Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 april 2026, 4241743-1089999-WJZ, houdende wijziging van de Tabaks- en rookwarenregeling in verband met de nadere uitwerking van de registratieplicht voor verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten [KetenID WGK027370]

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 6, tweede lid, van de Tabaks- en rookwarenwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Tabaks- en rookwarenregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.1, eerste lid, wordt in de alfabetische volgorde een begripsbepaling ingevoegd, luidende:

handelsregister:

register als bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

B

Na artikel 4.8 wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:

§ 5. Registratieplicht

Artikel 5.1
  • 1. De registratie, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de wet vindt plaats via een elektronisch formulier op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

  • 2. De registratie is geldig gedurende een jaar en kan telkens voor de duur van een jaar worden verlengd.

  • 3. Bij de registratie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:

    • a. naam of handelsnaam van de detaillist;

    • b. het permanente adres van de bedrijfsruimte waarin de detaillist gevestigd is;

    • c. correspondentieadres, indien dat afwijkt van het onder b vermelde adres;

    • d. e-mailadres en telefoonnummer van de detaillist;

    • e. het nummer waaronder de detaillist in het handelsregister is ingeschreven alsmede het bijbehorende vestigingsnummer;

    • f. gegevens over het winkeltype, het assortiment en de bedrijfsvoering van de detaillist;

    • g. de datum waarop is aangevangen met de verkoop van tabaksproducten of aanverwante producten;

    • h. naam van een eigenaar; en

    • i. e-mailadres en telefoonnummer van een eigenaar, indien deze afwijken van de onder d vermelde gegevens.

  • 4. Voor de toepassing van het derde lid, onder h en i, wordt met eigenaar bedoeld een in het handelsregister als eigenaar, vennoot, bestuurder of gevolmachtigde ingeschreven natuurlijke persoon.

C

Artikel 6.10 vervalt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel A, van de Wet van 23 april 2025 tot wijziging van de Tabaks- en rookwarenwet in verband met de invoering van een registratieplicht voor verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten (Stb. 2025, 118) in werking treedt.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans

TOELICHTING

I Algemeen deel

1. Inleiding

Één van de doelen van het Nationaal Preventieakkoord (hierna: Preventieakkoord) is dat in 2040 een rookvrije generatie wordt gerealiseerd.1 Ook in de recent gelanceerde Samenhangede preventiestrategie wordt vastgehouden aan deze ambitie: een gezonde generatie in 2040, waaronder een rookvrije generatie.2 Om deze doelstelling te bereiken is bekeken welke effectieve maatregelen nodig zijn om ervoor te zorgen dat in 2040 geen jongere meer rookt en nog maximaal 5% van de volwassenen. Onderdeel van het samenhangende pakket van maatregelen dat volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (hierna: RIVM) nodig is om de rookvrije generatie in 2040 te behalen, is het verminderen van de verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten. Nederlanders komen meerdere keren per week op locaties waar tabaksproducten en aanverwante producten worden verkocht. Met het oog op het voorkomen dat jongeren gaan roken en om kinderen en ex-rokers te beschermen is ervoor gekozen de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten te beperken tot verkoopkanalen waar doorgaans geen kinderen, jongeren en ex-rokers komen.3 Recent is een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer aanhangig gemaakt waarbij wordt voorgesteld de Tabaks- en rookwarenwet te wijzigen teneinde een verkoopverbod voor tabaksproducten en aanverwante producten in te voeren voor andere verkooppunten dan speciaalzaken.4 Op termijn zullen deze producten daarom alleen nog worden verkocht bij speciaalzaken waar alleen de volwassen roker komt en die zich vrijwel exclusief richten op de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten.

