Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 14243 | overige overheidsinformatie |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Zoals belastingen, uitkeringen en subsidies.
Officiële publicaties van de overheid.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek | Staatscourant 2026, 14243 | overige overheidsinformatie |
Naar effectieve maatschappelijke interventies
2026
|
1 |
Overzicht en inleiding |
|
|
1.1 |
Kort overzicht |
|
|
1.2 |
Inleiding |
|
|
2 |
Doelstelling en achtergrond |
|
|
2.1 |
Doelstelling van het programma en de ronde |
|
|
2.2 |
Inhoudelijk kader |
|
|
2.3 |
Achtergrond |
|
|
2.4 |
Consortiumvorming |
|
|
3 |
Opstellen en indienen |
|
|
3.1 |
Tijdpad |
|
|
3.2 |
Wie kan aanvragen |
|
|
3.3 |
Wat kan worden aangevraagd |
|
|
3.4 |
Fases |
|
|
3.5 |
Voorwaarden voor in behandeling nemen |
|
|
4 |
Beoordeling |
|
|
4.1 |
Inhoudelijke beoordelingscriteria |
|
|
4.2 |
Procedure |
|
|
4.3 |
Richtlijnen en kaders voor de beoordeling |
|
|
5 |
Na de toewijzing |
|
|
5.1 |
Start van het project |
|
|
5.2 |
Monitoring en projectbeheer |
|
|
5.3 |
Richtlijnen en kaders voor uitvoering project |
|
|
5.4 |
Afronding |
|
|
5.5 |
Onderzoeksresultaten – Open Science |
|
|
5.6 |
Evaluatie |
|
|
6 |
Contact |
|
|
7 |
Bijlagen |
|
|
7.1 |
Toelichting op budgetmodules |
|
|
7.2 |
Indexering |
|
|
7.3 |
Erkende onderzoekorganisaties |
|
|
7.4 |
Afbeelding processtappen |
|
In dit hoofdstuk vindt u een kort overzicht van de ronde en een inleiding.
Titel
Drugsschade terugdringen: Naar effectieve maatschappelijke interventies.
Doel
Bijdragen aan het ontwikkelen van kennis over de (maatschappelijke) mechanismen waarbinnen drugsschade ontstaat en hoe deze schade duurzaam verminderd kan worden.
Budget
De aan te vragen subsidie per project bedraagt maximaal € 4.270.951,–. Binnen deze ronde wordt naar verwachting maximaal één aanvraag toegewezen.
Indieningsdeadline(s)
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van in Nederland gevestigde organisaties (zie paragraaf 3.2) is 23 juni 2026, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van buitenlandse organisaties (zie bijlage 7.1.3) is 23 juni 2026, voor 14:00:00 CEST.
De deadline voor het indienen van vooraanmeldingen is 7 juli 2026, voor 14:00:00 CEST. De synergieworkshops vinden plaats tussen november 2026 en februari 2027.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van in Nederland gevestigde organisaties (zie paragraaf 3.2) is 16 maart 2027, voor 14:00:00 CET.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van buitenlandse organisaties (zie bijlage 7.1.3) is 16 maart 2027, voor 14:00:00 CET.
De deadline voor het indienen van aanvragen is 30 maart 2027 voor 14:00:00 CEST.
Meer informatie over de synergieworkshops kunt u vinden op de website van deze Call for proposals.
Procedure
Binnen dit programma worden twee fases gehanteerd.
In fase 1 worden partijen gevraagd een vooraanmelding te schrijven die aansluit op één van twee thema’s (zie paragraaf 2.2.3). Per thema worden er op advies van een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie twee vooraanmeldingen geselecteerd. Maximaal vier vooraanmeldingen ontvangen daarna positief besluit van de raad van bestuur van NWO.
In fase 2 vinden drie synergieworkshops plaats. Hierin begeleiden door NWO ingehuurde facilitators de totstandkoming van het consortium en de integratie van de vooraanmeldingen in één in te dienen aanvraag. In deze aanvraag zijn beide thema’s en de programmadoelstellingen verwerkt.
Hierna wordt de aanvraag voor commentaar voorgelegd aan enkele leden van de beoordelingscommissie (de preadviseurs). De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. De preadviseurs inventariseren daarnaast welke onderdelen tijdens het interview verheldert, toegelicht of verdiept dienen te worden.
Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. De aanvrager kan hier tijdens het interview in de discussie met de commissie op reageren. De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging.
De commissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur over de kwaliteit van de aanvraag. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. In het geval van een advies tot niet toewijzen, krijgt het consortium eenmalig de kans een herziene aanvraag in te dienen.
Tot slot toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. Vervolgens stelt het bestuur de definitieve kwalificaties vast en besluit over toe- en afwijzing van de aanvraag.
Deze Call for proposals beschrijft hoe het aanvraagproces voor de ronde ‘Drugsschade terugdringen: Naar effectieve maatschappelijke interventies’ is ingericht en bestaat uit zeven hoofdstukken. Deze Call for proposals valt onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
Op alle aanvragen (boven de € 50.000) zijn de NWO Subsidieregeling 2024 en het Akkoord bekostiging wetenschappelijk onderzoek van toepassing.
NWO verwerkt persoonsgegevens die zij in het kader van deze ronde ontvangt conform de NWO Privacyverklaring. De persoonsgegevens die NWO verstrekt aan ZonMw, worden vermeld op de financieringspagina.
Voor deze NWA Call for proposals is de raad van bestuur van NWO het besluitnemend orgaan. De Callprocedure wordt uitgevoerd door ZonMw.
In dit hoofdstuk leest u meer over de doelstelling en de achtergrond van het programma en de ronde.
Het NWA-programma ‘Drugsschade Terugdringen: Naar effectieve maatschappelijke interventies’ wil bijdragen aan het ontwikkelen van kennis over de (maatschappelijke) mechanismen waarbinnen drugsschade ontstaat en hoe deze schade duurzaam verminderd kan worden. Deze kennis draagt bij aan een betere gezondheid en veiligheid van de Nederlandse samenleving.
Het programma heeft de volgende doelstellingen:
1. Het ontwikkelen van nieuwe kennis over de (gedrags)mechanismen die bijdragen aan het duurzaam verminderen van schade door drugs. Hieronder wordt verstaan schade aan 1) gezondheid; 2) economie (witwassen, ondermijning, en kosten van beleid); en 3) samenleving (geweld, corruptie, en intimidatie).
2. Het ontwikkelen van evidence-based/-informed beleidsinstrumenten en interventies om drugsschade te verminderen.
3. Het verbeteren van de monitoring van (beleids)doelen en interventies en de impact hiervan, om schade door drugs te verminderen.
De opgebrachte kennis van dit programma moet kunnen meebewegen met veranderingen in de tijd en samenleving. De kennis laat zien waarom een aanpak werkt, voor wie zij werkt en in welke context.
Daardoor blijft de uitkomst bruikbaar wanneer markten verschuiven en trends in middelengebruik veranderen.
De kennisvragen die bij deze Call for proposals passen, zijn:
– Wat zijn de (gedrags)mechanismen die meespelen in het ontstaan of juist verminderen van drugsschade en hoe kan hierop worden ingespeeld? Het betreft hier schade aan gezondheid, economie en samenleving.
– Hoe verhoudt nationaal en lokaal (overheids)beleid zich tot de factoren die meespelen in het ontstaan of juist verminderen van drugsschade?
– Hoe worden gezondheid, welzijn en veiligheid voor de Nederlandse samenleving effectief geborgd en structureel gemonitord?
– Hoe effectief is het beleid en zien we langdurige gedragsverandering in de samenleving?
Deze Call for proposals past binnen de NWA-Routes ‘Op weg naar veerkrachtige samenlevingen’, ‘Tussen conflict en coöperatie’ en ‘Preventie en gezondheidsonderzoek’. De Call for proposals roept kennisinstellingen, maatschappelijke partijen en burgers op tot het gezamenlijk ontwikkelen van onderzoeksvoorstellen gericht op het thema drugsschade. De consortia werken inter- en transdisciplinair en zijn kennisketenbreed samengesteld (zie Samenwerken in onderzoek | NWO). Kennisketenbreed onderzoek houdt in dat het programma fundamenteel, toegepast en praktijkgericht onderzoek verbindt. In interdisciplinair onderzoek werken onderzoekers uit verschillende wetenschappelijke disciplines samen. Transdisciplinair werken houdt in dat werkvelden worden overstegen en dat betrokkenen van buiten de wetenschap, deelnemen aan het project.
Het is voor dit programma belangrijk dat burgers worden betrokken. Er kan onder andere gedacht worden aan mensen die drugs gebruik(t)en en hun naasten, mensen die in aanraking komen met gebruik, mensen die in aanraking komen met de logistiek en handel van drugs, zorgverleners en handhavers. Een stakeholder mapping van lokale en nationale betrokkenen bij het Nederlandse drugspreventiesysteem is eerder uitgevoerd in de Notitie Lokaal drugspreventiebeleid (2022)1 en Notitie Mapping van het Nederlandse drugspreventiesysteem op nationaal niveau (2022) van het Trimbos Instituut. Manieren om deze belanghebbenden te betrekken zijn bijvoorbeeld ‘learning labs’ en ‘living labs’, actie-onderzoek, veldexperimenten, inzet op ‘citizen science’, en het instellen van planningsgroepen zoals beschreven in ‘Intervention Mapping’.
Binnen het consortium wordt nieuwe kennis opgebouwd en bestaande kennis doorontwikkeld. Een transdisciplinaire aanpak kan toetsbare inzichten en uitvoerbare oplossingen in de praktijk brengen, met zicht op borging. De Call for proposals nodigt disciplines en burgers uit om hun eigen kracht in te brengen en zich te verbinden.
Drugsgebruik, -productie en -handel raken gezondheid, economie, veiligheid en leefomgeving en die domeinen beïnvloeden elkaar voortdurend. Nederland kent een hoge beschikbaarheid en snelle doorvoer van allerlei soorten drugs, gevoed door sterke logistieke knooppunten, geavanceerde digitale infrastructuur en een stabiele consumptiebehoefte. De houding van burgers ten opzichte van drugsgebruik en -schade loopt uiteen en is sterk veranderlijk en afhankelijk van leeftijd, ervaringen met drugs, (marketing-)trends, nieuwsconsumptie en (online) sociale beïnvloeding.
Sinds de jaren zeventig ligt de nadruk in Nederlands drugsbeleid op schadebeperking en wordt bescherming van de volksgezondheid vooropgesteld. Kenmerkend hierin was het in 1976, met een wijziging van de Opiumwet, gemaakte onderscheid tussen hard- en softdrugs. Coffeeshops brachten rust aan de voorkant maar lieten de achterdeur open. Intussen groeiden de synthetische productie, de import van cocaïne en de internationale distributie in handen van de georganiseerde criminaliteit. Het staatsgezag (zoals justitie, opsporingsdiensten, bestuur, politiek) en de burgers die daarmee in aanraking kwamen of er iets van verlangden, kwamen hiermee voor complexe uitdagingen te staan. In de huidige situatie staan gezondheid, economie, veiligheid en leefomgeving onder druk door drugsschade. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in aantasting van bodem en waterkwaliteit door productieafval; vatbaarheid van jongeren voor criminele uitbuiting; brand- en explosiegevaar, stank, en dumpingen in wijken; en pieken van overmatig gebruik rond evenementen en bij kwetsbare groepen, wat zichtbaar wordt in zorg en onderwijs.
De opgave om drugsschade te verminderen en integraal beleid hierop te ontwikkelen is complex. Het vormgeven van beleid wordt op het niveau van overheden bemoeilijkt door de hoge beschikbaarheid van verschillende soorten drugs en een snel veranderend en toenemend aanbod. Op het individuele niveau zijn hinderende factoren de sociale acceptatie en/of normalisatie van drugsgebruik, het gegeven dat (milieu-)schade niet direct merkbaar is, perverse financiële prikkels, en uiteenlopende waarden over drugs.
