Besluit van het college van afgevaardigden van 2 april 2026 houdende de wijziging van de Verordening op de advocatuur in verband met de aanpassing van de regels omtrent de basistest (Wijzigingsverordening basistest)

Het college van afgevaardigden van de Nederlandse orde van advocaten,

gelet op artikel 9c van de Advocatenwet;

gezien het voorstel van de algemene raad;

gezien het advies van de raad van advies;

gezien het advies van de adviescommissie regelgeving;

stelt de navolgende bepalingen vast:

ARTIKEL I

De Verordening op de advocatuur wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 1.1 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 1.1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(..)

basistest: de test, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a;

(..)

Artikel 1.1 Definities

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

(..)

basistest: vervallen;

(..)

Artikel 2.28 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 2.28 Opleidings- en examengeld beroepsopleiding advocaten

1. De uitvoeringsorganisatie brengt aan de stagiaire die deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, respectievelijk het in artikel 3.19, eerste lid, genoemde examen, opleidings- en examengeld in rekening voor het voorportaal, met uitzondering van de basistest, en de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b. De aanbieder, bedoeld in artikel 3.23, brengt aan de stagiaire, bedoeld in de eerste volzin, het verschuldigde bedrag voor de basistest in rekening. De factuur kan op naam worden gesteld van het kantoor van de stagiaire.

2. De hoogte van het opleidings- en examengeld onderscheidenlijk het verschuldigde bedrag voor de basistest wordt vastgesteld door de algemene raad.

Artikel 2.28 Opleidings- en examengeld beroepsopleiding advocaten

1. De uitvoeringsorganisatie brengt aan de stagiaire die deelneemt aan de beroepsopleiding advocaten, respectievelijk het in artikel 3.19, eerste lid, genoemde examen, opleidings- en examengeld in rekening voor de onderwijsonderdelen, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, aanhef en onderdeel b. De factuur kan op naam worden gesteld van het kantoor van de stagiaire.

2. De hoogte van het opleidings- en examengeld wordt vastgesteld door de algemene raad.

Artikel 3.14 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.14 Indeling beroepsopleiding advocaten

1. De beroepsopleiding advocaten omvat:

a. een voorportaal, bestaande uit een basistest en eventueel studiebegeleiding;

b. onderwijsonderdelen, bestaande uit:

1°. ethiek;

2°. algemene vaardigheden;

3°. kantoorspecifieke vaardigheden;

4°. juridisch-inhoudelijke kennis; en

5°. voorbereiding integratieve dagen.

2. Een negatieve uitkomst van de basistest in het voorportaal vormt geen belemmering voor het volgen van de onderwijsonderdelen van de beroepsopleiding advocaten.

3. De beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.

Artikel 3.14 Indeling beroepsopleiding advocaten

1. De beroepsopleiding advocaten omvat:

a. Vervallen

b. onderwijsonderdelen, bestaande uit:

1°. ethiek;

2°. algemene vaardigheden;

3°. kantoorspecifieke vaardigheden;

4°. juridisch-inhoudelijke kennis; en

5°. voorbereiding integratieve dagen.

2. Vervallen.

3. De beroepsopleiding advocaten vangt tweemaal per jaar aan.

Artikel 3.15a wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.15a Examenreglement

1. De algemene raad stelt een examenreglement vast over:

a. de inrichting en de organisatie van de basistest en het examen, bedoeld in artikel 3.19;

b. de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen;

c. de wijze waarop de basistest en het examen wordt afgenomen;

d. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;

e. de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die de basistest of een onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;

f. de mogelijkheid van een herbeoordeling van het examen;

g. de geldigheidsduur van de studieresultaten;

h. de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie.

2. De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 3.21, eerste lid.

3. De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie.

Artikel 3.15a Examenreglement

1. De algemene raad stelt een examenreglement vast over:

a. de inrichting en de organisatie van het examen, bedoeld in artikel 3.19;

b. de wijze waarop daaraan kan worden deelgenomen;

c. de wijze waarop het examen wordt afgenomen;

d. de wijze waarop en de termijn waarbinnen de uitslag bekend wordt gemaakt alsmede of en op welke wijze van deze termijn kan worden afgeweken;

e. de wijze waarop en de termijn gedurende welke de stagiaire die een onderdeel van het examen heeft afgelegd, inzage verkrijgt in zijn beoordeelde werk;

f. de mogelijkheid van een herbeoordeling van het examen;

g. de geldigheidsduur van de studieresultaten;

h. de instelling, de samenstelling en de taken van de examencommissie.