Om deze stappen zorgvuldig vorm te geven, is in 2021 door SEO verder onderzoek gedaan, met aandacht voor onder andere de economische impact van de maatregelen en regionale spreiding van verkooppunten. Het SEO-onderzoek schatte het aantal verkooppunten van tabaksproducten in 2020 op bijna 16.000.5 Het aantal verkooppunten is per januari 2022 met 5.600 afgenomen, als gevolg van een wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit waarbij sigarettenautomaten werden verboden.6 Vervolgens is een verbod op de online verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten ingesteld.7 Als volgende stap is in 2024 een verbod op de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen in werking getreden.8 De inschatting is dat met dit laatstgenoemde verbod het aantal verkooppunten zou dalen van 10.000 tot 4.400 in 2024 (2.000 tankstations, 1.600 bestaande en 800 nieuwe tabaks- en gemakszaken).9 In bovengenoemd wetsvoorstel is het voorstel opgenomen om de vermindering van het aantal verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten gefaseerd te laten plaatsvinden via onderstaande stappen10:

2027: Verkoop van elektronische dampwaar uitsluitend in tabaksspeciaalzaken;

2030: Verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten (met uitzondering van elektronische dampwaar) uitsluitend in gemakszaken en tabaksspeciaalzaken;

2032: Verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten uitsluitend in tabaksspeciaalzaken.

Deze regeling ziet op het volgende. Op grond van artikel 6 van de Tabaks- en rookwarenwet (hierna: de wet) wordt het voor verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten verplicht zich te registreren.11 Deze registratieplicht is op zichzelf niet gericht op het verminderen van de verkooppunten. De registratieplicht beoogt de verwachte verschuiving van het aanbod van tabaksproducten en aanverwante producten naar andere winkels (naar aanleiding van eerder vermelde maatregelen die dat wel beogen, zoals het verbod op de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in onder meer supermarkten) in beeld te krijgen en daarnaast de handhaving te faciliteren. In artikel 6 van de wet is tevens geregeld dat bij ministeriële regeling regels worden gesteld met betrekking tot de wijze van registreren en de geldigheid van de registratie en de gegevens, waaronder mede begrepen persoonsgegevens, en bescheiden die daarbij worden verstrekt. Met deze regeling wordt hieraan uitvoering gegeven door een wijziging van de Tabaks- en rookwarenregeling.

2. De wijziging op hoofdlijnen

2.1 Wijze van registreren

De registratie zal plaatsvinden in een door de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (hierna: NVWA) ontworpen en beheerd digitaal portaal waarin detaillisten12 met eHerkenning kunnen inloggen. Er is geen andere wijze waarop een verkooppunt geregistreerd kan worden.

2.2 Gegevens

Voor het functioneren van de registratieplicht zijn gegevens van het verkooppunt en gegevens van de eigenaar benodigd.

2.2.1 Gegevens bedrijf

Voor een geldige registratie dienen detaillisten naam en adres (straatnaam, huisnummer, postcode en vestigingsplaats) op te geven. Daarnaast zullen ook contactgegevens in de vorm van een emailadres en een telefoonnummer van de detaillist benodigd zijn. Verder zullen ook het nummer waarmee de detaillist in het handelsregister is geregistreerd en het vestigingsnummer worden vastgelegd. Deze gegevens ondersteunen de NVWA bij de handhaving van de wet- en regelgeving. Voorts zullen verschillende gegevens over het type winkel, de bedrijfsvoering en het assortiment geregistreerd worden, zoals of de te registreren detaillist tot een keten behoort, tot welk winkeltype het verkooppunt hoort (bijvoorbeeld tankstation, speciaalzaak, gemakszaak, etc.) en vanaf welke datum is aangevangen met de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten. Deze laatste gegevens helpen bij het monitoren van verkooppunten. Deze bedrijfsgegevens die bij de registratie verstrekt worden, worden na verloop of beëindiging van registratie nog 10 jaar door de NVWA bewaard zodat de ontwikkeling van (aantallen en soorten) verkooppunten ook retrospectief onderzocht kan worden.