Daarnaast kunnen maatregelen om schade te verminderen onwenselijke bijeffecten hebben. Strengere handhaving van het verbod op bepaalde drugs kan bijvoorbeeld leiden tot vervanging door andere, mogelijk schadelijkere drugs. Ook maakt de woordkeuze in beleid en de benadering voor het verminderen van drugsschade verschil. Een te dreigende of stigmatiserende aanpak door de overheid lijkt niet effectief en kan bovendien weerstand oproepen bij de doelgroep, terwijl een gebrek aan boodschap weerstand oproept bij bijvoorbeeld ouders. Ook bestaan er aanzienlijke geografische verschillen. Havens en grensregio’s, studentensteden en platteland kennen elk hun eigen dynamiek.
Drijfveren voor drugsgebruik en -handel verschillen per context, subcultuur en middel. Hechte gemeenschappen en structurerende, zingevende activiteiten kunnen beschermen tegen drugsschade terwijl perspectiefloosheid, schulden en werkloosheid het risico op schade vergroten.
Het blijft door deze complexiteit onduidelijk welke beleidsinstrumenten en interventies effectief zijn om schade door drugs te verminderen. Daarbij komt de complexiteit van de verantwoordelijkheid van de samenleving in den brede, wat vraagt om beleid dat in dialoog met burgers wordt ontwikkeld.
Omdat er binnen Nederland verschillende partijen werken aan het verminderen van drugsschade, is het belangrijk doelen en acties van deze partijen op elkaar af te stemmen. Hierbij ontstaan de vragen: Wat is effectief, voor welk type schade, voor welke doelgroep, en op welk moment?
De beoogde impact van dit programma voor de samenleving is dat er minder schade door drugs ontstaat. Het gaat om schade aan gezondheid, economie en samenleving. Door het verminderen van deze schade ervaren burgers meer welzijn, veiligheid, herstel en vertrouwen.
Hieronder staan een aantal voorbeelden beschreven van de beoogde impact:
1. Gezondheid en ontwikkeling
Er zijn minder spoedopnames door acute middelenincidenten. Ook nemen blijvende gezondheidsschade en overlijdens af die ontstaan door vervuilde of te sterke middelen. Jongeren beginnen later met gebruiken en vertonen minder risicovol gedrag. Wie door schulden vastloopt in opleiding, wonen of werk krijgt eerder steun, waardoor herstel sneller op gang komt. Denk aan dalende SEH-bezoeken per 10.000 inwoners, een hogere startleeftijd van eerste gebruik, en verminderde druk op geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.
2. Veiligheid en leefbaarheid
Wijken ervaren minder overlast op straat, op school en bij evenementen. Geweld en intimidatie rond drugshandel en -bezorging nemen af. Jongeren raken minder snel betrokken bij criminele netwerken. Bewoners en medewerkers voelen zich veiliger. Dit uit zich in minder meldingen van overlast, minder geweldsincidenten bij hotspots en een stijgende score voor veiligheidsbeleving.
3. Milieu en natuur
Dumpingen van chemisch afval komen minder vaak voor. Daardoor dalen saneringskosten en verbetert de bodem- en waterkwaliteit. Water- en energiegebruik voor drugsproductie nemen af.
Signalen over milieuschade worden eerder opgepikt en opgevolgd door gerichte acties. Regionale overheden rapporteren minder incidenten, lagere gemeten belastingen in oppervlaktewater en betere naleving van milieuvoorschriften.
4. Economie en integriteit van ketens
Systemische lekken2 in bijvoorbeeld logistiek, bouw en horeca nemen af. Ambtelijke corruptie en omkoping dalen, en daarmee ook informatielekken. Werkgevers zien minder personeelsuitval door middelengebruik. De maatschappelijke kosten voor zorg, criminaliteit, toezicht en handhaving dalen. Organisaties werken consistenter door heldere taken te formuleren, controles uit te voeren, en betere prioriteiten te stellen. Audits tonen hogere integriteitsscores en meldingen krijgen sneller opvolging.
5. Bestuur, vertrouwen en samenleven
Waarschuwingen bij verhoogd risico op drugsongevallen (door gebruik, handel of productie) verschijnen sneller en in duidelijke taal bij zowel gebruikers als niet-gebruikers. Burgers weten wat ze kunnen doen en handelen ernaar. Het is bekend welke sociale normen invloed hebben op het slagen van drugsbeleid. Burgers melden problemen eerder en werken mee aan oplossingen. Het vertrouwen in de overheid en maatschappelijke partners groeit door zichtbare resultaten. De tijd van signaal tot waarschuwing verkort, het bereik en begrip van boodschappen stijgt en legitimiteitsmetingen vallen gunstiger uit.
Binnen deze Call for proposals worden de doelstellingen en maatschappelijke impact beoogd door integraal aan bovenstaande vraagstukken te werken. Een aanvrager dient een vooraanmelding in die aansluit op één van de twee thema’s die hieronder uitgelicht worden.
Er is al veel kennis over drugsschade, zowel over de gezondheidsaspecten als de veiligheidsaspecten, maar nog niet over het integrale perspectief. Daarin staan maatschappelijke, domein-overstijgende samenwerking (door, tussen en met overheden, burgers en wetenschappers) en mechanismen achter drugsschade centraal. Enerzijds ligt de focus daarom op structurele, duurzame doorvertaling van bestaande kennis over (sociale normen rondom) drugsgebruik, -handel en -productie naar beleid.
Anderzijds ligt de focus op nieuw onderzoek naar effectief beleid dat bijdraagt aan het voorkomen en verminderen van schade door drugs. Een goede doorwerking van kennis vraagt ook aandacht voor de uitvoerbaarheid van maatregelen, interventies, of beleidsinstrumenten. Blijvende aandacht hiervoor is noodzakelijk binnen de onderzoeksprojecten.
Om te voorkomen dat kennis te veel versnipperd raakt, blijft de focus van deze Call for proposals beperkt tot enkele van de meest gebruikte middelen: MDMA, cocaïne en Nieuwe Psychoactieve Stoffen (NPS).3 Afwijken van deze middelen dient sterk gemotiveerd te worden in het voorstel.
Bij elk thema wordt ingezet op het verhelderen van het complexe systeem achter drugsschade en de mogelijke punten waarop ingespeeld kan worden. Er wordt kennis verkregen rondom werkingsmechanismen van mogelijke beleidsinstrumenten en interventies. Met een praktijkbenadering kunnen deze inzichten worden toegepast, waarbij door monitoring van zowel de uiteindelijke doelen als de tussendoelen lessen worden geleerd die waardevol blijven in een veranderde situatie.
Thema 1: Markt en infrastructuur (supply reduction en demand reduction)
Dit thema focust op het verminderen van de handel en productie van drugs en de schade die daardoor ontstaat. Het gaat hierbij om de doorvoer en distributie, en de criminaliteit die hieruit direct of indirect voortkomt. Er wordt binnen dit thema helder in kaart gebracht welke mechanismen bijdragen aan het verminderen van de schade door drugshandel en -productie. Er wordt aandacht besteed aan hoe deze helpende mechanismen zich situeren ten opzichte van de kaders die worden geschapen door wet- en regelgeving en lokaal en (inter)nationaal beleid. Er kan worden verkend welke mogelijkheid juridische en beleidsinstrumenten bieden tot aansturing op een lager rendement van de illegale drugsmarkt. Ook wordt er binnen dit thema aandacht besteed aan de invloed van de samenleving en eventuele (de)normalisatie van drugsgebruik op het verminderen van handel en productie.
Thema 2: Gebruik, directe schade en de preventie hiervan (harm reduction)
Dit thema richt zich op het verminderen van drugsschade door een preventieve benadering. Ten opzichte van thema 1 wordt binnen dit thema de problematiek meer benaderd vanuit het perspectief van het individu. Hieronder valt bijvoorbeeld het uitstellen of voorkomen van het eerste gebruik en handel. Ook het ondersteunen bij het minderen van of stoppen met gebruik en handel zijn van belang.
In dit thema is het belangrijk om aandacht te hebben voor de rol die drugs spelen in het leven van mensen die drugs gebruiken. Als het gebruiken van drugs een symptoom van onderliggende problematiek is (denk aan eenzaamheid, ziekte, stress, instabiele huisvesting, of gebrek aan perspectief), kan per situatie worden onderzocht wat de beste aanpak is om schade te verminderen.
Het uiteindelijke doel van dit thema is het verminderen van drugsschade door de onderliggende problemen preventief te benaderen. De uitvoering en borging van de vergaarde kennis wordt in kaart gebracht en samenwerking tussen overheden en burgers is belangrijk om de duurzaamheid van de resultaten ten goede te komen.
Wat wil Nederland weten? Vanuit die gedachte is de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) door een innovatief proces met de inbreng van burgers en wetenschappers tot stand gekomen: elke Nederlander kreeg de kans om online vragen aan de wetenschap te stellen. Deze oproep leverde maar liefst 11.700 vragen op, over de meest uiteenlopende onderwerpen. Deze zijn gebundeld in 140 grote vraagstukken, de zogeheten ‘clustervragen’. Rond deze clustervragen zijn vanuit onderzoekers en maatschappelijke organisaties 25 netwerken ontstaan, die de naam NWA-routes kregen. Deze netwerken kregen een eigen routemanagement. Zij ontwikkelen, geïnspireerd door de clustervragen in de NWA-agenda, kennisagenda’s en organiseren bijeenkomsten en communicatieactiviteiten. De 25 NWA-routes en bijbehorende clustervragen zijn te vinden via Routes|NWO.
De NWA omvat complexe vraagstukken waar samenwerking tussen onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publieke en private) organisaties meerwaarde heeft. Hierin stroomt nieuwe kennis door van onderzoeker naar gebruiker en nieuwe vragen vanuit de praktijk en de samenleving vinden een ingang in nieuw onderzoek. Het NWA-programma stimuleert daarom samenwerking tussen verschillende partners in de overtuiging dat men meer kan bereiken met elkaar dan ieder afzonderlijk.
De kernelementen van de NWA zijn:
– de Nationale Wetenschapsagenda die gevormd wordt door de 140 clustervragen en de 25 routes;
– kennisketenbrede4 en trans- en interdisciplinaire consortia, waarin onderzoekers vanuit verschillende disciplinaire achtergronden en kennisorganisaties en maatschappelijke (publiek en private) organisaties en (waar relevant) burgers samenwerken aan de complexe vraagstukken;
– maatschappelijke organisaties, samenleving en burgers hebben een duidelijke rol in het onderzoek;
– het in dialoog en interactie delen van de resultaten met de samenleving.
De uitvoering van het programma voor de Nationale Wetenschapsagenda is door het Ministerie van OCW in 2018 belegd bij NWO. De NWA omvat vier programmalijnen5:
1. Onderzoek op Routes door Consortia (ORC);
2. Thematische programmering waarin wordt samengewerkt met overheden;
Deze Call for proposals wordt gerealiseerd in het kader van programmalijn 2. Bij deze Call for proposals zijn het Ministerie van Justitie en Veiligheid en het Ministerie van Volksgezondheid, Wetenschap en Sport de initiatiefnemers.
Nieuwe kennis en inzichten vanuit wetenschappelijk onderzoek kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken van vandaag én morgen. Door interactie en afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op het toepassen van kennis toe en daarmee ook de kans op maatschappelijke impact. Maatschappelijke impact staat hier voor veranderingen die (mede) het gevolg zijn van door onderzoek gegenereerde kennis en kunde. Deze veranderingen dragen bij aan het welzijn van mens, planeet en maatschappij voor deze en toekomstige generaties. Via haar beleid op impact bevordert NWO de mogelijke bijdrage vanuit onderzoek aan maatschappelijke vraagstukken. Dit doet zij door productieve interacties met maatschappelijke belanghebbenden te stimuleren. Zowel tijdens de ontwikkeling als in de uitvoering van het onderzoek. Dit doet NWO op een manier die past bij het doel van het financieringsinstrument. NWO stimuleert onderzoekers om met een brede blik te kijken naar de mogelijke gewenste en ongewenste impact van hun onderzoek.
In dit programma moet de Impact Plan benadering worden toegepast. De Impact Plan benadering is ontwikkeld om de kans op maatschappelijke impact van onderzoek doelgericht te vergroten.
NWO biedt een e-learning module aan die geïnteresseerden op weg kan helpen via NWO Impact – Online workshops. Voor meer informatie over het kennisbenuttingsbeleid van NWO zie de website: Kennisbenutting | NWO.
