Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Orde van Advocaten | Staatscourant 2026, 14285 | interne regeling |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Orde van Advocaten | Staatscourant 2026, 14285 | interne regeling |
Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten,
gelet op artikel 9c van de Advocatenwet;
gezien het voorstel van de algemene raad;
gezien het advies van de raad van advies;
gezien het advies van de adviescommissie regelgeving;
stelt de navolgende bepalingen vast:
De Verordening op de advocatuur wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 2.19a wordt gewijzigd als volgt:
|
Bestaande tekst |
Nieuwe tekst |
|---|---|
|
Artikel 2.19a Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1. Er is een adviescommissie beroepsopleiding advocaten. 2. Een lid van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten is geen lid van of werkzaam bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten of een orgaan van de orde van advocaten. |
Artikel 2.19a Leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1. Er is een adviescommissie beroepsopleiding advocaten. 2. Een lid van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten is geen lid van of werkzaam bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten. |
Artikel 2.19b wordt gewijzigd als volgt:
|
Bestaande tekst |
Nieuwe tekst |
|---|---|
|
Artikel 2.19b Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over: a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten; b. de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen. |
Artikel 2.19b Taakomschrijving adviescommissie beroepsopleiding advocaten De adviescommissie beroepsopleiding advocaten heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over de beroepsopleiding advocaten. |
Artikel 2.19c wordt gewijzigd als volgt:
|
Bestaande tekst |
Nieuwe tekst |
|---|---|
|
Artikel 2.19c Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1. De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2. Bij de benoeming draagt de algemene raad er zorg voor dat in ieder geval: a. ten minste drie leden advocaat zijn; b. ten minste drie leden afkomstig zijn uit het wetenschappelijk onderwijs; c. één lid afkomstig is per organisatie, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25; d. ten minste twee leden uit de rechterlijke macht. 3. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. |
Artikel 2.19c Benoeming leden adviescommissie beroepsopleiding advocaten 1. De algemene raad benoemt de leden van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten voor een periode van ten hoogste vier jaar. 2. Bij de benoeming draagt de algemene raad er zorg voor dat de deskundigheid en ervaring aanwezig is die nodig is voor een goede vervulling van de taak van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten. 3. Een lid kan eenmaal worden herbenoemd. |
Op 1 maart 2021 is de vernieuwde, huidige Beroepsopleiding Advocatuur 2020 (hierna: ‘BA’) gestart. In 2023 en 2024 zijn gesprekken gevoerd met onderwijsaanbieders en de examencommissie om de BA te evalueren. Verschillende elementen uit deze evaluatie zijn in de loop van de tijd reeds opgepakt, waaronder een meer onafhankelijke positionering van de examencommissie.
In maart 2029 loopt het contract met de Uitvoeringsorganisatie (hierna: ‘UO’) af. In maart 2027 zal het overleg moeten starten met de UO over eventuele voortzetting van het contract. Op 1 maart 2027 lopen ook de accreditaties van de Law Firm School (hierna: ‘LFS’) en De Brauw Blackstone Westbroek (hierna: ‘De Brauw’) voor het decentrale deel van de BA af.
De algemene raad (hierna: ‘AR’) is van mening dat de BA in het licht van de huidige positie van de advocatuur in de samenleving en de toekomstige (maatschappelijke) ontwikkelingen die voor de advocatuur van belang zijn, voortdurend om doorwikkeling vraagt. Daarom heeft de AR besloten tot een doorontwikkeling op de BA in de periode tot 2029. Deze doorontwikkeling is in de zomer van 2025 gestart met een gedachte- en visievorming op de toekomst van de BA.
In artikel 2.19a tot en met 2.19d van de Verordening op de advocatuur (hierna: ‘Voda’) is de regelgeving omtrent de adviescommissie beroepsopleiding advocaten vastgelegd. De adviescommissie heeft tot taak de algemene raad gevraagd en ongevraagd te adviseren over:
a. de kwaliteit en de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten;
b. de beroepsopleiding advocaten, waaronder in ieder geval de eindtermen.
De adviescommissie is samengesteld uit in ieder geval:
a. ten minste drie leden die advocaat zijn;
b. drie leden die afkomstig zijn uit het wetenschappelijk onderwijs;
c. één lid afkomstig per organisatie, bedoeld in de artikelen 3.24 en 3.25; dit betreft de UO, LFS en DBBW;
d. ten minste twee leden uit de rechterlijke macht.
De adviescommissie heeft in de afgelopen jaren aan de AR twee adviezen uitgebracht; één over de basistest en één over het houden van een enquête over de vernieuwde BA onder startende advocaten die de vernieuwde BA hebben afgerond en de patroons.
Eén van de aspecten die rond de gedachte- en visievorming naar voren is gekomen is de samenstelling van de adviescommissie beroepsopleiding advocatuur. In de komende jaren zal de adviescommissie nadrukkelijker betrokken worden bij de besluitvorming rond de toekomstige BA. De vraag doet zich daarbij voor of het gewenst is de verschillende onderwijsaanbieders onderdeel van de commissie uit te laten maken. De UO, LFS en De Brauw zijn onderwijsaanbieder voor het decentrale deel en LFS en De Brauw zijn ook onderwijsafnemer van het centrale deel. Met het oog op de vorming van de toekomstige BA acht de AR het ongewenst dat de onderwijsaanbieders daarover binnen de adviescommissie een mede adviserende rol spelen.
