Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 januari 2026, kenmerk 4319741-1092420-LZ, houdende wijziging van de Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg in verband met verhoging van normbedragen nieuwbouw, verhoging van het maximale subsidiebedrag voor de projectorganisatie en toevoeging percentage 2026 in formule [KetenID WGK028609]

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

Gelet op artikel 3 van de Kaderwet VWS-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het derde lid wordt ‘€ 120.218’ vervangen door ‘€ 123.223’.

2. In het vierde lid wordt ‘€ 87.302’ vervangen door ‘€ 89.485’.

3. In het vijfde lid wordt ‘€ 35.778’ vervangen door ‘€ 36.672’.

B

In artikel 4.3a, derde lid, wordt onder vervanging van de punt aan het slot van het lid door een puntkomma, toegevoegd:

111,2 bij prijsvorming in het jaar 2026.

C

In artikel 5.1, tweede lid, wordt ‘€ 7.500.000’ vervangen door ‘€ 9.750.000’.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.A. Bruijn

TOELICHTING

1. Algemeen

De onderhavige regeling strekt tot wijziging van de Regeling subsidies aardbevingsbestendige zorg (hierna: de Regeling).

  • Er vindt een verhoging van de drie normbedragen voor nieuwbouw plaats.

  • Voor de ‘J’ in de formule van artikel 4.3a, derde lid, is het percentage bij prijsvorming van nieuwbouw in het jaar 2026 toegevoegd.

  • Het maximale subsidiebedrag voor het inrichten van de projectorganisatie is opgehoogd.

Berekening administratieve lasten

De wijziging heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

2. Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

In het Groninger Zorgakkoord (Stcrt. 2019, 30316) is afgesproken dat er een jaarlijkse indexatie van de normbedragen plaatsvindt, conform de systematiek van de Normatieve Huisvestingscomponent (‘Advies NHC-onderhoud, Langdurige intramurale zorg’, februari 2012, Nederlandse Zorgautoriteit, Utrecht). Dit heeft tot gevolg dat de normbedragen voor het realiseren van nieuwbouw, genoemd in artikel 4.3. van de regeling, voor het jaar 2026 zijn geïndexeerd met 2,5%.

Onderdeel B

In artikel 4.3a is geregeld met welk bedrag de subsidie voor nieuwbouw kan worden verhoogd in verband met gestegen bouwkosten. De berekening vindt in twee stappen plaats. Eerst wordt het percentage berekend op de wijze van het derde lid. Daarna worden de totale bouwkosten berekend op de wijze zoals omschreven in het vierde lid. Dan worden de beide uitkomsten vermenigvuldigd met elkaar. In de berekening van het percentage bevat de formule een ‘J’. Met ‘J’ wordt gezorgd dat de subsidie gecorrigeerd wordt voor indexaties die reeds hebben plaatsgevonden. De ‘J’ voor het geval het jaar van de prijsvorming in 2026 ligt, is nu toegevoegd.

Onderdeel C

De minister verstrekt subsidie aan één zorginstelling voor het inrichten van de projectorganisatie. Het maximale bedrag is nu verhoogd naar € 9.750.000. Er wordt extra geld beschikbaar gesteld voor de projectorganisatie. De projectorganisatie borgt de coördinatie en regie bij de projectontwikkelingen van de verschillende bouwlocaties in de nieuwbouw, op het gebied van aardbevingsbestendige bouw, innovatie, aansluiting bij de buurt en personele samenwerking. De aandacht voor de goede onderlinge verbinding van projectontwikkelingen kost meer tijd en menskracht dan oorspronkelijk geraamd.

Artikel II

In afwijking van de minimale termijn tussen publicatie en inwerkingtreding van de regeling (zoals opgenomen in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving), treedt deze regeling in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt zij terug tot en met 1 januari 2026. Dit is nodig om te bereiken dat voor de aanvragen die in 2026 worden gedaan uitsluitend het nieuwe normbedrag geldt. In artikel 4.7 van de Regeling is bepaald dat bij de vaststelling wordt uitgegaan van het normbedrag in het jaar van de aanvraag tot verlening. Er dient in 2026 dus één normbedrag te gelden. In 2026 ingediende aanvragen kunnen zo worden afgehandeld op grond van de geïndexeerde bedragen. Omdat indexatie louter begunstigend is voor aanvragers is dit gerechtvaardigd. De regeling wordt minder dan twee maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding gepubliceerd. Hiermee wordt afgeweken van de minimale periode van twee maanden tussen publicatie en inwerkingtreding van regelingen. Dit is te rechtvaardigen omdat jaarlijkse indexering is vastgelegd in het Groninger Zorgakkoord en aanvragers hiervan op de hoogte zijn.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, J.A. Bruijn

Naar boven