In de NWA richten de programma's zich op complexe vraagstukken waar afstemming en samenwerking meerwaarde heeft om wetenschappelijke en maatschappelijke doorbraken te realiseren. NWA stimuleert die samenwerking tussen verschillende partners, zodat het geheel meer is dan de som der delen en nieuwe kennis voor maatschappelijke vraagstukken ontwikkeld wordt.
Impact Plan benadering
De maatschappelijke impact is nooit alleen het resultaat van kennis en inzichten uit het onderzoek. Om de kans op maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten is aantoonbare betrokkenheid nodig van belangrijke stakeholders vanaf de vorming van het consortium tot en met afronding van het project en daarna. Maatschappelijke impact wordt immers vaak pas gerealiseerd in de jaren nádat een onderzoeksproject is afgesloten. Door vanaf het begin van de onderzoeksformulering (co-design) en gedurende de uitvoering van het onderzoek (co-creatie) te zorgen voor voortdurend afstemming tussen onderzoekers en mogelijke kennisgebruikers, neemt de kans op productieve interacties, en uiteindelijk impact, toe.
Consortia stellen samen met stakeholders een Impact Plan op, als onderdeel van de volledige aanvraag. Dat Impact Plan beschrijft hoe het consortium verwacht tot maatschappelijke impact te komen en de rol die productieve interacties daarbij spelen. Hieruit blijkt hoe het behalen van de beoogde impact geïntegreerd is in de onderzoeksopzet en welke rol consortiumpartners en stakeholders uit beleid, praktijk en bedrijfsleven daarin spelen.
Om de kans op impact van het onderzoek te vergroten, is samenwerking tussen onderzoekers, met onderzoekers van andere disciplines én met partners uit de maatschappij, zoals bedrijven en maatschappelijke organisaties nodig. In deze Call for proposals ondersteunt NWO de vorming van een consortium door het organiseren van synergieworkshops. Deze methode wordt hieronder kort toegelicht. Meer informatie over consortiumvorming is te vinden op Consortiumvorming | NWO.
Het doel van synergieworkshops is de vorming van een nieuw inter- en transdisciplinair consortium dat vanuit verschillende kennis- en expertisegebieden één aanvraag ontwikkelt teneinde maximale resultaten en impact te bereiken. Tijdens de workshops wordt de beschikbare kennis op zoveel mogelijk aspecten van een complex vraagstuk gedeeld. Door NWO ingehuurde facilitators begeleiden de totstandkoming van het consortium en de integratie van de vooraanmeldingen tot één in te dienen aanvraag. Op basis van een selectie van de vooraanmeldingen (zie paragrafen 3.4, 3.5 en 4.3) worden deelnemers uitgenodigd. Voor meer informatie over synergieworkshops zie paragraaf 4.2.4. In bijlage 7.4 vindt u een ondersteunende visualisatie van het proces van consortiumvorming.
In dit hoofdstuk staat informatie over het opstellen en indienen van een aanvraag. Met ‘aanvraag’ wordt ook de intentieverklaring en vooraanmelding bedoeld, indien een intentieverklaring en vooraanmelding van toepassing zijn bij deze ronde.
Het gebruik van generatieve AI is niet uitgesloten bij het opstellen van uw aanvraag, mits dit verantwoord gebeurt. De richtlijnen vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
Hieronder staan de indieningsdeadline inclusief het tijdpad van de gehele beoordelingsprocedure van de ronde. Het kan zijn dat NWO het noodzakelijk acht om tijdens de lopende procedure nog aanpassingen in het tijdpad aan te brengen. De hoofdaanvrager wordt hierover geïnformeerd.
Aanvragen die na de deadline zijn ingediend, neemt NWO niet in behandeling.
De deadline voor het indienen van een verzoek tot toetsing van (buitenlandse) organisaties (zie paragraaf 3.2 en bijlage 7.1.3) is 10 dagen voor de indieningsdeadline van de vooraanmelding: 23 juni 2026 voor 14:00:00 CEST.
|
23 juni 2026 voor 14:00:00 CEST |
Deadline verzoek toetsing (buitenlandse) organisatie bij vooraanmelding |
|
16 maart 2027 voor 14:00:00 CET |
Deadline verzoek toetsing (buitenlandse) organisatie bij aanvraag |
|
7 juli 2026 voor 14:00:00 CEST |
Deadline indienen vooraanmeldingen |
|
Augustus 2026 |
Vergadering beoordelingscommissie |
|
September 2026 |
Besluit door de raad van bestuur van NWO over selectie voor synergieworkshops |
|
November 2026 |
Synergieworkshop 1 |
|
Januari 2027 |
Synergieworkshop 2 |
|
Februari 2027 |
Synergieworkshop 3 |
|
30 maart 2027 voor 14:00:00 CEST |
Deadline aanvraag |
|
April 2027 |
Preadvisering beoordelingscommissie |
|
Mei 2027 |
Interview |
|
Augustus 2027 |
Besluit door de raad van bestuur van NWO |
Vooraanmeldingen en aanvragen worden ingediend door een hoofdaanvrager. De hoofdaanvrager (of diens vervanger) heeft aan alle synergieworkshops deelgenomen (zie paragraaf 2.4.1 en 4.2.4).
Er worden vier categorieën van deelnemers aan een consortium onderscheiden:
– Hoofdaanvrager;
– medeaanvrager(s);
– samenwerkingspartner(s);
– cofinancier(s) (niet verplicht).
Het consortium dient te bestaan uit minimaal een hoofdaanvrager, medeaanvrager en samenwerkingspartner. De voorwaarden per deelnemer worden in de volgende paragrafen nader toegelicht.
Hoofdaanvragers
Onderzoekers mogen als hoofdaanvrager optreden als zij in vaste dienst zijn (en dus een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd hebben6) of een tenure track-overeenkomst hebben bij één van de onderstaande onderzoeksorganisaties:
– universiteiten en hogescholen zoals bedoeld in artikel 1.8 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek en de universiteiten genoemd in de Beleidsregel Universiteiten in het Koninkrijk der Nederlanden;
– universitaire medische centra zoals bedoeld in artikel 1.13 lid 1 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
– KNAW- en NWO-instituten;
– TO2-instituten;
– het Nederlands Kanker Instituut;
– het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek te Nijmegen;
– NCB Naturalis;
– Advanced Research Centre for NanoLithography (ARCNL);
– Prinses Máxima Centrum.
Personen met een nul uren-arbeidsovereenkomst of met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd (anders dan een tenure track en de hierboven genoemde uitzondering voor lectoren en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut) zijn uitgesloten van indiening.
Het kan voorkomen dat de tenure track overeenkomst van de hoofdaanvrager eindigt vóór de beoogde afrondingsdatum van het project, of dat het vaste dienstverband van de hoofdaanvrager eindigt wegens het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. In dat geval dient bij de aanvraag een verklaring van de werkgever te worden toegevoegd. Hierin garandeert de betreffende onderzoeksorganisatie dat het project – en alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd – adequaat wordt begeleid voor de volledige duur van het project.
Ook de hoofdaanvrager in dienst van een hogeschool, TO2-instituut of Rijkskennisinstelling wiens dienstverband eindigt voor de beoogde afrondingsdatum van het project waarvoor subsidie wordt aangevraagd, moet een dergelijke verklaring bijvoegen.
Aanvragers met een deeltijdcontract moeten voldoende toezicht garanderen op het project en alle projectleden voor wie financiering wordt aangevraagd.
Hoofdaanvragers kunnen verbonden zijn aan Rijkskennisinstellingen die niet reeds vermeld zijn in bijlage 7.3 mits die voldoen aan de cumulatieve voorwaarden zoals hieronder beschreven bij ‘Medeaanvragers aan onderzoeksorganisaties’.
Medeaanvragers
In deze Call for proposals zijn twee type medeaanvragers mogelijk: medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties en medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties.
Medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties kunnen alleen als medeaanvrager optreden onder toepassing van de de-minimisverordening9. Voor medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties gelden de hieronder beschreven voorwaarden over onderzoeksorganisaties (en eventuele toetsing). Die is niet van toepassing op medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties.
Medeaanvragers aan onderzoeksorganisaties
Medeaanvragers kunnen verbonden zijn aan de onderzoeksorganisaties vermeld in deze paragraaf, aan de onderzoeksorganisaties vermeld in bijlage 7.3 en aan andere onderzoeksorganisaties zoals bedoeld in artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 en die voldoen aan onderstaande cumulatieve voorwaarden.
De organisatie dient:
– in Nederland gevestigd te zijn;
– een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn (alle andere rechtsvormen, waaronder besloten en naamloze vennootschappen, zijn uitgesloten);
– zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het breed verspreiden van de resultaten van die activiteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;
– te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een vooraanmelding en/of een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of een organisatie aan artikel 1.1, lid 4, van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als (mede)aanvrager mag deelnemen. NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun.
De organisatie van de beoogde (mede)aanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening van de vooraanmelding per e-mail aan nwa-dstd@zonmw.nl (dus uiterlijk 23 juni 2026 voor 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan:
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring10;
– de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
De documenten worden in het Engels of Nederlands aangeleverd. Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kunnen NWO en ZonMw om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als (mede)aanvrager.
Als de organisatie van de beoogde (mede)aanvrager binnen een ander NWO programma is getoetst aan deze voorwaarden, neem dan tijdig voor de genoemde deadline contact op met NWO en ZonMw via het bovengenoemde e-mailadres om af te stemmen of deze organisatie opnieuw moet worden getoetst.
Indien de organisatie van de beoogde (mede)aanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kunnen NWO en ZonMw de betreffende organisatie niet als (mede)aanvrager accepteren.
Als in de aanvraag nieuwe (mede)aanvragers toegevoegd worden aan het consortium en deze nieuwe (mede)aanvragers niet verbonden zijn aan een onderzoeksorganisatie vermeld in deze paragraaf dient ook voor deze organisatie(s) een toets op de voorwaarden plaats te vinden. Ook hiervoor geldt dat de organisatie van de beoogde (mede)aanvrager uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail (dus uiterlijk 16 maart 2027 voor 14:00:00 CET) in ieder geval de volgende documenten aanlevert:
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring11;
– de ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals;
De documenten worden in het Engels of Nederlands aangeleverd. Een onderzoeksorganisatie die voorafgaand aan het indienen van een vooraanmelding is getoetst en is goedgekeurd als hoofd- of medeaanvrager, hoeft voorafgaand aan het indienen van de aanvraag niet nogmaals getoetst te worden.
Deze Call for proposals richt zich ook op kennis uit en ten behoeve van de gemeentelijke praktijk.
Maatschappelijke organisaties die ondersteuning bieden bij en/of expertise opbouwen over drugsschade kunnen als medeaanvrager optreden onder de de-minimisverordening (zie hieronder). Het betreft bijvoorbeeld ervaringsdeskundigen, expertisecentra, (vrijwilligers-)initiatieven en belangenorganisaties, waarvan de praktijkkennis en onderzoek gerelateerde activiteiten essentieel zijn om volwaardig onderzoek op te kunnen zetten. In de aanvraag dient te worden onderbouwd welke substantiële, actieve bijdrage de maatschappelijke organisatie levert aan het onderzoek. Dit wordt in het kader van het criterium op de kwaliteit van het consortium (zie paragraaf 4.1) beoordeeld door de beoordelingscommissie.
De-minimisdrempel voor maatschappelijke organisaties
Maatschappelijke organisaties die als medeaanvrager optreden ontvangen de subsidie van NWO via de hoofdaanvrager, met inachtneming van de de-minimisdrempel uit de de-minimisverordening (Verordening (EU) nr. 2023/2831 van de Europese Commissie van 13 december 2023). Op grond van de de-minimisverordening mag een consortiumpartner maximaal € 300.000 aan de-minimissteun ontvangen over een periode van drie jaar.