Deze wijziging in artikel 2.19c geeft de AR aanleiding om voor te stellen een bredere en ruimere formulering te kiezen voor de samenstelling van de adviescommissie dan een opsomming van doelgroepen of stakeholders. Voorgesteld wordt dat de AR bij benoemingen er zorg voor draagt ‘dat de deskundigheid en ervaring aanwezig is die nodig is voor een goede vervulling van de taak van de adviescommissie beroepsopleiding advocaten’. Bij deze formulering is aangesloten de omschrijving die voor de leden van de raad van advies is vastgelegd in artikel 2.1, tweede lid van de Voda. Deze wijziging geeft de AR de mogelijkheid om in de tijd bij vacatures in de adviescommissie zich de vraag te stellen welke deskundigheid en ervaring binnen de adviescommissie op dat moment gewenst is zodat de commissie haar taak op een goede wijze kan invullen. Juist ook de komende jaren in de vormgeving van de toekomstige BA kan dat zeer relevant zijn.
Om maximale ruimte aan de AR en de adviescommissie te geven voor het gevraagd en ongevraagd adviseren over de BA wordt ook voorgesteld om in artikel 2.19b de taakomschrijving aan te passen en meer algemeen te maken, namelijk ‘gevraagd en ongevraagd te adviseren over de beroepsopleiding advocaten'.
Tot slot stelt de AR voor ook nog een wijziging aan te brengen in artikel 2.19a van de Voda. Volgens het tweede lid kan een lid van de adviescommissie geen lid van of werkzaam zijn bij een orgaan van de Nederlandse orde van advocaten of een orgaan van de orde van advocaten. De AR stelt voor de zinsnede ‘of een orgaan van de orde van advocaten’ te laten vervallen. De BA is een wettelijke taak van de Nederlandse orde van advocaten (hierna: ‘NOvA’), die daarin vertegenwoordigd wordt door de AR. Tussen de organen van de NOvA bestaan wettelijke relaties. Deze bestaan niet met de organen van de orden van advocaten in de arrondissementen. Eén van de uitgangspunten voor de toekomstige BA is om de relatie tussen de stage en de beroepsopleiding van de stagiairs te versterken. In dat verband kan het zinvol zijn juist wel een lid van een orgaan van een orde op te nemen in de adviescommissie om de commissie daarmee op dat punt te versterken in deskundigheid en ervaring.
Dit leidt tot de volgende wijzigingen in artikelen 2.19a, 2.19b en 2.19c van de Voda, zoals deze in het besluit zijn geformuleerd.
De AR heeft adviezen ingewonnen bij de raad van advies en de adviescommissie regelgeving op grond van de Advocatenwet en de Verordening op de advocatuur.
De adviezen zijn als volgt.
Raad van advies
De raad van advies heeft in zijn vergadering van 30 januari 2026 positief geadviseerd over de
Wijzigingsverordening adviescommissie BA. Tijdens de vergadering hebben zij aangedrongen de samenstelling van de adviescommissie BA nader uit te werken en op enigerlei wijze vast te leggen. De raad van advies heeft afgezien van schriftelijke advisering.
Adviescommissie regelgeving
De adviescommissie regelgeving heeft op 18 februari 2026 positief geadviseerd over de
Wijzigingsverordening adviescommissie BA en eveneens afgezien van schriftelijke advisering.
De adviescommissie beroepsopleiding advocaten staat in hoofdlijnen positief tegenover de voorgenomen wijziging van haar taak en samenstelling. De commissie onderschrijft het streven om haar rol te versterken door een actievere inzet en door benoeming van leden primair te baseren op relevante deskundigheid en ervaring, in plaats van vaste vertegenwoordiging van specifieke geledingen. Dit kan de kwaliteit, effectiviteit en onafhankelijkheid van de advisering vergroten.
Het uitsluiten van onderwijsaanbieders als lid van de adviescommissie kan bijdragen aan een duidelijkere rolzuiverheid en onafhankelijke positie. Tegelijkertijd acht de adviescommissie het essentieel dat kennis en ervaringen uit de onderwijspraktijk structureel en op een transparante wijze worden betrokken, bijvoorbeeld via periodieke en goed ingerichte consultaties of bestuurlijke overleggen.
De commissie wijst erop dat de beoogde flexibiliteit in samenstelling vraagt om duidelijke, inzichtelijke benoemingscriteria. Het is van belang dat wordt geborgd dat de adviescommissie beschikt over een evenwichtige mix van deskundigheden en voldoende voeling houdt met de breedte van de advocatuur en de ontwikkelingen in de praktijk. Onder deze voorwaarden ziet de adviescommissie de voorgestelde wijzigingen als een kans om haar bijdrage aan de kwaliteit en toekomstgerichtheid van de beroepsopleiding advocaten te versterken.
De algemene raad is voornemens de samenstelling van de adviescommissie BA uit te werken en op enigerlei wijze vast te leggen.
Na vaststelling wordt de Wijzigingsverordening gepubliceerd in de Staatscourant. Voorts wordt hieraan aandacht gegeven in de Orde-nieuwsbrief en op de website van de Nederlandse orde van advocaten.
De wijzigingen in de artikelen 2.19a, 2.19b en 2.19c zijn in het vorenstaande toegelicht. Een nadere artikelsgewijze toelichting wordt niet nodig geacht.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-14285.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.