Regeling van de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 22 april 2026, nr. WJZ/96748720, houdende wijziging van de Regeling wijn en olijfolie

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 van de Commissie van 29 juli 2022 tot vaststelling van voorschriften inzake de handelsnormcontroles voor olijfolie en inzake de analysemethoden voor de kenmerken van olijfolie (PbEU 2022, L284) en artikel 19, eerste lid, van de Landbouwwet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling wijn en olijfolie wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

1. De begripsbepaling van minister komt te luiden:

minister:

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

2. Na de begripsbepaling van uitvoeringsverordening (EU) 2019/935 wordt de volgende begripsbepaling ingevoegd:

uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105:

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 van de Commissie van 29 juli 2022 tot vaststelling van voorschriften inzake de handelsnormcontroles voor olijfolie en inzake de analysemethoden voor de kenmerken van olijfolie (PbEU 2022, L284);.

B

In artikel 15, tweede lid, wordt ‘het druivenras, oogstjaar en “Nederland”.’ vervangen door ‘de druivenrassen, het oogstjaar en de aanduiding “Nederland”.’.

C

Artikel 19c wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, wordt ‘drie jaar’ vervangen door ‘vijf jaar’.

2. In het vijfde lid wordt ‘een erkend laboratorium’ vervangen door ‘een aangewezen laboratorium als bedoeld in artikel 146 van de basisverordening’.

3. Het zevende lid komt te luiden:

  • 7. De rapportages, bedoeld in het vierde lid, en het verzoek om toestemming, bedoeld in het vijfde lid, worden ingediend met een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel.

D

Artikel 20 komt te luiden:

Artikel 20

Het laboratorium Meron BCL is het bevoegde laboratorium, bedoeld in artikel 146 van de basisverordening.

E

Na artikel 20 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 20a

  • 1. De minister verleent op aanvraag een erkenning als bedoeld in artikel 10 van uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 aan een proefpanel voor organoleptische keuring van olijfolie indien wordt voldaan aan de volgende eisen:

    • a. er wordt voldaan aan de eisen van de in bijlage I, punt 5, van uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 genoemde methode voor de bepaling van de organoleptische kenmerken van olijfolie van de eerste persing;

    • b. de voorzitter van het panel heeft een daartoe erkende opleiding; en

    • c. het proefpanel beschikt over een accreditatie voor NEN-EN-ISO/IEC 17025.

  • 2. De minister kan op aanvraag aan een proefpanel voor organoleptische keuring van olijfolie een voorlopige erkenning voor twee jaar verlenen indien het proefpanel een aanvraag voor accreditatie voor NEN-EN-ISO/IEC 17025 bij de Raad voor Accreditatie heeft ingediend en met het accreditatieproces is gestart.

  • 3. Het verzoek om een erkenning of een voorlopige erkenning omvat:

    • a. een volledig ingevuld door de minister ter beschikking gesteld middel; en

    • b. een beschrijving en bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste lid of het eerste lid, onderdelen a en b, en het tweede lid wordt voldaan.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 22 april 2026

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens

TOELICHTING

1. Inleiding

Met deze regeling wordt een aantal wijzigingen doorgevoerd in de Regeling wijn en olijfolie (hierna: de Regeling). De wijzigingen betreffen onder meer de actualisatie van de bepalingen betreffende cépagewijnen, oenologische experimenten en wijnlaboratoria. Daarnaast wordt op basis van EU-regelgeving een nieuw artikel ingevoegd over proefpanels voor olijfolie.

2. Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A (artikel 1)

De begripsbepaling van minister wordt geactualiseerd.

Daarnaast wordt Uitvoeringsverordening (EU) 2022/21051 als begripsbepaling opgenomen, aangezien hiernaar wordt verwezen in het nieuwe artikel 20a met betrekking tot proefpanels voor olijfolie.

Onderdeel B (artikel 15, tweede lid)

De wijziging in dit artikel is van technische aard. Cépagewijn is een wijn die voor het grootste deel (minimaal 85%) uit één druivenras is gemaakt maar ook kan bestaan uit meerdere druivenrassen. Daarom moet het voorschrift voor het etiket ook in meervoud worden genoemd.

Onderdeel C (artikel 19c)

Dit artikel geeft voorschriften voor een oenologisch experiment.