Maatschappelijke organisaties dienen door het invullen van de verklaring de-minimissteun te verklaren dat de betreffende organisatie door het toewijzen van een subsidie door NWO de de-minimisgrens niet zal overschrijden. Indien een maatschappelijke organisatie constateert dat met de subsidie van NWO de de-minimisgrens wordt overschreden, kan de hoofdaanvrager voor deze maatschappelijke organisatie geen subsidie aanvragen bij NWO. De hoofdaanvrager dient hiermee bij het opstellen van zijn projectbegroting rekening te houden en dient dus per maatschappelijke organisatie die als medeaanvrager wil optreden na te gaan of met het aangevraagde subsidiebedrag de de-minimisdrempel niet wordt overschreden. De door elke maatschappelijke organisatie afzonderlijk ingevulde verklaring de-minimissteun maakt onderdeel uit van de aanvraag.
Er gelden andere voorwaarden voor hoofd- en medeaanvragers tijdens de vooraanmelding (fase 1) en de aanvraag (fase 2).
Fase 1
Hoofdaanvrager
De hoofdaanvrager dient de vooraanmelding in via Mijn ZonMw, het elektronische indiensysteem van ZonMw. Tijdens het beoordelingsproces communiceert ZonMw met de hoofdaanvrager.
Na selectie van een vooraanmelding wordt de hoofdaanvrager aanspreekpunt voor ZonMw en NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.
Aanvullende voorwaarden:
– de hoofdaanvrager mag in deze Call for proposals slechts één vooraanmelding indienen in de hoedanigheid van hoofdaanvrager;
– de hoofdaanvrager mag daarnaast maximaal één keer als medeaanvrager deelnemen aan een andere vooraanmelding.
Medeaanvragers
Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
Aanvullende voorwaarden:
– een medeaanvrager mag in deze Call for proposals in maximaal twee vooraanmeldingen als medeaanvrager deelnemen;
– personen met een nuluren arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening als medeaanvrager;
– een medeaanvrager dient ten minste te beschikken over een masterdiploma of een gelijkwaardige kwalificatie.
Fase 2
Hoofdaanvrager
De hoofdaanvrager dient de aanvraag in via Mijn ZonMw, het elektronische indiensysteem van ZonMw. Tijdens het beoordelingsproces communiceert ZonMw met de hoofdaanvrager.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager projectleider en aanspreekpunt voor ZonMw en NWO. De onderzoeksorganisatie van de hoofdaanvrager is hoofdbegunstigde en wordt penvoerder.
Aanvullende voorwaarden:
– de hoofdaanvrager van de vooraanmelding dient in persoon deel te nemen aan alle synergieworkshops indien deze ook hoofdaanvrager van de aanvraag wil zijn.
– Indien een hoofdaanvrager verhinderd is, bijvoorbeeld in geval van overmacht zoals bedoeld in de NWO Tegemoetkomingsregeling bij overmacht, dient een dient een medeaanvrager van de desbetreffende vooraanmelding als vervanger te hebben deelgenomen aan alle synergieworkshops waarbij de hoofdaanvrager verhinderd is.
Zowel hoofd- als medeaanvragers met een deeltijd dienstverband dienen garant te staan voor adequate begeleiding van het project en van alle op het project werkzame personen voor wie subsidie wordt aangevraagd.
Medeaanvragers
Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project. De (deel)projectleider(s) en begunstigde(n) zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project.
Aanvullende voorwaarden:
– personen met een nuluren arbeidsovereenkomst zijn uitgesloten van indiening als medeaanvrager;
– een medeaanvrager dient ten minste te beschikken over een masterdiploma of een gelijkwaardige kwalificatie.
In deze Call for proposals zijn twee type medeaanvragers mogelijk: medeaanvragers verbonden aan onderzoeksorganisaties en medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties.
Medeaanvragers verbonden aan maatschappelijke organisaties kunnen alleen als medeaanvrager optreden onder toepassing van de de-minimisverordening12.
Samenwerkingspartners zijn binnen deze Call for proposals verplicht, omdat actieve betrokkenheid van maatschappelijke stakeholders van groot belang is bij het ontwikkelen van kennis over uitdagingen en mogelijke oplossingen. Maatschappelijke stakeholders zijn zowel publieke als private organisaties, en waar relevant ook burgers of een vertegenwoordiging daarvan. De organisatie van een maatschappelijke stakeholder is geen hoofd- of medeaanvrager of cofinancier.
Een samenwerkingspartner is gedurende het gehele traject actief betrokken, van het formuleren van onderzoeksvragen en de ontwikkeling van het project (co-design) tot de uitvoering van het onderzoek en/of de kennisbenutting (co-creatie). Een samenwerkingspartner kan worden opgenomen in de adviescommissie.
Let op: voor personeel van organisaties die als samenwerkingspartner deelnemen aan het consortium kan geen subsidie voor salaris- of onderzoekskosten als hoofd- of medeaanvrager worden aangevraagd. Wel is het mogelijk kosten te vergoeden door deze organisaties als derden in te huren via de modules ‘materiële kosten’, ‘kennisbenutting’ of ‘project management (zie paragraaf 3.3 en bijlage 7.1).
Cofinanciering is binnen deze Call for proposals niet verplicht. Cofinanciers zijn organisaties die deelnemen aan het consortium en cash en/of in kind bijdragen aan het project. Cofinanciers ontvangen nooit subsidie van NWO. De voorwaarden omtrent cofinanciering zijn gespecificeerd in paragraaf 3.4.3.
Organisaties waarvan onderzoekers conform de onder in 3.2 gegeven beschrijving als hoofdaanvrager deel mogen nemen, mogen in deze NWA Call for proposals niet deelnemen als cofinancier. Een uitzondering hierin wordt gemaakt voor TO2-instituten. Zij mogen in een consortium wel deelnemen als cofinancier, mits zij in hetzelfde consortium niet ook als hoofd- of medeaanvrager deelnemen.
Binnen deze Call for proposals worden maximaal vier vooraanmeldingen geselecteerd. Dit komt neer op een maximaal te begroten budget van € 1.067.737,75 per vooraanmelding.
Het subsidieplafond voor de gezamenlijke aanvraag bedraagt in totaal € 4.270.951,–. De maximale looptijd van het voorgestelde project is 5 jaar. De aanvrager en medeaanvragers kunnen kosten opvoeren voor personeel, materieel, investeringen en kennisbenutting.
De beschikbare budgetmodules staan hieronder vermeld. Vraag alleen datgene aan wat essentieel is om het project uit te voeren. De tarieven en een toelichting op deze budgetmodules staan in bijlage 7.1.
Voor personeel dat een bijdrage levert aan het project, kan subsidie voor de loonkosten worden aangevraagd. Het bedrag hiervoor is afhankelijk van het type aanstelling en de organisatie waar het personeel werkt.
Personeel bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, umc of een onderzoeksorganisatie
Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor de volgende functies: promovendus, Engineering Doctorate, postdoc, arts-onderzoeker, niet-wetenschappelijk personeel (NWP) en voor de vervanging van de aanvrager(s).
Er kan voor een onbeperkt aantal posities worden aangevraagd voor dit type functie.
Er kan voor ten hoogste 20% van het subsidiebedrag vervanging worden aangevraagd.
Financiering voor de functie van een Engineering Doctorate (EngD) kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd.
Personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten en overige organisaties
Het is mogelijk om loonkosten op te voeren van personeel van hogescholen, onderwijsinstellingen, TO2-instituten, en overige organisaties. Er kan voor een onbeperkt aantal posities aangevraagd worden voor dit type functie.
Studenten
De kosten voor studenten kunt u opvoeren als materiële kosten indien deze ingezet worden voor het project en ze studeren aan een onderzoeksorganisatie genoemd in paragraaf 3.2 (zie bijlage 7.1.2 en 7.1.4). Er is geen maximum aan het aantal studenten dat kan meewerken in het project.
Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland
Het is mogelijk om loonkosten van buitenlandse onderzoeksorganisaties die medeaanvrager zijn, op te voeren voor wetenschappelijk personeel.
Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag voor personeel worden aangevraagd voor personeel bij onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Let op: voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt door NWO getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet (zie paragraaf 3.2 en bijlage 7.1.3).
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke materiële kosten. Voor deze kosten geldt een maximum van 25% van het NWO subsidiebedrag. Van het materiële budget aangevraagd bij NWO mag maximaal 50% worden ingezet voor werk door derden.
Er kan maximaal 25% van het subsidiebedrag voor materieel worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor investeringen in apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen die na afloop van het project economische waarde hebben of kunnen worden hergebruikt. Loonkosten van personeel dat de apparatuur, infrastructuur en andere onderzoeksmiddelen in staat van gereedheid brengt, kan niet worden opgevoerd als onderdeel van de investering. De tarieven en voorwaarden van Personeel zijn hierbij van toepassing en de kosten moeten worden opgevoerd als Investering. Investeringen kunnen alleen worden gedaan bij onderzoeksorganisaties genoemd in paragraaf 3.2.
Er kan maximaal € 500.000 worden aangevraagd voor investeringen.
Financiering kan worden aangevraagd voor activiteiten die bevorderen dat kennis uit het onderzoek wordt benut13, om zo de maatschappelijke impact van het onderzoek te vergroten.
Het is verplicht om een bedrag op te voeren voor kennisbenutting. Deze kosten zijn ten minste 5% en maximaal 20% van het subsidiebedrag. Er kan maximaal 5% van het subsidiebedrag voor kennisbenutting worden aangevraagd voor onderzoeksorganisaties in het buitenland.
Deze Call for proposals kent twee fases:
– het indienen van een vooraanmelding;
– bij positief besluit: deelname aan synergieworkshop en het indienen van één gezamenlijke aanvraag.
Voor deze Call for proposals is het indienen van een vooraanmelding verplicht. Een vooraanmelding is een beknopte aanvraag die op hoofdlijnen beschrijft welke kennisvragen de aanvrager en medeaanvragers willen adresseren en hoe deze bijdragen aan de in de Call for proposals omschreven doelstellingen en de beoogde impact. De vooraanmelding adresseert maximaal één van de onderzoeksthema’s genoemd in paragraaf 2.2.3.
De hoofdaanvrager dient de vooraanmelding in via Mijn ZonMw. Het is belangrijk om tijdig te beginnen met uw vooraanmelding in Mijn ZonMw:
– indien u nog geen Mijn ZonMw-account heeft, dient deze op tijd te worden aangemaakt om eventuele aanmeldproblemen te voorkomen;
– Zie voor meer informatie de Handleiding Mijn ZonMw.
Vooraanmeldingen die na de deadline worden ingediend, neemt ZonMw niet in behandeling. Voor vragen van technische aard verzoeken wij u contact op te nemen met de ZonMw-servicedesk, zie contact (hoofdstuk 6).
Werkt een hoofd- en/of medeaanvrager bij een onderzoeksorganisatie die niet is opgenomen in de database van Mijn ZonMw? U kunt dit dan melden via servicedesk@zonmw.nl zodat de onderzoeksorganisatie kan worden toegevoegd. Hier zijn enige dagen voor nodig. Daarom is het van belang dit uiterlijk een week voor de deadline te melden.
Voor het opstellen van uw vooraanmelding doorloopt u de volgende stappen:
– download het vooraanmeldingsformulier vanuit het online indiensysteem Mijn ZonMw;
– vul het vooraanmeldingsformulier in;
– sla het formulier op als pdf-bestand en dien het met de eventueel verplichte bijlage(n) in Mijn ZonMw in;
– vul de online in Mijn ZonMw gevraagde gegevens in.
Verplichte bijlage(n):
– budget
De aanvraag en bijlagen dienen conform het door ZonMw aangeboden template opgesteld te worden. Bijlagen dienen los van de aanvraag in Mijn ZonMw geüpload te worden. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in Mijn ZonMw. Andere bijlagen dan hierboven vermelde bijlagen zijn niet toegestaan.
De aanvraag kan alleen worden ingediend door een hoofdaanvrager die in fase 1 een vooraanmelding heeft ingediend die door de raad van bestuur van NWO is geselecteerd om door te gaan naar fase 2. De hoofdaanvrager dient de aanvraag namens het consortium in.