2.2.2 Gegevens eigenaar

Een geldige registratie vereist de naam, het e-mailadres en het telefoonnummer van een eigenaar van het verkooppunt. Indien meerdere personen kwalificeren als eigenaar, volstaan de gegevens van één van hen. Het moet gaan om de gegevens van een natuurlijke persoon die in het handelsregister als eigenaar, vennoot, bestuurder of gevolmachtigde van het verkooppunt is ingeschreven. Deze gegevens zijn noodzakelijk omdat de NVWA, mede naar aanleiding van een uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven13, de eigenaar van het verkooppunt na een (anonieme) inspectie, bijvoorbeeld op de naleving van de leeftijdsgrens, binnen 24 uur op de hoogte stelt van de uitgevoerde inspectie en geconstateerde overtreding(en). Het verzamelen van deze (persoons)gegevens is in lijn met het doel van de registratieplicht om handhaving van de wet- en regelgeving te faciliteren. In artikel 6, derde lid, van de wet is voorzien in een grondslag voor de verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van het toezicht en de handhaving van de bij of krachtens de wet (voor de duidelijkheid: de Tabaks- en rookwarenwet) gestelde voorschriften. De persoonsgegevens die in het kader van de registratieplicht verwerkt worden beperken zich tot de naam en contactgegevens van de eigenaar van het verkooppunt. Zoals hierboven toegelicht zijn deze gegevens noodzakelijk voor de effectieve uitoefening van toezicht en handhaving van de wet door de NVWA. De op grond van de registratieplicht verstrekte persoonsgegevens worden, conform de wettelijke grondslag14, uitsluitend gebruikt voor toezicht en handhaving en niet ook voor monitoring. Algemene bedrijfsgegevens kunnen wel ook voor dat tweede doel gebruikt worden. Anders dan de verstrekte bedrijfsgegevens, worden de verstrekte persoonsgegevens gedurende twee jaar na verloop of beëindiging van registratie door de NVWA bewaard. Uitgangspunt is dat persoonsgegevens zo snel mogelijk verwijderd worden. De NVWA kan de verstrekte persoonsgegevens gedurende deze bewaartermijn nog nodig hebben voor lopende toezichts- en handhavingstrajecten, waaronder de behandeling van ingestelde bezwaren en beroepen.

3. Gevolgen voor uitvoering en handhaving

De NVWA stelt dat de betreffende regeling handhaafbaar en uitvoerbaar is. Toezicht op deze regeling leidt tot het verzoek om meer capaciteit van 1,2 fte. De kosten van deze 1,2 fte bedragen € 220.000 per jaar. Op verzoek van de NVWA zijn in hoofdstuk 2.2.1 van deze toelichting kleine technische wijzigingen aangebracht.

Bij de prioriteringsrondes zal de benodigde capaciteit voor de NVWA worden meegenomen.

4. Toets Autoriteit Persoonsgegevens

Vanwege de verwerking van persoonsgegevens die met onderhavig regeling gemoeid is, is een concept van deze regeling op grond van artikel 36, vierde lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming voor advies voorgelegd aan de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: AP).

In haar advies stelt het AP dat in de toelichting niet duidelijk is gemaakt hoe lang de gegevens van de jaarlijkse registratie bewaard worden. Het AP merkt op dat in lijn met het beginsel van de opslagbeperking het doorgaans nodig is om een bewaartermijn vast te stellen voor gegevens die verwerkt worden en dat zo wordt voorkomen dat gegevens langer bewaard worden dan nodig voor het doel van de verwerking. Naar aanleiding van dit advies is in deze toelichting (in paragraaf 2.2.2) gespecificeerd dat de bij de registratie aangeleverde persoonsgegevens gedurende twee jaar bewaard zullen worden.

