Aanwijzing netwerk RWS op grond van artikel 5.16 van de Telecommunicatiewet

10 november 2025

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 5.16 van de Telecommunicatiewet;

Besluit:

ARTIKEL I

Artikel 1 van het Besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken van 14 januari 2008, nr. ET/TM/7135438, houdende aanwijzing van een elektronisch communicatienetwerk dat geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor vitale overheidstaken, komt te luiden:

Artikel 1

Als netwerk dat geheel of hoofdzakelijk gebruikt wordt voor publieke taken als bedoeld in artikel 5.16 van de Telecommunicatiewet worden aangewezen:

  • a. het bij het Ministerie van Defensie in gebruik en beheer zijnde Netherlands armed forces integrated network (NAFIN);

  • b. het bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, directoraat-generaal Rijkswaterstaat, in gebruik en beheer zijnde elektronisch communicatienetwerk voor de uitoefening van zijn publieke taken.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen zes weken na de dag van dagtekening van deze Staatscourant een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, directie Wetgeving en Juridische Zaken, Postbus 20401, 2500 EK Den Haag.

TOELICHTING

Dit besluit strekt tot wijziging van het Besluit aanwijzing elektronisch communicatienetwerk voor vitale overheidstaken. Het Besluit aanwijzing elektronisch communicatienetwerk voor vitale overheidstaken is vastgesteld krachtens artikel 5.16 van de Telecommunicatiewet, dat regelt dat – kort gezegd – de gedoogplicht van hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet, die normaal gesproken alleen van toepassing is op openbare elektronische communicatienetwerken, ook geldt voor bepaalde door de Minister van Economische Zaken aangewezen (niet-openbare) elektronische communicatienetwerken die geheel of hoofdzakelijk gebruikt worden voor publieke taken. Met deze gedoogplicht wordt onder andere gewaarborgd dat noodzakelijke aanpassingen, uitbreidingen en andere aanpassingen van deze netwerken voor publieke taken kunnen plaatsvinden.

Met dit besluit wordt ook het door Rijkswaterstaat in gebruik en beheer zijnde elektronisch communicatienetwerk aangewezen als netwerk dat geheel of hoofdzakelijk gebruik wordt voor vitale overheidstaken. Daarbij gaat het om het elektronisch communicatienetwerk dat door Rijkswaterstaat onder meer wordt gebruikt om bruggen, sluizen en keringen op afstand te bedienen. Ook wordt het netwerk gebruikt om rode kruizen boven de weg te zetten en waterstanden door te geven.

Het gevolg van deze aanwijzing is dat de aanleg en de instandhouding van het netwerk van Rijkswaterstaat onder de gedoogplicht van hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet valt. Dit betekent bijvoorbeeld dat rechthebbenden of beheerders van bepaalde gronden verplicht zijn te gedogen dat ten dienste van een dergelijk netwerk kabels in en op deze gronden worden aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd (artikel 5.2 van de Telecommunicatiewet). Hoofdstuk 5 van de Telecommunicatiewet bevat verder ook voorschriften over onder meer de inkennisstelling van rechthebbenden of beheerders, plaats, tijd en wijze van uitvoering van de werkzaamheden, en vergoeding van schade die voortvloeit uit de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels.

Voor de duidelijkheid zij nog opgemerkt dat de aanwijzing ook betrekking heeft op die onderdelen van het netwerk die reeds waren aangelegd op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit.

De Minister van Economische Zaken, V.P.G. Karremans

Naar boven