De hoofdaanvragers van geselecteerde vooraanmeldingen zijn verplicht deel te nemen aan synergieworkshops. Indien een hoofdaanvrager verhinderd is, bijvoorbeeld in geval van overmacht zoals bedoeld in de NWO Tegemoetkomingsregeling bij overmacht, dient een medeaanvrager van de desbetreffende vooraanmelding als vervanger te hebben deelgenomen aan alle synergieworkshops waar de hoofdaanvrager bij verhinderd is. Medeaanvragers en samenwerkingspartners van de geselecteerde vooraanmeldingen worden ook uitgenodigd om deel te nemen. Tijdens de ontwikkeling van de aanvraag beslist het consortium in wording welke hoofdaanvrager van een vooraanmelding als hoofdaanvrager van de aanvraag optreedt en de aanvraag indient. Een ingediende vooraanmelding wordt in het geval van selectie in Mijn ZonMw automatisch omgezet naar een aanvraag. Begin tijdig met de aanvraag in Mijn ZonMw en raadpleeg de Handleiding Mijn ZonMw.
Voor het opstellen van uw aanvraag doorloopt u de volgende stappen:
– maak een account aan of update indien nodig de gegevens als u al een account heeft;
– download het aanvraagformulier en de formats voor bijlagen in Mijn ZonMw;
– sla het ingevulde aanvraagformulier op als pdf en dien het in Mijn ZonMw in. Dien apart de bijlage(n) in;
– in Mijn ZonMw vult u daarnaast de gevraagde gegevens in, onder andere de disciplinecodes | NWO en de publiekssamenvatting in het Nederlands en Engels;
– de publiekssamenvatting publiceren NWO en ZonMw bij het nieuwsbericht over het toewijzen van de subsidie, bedraagt 50–100 woorden en moet toegankelijk geschreven zijn voor een bredere doelgroep. De wetenschappelijke samenvatting wordt niet gepubliceerd vanwege intellectueel eigendom;
– de aanvraag is geschreven in het Nederlands.
Voorzie de aanvraag van de volgende verplichte bijlagen door deze te uploaden in Mijn ZonMw:
– begroting (Excel-bestand);
– generiek bestedingsplan indien van toepassing;
– verklaring kennisveiligheid (zie paragraaf 4.3.5);
– verklaring cofinanciering (pdf);
– bevestiging van bijdrage aan investeringen (verplicht indien van toepassing, zie bijlage 7.1);
– verklaring aanstelling en projectbegeleiding (pdf);
– steunverklaring NWA (zonder cofinanciering) (pdf).
Optionele bijlage(n) uitsluitend:
– inbeddingsgarantie.
Gebruik voor de bijlagen alleen de door NWO en ZonMw aangeboden templates. Andere bijlagen dan hierboven vermeld zijn niet toegestaan. Alle bijlagen, met uitzondering van de begroting, dienen als pdf-bestand (zonder beveiliging) te worden ingediend. De begroting moet als Excel-bestand worden ingediend in Mijn ZonMw.
Documentatie, zoals formats voor indiening van de aanvraag, is ook beschikbaar via de financieringspagina van deze ronde op de NWO-website.
Een aanvraag die na de deadline wordt ingediend, neemt ZonMw niet in behandeling. Bij technische vragen over het gebruik van Mijn ZonMw kunt u contact opnemen met de Mijn ZonMw-servicedesk. Raadpleeg eerst de handleiding voordat u de helpdesk om advies vraagt. De Mijn ZonMw-servicedesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur op telefoonnummer +31 (0) 70 349 51 76.
Op alle aanvragen is de Regeling Cofinanciering van toepassing.
Aanvullende definities:
– cofinanciering in kind: gekapitaliseerde personele en/of materiële bijdragen van gebruikers;
– cash cofinanciering wordt gebruikt ter dekking van een deel van de totale projectkosten en vormt samen met de door NWO verstrekte subsidie de benodigde financiële middelen.
Cofinanciering is in deze Call for proposals niet verplicht. Het is wel mogelijk cofinanciers toe te voegen in de aanvraag. Onderscheid wordt gemaakt tussen cash cofinanciering (te innen door de hoofdaanvrager), die dient als dekking voor de begroting van de projectactiviteiten beschreven in de aanvraag, en cofinanciering in kind, die kan bestaan uit personele en/of materiële inbreng van de betrokken organisaties.
Voor cofinanciering gelden de volgende uitgangspunten:
– NWO is hoofdfinancier van een aanvraag. Aanvragen waarbij de cofinanciering van de cofinanciers meer dan 49% van de totale projectkosten bedraagt, worden niet in behandeling genomen;
– in kind bijdragen worden alleen geaccepteerd onder de voorwaarde dat het gedeelte dat door de cofinancier wordt ingebracht integraal onderdeel is van de projectactiviteiten en als identificeerbare inspanning kan worden gevolgd of aangemerkt. Bij vragen kan NWO verzoeken om nadere motivering en bewijsstukken van de gehanteerde tarieven en eveneens om aanpassing. Daarnaast mogen eventuele in kind bijdragen in de vorm van diensten en know how niet reeds bij de onderzoeksorganisatie(s) van de aanvrager(s) beschikbaar of voorhanden zijn;
– voor het kapitaliseren van de personele inbreng (mensuren) aan een project worden vaste integrale uurtarieven gebruikt. Voor de tarieven, zie de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. Hierbij dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert;
– cash cofinanciering, is het netto bedrag dat een cofinancier betaalt aan de aanvrager. De aanvrager factureert cash cofinanciering en eventuele btw aan de cofinancier.
Niet toelaatbaar als cash/in kind cofinanciering zijn14 :
– door NWO verstrekte subsidie;
– cofinanciering mag niet afkomstig zijn van partijen die op grond van deze Call for proposals een aanvraag bij NWO kunnen indienen;
– kosten m.b.t. overhead, begeleiding, consultancy en/of deelname aan de begeleidingscommissie.
Verklaring cofinanciering deelnemende cofinanciers
In een verklaring cofinanciering spreekt de cofinancier inhoudelijke en/of financiële steun uit aan het project en bevestigt deze de toegezegde cofinanciering. Verklaringen cofinanciering van cofinanciers, welke genoemd worden in de aanvraag, zijn verplicht als bijlagen bij het indienen van de aanvraag. De verklaring cofinanciering moet zijn ondertekend door een tekenbevoegd persoon van de cofinancier. NWO stelt een verplicht format voor de verklaring cofinanciering beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals op de NWO-website en in Mijn ZonMw.
In geval van toewijzing van de aanvraag dient de cofinancier zijn bijdrage(n) te bevestigen in de consortiumovereenkomst. In deze overeenkomst worden ook verdere afspraken gemaakt tussen de cofinancier(s) en de aanvrager(s). (zie paragraaf 5.1.3).
Verantwoording cash cofinanciering en cofinanciering in kind
De verhouding tussen cofinanciering (zowel cash als in kind) en de door NWO verstrekte subsidie in deze Call for proposals is van toepassing vanaf het indienen van een aanvraag tot en met de vaststelling van de subsidie. Cash cofinanciering heeft invloed op het subsidiebedrag dat NWO verstrekt omdat zowel de bijdrage van NWO als cash cofinanciering voor dezelfde project specifieke kosten gebruikt worden (in tegenstelling tot cofinanciering in kind).
Ambtshalve indexeren (zie bijlage 7.2) als gevolg van andere geldende tarieven na indiening heeft geen invloed op de verhouding en cofinancieringseis voor de NWO bijdrage. NWO gaat daarvoor uit van de verhouding in de door NWO geaccepteerde aanvraagbegrotingen.
Na afsluiting van een project, wordt het definitieve subsidiebedrag vastgesteld aan hand van de eindverantwoording, de financiële voorwaarden en de verhouding cofinanciering zoals aanwezig in de aanvraagbegroting.
In geval van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering (door onvoorziene omstandigheden, zoals faillissementen) gaat NWO voor haar bijdrage uit van de oorspronkelijke subsidieverlening, rekening houdend met de wel geleverde cash cofinanciering en de geldende minimale cofinancieringseis, indien deze van toepassing is.
Cash cofinanciering boven de cofinancieringseis heeft invloed op de gehanteerde verhouding tussen cofinanciering en door NWO verstrekte subsidie. Indien een project cash cofinanciering kent boven de cofinancieringseis en er bij vaststelling sprake is van gedeeltelijk geleverde cash cofinanciering, is de NWO bijdrage nooit meer dan de oorspronkelijke bijdrage uit de subsidieverlening. De verhouding van de NWO bijdrage is dan maximaal de bijdrage die volgt uit de cofinancieringseis.
Te allen tijde dient NWO op de hoogte gesteld worden van problemen in verwachte cofinanciering (cash en/of in kind). Naast financiële gevolgen voor een project, kan NWO ook adequate wijzigingen in een project verlangen als wijzigingsverzoek, zodat het onderzoek naar beste vermogen vervolgd kan worden.
In een steunverklaring (zonder co financiering) spreekt de samenwerkingspartner steun uit aan het project en beschrijft diens rol binnen het project. Steunverklaringen mogen alleen voor aanvragen worden aangeleverd. NWO en ZonMw stellen een standaard format beschikbaar op de financieringspagina.
In geval van toekenning dient de samenwerkingspartner diens deelname aan het project te bevestigen in de consortiumovereenkomst. Tevens worden in deze overeenkomst verdere afspraken gemaakt tussen de samenwerkingspartner(s) en de aanvrager(s) (zie ook paragraaf 5.1.3).
Voor maatschappelijke organisaties die gefinancierd worden onder de de-minimisverordening (zie paragraaf 3.2) maakt de verklaring de-minimissteun onderdeel uit van de aanvraag. De toewijzing van de aanvraag zal plaatsvinden onder de voorwaarde dat op het moment van toewijzing de de-minimisdrempel voor de betreffende maatschappelijke organisatie niet wordt overschreden.
Daar waar in deze paragraaf over ‘aanvraag’ wordt gesproken worden de aanvragen uit fase 1 en 2 bedoeld, tenzij expliciet anders aangegeven.
NWO en ZonMw toetsen een aanvraag op alle in deze Call for proposals gestelde voorwaarden, inclusief onderstaande voorwaarden. Alleen als de aanvraag aan deze voorwaarden voldoet, wordt de aanvraag in behandeling genomen.
Voorwaarden:
– de vooraanmelding adresseert maximaal één van de in hoofdstuk 2 omschreven thema’s.
– de verplichte vooraanmelding is ingediend voor de deadline;
– de aanvraag is ontvangen voor de gestelde deadline;
– de hoofdaanvrager en medeaanvrager(s) voldoen aan de in paragraaf 3.2 en bijlage 7.1.3 gestelde voorwaarden;
– de cofinanciers voldoen aan de in paragraaf 3.4.3 gestelde voorwaarden;
– de samenwerkingspartners voldoen aan de in paragraaf 3.2.2 gestelde voorwaarden;
– de aanvraag voldoet aan de DORA richtlijnen zoals beschreven in paragraaf 4.3.4;
– de hoofdaanvrager of diens vervanger is aanwezig geweest bij alle synergieworkshops (zie paragraaf 2.4.1, 3.2.1 en 4.2.4);
– de aanvraag is opgesteld met gebruikmaking van de formulieren die beschikbaar zijn gesteld in Mijn ZonMw en op de financieringspagina (webpagina) van deze ronde op de NWO-website;
– de datamanagementparagraaf is ingevuld (hiermee maken aanvragers kenbaar hoe met data voortkomend uit het onderzoek wordt omgegaan);
– het aanvraagformulier en de verplichte bijlagen zijn, na eventueel eenmalig verzoek tot aanvulling of wijziging, juist, compleet en volgens de instructies ingevuld;
– de aanvraag is ingediend via het Mijn ZonMw-account van de hoofdaanvrager;
– de aanvraag is in het Nederlands opgesteld;
– de aanvraag voldoet aan de eisen ten aanzien van de pagina- dan wel woordlimiet;
– de begroting in de aanvraag is volgens de voorwaarden van deze Call for proposals opgesteld (gebruikmakend van het beschikbaar gestelde format dat de meest recente tarieven bevat);
– de cofinanciering is, na eventueel verzoek tot aanvulling of wijziging, correct en volledig toegezegd middels verklaringen cofinanciering;
– het voorgestelde project heeft een looptijd van minimaal 4 en maximaal 5 jaar.
In het vooraanmeldings- en aanvraagformulier kunnen aanvullende voorwaarden, toelichtingen, werkwijzen en vragen staan die nodig zijn om het formulier correct te kunnen invullen.