2. De examencommissie heeft in ieder geval tot taak op objectieve en deskundige wijze vast te stellen of een stagiaire voldoet aan de eindtermen en de uit het opleidingsreglement voortvloeiende opleidingsverplichtingen die nodig zijn voor het verkrijgen van het certificaat, bedoeld in artikel 3.21, eerste lid.

3. De algemene raad kan in het examenreglement bevoegdheden betreffende het examen delegeren of toekennen aan de examencommissie.

Artikel 3.16 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.16 Toelating tot beroepsopleiding advocaten

1. Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten. Indien een stagiaire voorafgaand aan de aanvang van de beroepsopleiding de basistest heeft afgelegd, legt hij bij de inschrijving, doch uiterlijk voor aanvang van de beroepsopleiding hiervan een bewijsstuk over aan de algemene raad. Het bewijsstuk dient bij aanvang van de beroepsopleiding advocaten niet ouder te zijn dan één jaar.

2. Een stagiaire is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten en wordt in staat gesteld het onderwijs te volgen indien en voor zo lang:

a. hij is ingeschreven op het tableau;

b. de stage voortduurt;

c. het cursus- en examengeld binnen de betalingstermijn is voldaan; en

d. de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft beëindigd wegens fraude.

3. Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten behoudt zijn toetskansen.

4. De algemene raad stelt nadere regels vast omtrent het bewijsstuk, bedoeld in het eerste lid, tweede volzin.

5. De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.16 Toelating tot beroepsopleiding advocaten

1. Een stagiaire schrijft zich voor of bij aanvang van de stage bij de uitvoeringsorganisatie in voor de beroepsopleiding advocaten via de Nederlandse orde van advocaten.

2. Een stagiaire is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten en wordt in staat gesteld het onderwijs te volgen indien en voor zo lang:

a. hij is ingeschreven op het tableau;

b. de stage voortduurt;

c. het cursus- en examengeld binnen de betalingstermijn is voldaan; en

d. de algemene raad de deelname aan de beroepsopleiding advocaten niet heeft beëindigd wegens fraude.

3. Een stagiaire die niet meer is toegelaten tot de beroepsopleiding advocaten behoudt zijn toetskansen.

4. Vervallen.

5. De algemene raad kan van het tweede lid, aanhef en onderdelen b en c, afwijken in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.19 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.19 Examinering

1. Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van de onderwijsonderdelen. De basistest is geen toets als bedoeld in de eerste volzin.

2. De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderwijsonderdeel.

3. Indien de toets, bedoeld in het tweede lid, niet is behaald neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende gelegenheid die wordt geboden.

4. De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste driemaal een toets afleggen.

5. Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende gelegenheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd.

6. De algemene raad kan afwijken van het vierde en vijfde lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.19 Examinering

1. Aan de beroepsopleiding advocaten is een examen verbonden dat bestaat uit een aantal toetsen ten aanzien van de onderwijsonderdelen.

2. De stagiaire neemt deel aan de eerste toetsgelegenheid van het onderwijsonderdeel.

3. Indien de toets, bedoeld in het tweede lid, niet is behaald neemt de stagiaire deel aan de eerstvolgende gelegenheid die wordt geboden.

4. De stagiaire kan per onderdeel ten hoogste driemaal een toets afleggen.

5. Indien de stagiaire geen gebruik maakt van de voor hem geldende gelegenheid, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt de toets als niet behaald beschouwd.

6. De algemene raad kan afwijken van het vierde en vijfde lid in gevallen waarin toepassing daarvan zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 3.21 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.21 Certificaat

1. De algemene raad verstrekt aan de stagiaire het certificaat beroepsopleiding advocaten.

2. De algemene raad geeft geen certificaat af dan nadat:

a. de algemene raad heeft vastgesteld dat de stagiaire heeft deelgenomen aan de basistest, bedoeld in artikel 3.14, eerste lid, onderdeel a; en

b. de examencommissie heeft geoordeeld dat de stagiaire alle toetsen als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd; en

c. de onderwijsaanbieder of onderwijsaanbieders hebben verklaard dat de stagiaire aan alle opleidingsverplichtingen heeft voldaan.