In 2019 is Verordening 2019/9342 in werking getreden, waarbij in artikel 4 een termijn van vijf jaar voor het verlenen van toestemming voor het uitvoeren van een oenologisch experiment is opgenomen. Dat was daarvoor in Verordening (EG) nr. 606/20093 een termijn van drie jaar. Met het doorvoeren van meerdere aanpassingen van dit artikel is besloten om de nationale termijn te laten overeenstemmen met de Europese termijn in plaats van een kortere termijn te blijven hanteren. Dit is opgenomen in de wijziging van het eerste lid.

De wijziging in het vijfde lid is een technische wijziging die de tekst van dit lid beter laat aansluiten bij en verwijst naar artikel 146 van de basisverordening4.

Tenslotte wordt er een nieuw lid toegevoegd waarmee voor de onderneming die het experiment uitvoert in te vullen formats worden voorgeschreven. Hiermee kunnen de rapportages en verzoeken, bedoeld in de leden 4, 5 en 7 worden ingediend. Dit beperkt de administratieve lasten van zowel de ondernemers als de betrokken uitvoerende diensten.

Onderdeel D (artikel 20)

Ingevolge artikel 146 van de basisverordening wijzen de lidstaten de laboratoria aan die officiële analysen in de wijnsector mogen uitvoeren. Vervolgens delen de lidstaten de Commissie de naam en het adres van de laboratoria mee. De Commissie maakt deze inlichtingen openbaar en actualiseert deze regelmatig.

Dit artikel is geactualiseerd, de aanwijzing van het NVWA Laboratorium voeder- en voedselveiligheid (Wageningen Food Safety Research (WFSR)) is vervallen, waardoor nu enkel nog het laboratorium Meron BCL is aangewezen.

Onderdeel E (artikel 20a)

Artikel 10 van Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 schrijft voor dat lidstaten proefpanels kunnen erkennen die in het kader van de normcontroles de organoleptische kenmerken van olijfoliën van de eerste persing beoordelen. Daarnaast schrijft het de erkenningsvoorwaarden voor. De erkenningsvoorwaarden zijn in artikel 20a opgenomen en schrijven de toe te passen methode voor de bepaling van de organoleptische kenmerken van olijfolie van de eerste persing voor, alsmede een te overleggen jaarlijkse positieve beoordeling van het proefpanel. Aansluitend bij de vereisten die de Internationale Olijfraad stelt, wordt hierbij vereist dat het proefpanel is geaccrediteerd. Voor panels die gestart zijn met het accreditatieproces, is het mogelijk een voorlopige erkenning van maximaal twee jaar aan te vragen.

In Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 is verder een bepaling opgenomen die vereist dat de voorzitter van het panel een daartoe door de lidstaat erkende opleiding krijgt. Nederland heeft geen opleidingen op het gebied van de organoleptische keuring van olijfolie erkend. Als een proefpanel verzoekt om erkenning zal de Minister erop toezien dat de voorzitter van het panel over relevante (internationale) opleiding en ervaring beschikt.

Artikel II

De regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Dit is in afwijking van het kabinetsbeleid inzake vaste verandermomenten (Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309). Aangezien de meeste wijzigingen voortvloeien uit de Europese regelgeving is dit te rechtvaardigen.

3. Regeldrukeffecten

  • B: De aanpassing in artikel 15 betreffende de certificering van cépagewijn betreft een technische wijziging, dit brengt geen regeldrukeffecten met zich mee.

  • C: Het invoeren van aanvullende formulieren voor ondernemers die een oenologisch experiment uitvoeren brengt geen aanvullende administratieve lasten met zich mee. Doel is om de rapportages en verzoeken voor ondernemers te vergemakkelijken en daarmee de administratieve lasten voor ondernemers te beperken.

    In de afgelopen acht jaar hebben enkele bedrijven een oenologisch experiment uitgevoerd. Op basis hiervan is de verwachting dat het in de toekomst zal gaan om maximaal 1 aanvraag per jaar.

    Bij de regelingswijziging in 2018 is ingeschat dat het opstellen en indienen van de jaarlijkse rapportage (artikel 19c lid 4) naar schatting 40 uur per rapport vergt. Het opstellen van de eindrapportage kost naar schatting 20 uur. Uitgaande van een uurtarief van 47 euro brengen de rapportageverplichtingen naar schatting op jaarbasis circa 2.100–2.200 euro aan administratieve lasten met zich mee, afhankelijk van de looptijd van het experiment.