Daarnaast merkt de AP in haar advies op dat de delegatiegrondslag in artikel 6, tweede lid, van de wet is aangepast ten opzichte van het concept van het betreffende wetsvoorstel dat aan de AP ter advies is voorgelegd. Oorspronkelijk was opgenomen dat de voor de registratie te verstrekken gegevens ‘bij of krachtens algemene maatregel van bestuur’ zouden worden vastgesteld. Artikel 6, tweede lid, van de wet bepaalt thans dat deze gegevens ‘bij ministeriële regeling’ worden vastgesteld. De AP wijst erop dat delegatie naar het niveau van een ministeriële regeling moet worden beperkt tot ‘voorschriften van administratieve aard, uitwerking van de details van een regeling, voorschriften die dikwijls wijziging behoeven en voorschriften waarvan te voorzien is dat zij mogelijk met grote spoed moeten worden vastgesteld’. De AP merkt in algemene zin op dat een nadere invulling van welke persoonsgegevens rechtmatig verwerkt kunnen worden in beginsel niet aan dit criterium voldoet. Het grote belang van een zorgvuldige invulling van de regels omtrent de verwerking van persoonsgegevens wordt onderschreven. Uit het destijds aan de AP voorgelegde concept van de memorie van toelichting was reeds op te maken dat het voornemen was de uit te vragen gegevens bij ministeriële regeling uit te werken. Mede gezien de aard van de (persoons)gegevens die bij de registratie uitgevraagd worden, het feit dat reeds op wetsniveau is vastgelegd dat onder de verstrekken gegevens ook persoonsgegevens vallen en uit de wet nadrukkelijk volgt voor welke doeleinden deze gegevens mogen worden verwerkt, wordt de vastlegging bij ministeriële regeling passend geacht en niet strijdig met de uitgangspunten die zijn vastgelegd in de Aanwijzingen voor de regelgeving over delegatie naar het niveau van een ministeriele regeling. Het betreft immers in overwegende mate de uitwerking van voorschriften van administratieve aard dan wel uitwerking van de details van de registratieplicht.

5. Gevolgen voor regeldruk

Deze regeling heeft geen regeldrukgevolgen voor burgers. Ook niet voor importeurs en producenten van tabaksproducten en aanverwante producten. Wel heeft het gevolgen voor detaillisten die tabaksproducten en aanverwante producten verkopen. De regeldrukkosten zullen bestaan uit kennisnemingskosten en overige regeldrukkosten. Deze kosten zijn nader toegelicht bij de wijziging van de wet15 waarbij de registratieplicht is ingevoerd. Hier wordt volstaan met een verwijzing naar die toelichting. Het uitgangspunt bij deze regeling is om administratieve lasten tot een minimum te beperken. Deze wijze van invoering wordt werkbaar en proportioneel geacht. Een zo beperkt mogelijke hoeveelheid gegevens wordt opgevraagd bij detaillisten waarbij zoveel mogelijk gegevens automatisch worden opgehaald of kunnen worden ingevuld, bijvoorbeeld aan de hand van gegevens van de Kamer van Koophandel of de Belastingdienst.

Het wetsvoorstel waarmee de registratieplicht in artikel 6 van de wet is vastgelegd met daarin bovengenoemde berekening is door het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) geselecteerd voor een formeel advies. De ATR heeft op dat ontwerp geadviseerd het voorstel niet in te dienen.16 De ATR voert ter onderbouwing van dit advies aan dat nut en noodzaak van de voorgestelde registratieplicht onvoldoende blijken uit de memorie van toelichting en in de memorie van toelichting duidelijker moet worden aangeven waarom en op welke wijze een registratieplicht de handhaving en monitoring ten goede komen. Op deze punten is paragraaf 3.3 van de memorie van toelichting naar aanleiding van het advies van de ATR aangevuld. De ATR heeft daarnaast opgemerkt dat voor de monitorfunctie een bestaand alternatief gebruikt kan worden, namelijk registraties van onder meer Locatus en het CBS. In de memorie van toelichting is aangevuld waarom niet voor gebruik van deze registraties is gekozen en waarom een aanvullende registratie noodzakelijk wordt geacht.

Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft onderhavige regeling niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen nieuwe nog niet verantwoorde gevolgen voor de regeldruk heeft.

6. Internetconsultatie

Via www.internetconsultatie.nl/registratieplichttabaksverkooppunten/ is van 21 juli 2025 tot en met 30 augustus 2025 aan eenieder de mogelijkheid geboden te reageren op het ontwerp van onderhavige regeling en de bijbehorende toelichting.