In behandeling nemen en administratieve correcties
Zo snel mogelijk nadat de benodigde stukken zijn ingediend, ontvangt de aanvrager bericht of NWO en ZonMw de aanvraag in behandeling nemen. Houd er rekening mee dat NWO en ZonMw de aanvrager binnen twee weken na de indieningsdeadline kunnen benaderen om eventuele administratieve correcties door te voeren om (alsnog) te voldoen aan de voorwaarden voor indiening.
De aanvrager krijgt één keer de gelegenheid om binnen maximaal tien werkdagen de correcties door te voeren. Als blijkt dat gecorrigeerde stukken wederom niet volledig en/of juist zijn, nemen NWO en ZonMw de aanvraag niet in behandeling.
Informeren eigen onderzoeksorganisatie
NWO en ZonMw gaan ervan uit dat aanvragers de onderzoeksorganisatie waar zij werkzaam zijn hebben geïnformeerd over het indienen van de aanvraag en dat de organisatie de subsidievoorwaarden van deze Call for proposals aanvaardt. Tijdens het aanvraagproces communiceren NWO en ZonMw met de hoofdaanvrager.
In dit hoofdstuk staat informatie over de beoordelingsprocedure van de vooraanmeldingen en de aanvraag.
De vooraanmeldingen die binnen deze Call for proposals worden ingediend worden inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Fase 1 – Vooraanmelding:
– Probleemstelling en -analyse (40%)
– Verwachte impact en route naar impact (40%)
– Kwaliteit van de potentiële consortiumpartners (20%)
Probleemstelling en -analyse
– De geformuleerde probleemstelling is helder geformuleerd.
– De voorgestelde onderzoeksaanpak beschrijft één thema.
– Er is sprake van aansluiting bij, en bijdrage aan, de doelstelling van de Call for proposals:
– De vooraanmelding adresseert kennisvragen die passen bij de doelstelling van de Call for proposals en één van de daarbinnen geformuleerde thema’s.
Verwachte impact en route naar impact (projectaanpak)
– De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag.
– De route naar impact is logisch en helder omschreven:
– De outcomes en output relaterend aan de gewenste impact en het geadresseerde thema zijn helder en logisch omschreven.
– De samenwerkingskansen t.o.v. de niet in de vooraanmelding geadresseerde thema’s zijn helder omschreven.
– Kwaliteit van onderzoeksaanpak op hoofdlijnen.
Kwaliteit van de potentiële consortiumpartners
– De samenstelling sluit logisch aan bij de beoogde aanpak beschreven in de vooraanmelding.
– Expertise en interdisciplinariteit van de in de vooraanmelding gepresenteerde (potentiële) consortiumpartners.
– Potentie voor een kennisketenbrede samenwerking.
– Potentie tot samenwerking met relevante maatschappelijke stakeholders en/of burgers
De beoordeling vindt plaats aan de hand van inhoudelijke beoordelingscriteria en gaat van start nadat een aanvraag in behandeling is genomen. De aanvraag wordt inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:
Fase 2 – Aanvraag:
– Probleemstelling en -analyse (20%)
– Verwachte impact en route naar impact (20%)
– Kwaliteit van het consortium (30%)
– Kwaliteit van het onderzoek (30%)
Binnen de vier beoordelingscriteria worden de volgende aspecten onderscheiden:
Probleemstelling en -analyse
– Helder geformuleerde probleemstelling en resulterende kennishiaten, logisch gerelateerd en bijdragend aan de doelstelling van de Call for proposals.
– Maatschappelijke en wetenschappelijke urgentie en relevantie van de probleemstelling.
– Interdisciplinaire en transdisciplinaire karakter van de probleemstelling en de kennishiaten.
Beoogde impact en route naar impact
– De beoogde wetenschappelijke en maatschappelijke impact is helder gedefinieerd en volgt logisch uit het/de geïdentificeerde probleem of vraag.
– De Impact pathway beschrijft een heldere route richting de maatschappelijke, impact, inclusief de rol van de betrokken partners.
– Passende strategische activiteiten ten behoeve van het bereiken van de beoogde impact, zoals stakeholder engagement, communicatie, monitoring en evaluatie en capaciteitsontwikkeling.
– Voldoende aandacht voor de belangrijkste risico’s op ongewenste maatschappelijke impact en de voorgenomen maatregelen om dit te voorkomen of mitigeren en de kans op gewenste impact te vergroten.
Kwaliteit van het consortium
– Samenstelling van het consortium sluit logisch aan bij het beoogde project. Het is inter- en transdisciplinair met betrokkenheid van relevante maatschappelijke stakeholders en/of burgers en is kennisketenbreed.
– Kwaliteit van de consortiumpartners voor wat betreft benodigde kennis, vaardigheden en expertise voor de uitvoering van het project.
– Actieve betrokkenheid van de partners bij de ontwikkeling van het project (co-design), vanaf de articulatie van de probleemstelling en de kennishiaten, en bij de uitvoering (co-creatie).
– Heldere taak- en rolverdeling binnen het consortium bij uitvoering van het onderzoek en de governance.
Kwaliteit van het onderzoek
– De wetenschappelijke vraagstelling volgt logisch uit de probleemanalyse en is origineel en vernieuwend voor de betrokken disciplines.
– De voorgestelde aanpak en methodologie zijn geschikt om de concreet geformuleerde doelstellingen te behalen en de vraagstelling te beantwoorden. Het consortium hanteert in de uitvoering zowel een fundamentele als toepassings- en praktijkgerichte aanpak.
– Het integrale karakter van het interdisciplinaire onderzoek.
– Opzet van het voorgestelde onderzoeksplan: helder omschreven werkpakketten in logische samenhang; passende, goed gemotiveerde, begroting; risico analyse en eventueel back-up plan.
De criteria ‘Probleemstelling en -analyse’, ‘Beoogde impact en route naar impact’, ‘Kwaliteit van het consortium’, en ‘Kwaliteit van het onderzoek’ krijgen een score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend.
Alle aanvragen ontvangen een gewogen gemiddelde totaalscore op de criteria ‘Probleemstelling en -analyse’, ‘Beoogde impact en route naar impact’, ‘Kwaliteit van het consortium’, en ‘Kwaliteit van het onderzoek’ en worden op basis van deze score in prioritering gezet. In rondes met vijf of meer aanvragen worden de scores van de leden van de beoordelingscommissie genormaliseerd om tot een prioritering te komen. NWO past normalisatie toe op basis van de mediaan en de gemiddelde deviatie.
De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag op het beoordelingscriterium ‘Probleemstelling en -analyse’ tenminste de kwalificatie ‘zeer goed’ en op de overige afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen.
Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
De beoordelingsprocedure van de aanvraag bestaat uit de volgende stappen (zie het tijdpad in paragraaf 3.1):
Fase 1 – Vooraanmelding
– indiening van de vooraanmelding;
– in behandeling nemen van de vooraanmelding;
– beoordeling en selectie van de vooraanmelding.
Fase 2 – Opstellen en indienen van de aanvraag
– deelname aan synergieworkshops;
– indiening van de aanvraag;
– in behandeling nemen van de aanvraag;
– preadvisering beoordelingscommissie;
– interview;
– besluitvorming.
Voor deze ronde wordt een externe, onafhankelijke beoordelingscommissie ingesteld door de raad van bestuur van NWO. De leden hiervan zijn afkomstig uit de wetenschap en de gehele kennisketen, inclusief maatschappelijke stakeholders en vertegenwoordigers vanuit de doelgroep, met kennis van het vakgebied. De taak van de beoordelingscommissie is om de ingediende aanvragen te beoordelen aan de hand van de beoordelingscriteria. Iedere aanvraag wordt op zichzelf staand beoordeeld.
Vanwege het bijzondere karakter van de Call for proposals en de aanwezige expertise in de beoordelingscommissie, heeft NWO besloten om bij de beoordeling van de aanvragen gebruik te maken van de mogelijkheid gegeven in artikel 2.2.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024, om de beoordelingsprocedure uit te voeren zonder referenten in te schakelen.
Voorafgaand aan het indienen van vooraanmeldingen organiseren NWO en ZonMw een online informatiebijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst wordt meer informatie gegeven over het aanvraag- en beoordelingsproces, synergieworkshops en de Impact Plan benadering (zie ook paragraaf 2.3.2). De bijeenkomst biedt tevens de gelegenheid tot netwerken en verkennen van mogelijke samenwerking bij vooraanmeldingen.
De beoordelingscommissie beoordeelt en prioriteert de vooraanmeldingen aan de hand van de criteria beschreven in paragraaf 4.1.1. De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging en geeft de vooraanmelding per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De vooraanmelding als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om te kunnen worden geselecteerd voor fase 2.
De voorlopige prioritering per thema wordt vastgesteld aan de hand van de criteria 1 t/m 3 beschreven in paragraaf 4.1.1 ‘Inhoudelijke beoordelingscriteria vooraanmelding.’ De twee hoogst geprioriteerde aanvragen voor elk van de twee thema’s wordt voorgedragen voor selectie.
In haar advies motiveert de beoordelingscommissie haar observaties met betrekking tot de kwaliteit van de vooraanmeldingen, en doet zij aanbevelingen voor de uitwerking van een vooraanmelding samen met andere geselecteerde vooraanmeldingen tot één aanvraag.
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op voor de raad van bestuur van NWO. De raad van bestuur van NWO neemt vervolgens een besluit en selecteert op advies van de beoordelingscommissie maximaal vier vooraanmeldingen, twee voor elk van de twee thema’s zoals omschreven in hoofdstuk 2. NWO nodigt maximaal vier hoofdaanvragers van een vooraanmelding uit voor deelname aan fase 2. Aanvragers die niet worden geselecteerd ontvangen een afwijzingsbesluit over de vooraanmelding en kunnen niet indienen in fase 2.
Indien binnen één thema geen vooraanmelding met ten minste de kwalificatie ‘goed’ wordt ingediend, dan wordt de hoogst geprioriteerde vooraanmelding of worden de hoogst geprioriteerde vooraanmeldingen uit het andere thema, met tenminste de kwalificatie ‘goed’, voor selectie voorgedragen.
Indien er in fase 1 in totaal maximaal één vooraanmelding wordt geselecteerd, vindt fase 2 geen doorgang en wordt de Call for proposals gesloten. Voor meer informatie over de kwalificaties, zie: Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO. In alle gevallen geldt dat vooraanmeldingen slechts voor honorering in aanmerking komen, indien deze aan de kwaliteitscriteria beschreven in paragraaf 4.1 voldoen
Als na de bespreking van de vooraanmeldingen blijkt dat twee of meer vooraanmeldingen op basis van hun gewogen totaalscore niet van elkaar te onderscheiden zijn, dan is er sprake van een ex aequo-situatie (zie paragraaf 4.2.3).
Onder ex aequo verstaat NWO de situatie waarin twee of meer vooraanmeldingen op basis van hun gewogen score niet van elkaar te onderscheiden zijn. Een ex aequo situatie is relevant rondom de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Of er sprake is van een ex aequo situatie wordt als volgt bepaald. Het uitgangspunt is de door de beoordelingscommissie opgestelde prioritering, met eindscores afgerond op 2 decimalen. De referentiescore is de score van de laagst geprioriteerde vooraanmelding binnen de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens. Alle vooraanmeldingen met een score die 0,05 of minder van de referentiescore afliggen, worden in overweging genomen. Zo worden de vooraanmeldingen geselecteerd die binnen 0,10 gelijk zijn. Indien een ex aequo situatie zich voordoet op de grens van het subsidieplafond of de selectiegrens, dan zal de vooraanmelding met de hoogste score op het criterium ‘Probleemstelling- en analyse’ als hoogste eindigen. Dit criterium wordt als eerste beschouwd vanwege zijn centrale rol bij het beoordelen van de relevantie en urgentie van het voorgestelde onderzoek en de aansluiting bij het thema. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de vooraanmelding met de hoogste score op het criterium ‘Kwaliteit van de potentiële consortiumpartners’ als hoogste eindigen. Dit benadrukt het belang van een goed samengestelde en samenwerkende projectgroep, wat in lijn is met de doelstellingen van de call waarvoor samenwerking en inter- en transdisciplinariteit noodzakelijk is. Als de ex aequo situatie daarmee niet wordt doorbroken, zal de vooraanmelding met de hoogste score op het criterium ‘Verwachte impact en route naar impact’ als hoogste eindigen. Als ook dan vooraanmeldingen gelijk eindigen bepaalt de beoordelingscommissie met behulp van een (anonieme) meerderheidsstemming de prioritering (conform artikel 2.2.6, vijfde lid, van de NWO Subsidieregeling 2024). Als ook stemming geen uitsluitsel biedt, of niet gewenst is, wordt de ex aequo situatie doorgestuurd naar de raad van bestuur van NWO.