    Het indienen van een verzoek tot toestemming voor het in de handel brengen van de in het experiment geproduceerde wijn (artikel 19c lid 5) vergt naar schatting circa 2 uur per verzoek. Uitgaande van een uurtarief van 47 euro gaat het hier om kosten van circa 94 euro per verzoek. Inschatting is dat dit maximaal eenmaal per jaar per experiment van toepassing zal zijn.

    Daarnaast brengen deze wijzigingen eenmalig kennisnamekosten met zich mee. Dit betreft naar schatting 12 euro uitgaande van een tijdsbesteding van 0,25 uur.

    De overige wijzigingen van artikel 19c betreffen wijzigingen die geen regeldrukeffecten met zich meebrengen.

  • D: De aanpassing aan artikel 20 brengt geen regeldrukeffecten met zich mee.

  • E: Om een verzoek tot erkenning van een proefpanel voor olijfolie te kunnen indienen, zijn er kosten die gemaakt moeten worden voor opleiding en accreditatie.

    Voor wat betreft opleidingskosten wordt uitgegaan van een schatting van de direct toerekenbare eenmalige scholingskosten voor proefpanels voor olijfolie van circa 1.880 euro. Daarnaast gaat het om jaarlijkse scholingskosten van circa 1.128 euro.

    De kosten voor accreditatie bestaan uit eenmalige kosten en jaarlijkse kosten. De eenmalige kosten voor accreditatie bedragen circa 25.000–30.000 euro, gemiddeld betreft dit 27.500 euro.

    Daarnaast bedragen de jaarlijkse kosten circa 4.955 euro of circa 2.750 euro voor kleine organisaties (met niet meer dan 3 personen betrokken bij de geaccrediteerde activiteiten). Jaarlijkse beoordelingskosten bedragen circa 6.500 euro. In elk vierde jaar wordt een herbeoordeling uitgevoerd waardoor de beoordelingskosten in dat jaar circa 9.000 euro bedragen. Gemiddelde jaarlijkse beoordelingskosten bedragen daarmee 7.125 euro. Als er afwijkingen worden vastgesteld tijdens de beoordeling worden meerkosten in rekening gebracht. Deze inschattingen zijn gebaseerd op het Tarievenbesluit 2026 van de Raad voor Accreditatie en een inschatting die de Raad desgevraagd heeft afgegeven.

    De inschatting is dat het indienen van een verzoek om erkenning van een proefpanel voor olijfolie circa 2 uur vergt voor een aanvrager. Uitgaande van een uurtarief van 47 euro bedragen de kosten hiervoor 94 euro per aanvraag. Daarnaast brengen deze wijzigingen eenmalig kennisnamekosten met zich mee. Dit betreft naar schatting 12 euro uitgaande van een tijdsbesteding van 0,25 uur.

Naar schatting zijn er 1–2 organisaties die hiervoor in aanmerking kunnen komen. Per organisatie bedragen de kosten:

 

Eenmalige kosten

Jaarlijkse kosten

Kennisname

€ 12

Scholing

€ 1.880

€ 1.128

Accreditatie

€ 27.500

€ 12.0801

Verzoek om erkenning

€ 94

Totaal

€ 29.486

€ 13.208

X Noot
1

voor kleine organisaties zullen de kosten iets lager uitvallen

ATR heeft de regeldrukgevolgen aan de hand van het toetsingskader positief beoordeeld. Het eindoordeel ten aanzien van dit voorstel luidt: indienen / vaststellen.

De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, S.P.A. Erkens


X Noot
1

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 van de Commissie van 29 juli 2022 tot vaststelling van voorschriften inzake de handelsnormcontroles voor olijfolie en inzake de analysemethoden voor de kenmerken van olijfolie (PbEU 2022, L284)

X Noot
3

Verordening (EG) nr. 606/2009 van de commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, de oenologische procedés en de daarvoor geldende beperkingen (PbEU 2009, L193)

X Noot
4

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347)


X Noot
1

Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 van de Commissie van 29 juli 2022 tot vaststelling van voorschriften inzake de handelsnormcontroles voor olijfolie en inzake de analysemethoden voor de kenmerken van olijfolie (PbEU 2022, L284)

X Noot
3

Verordening (EG) nr. 606/2009 van de commissie van 10 juli 2009 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 479/2008 van de Raad, wat betreft de wijncategorieën, de oenologische procedés en de daarvoor geldende beperkingen (PbEU 2009, L193)

X Noot
4

Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347)

Naar boven