Artikel 3.21 Certificaat

1. De algemene raad verstrekt aan de stagiaire het certificaat beroepsopleiding advocaten.

2. De algemene raad geeft geen certificaat af dan nadat:

a. vervallen;

b. de examencommissie heeft geoordeeld dat de stagiaire alle toetsen als bedoeld in artikel 3.19, eerste lid, met goed gevolg heeft afgelegd; en

c. de onderwijsaanbieder of onderwijsaanbieders hebben verklaard dat de stagiaire aan alle opleidingsverplichtingen heeft voldaan.

Artikel 3.23 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.23 Aanbieder basistest

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een aanbieder over de uitvoering van de basistest.

Artikel 3.23 Aanbieder basistest

Vervallen.

Artikel 3.24 wordt gewijzigd als volgt:

Bestaande tekst

Nieuwe tekst

Artikel 3.24 Uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten, met uitzondering van de basistest.

Artikel 3.24 Uitvoeringsorganisatie beroepsopleiding advocaten

De Nederlandse orde van advocaten sluit een overeenkomst met een uitvoeringsorganisatie over de uitvoering van de beroepsopleiding advocaten.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

ARTIKEL III

Dit besluit wordt aangehaald als: Wijzigingsverordening basistest. Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

MEMORIE VAN TOELICHTING

I. Algemeen

Inleiding

Op 1 maart 2021 is de vernieuwde, huidige Beroepsopleiding Advocatuur 2020 (hierna: ‘BA’) gestart. In 2023 en 2024 zijn gesprekken gevoerd met de onderwijsaanbieders en de examencommissie om de BA te evalueren. Verschillende elementen uit deze evaluatie zijn in de loop van de tijd reeds opgepakt, waaronder een meer onafhankelijke positionering van de examencommissie.

In maart 2029 loopt het contract met de Uitvoeringsorganisatie voor de beroepsopleiding advocaten (hierna: ‘UO’) af. In maart 2027 zal het overleg moeten starten met de UO over eventuele voortzetting van het contract. Op 1 maart 2027 lopen ook de accreditaties van de Law Firm School (hierna: ‘LFS’) en De Brauw Blackstone Westbroek (hierna: ‘De Brauw’) voor het decentrale deel van de BA af.

De algemene raad (hierna: ‘AR’) is van mening dat de BA in het licht van de huidige positie van de advocatuur in de samenleving en de toekomstige (maatschappelijke) ontwikkelingen die voor de advocatuur van belang zijn, voortdurend om doorontwikkeling vraagt. Daarom heeft de AR besloten tot een doorontwikkeling van de BA in de periode tot 2029. Deze herbezinning is in de zomer van 2025 gestart met een gedachte- en visievorming op de toekomst van de BA.

Basistest

In de Verordening op de advocatuur (hierna: ‘Voda’) zijn bepalingen opgenomen die zien op de indeling, het examenreglement en toelating tot de beroepsopleiding advocaten. Het voorportaal van de beroepsopleiding omvat de basistest en eventueel studiebegeleiding.

Op dit moment is iedere advocaat-stagiair die met de BA begint verplicht de basistest van de NOvA af te leggen. De basistest geeft de advocaat-stagiair inzicht in het niveau en de actualiteit van zijn juridisch-inhoudelijke (cognitieve) basiskennis op drie hoofdrechtsgebieden, te weten strafrecht, bestuursrecht en civiel recht. De uitslag van de basistest heeft een diagnostisch karakter en de uitkomsten hebben geen implicaties voor de toegang tot de BA. Met die uitkomsten kan de advocaat-stagiair zijn kennis waar nodig bijspijkeren, al dan niet ondersteund door zijn patroon, kantoor of via een te betalen ‘bijspijkermodule’ die de uitvoeringsorganisatie van de NOvA aanbiedt.

Eén van de aspecten die rond de gedachte- en visievorming naar voren is gekomen is het handhaven van de basistest als diagnostische toets bij aanvang van de BA.