Er zijn in totaal 6 reacties ontvangen van organisaties, bedrijven en particulieren die allemaal openbaar zijn. Twee reacties zijn afkomstig van particulieren. Onder de bedrijven en organisaties bevinden zich twee verkooppunten die belang hebben bij de verkoop van tabaksproducten, een organisatie die zich inzet voor tabaksontmoediging en gezondheid en een brancheorganisatie voor tabaks- en gemaksdetailhandel. Bij de weging van de inhoudelijke argumenten die worden aangedragen, wordt rekening gehouden met artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging. Uit dit artikel volgt dat verdragspartijen maatregelen moeten nemen om het tabaksontmoedigingsbeleid te beschermen tegen commerciële belangen van de tabaksindustrie. Reacties, vragen en opmerkingen van (vertegenwoordigers van) de tabaksindustrie die betrekking hebben op beleidskeuzes zullen daarom niet worden behandeld. Het verslag van de internetconsulatie zoals in deze paragraaf beschreven, zal tevens worden gepubliceerd op www.internetconsultatie.nl.

Hieronder wordt kort ingegaan op de uitgebrachte reacties en wordt aangegeven wanneer de reactie heeft geleid tot aanpassing van de wijzigingsregeling of de toelichting.

De twee vertegenwoordigers van de verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten delen hun gedachten over het beleid dat het aantal verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten dient te verminderen. De voorliggende regeling heeft echter geen directe betrekking op het verminderen van verkooppunten, maar is een nadere invulling van een verwante maatregel. Een registratieplicht zal de ontwikkelingen in het aantal en type winkel dat tabaksproducten verkoopt monitoren. Op die manier kan indien nodig het verkooppuntenbeleid worden aangescherpt.

Een particulier benoemt het bestaan van een aantrekkelijk uitziend verkooppunt van tabaksproducten en aanverwante producten vlak over de Duits-Nederlandse grens en vraagt zich af wat het effect is van deze regeling zonder internationale afspraken. Ervan uitgaande dat hiermee wordt gedoeld op een dalende rookprevalentie, dient te worden vastgesteld dat onderhavige regeling niet tot doel heeft om bij te dragen aan een daling van de rookprevalentie. Deze regeling heeft louter tot doel nadere invulling te geven aan welke gegevens met een registratieplicht verzameld mogen worden.

Een andere particulier stelt dat registratie bij de Kamer van Koophandel afdoende is, wat tot minder formulieren en bijbehorende fouten zou leiden. In de memorie van toelichting bij de wet waarmee de registratieplicht is ingevoerd, is voldoende helder gemaakt waarom bestaande registraties niet voldoen.17

De brancheorganisatie voor ondernemers met een tabak- of gemakswinkel meent dat het onduidelijk is of een ondernemer met meerdere filialen zich moet registreren als één verkooppunt of als meerdere verkooppunten. Uit de wijzigingsregeling en deze toelichting blijkt echter voldoende duidelijk dat het gaat om een registratie per verkooppunt. Voorts spreekt deze brancheorganisatie wat betreft de bepaling dat de detaillist het winkeltype moet aangeven haar voorkeur uit voor het aanbieden van een beperkte lijst van winkeltypen waaruit de detaillist er één dient te kiezen. De NVWA heeft aangegeven dat in het uiteindelijke registratieformulier zo’n lijst opgenomen zal zijn. Een vergelijkbaar verzoek heeft de brancheorganisatie wanneer het om het aangeven van het assortiment gaat. De brancheorganisatie spreekt haar voorkeur uit voor het door detaillisten laten registreren van assortimentsgroepen in plaats van specifieke artikelen. De NVWA heeft bevestigd dat om een beperkt aantal assortimentsgroepen gevraagd zal worden. De brancheorganisatie vraagt tevens of ook andere diensten, zoals stomerijservice of pasfotovoorzieningen, geregistreerd dienen te worden in het systeem. De NVWA bevestigt dat naast de uitvraag van tabaksproducten en aanverwante producten tevens wordt gevraagd naar overige producten en diensten. Ook deze uitvraag zal in te selecteren categorieën zijn opgedeeld. De brancheorganisatie noemt het eveneens van belang dat ondernemers die niet langer tabaksproducten en aanverwante producten verkopen tijdig uit het register worden verwijderd. Omdat er elk jaar een verplichting tot opnieuw registreren bestaat zullen deze detaillisten op termijn vanzelf verdwijnen. Daarna is het voor detaillisten mogelijk zich uit te schrijven bij het register.

