9 dB. In het besluit is een overzicht opgenomen van de verlaagd vast te stellen geluidproductieplafonds.

Het besluit met bijbehorende stukken ligt vanaf de eerste werkdag na bekendmaking in de Staatscourant op 30 april 2026, zes weken ter inzage bij het Bureau Sanering Verkeerslawaai (Steinhagenseweg 2d te Woerden) gedurende werkdagen van 8.30 uur tot 17.00 uur. Mocht u van deze mogelijkheid gebruik willen maken, dan dient u vooraf telefonisch contact op te nemen met Bureau Sanering Verkeerslawaai (0348 – 487 450).
Het besluit, inclusief het bijbehorende akoestisch onderzoek, wordt ook gepubliceerd op de website van Bureau Sanering Verkeerslawaai: www.bureausaneringverkeerslawaai.nl/rijksinfrastructuur/bekendmakingen.
Via deze website is tevens een link beschikbaar naar een viewer waarmee de ligging van de verlaagd vast te stellen geluidproductieplafonds is in te zien.
Binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit in de Staatscourant kunnen belanghebbenden beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag.
Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en dient tenminste het volgende te bevatten:
a. naam, adres, woonplaats, telefoonnummer en e-mailadres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van het besluit waartegen het beroepschrift zich richt;
d. een opgave van redenen waarom men zich niet met het besluit kan verenigen;
e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep zich richt.
Voor de behandeling van een beroepschrift wordt een bedrag aan griffierecht geheven. Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroepschrift.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-15959.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.