Voorgeschiedenis basistest

In het kader van de ontwikkeling van de (vernieuwde) BA en met de opgedane ervaring uit de (oude) BA is uitvoerig gedacht en gesproken over de invoering van een toelatingstoets. In de oude BA lag de nadruk op cognitieve kennis en lag het kennisniveau onder advocaat-stagiairs enorm uit elkaar. Het gevolg hiervan was dat in het onderwijs veel herhaling van stof nodig was om een groep op hetzelfde kennisniveau te krijgen.

In de (vernieuwde) BA ligt de nadruk op ethiek en vaardigheden. Die vaardigheden kunnen niet in de praktijk worden gebracht zonder een voldoende én actueel juridisch-inhoudelijk niveau. De benodigde kennis wordt verondersteld aanwezig te zijn en behoeft geen herhaling in de BA. Omdat die kennisvergaring in beginsel geen onderdeel meer is van de BA, is er in eerste instantie voor gekozen om de stagiair een bindende toelatingstoets af te laten leggen om zo het ingangsniveau van startende advocaat-stagiairs te toetsen en te borgen. Toegang tot de BA zou worden verleend na het succesvol afronden van deze generieke toelatingstoets. Dit selecterende en bindende element is destijds baliebreed en ook onder andere betrokkenen geconsulteerd. Tegen de verplichte en selecterende/bindende toelatingstoets ontstond destijds vanuit verschillende hoeken weerstand. Onder meer het college van decanen van de faculteiten rechtsgeleerdheid van de universiteiten zagen hierin een motie van wantrouwen ten aanzien van de kwaliteit van hun onderwijs dat (grotendeels) is ingericht op het convenant civiel effect, dat tot stand is gekomen mede door instemming van de NOvA.

Reeds in een vroeg stadium in het proces van de ontwikkeling van de (vernieuwde) BA werden in 2017, vanuit het college van afgevaardigden bezwaren tegen een dergelijke toets geuit. In het college van afgevaardigden is hierover in de jaren daarna meerdere keren gesproken. De vragen rond en bezwaren tegen een selecterende en bindende toelatingstoets zien op mogelijke conflicten met de Advocatenwet en het Besluit beroepsvereisten advocatuur, arbeidsrechtelijke consequenties en bezwaarprocedures bij het niet behalen van de toets, het ontstaan van een trainingsmarkt, een extra (financiële) belasting voor advocaat-stagiairs en kantoren en tot slot als een extra drempel voor potentiële nieuwe kandidaten om als advocaat toe te kunnen treden tot de beroepsgroep. De vraag die daarom werd opgeworpen is of een dergelijke selectie aan de voorkant van de beroepsopleiding geoorloofd en wenselijk is.

In het kader van de verkenning van maatregelen ter borging en versterking van het instroom- en eindniveau van de BA zijn verschillende varianten in beeld gebracht. De opties verschillen in moment van ingrijpen, mate van selectie en juridische en organisatorische impact, maar kennen allen duidelijke voor- en nadelen.

Maatregelen aan het einde van het traject, zoals een afsluitende toets, bieden borging van het eindniveau maar laten weinig ruimte voor tijdige bijsturing. Varianten aan de voorkant, zoals verplichte praktijkervaring of voorbereidende programma’s, kunnen instroomverschillen verminderen en inzicht geven in geschiktheid, maar vertragen de doorstroom en vergroten de afhankelijkheid van kantoorstructuren. Meer ingrijpende opties, waaronder aanvullende universitaire eisen, aanpassing van het civiel effect of een gezamenlijke toets voor togaberoepen, kunnen leiden tot een hoger en uniformer kennisniveau, maar zijn juridisch, politiek en organisatorisch complex en stuiten op weerstand.

Voor binnen de beroepsopleiding zijn zowel selecterende als diagnostische toetsvormen verkend. Selecterende toetsen versterken de kwaliteitsborging, maar brengen risico’s mee op vertraging en bezwaarprocedures. Diagnostische toetsen zijn laagdrempelig en ondersteunend, maar minder dwingend en afhankelijk van de verantwoordelijkheid van stagiaire en kantoor.