De organisatie die zich inzet voor tabaksontmoediging en gezondheid spreekt haar steun uit voor het beleid dat de vermindering van verkooppunten bewerkstelligt en stelt dat de registratieplicht de handhaving vergemakkelijkt en de regering helpt met het monitoren van aantal en soort tabaksverkooppunten. Voorts stelt zij dat een vergunningplicht moet worden ingesteld zodat restricties kunnen worden opgelegd wat betreft het aantal en de locaties van verkooppunten. In de memorie van toelichting bij de met deze regeling samenhangende wet en in de toelichting van het besluit waarbij het verbod voor supermarkten om tabaksproducten en aanverwante producten te verkopen is ingevoerd18 is voldoende duidelijk gemaakt waarom niet voor een vergunningplicht is gekozen. Tot slot stelt de organisatie dat niet alleen per provincie en gemeente het aantal en type verkooppunten moet worden gemonitord, maar dat dit ook op wijkniveau moet kunnen gebeuren. De huidige opzet van de registratieplicht en de gegevens die worden verzameld voorzien in een dergelijke monitoring.

7. Overgangsrecht en inwerkingtreding

Artikel II van de wet waarmee de registratieplicht in artikel 6 van de wet is vastgelegd voorziet in overgangsrecht.19 Om te voorkomen dat bestaande verkooppunten van tabaksproducten of aanverwante producten bij inwerkingtreding van de registratieplicht meteen in overtreding zijn, krijgen zij tot zes maanden na inwerkingtreding de gelegenheid om de registratie (voor de eerste keer) te voltooien. Verkooppunten die na inwerkingtreding starten met de verkoop van tabaksproducten of aanverwante producten dienen zich wel meteen voorafgaand aan de start van de verkoop te registreren. Deze regeling treedt tegelijkertijd met artikel 6 van de wet in werking. Het overgangsrecht is van overeenkomstige toepassing.

II Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A

Er wordt een definitie van handelsregister opgenomen onder verwijzing naar de Handelsregisterwet 2007. Bedoeld wordt het door de Kamer van Koophandel beheerde register.

Artikel I, onderdeel B

Op grond artikel 6 van de wet gaat een registratieplicht gelden voor verkooppunten van tabaksproducten en aanverwante producten. In de wet worden deze verkooppunten aangeduid met de term ‘detaillist’. Met het nieuwe artikel 5.1 in de Tabaks- en rookwarenregeling (hierna: regeling) wordt uitvoering gegeven aan artikel 6, tweede lid, van de wet. Bepaald wordt dat de registratie gedaan moet worden via een online formulier op de website van de NVWA, welke gegevens bij de registratie verstrekt moeten worden en dat de registratie steeds één jaar geldig is en elk jaar voor de duur van één jaar verlengd kan worden.

Artikel I, onderdeel C

Artikel 6.10 van de regeling regelde de wijze van registratie van uitgezonderde speciaalzaken. Nu deze registratie samengevoegd wordt met de verplichte registratie van alle detaillisten op grond van artikel 6 van de wet, kan artikel 6.10 van de regeling vervallen.

Artikel II

Deze wijzigingsregeling zal gelijktijdig met de wijziging van de wet waarmee de registratieplicht geïntroduceerd wordt in werking treden.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, S.Th.M. Hermans


X Noot
1

Bijlage 863921 bij Kamerstukken II, 2018/19, 32 793, nr. 339, p. 3.

X Noot
2

Bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 846.

X Noot
3

Kamerstukken II 2020/21, 32 011 en 32 793, nr. 79.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 36 916, nr. 2.

X Noot
5

SEO Economisch onderzoek (2020), Beperken van het aantal verkooppunten tabak, p I.