In fase 2 vindt ontwikkeling en indiening van één aanvraag plaats door een consortium dat bestaat uit de geselecteerde hoofdaanvragers en andere betrokkenen uit de geselecteerde vooraanmeldingen. Daarbij dient de inhoud van vooraanmeldingen als startpunt en wordt deze geïntegreerd tot één aanvraag, waarbij de systematiek van de Impact Plan benadering wordt gehanteerd (zie ook paragraaf 2.3.2).
De opzet van de samenwerking en integratie van de vooraanmeldingen wordt uitgewerkt door middel van synergieworkshops. Dit gaat om een aantal sessies in de periode van november 2026 tot en met februari 2027, onder leiding van een door NWO aangestelde externe, onafhankelijke facilitator. Het is verplicht voor de hoofdaanvragers van de geselecteerde vooraanmeldingen om in fase 2 aan alle synergieworkshops deel te nemen, indien zij hoofdaanvrager willen zijn van de aanvraag. Daarbij kunnen aanvullende deelnemers, waaronder ook stakeholders, uitgenodigd worden als de geselecteerde aanvragers daartoe besluiten. Indien een hoofdaanvrager verhinderd is, bijvoorbeeld in geval van overmacht zoals bedoeld in de NWO Tegemoetkomingsregeling bij overmacht, dient een medeaanvrager van de desbetreffende vooraanmelding als vervanger te hebben deelgenomen aan alle synergieworkshops waar de hoofdaanvrager bij verhinderd is. Synergieworkshops dienen ter ondersteuning van de uitwerking van de aanvraag. Van aanvragers wordt verwacht dat ze buiten de workshop ook voldoende tijd en capaciteit reserveren voor verdere ontwikkeling van het projectvoorstel, onderlinge afstemming en het schrijven van de aanvraag.
Eén van de hoofdaanvragers van de geselecteerde vooraanmeldingen wordt hoofdaanvrager van de aanvraag.
Indien tijdens of na synergieworkshops blijkt dat de noodzakelijke expertise of consortiumpartners ontbreken, dan kunnen samenwerkingspartners of cofinanciers aan het consortium worden toegevoegd, mits goed onderbouwd in de aanvraag.
De aanvraag wordt voor commentaar voorgelegd aan de beoordelingscommissie. Daarbinnen wordt voor de aanvraag bij voorkeur minstens twee preadviseurs aangewezen. De preadviseurs geven schriftelijk een inhoudelijk en beargumenteerd commentaar op de aanvraag. Zij formuleren dit commentaar aan de hand van de inhoudelijke beoordelingscriteria (zie paragraaf 4.1) en geven de aanvraag per beoordelingscriterium een cijfermatige score. Hierbij wordt de NWO-scoretabel gehanteerd (op een schaal van 1 tot 9, waarbij ‘1’ excellent is en ‘9’ ontoereikend). De datamanagementparagraaf wordt niet beoordeeld en daarom ook niet meegewogen in de beslissing om de aanvraag al dan niet toe te wijzen. De beoordelingscommissie kan wel advies geven met betrekking tot de datamanagementparagraaf. De preadviseurs inventariseren daarnaast welke onderdelen tijdens het interview verhelderd, toegelicht of verdiept dienen te worden.
Tijdens het interview heeft de beoordelingscommissie de gelegenheid om vragen te stellen. Dit kunnen ook nieuwe vragen zijn die niet door de preadviseurs zijn opgeworpen. Het consortium kan tijdens het interview in de discussie met de beoordelingscommissie reageren. Op deze wijze wordt aanvullend hoor- en wederhoor toegepast. Het interview is een belangrijk onderdeel van de beoordeling en kan leiden tot bijstelling van de beoordeling en de score van de aanvraag tot dan toe.
De beoordelingscommissie maakt op basis van het beschikbare materiaal een eigen afweging. Hierbij geldt dat het preadvies in belangrijke mate richtinggevend zijn voor de uiteindelijke beoordeling, maar de beoordelingscommissie neemt deze niet per se onverkort over. De beoordelingscommissie weegt de argumenten van de preadviseurs (ook onderling) en bekijkt of in het weerwoord een goede reactie is geformuleerd op de kritische opmerkingen uit het preadvies. De beoordelingscommissie geeft de aanvraag een eindscore, afgerond op twee decimalen.
De beoordelingscommissie stelt naar aanleiding van de bespreking een schriftelijk advies op aan de raad van bestuur van NWO over de kwaliteit van de aanvraag. Dit advies baseert zij op de beoordelingscriteria. De aanvraag als geheel moet tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen om in aanmerking te komen voor de subsidie. Daarnaast moet de aanvraag tevens op elk van de afzonderlijke beoordelingscriteria tenminste de kwalificatie ‘goed’ krijgen. Voor meer informatie over de kwalificaties zie Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Herstelmogelijkheid (fase 2)
In het geval van een advies tot niet toewijzen, kan de beoordelingscommissie schriftelijk aangeven welke elementen onvoldoende zijn en verbeterpunten aandragen. Het consortium heeft eenmalig de kans een herziene aanvraag in te dienen die de verbeterpunten adresseert. De hoofdaanvrager krijgt na dagtekening van het verzoek twee maanden de tijd om de herziene aanvraag in te dienen. Wanneer de beoordelingscommissie het aantrekken van een of meerdere cofinanciers of samenwerkingspartners in het consortium als verbeterpunt aandraagt, krijgt de hoofdaanvrager drie maanden de tijd voor indiening van de gewijzigde aanvraag.
Na ontvangst van de herziene aanvraag wordt een interview met een aantal vertegenwoordigers vanuit het consortium ter bespreking van het voorstel met de beoordelingscommissie ingepland. Na het interview stelt de beoordelingscommissie een definitief advies vast.
Voor de besluitvorming toetst de raad van bestuur van NWO de gevolgde procedure en het advies van de beoordelingscommissie. De definitieve kwalificaties worden vastgesteld en over de toe- en afwijzing van de aanvragen wordt besloten. De aanvrager ontvangt na dit besluit van NWO bericht of de aanvraag is toegewezen of afgewezen. De aanvrager ontvangt ook een brief (per e-mail) met daarin het besluit.
Onderstaande richtlijnen en kaders zijn van toepassing tijdens de beoordeling van uw aanvraag.
Voor alle bij de beoordeling en/of besluitvorming betrokken personen en betrokken NWO- en ZonMw-medewerkers is de NWO Code Persoonlijke Belangen van toepassing.
Het gebruik van generatieve AI is volledig uitgesloten bij de beoordeling van een aanvraag. Meer informatie over het beleid op generatieve AI vindt u op de website (NWO-beleid op het gebruik van generatieve artificial intelligence (GAI) | NWO).
NWO en ZonMw streven naar een inclusieve cultuur, waarin geen plaats is voor bewuste of onbewuste barrières vanwege culturele, etnische of religieuze achtergrond, gender, seksuele oriëntatie, gezondheid of leeftijd (Diversiteit en inclusie | NWO). NWO biedt leden van een beoordelingscommissie handvatten voor het inclusief beoordelen bij de schriftelijke beoordeling en bij de vergadering van de beoordelingscommissie (Inclusief beoordelen | NWO).
NWO en ZonMw hanteren bij het beoordelen van het wetenschappelijke track record van aanvragers een brede definitie van wetenschappelijke output.
NWO en ZonMw verzoeken de beoordelingscommissie bij de beoordeling van de aanvragen niet af te gaan op indicatoren als de Journal Impact Factor of de h-index. Deze mogen niet worden vermeld in de aanvraag. Wel mogen naast publicaties ook andere wetenschappelijk producten worden vermeld, zoals datasets, patenten, software, code enzovoort.
De basis voor dit beleid ligt in de ‘San Francisco Declaration on Research Assessment’ (DORA), ondertekend door NWO. DORA is een wereldwijd initiatief dat beoogt de manier te verbeteren waarop onderzoek en onderzoekers worden beoordeeld. DORA bevat aanbevelingen voor onderzoeksfinanciers, onderzoeksorganisaties, wetenschappelijke tijdschriften en andere partijen.
In de Nationale leidraad kennisveiligheid hebben de Nederlandse kennissector (waaronder NWO) en verschillende onderdelen van de Rijksoverheid handvatten vastgelegd voor wie binnen onderzoeksorganisaties te maken heeft met internationale samenwerking en daarbij kansen en (veiligheids-)risico’s tegen elkaar moet afwegen. Bij de aanpak van kennisveiligheid binnen Nederland staat zelfregulering door de kennissector centraal.
NWO en ZonMw verwachten van aanvragers dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. Indien NWO en ZonMw signalen ontvangen dat een aanvraag of toegewezen project kennisveiligheidsrisico’s met zich meebrengt, kunnen NWO en ZonMw de aanvrager of projectleider verzoeken inzicht te geven in de risico mitigerende maatregelen. Daarnaast kan NWO besluiten om in het subsidieverleningsbesluit nadere voorwaarden op te nemen ter bescherming van de kennisveiligheid.
De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Home | Loket Kennisveiligheid.
Aanvragers die gedurende de beoordelingsprocedure verhinderd zijn om tijdig de benodigde input te leveren kunnen mogelijk een beroep doen op de Tegemoetkomingsregeling bij overmacht | NWO.
In dit hoofdstuk staan de voorwaarden en verplichtingen die gelden na toewijzing van de subsidie. Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk relevant voor aanvragers van toegewezen aanvragen.
Na toewijzing van een aanvraag wordt de hoofdaanvrager automatisch de projectleider en het aanspreekpunt voor NWO en ZonMw. De onderzoeksorganisatie van de projectleider is de begunstigde en wordt penvoerder. De projectleider en penvoerder zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het gehele project. Medeaanvragers hebben een actieve rol bij de uitvoering van het project en worden medeprojectleiders.
De projectleider van het project ontvangt namens de raad van bestuur van NWO een subsidieverleningsbesluit. Daarin staan ook specifieke formulieren of richtlijnen vermeld. Het startformulier en het datamanagementplan en de consortiumovereenkomst dienen voor aanvang van het project te worden ingediend. Zonder deze documenten mag het project niet starten. De subsidie wordt uitbetaald in termijnen nadat aan alle startvoorwaarden is voldaan.
Om de start van het project aan te geven, dient gebruik te worden gemaakt van het startformulier. Het startformulier wordt tegelijk met het subsidieverleningsbesluit aan de projectleider gestuurd.
Projectleiders kunnen anderen machtigen om administratieve acties voor hun project uit te voeren in het ISAAC systeem, het elektronische indiensysteem van NWO. Meer informatie over de machtigingsregeling voor projectleiders staat hier: Machtigingsregeling voor projectleiders | NWO.
Bij goed onderzoek hoort verantwoord datamanagement. Voorafgaand aan de start van het project werkt de projectleider de datamanagementparagraaf uit tot een datamanagementplan. Als er door referenten en de beoordelingscommissie advies gegeven is over datamanagement, dan kan daarvan gebruik worden gemaakt. De projectleider beschrijft in het plan of er gebruik gemaakt wordt van bestaande data of dat het om een nieuwe dataverzameling gaat en hoe de dataverzameling dan FAIR – vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar – gemaakt wordt.
Het datamanagementplan moet worden afgestemd met een datasteward of vergelijkbare functionaris van de onderzoeksorganisatie waar het project wordt uitgevoerd. Het datamanagementplan moet voor de startdatum van het project via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO. ZonMw beoordeelt het plan. Goedkeuring van het datamanagementplan door ZonMw is een voorwaarde voor de subsidieverlening. Het plan kan tijdens het onderzoek worden bijgesteld.