Uiteindelijk is gekozen voor de huidige basistest: een diagnostische toets die wel verplicht moet worden afgelegd voorafgaand aan de start van de beroepsopleiding, maar waarvan de uitkomst niet van invloed is op de toegang. Op basis van de afgelegde basistest kan de advocaat-stagiair de geconstateerde kennishiaten waar nodig bijspijkeren, al dan niet ondersteund door zijn of haar patroon, kantoor of via een te betalen ‘bijspijkermodule’ die de UO aanbiedt. De inhoud van de basistest gaat uit van de actuele leerstof zoals die in de universitaire juridische opleiding is verworven, gebaseerd op het convenant civiel effect en omvat de drie hoofdrechtsgebieden: privaatrecht, bestuursrecht en strafrecht. De huidige kosten zijn € 151,63 exclusief btw.

Adviesaanvraag adviescommissie BA

Op 14 oktober 2024 heeft de AR besloten de adviescommissie BA te consulteren met betrekking tot de noodzaak om een advocaat-stagiair te toetsen op zijn juridisch-inhoudelijke kennisniveau en (zo ja) in welke vorm dit het meest passend zou zijn.

Resultaten van de basistest1

Na het maken van de basistest wordt – door de aanbieder van de basistest – aan de advocaat-stagiaires gevraagd een evaluatieformulier in te vullen over de gemaakte basistesten. Uit deze evaluatie en de resultaten van de gemaakte basistesten is gebleken dat er aanzienlijke knelpunten zijn met betrekking tot de basistest, waaronder lage scores, een hoge moeilijkheidsgraad en de beperkte relevantie die door deelnemers aan de basistest wordt toegekend.

Sinds de start van de vernieuwde BA beginnen er jaarlijks tussen de 1000–1200 advocaat-stagiaires aan de beroepsopleiding. Uit de evaluatieresultaten blijkt dat de basistest als moeilijk wordt ervaren door een grote meerderheid van de deelnemers. Over de afgelopen drie jaar waren er van de 1.159 deelnemers slechts 0,26% die de test zeer makkelijk en 0,52% makkelijk vonden, terwijl 61% de test moeilijk en 15% zeer moeilijk vond. Bij invoering van de basistest zijn geen normscores bepaald, waartegen deze uitkomsten afgezet kunnen worden. De gemiddelde scores liggen tussen de 43% en 60%. Over de periode 1 augustus 2023 tot 1 juni 2024 lag dit percentage voor strafrecht op 53%, privaatrecht 59% en bestuursrecht 43%.

Uit de evaluatieresultaten blijkt dat 54,84% van de deelnemers de test als weinig relevant beschouwt, terwijl slechts 4,32% de test zeer relevant vindt. De open antwoorden geven inzicht in de twijfels over de waarde van de test. Meerdere advocaat-stagiaires geven aan dat de basistest niet voldoende aansluit bij hun dagelijkse praktijk of specialisatie. Er is kritiek op het feit dat er een brede toets wordt afgenomen op drie hoofdrechtsgebieden, terwijl veel advocaat-stagiairs zich richten op één hoofdrechtsgebied. Hierdoor wordt de meerwaarde van de test betwijfeld.

Advocaat-stagiaires geven in diverse gesprekken aan dat zij door de basistest extra druk ervaren om zich te bewijzen bij het kantoor waar zij recent zijn begonnen. Volgens sommige advocaat-stagiaires vinden de kantoren andere factoren belangrijker bij het aannemen van nieuwe medewerkers dan het (t.z.t.) behalen van de basistest. Volgens de UO wordt nauwelijks gebruikgemaakt van de aangeboden bijspijkermodules. Bovendien blijkt dat de verschillen in kennisniveau volgens de basistest niet leiden tot een hogere uitval of achterstand in de beroepsopleiding. De slagingspercentages van de nieuwe beroepsopleiding zijn vergelijkbaar met die van de oude opleiding.

De financiële investering en tijd die ermee gemoeid zijn, worden als knelpunten ervaren. Advocaat-stagiaires investeren tijd en geld in het verbeteren van hun kennis, terwijl deze kennis in hun ogen niet altijd relevant is voor hun toekomstige praktijk. De kosten voor het afleggen van de basistest bedragen € 151,63 exclusief BTW. Deze kosten zijn in beginsel voor rekening van de deelnemer.