X Noot
6

Stb. 2019, 308. Met uitzondering van de tabaksautomaten in speciaalzaken als bedoeld in artikel 5.9 van het Tabaks- en rookwarenbesluit, die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 5.3, tweede lid, van het Tabaks- en rookwarenbesluit.

X Noot
7

Met ingang van 1 juli 2023 voor tabaksproducten en elektronische sigaretten en navulverpakkingen (Stb. 2023, 141) en met ingang van 1 januari 2024 voor andere aanverwante producten dan elektronische sigaretten en navulverpakkingen (Stb. 2023, 416).

X Noot
8

Stb. 2024, 89.

X Noot
9

SEO Economisch onderzoek (2021), Beperken tabaksverkoop tot tabaksspeciaalzaken, p II.

X Noot
10

Kamerstukken II 2025/26, 36 916, nr. 3.

X Noot
11

Stb. 2025, 118.

X Noot
12

Volgens de wettelijke definitie betekent ‘detaillist’ verkooppunt van tabaksproducten en aanverwante producten. Ten behoeve van de leesbaarheid wordt in deze toelichting de term ‘detaillist’ gebruikt wanneer een natuurlijk persoon bedoeld wordt die het verkooppunt uitbaat.

X Noot
13

CBB 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:42.

X Noot
14

Artikel 6, derde lid, van de wet.

X Noot
15

Kamerstukken II 2023/24, 36 541, nr. 3, p. 14.

X Noot
17

Kamerstukken II 2023/24, 36 541, nr. 3, par. 3.3.2 en 3.5.

X Noot
18

Besluit van 10 april 2024, houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit in verband met het verbieden van de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen, Stb. 2024, 89.

X Noot
19

Stb. 2025, 118.


X Noot
1

Bijlage 863921 bij Kamerstukken II, 2018/19, 32 793, nr. 339, p. 3.

X Noot
2

Bijlage bij Kamerstukken II 2024/25, 32 793, nr. 846.

X Noot
3

Kamerstukken II 2020/21, 32 011 en 32 793, nr. 79.

X Noot
4

Kamerstukken II 2025/26, 36 916, nr. 2.

X Noot
5

SEO Economisch onderzoek (2020), Beperken van het aantal verkooppunten tabak, p I.

X Noot
6

Stb. 2019, 308. Met uitzondering van de tabaksautomaten in speciaalzaken als bedoeld in artikel 5.9 van het Tabaks- en rookwarenbesluit, die voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 5.3, tweede lid, van het Tabaks- en rookwarenbesluit.

X Noot
7

Met ingang van 1 juli 2023 voor tabaksproducten en elektronische sigaretten en navulverpakkingen (Stb. 2023, 141) en met ingang van 1 januari 2024 voor andere aanverwante producten dan elektronische sigaretten en navulverpakkingen (Stb. 2023, 416).

X Noot
8

Stb. 2024, 89.

X Noot
9

SEO Economisch onderzoek (2021), Beperken tabaksverkoop tot tabaksspeciaalzaken, p II.

X Noot
10

Kamerstukken II 2025/26, 36 916, nr. 3.

X Noot
11

Stb. 2025, 118.

X Noot
12

Volgens de wettelijke definitie betekent ‘detaillist’ verkooppunt van tabaksproducten en aanverwante producten. Ten behoeve van de leesbaarheid wordt in deze toelichting de term ‘detaillist’ gebruikt wanneer een natuurlijk persoon bedoeld wordt die het verkooppunt uitbaat.

X Noot
13

CBB 25 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:42.

X Noot
14

Artikel 6, derde lid, van de wet.

X Noot
15

Kamerstukken II 2023/24, 36 541, nr. 3, p. 14.

X Noot
17

Kamerstukken II 2023/24, 36 541, nr. 3, par. 3.3.2 en 3.5.

X Noot
18

Besluit van 10 april 2024, houdende wijziging van het Tabaks- en rookwarenbesluit in verband met het verbieden van de verkoop van tabaksproducten en aanverwante producten in supermarkten en horeca-inrichtingen, Stb. 2024, 89.

X Noot
19

Stb. 2025, 118.

Naar boven