Evaluatie, conclusie en advies van de commissie

De basistest is geen doel op zich maar een instrument om de doelstellingen van de NOvA te realiseren. Voor de BA is onvoldoende scherp wat die doelstellingen zijn (geworden). Kennelijk was eerder het doel te garanderen dat iedere advocaat-stagiaire over de noodzakelijke brede basiskennis beschikt bij de start van de beroepsopleiding. Dat doel wordt niet behaald omdat besloten is dat het niet halen van de test geen consequenties heeft voor de start van de opleiding. Als het (bijgestelde) doel is dat de stagiaire inzicht heeft in de hiaten van zijn of haar kennis, wordt het doel niet behaald omdat onduidelijk is wat dat inzicht precies betekent en vooral waar dat inzicht dan toe zou moeten leiden (welke actie moet daar dan opvolgen). Van belang is voorts dat een verband tussen het niet halen van de (toegangs)toets en het niet halen van de beroepsopleiding niet is gebleken. Daarin kan dus geen argument gevonden worden die de noodzaak van de basistest (in de huidige vorm) onderschrijft. Tegelijkertijd kan geconstateerd worden dat nut en noodzaak ook niet worden gevoeld door de advocaat-stagiaires terwijl wel nadelen worden ervaren.

De adviescommissie adviseert dan ook om de basistest in de huidige vorm op termijn af te schaffen. Geadviseerd wordt de wenselijkheid/de noodzaak om bij de start van de BA brede basiskennis op te halen of de advocaat-stagiaire inzicht te geven in de hiaten van zijn/haar kennis, te heroverwegen. En voorts te bepalen wat daar dan een passend instrument voor is.

Standpunt van de AR

De AR heeft op 6 oktober 2025 besloten het advies van de commissie op te volgen. Geconstateerd kan worden dat de basistest niet voldoet aan de wensen en verwachtingen die daaraan zijn gesteld bij de start van de vernieuwde BA in 2021. Een onderdeel van de visievorming over de toekomstige BA is om te kijken of er tijdens de BA een selecterend element aanwezig moet zijn om de kwaliteit van de onvoorwaardelijk op het tableau ingeschreven advocaat te waarborgen. Gezien de historie van de huidige basistest is een entreetoets met een selecterend vermogen uitgesloten. Dit onderzoek vergt tijd. De AR wil dit, gelet op de door de adviescommissie in haar advies meegenomen elementen, niet afwachten en nu reeds komen tot beëindiging van de basistest.

Wijziging in de regelgeving

Het bovenstaande komt neer op een aanpassing van artikel 1.1, 2.28, 3.14, 3.15a, 3.16, 3.19, 3.21, 3.23 en 3.24 van de Voda, zoals deze in het besluit zijn geformuleerd.

Gelet op de verwijzingen in de regelgeving naar de te wijzigen artikelen is er op sommige plaatsen voor gekozen om de bepaling over de basistest vervallen te verklaren en daarbij niet te hernummeren. In de komende jaren zal de wet- en regelgeving van de BA met het oog op de voorgenomen wijzigingen naar verwachting in belangrijke mate aangepast gaan worden.

Adviezen

De AR heeft adviezen ingewonnen bij de raad van advies en de adviescommissie regelgeving op grond van de Advocatenwet en de Verordening op de advocatuur.

De adviezen zijn als volgt.

Raad van advies

De raad van advies heeft in zijn vergadering van 30 januari 2026 positief geadviseerd over de Wijzigingsverordening basistest en afgezien van schriftelijke advisering.

Adviescommissie regelgeving

De adviescommissie regelgeving heeft op 18 februari 2026 positief geadviseerd over de Wijzigingsverordening basistest en eveneens afgezien van schriftelijke advisering.

Tijdspanne

Het voornemen is de wijzigingen met ingang van 1 juli 2026 in te voeren.

Interne en externe communicatie

Na vaststelling wordt de Wijzigingsverordening gepubliceerd in de Staatscourant. Voorts wordt hieraan aandacht gegeven in de Orde-nieuwsbrief en op de website van de Nederlandse orde van advocaten.

II. Artikelsgewijze toelichting

De voorgestelde wijzigingen zijn in het vorenstaande toegelicht. Een artikelsgewijze toelichting wordt niet nodig geacht.


X Noot
1

Deze informatie komt uit het advies van de adviescommissie BA d.d. 3 april 2025.


X Noot
1

Deze informatie komt uit het advies van de adviescommissie BA d.d. 3 april 2025.

Naar boven