In de consortiumovereenkomst worden afspraken vastgelegd over intellectueel eigendom en publicatie, kennisoverdracht, geheimhouding, betalingen van cofinanciering en voortgangs- en eindverslagen. De NWO consortiumovereenkomst is beschikbaar in het Nederlands en in het Engels. De consortiumovereenkomst wordt aangegaan door alle projectpartners en ondertekend door tekenbevoegde personen binnen de betrokken organisaties en dient via ISAAC, het elektronische indiensysteem van NWO, te worden ingediend voordat het project mag starten. De verantwoordelijkheid voor het regelen van de consortiumovereenkomst ligt bij de aanvrager.
NWO beoogt enerzijds dat de onderzoeksresultaten van door NWO gefinancierde projecten publiekelijk toegankelijk zijn, en anderzijds dat de verdere ontwikkeling van de onderzoeksresultaten wordt gestimuleerd door partijen de mogelijkheid te bieden om deze te exploiteren. Daarbij kan het wenselijk zijn om intellectuele eigendomsrechten over te dragen of een licentie te verlenen aan (één van) de bij het project betrokken private partijen. Het uitgangspunt is dat alle onderzoeksresultaten kunnen worden gepubliceerd met inachtneming van afspraken over publicatieprocedures. Dit wordt bepaald in de consortiumovereenkomst.
Tijdens de loop van het project houdt de projectleider NWO op de hoogte van de voortgang. Dit gebeurt op verschillende manieren.
Gedurende het project is de hoofdaanvrager verantwoordelijk voor rapportages over het project. NWO kan met het oog op monitoring van de voortgang van het project tussentijds inhoudelijk en financiële rapportages opvragen, evenals verantwoording van geleverde cofinanciering indien van toepassing.
Meer informatie hierover volgt in het subsidieverleningsbesluit.
Ter versterking van de monitoring en om het draagvlak voor de uitvoering van de projecten te vergroten, zal een begeleidingscommissie worden ingesteld. De begeleidingscommissie monitort de verbinding tussen de verschillende thema’s, monitort de voortgang van alle projecten en de behaalde resultaten met een focus op kennisoverdracht, kennisbenutting en toepassing van de resultaten. Er zullen geregeld bijeenkomsten worden georganiseerd. Voor de bijeenkomsten van de begeleidingscommissie worden vertegenwoordigers van alle consortia gevraagd om input en deelname aan de bijeenkomsten. Waar gewenst worden experts uitgenodigd.
NWO wil op de hoogte blijven van alle output die het onderzoek oplevert, zowel wetenschappelijk als voor het brede publiek. Op de NWO-website is meer informatie te vinden over verschillende soorten output. Projectleiders kunnen deze output indienen via het ISAAC-systeem, het elektronische indiensysteem van NWO.
Als er tijdens de looptijd van het project wijzigingen zijn ten opzichte van de toegewezen aanvraag en begroting dan moet de projectleider deze wijzigingen vooraf ter goedkeuring voor leggen aan NWO via een wijzigingsformulier. Zie ook artikel 3.4 van de NWO Subsidieregeling 2024.
Hieronder staan de richtlijnen en kaders beschreven die van toepassing zijn op de uitvoering van het project.
Net zoals bij de beoordeling (zie paragraaf 4.3) is na toewijzing de Nationale leidraad kennisveiligheid van toepassing. NWO verwacht van projectleiders dat zij zich conformeren aan het kennisveiligheidsbeleid van de onderzoeksorganisatie. In het subsidieverleningsbesluit kunnen nadere voorwaarden zijn opgenomen ter bescherming van de kennisveiligheid. De Nationale leidraad kennisveiligheid vindt u op de website van de Rijksoverheid: Loket Kennisveiligheid.
Het is de verantwoordelijkheid van de projectleider om na te gaan of voor de uitvoering van het voorgestelde project een ethische verklaring of vergunning noodzakelijk is. Het wel of niet hebben van een ethische verklaring of vergunning op het moment van het aanvraagproces heeft geen invloed op de beoordeling van de aanvraag. Als er een ethische verklaring of vergunning nodig is voor (een deel van) het onderzoek dan moet de projectleider een kopie van deze verklaring of vergunning aan NWO verstrekken nadat het project is toegewezen, en in ieder geval uiterlijk voordat de uitvoering van het onderdeel van het project waarvoor de verklaring nodig is van start gaat. Het deel van het project waarvoor de verklaring en/of vergunning vereist is, kan uiteraard (nog) niet worden uitgevoerd zolang er geen verklaring of vergunning is verstrekt.
Onderzoek dient volgens de normen van de Nederlandse Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit (2018) te worden uitgevoerd. In geval van (mogelijke) schending van deze normen, moet de projectleider NWO hiervan onmiddellijk op de hoogte stellen en alle relevante documenten aan NWO overleggen. Onderzoekers kunnen ook een klacht indienen bij de Commissie Wetenschappelijke Integriteit van hun onderzoeksorganisatie of bij het Meldpunt wetenschappelijke integriteit | NWO.
NWO hecht grote waarde aan de wetenschappelijke integriteit van door haar gefinancierd onderzoek en spant zich in om integriteitsschendingen te voorkomen en te signaleren. Niet-integer onderzoek kan immers leiden tot directe schade (bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten), en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.
Uit het project kan kennis voortkomen die geschikt is voor toepassing in de maatschappij. Bij het aangaan van afspraken over licentie- en/of overdracht van onderzoeksresultaten dient rekening te worden gehouden met de tien principes voor maatschappelijk verantwoord licentiëren, die te vinden zijn op de website van UMCNL.
Onderzoekers moeten de noodzakelijke acties ten aanzien van het Nagoya Protocol nemen. Het Nagoya Protocol zorgt voor een eerlijke verdeling van voordelen die voortvloeien uit het gebruik van genetische bronnen, inclusief (traditionele) kennis over deze bronnen (Access and Benefit Sharing; ABS). Onderzoekers die gebruik maken van deze bronnen (in of uit het buitenland) dienen zich op de hoogte te stellen van het Nagoya Protocol (Home | ABS Focal Point).
Het beleid van NWO met betrekking tot intellectueel eigendom (IE) is te vinden in de NWO Subsidieregeling 2024.
Projectleiders moeten een door NWO gefinancierd project uitvoeren in de tijd dat ze voor de begunstigde onderzoeksorganisatie werken. Indien een projectleider of een door NWO gefinancierde onderzoeker bij meerdere werkgevers is aangesteld, dient de niet-begunstigde werkgever afstand te doen van eventuele intellectuele eigendomsrechten die uit het project voortvloeien.
Uiterlijk drie maanden na het einde van de looptijd van het project levert de projectleider schriftelijk een inhoudelijk en financieel eindverslag in. Het niet of niet tijdig indienen van deze verslagen kan leiden tot het lager of op nihil vaststellen van de subsidie. De projectleider ontvangt een verzoek per e-mail, inclusief de deadline voor indiening. Een basis eindverslagsjabloon en een financieel eindverslagsjabloon zijn te vinden op: Het afsluiten van een project | NWO. Indien er een afwijkend eindverslagsjabloon voor het project geldt, ontvangt de projectleider daar te zijner tijd informatie over.
Na goedkeuring van de inhoudelijke en financiële eindrapportages wordt de definitieve hoogte van de subsidie (en cofinanciering) vastgesteld.
Om zekerheid te verkrijgen over of de subsidie op de juiste wijze is besteedt, vraagt NWO bij een vaststellingsverzoek om een controleverklaring / auditrapport uitgevoerd door een externe accountant wanneer:
– het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ niet van toepassing is op de begunstigde van een subsidie voor een project en de verleende subsidie boven de € 125.000 ligt;
– bij de financiering van een project door NWO een andere publieke financier dan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) is betrokkenen en deze een controleverklaring vereist. In die gevallen maakt het niet uit of het Onderwijsaccountantsprotocol van toepassing is.
Het Onderwijsaccountantsprotocol OCW/EZ is van toepassing op door het Ministerie van OCW bekostigde rechtspersonen in de onderwijssectoren Primair Onderwijs (PO), Voortgezet Onderwijs (VO), Middelbaar Beroepsonderwijs (MBO) en Hoger Onderwijs (HO).
De penvoerder is verantwoordelijk voor het tijdig regelen van de controleverklaring. Deze verantwoordelijkheid blijft onverminderd van toepassing als de penvoerder een deel van de subsidie heeft besteed aan een andere partij. Stem dit op tijd af met de externe accountant.
Neem voor vragen over dit onderwerp tijdig, bij voorkeur bij de start van het project, contact op met ZonMw of NWO, zie hoofdstuk 6.
Open Science is de beweging die staat voor een meer open en participatieve onderzoekspraktijk waarbij publicaties, data, software en andere vormen van wetenschappelijke informatie in een zo vroeg mogelijk stadium gedeeld worden en voor hergebruik beschikbaar gesteld worden.
Wetenschappelijke publicaties over het project dienen Open Access beschikbaar te zijn volgens de Beleidsregel Open Access. Op de website van NWO staat beschreven welke opties er zijn voor het Open Access beschikbaar maken van verschillende typen publicaties zoals wetenschappelijke artikelen, boeken en boekhoofdstukken en proefschriften. Op de NWO-website staat ook informatie over de toepassing van licenties. Eventuele kosten voor Open Access publiceren dienen te worden begroot als onderdeel van de aanvraagbegroting.
Leidt NWO-onderzoek tot een publicatie of andere relevante onderzoeksoutput? Dan moet de penvoerder bij de acknowledgements NWO noemen als financier.
Vragen over de financiering van aanvragen?
Kijk voor meer informatie op Financiering aanvragen, hoe werkt dat? | NWO.
Technische vragen over het elektronische indiensysteem Mijn ZonMw?
Voor vragen over Mijn ZonMw kan de Handleiding Mijn ZonMw worden geraadpleegd. Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de Mijn ZonMw-servicedesk. De servicedesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0) 70 349 51 76. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via servicedesk@zonmw.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Vragen over de inhoud van deze ronde?
Voor inhoudelijke vragen over deze ronde kan contact worden opgenomen met:
Emma Passchier (programmamanager ZonMw)
+31 (0)70 349 54 70
nwa-dstd@zonmw.nl
Technische vragen over het elektronische indiensysteem ISAAC?
Voor vragen over ISAAC kan de handleiding ISAAC worden geraadpleegd (te vinden via de knop ‘help’ in ISAAC). Daarnaast kan er contact opgenomen worden met de ISAAC-helpdesk. De ISAAC-helpdesk is bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur CET/CEST op telefoonnummer +31 (0)70 34 40 600. U kunt uw vraag ook per e-mail stellen via isaac.helpdesk@nwo.nl. U ontvangt dan binnen twee werkdagen een reactie.
Voor genoemde salaristabellen en tarieven: zie Salaristabellen | NWO.
Voor personeel dat werkzaam is bij een universiteit in het Koninkrijk der Nederlanden, universitair medisch centrum (umc) of een andere onderzoeksorganisatie, genoemd in artikel 1.1, eerste lid, sub c tot en met h van de NWO Subsidieregeling 2024 kunnen loonkosten worden opgevoerd voor onderstaande personeelsposities.
Promovendus
Een promovendus wordt 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een promovendus die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere promovendus is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Engineering Doctorate
Een Engineering Doctorate (EngD) wordt ten hoogste 24 maanden voor 1,0 fte aangesteld. De EngD is in dienst van de aanvragende onderzoeksorganisatie en kan voor bepaalde tijd werkzaamheden binnen het onderzoek bij een industriële partner uitvoeren.
Financiering voor de aanstelling van een EngD kan alleen worden aangevraagd als er ook financiering voor een promovendus of postdoc wordt aangevraagd. Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een EngD die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van een promovendus in de salaristabellen van UNL en UMCNL. Voor iedere EngD is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Postdoc
Een postdoc wordt aangesteld voor een specifieke periode en fte.
Gebruik de tarieven van een senior wetenschappelijk medewerker in de salaristabellen van UNL, en de tarieven van een postdoc bij een umc in de salaristabellen van UMCNL.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een postdoc die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Alleen een postdoc positie met een aanstelling van ten minste 12 maanden voor 0,5 fte kwalificeert als een aanstelling waarvoor een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar staat ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Arts-onderzoeker
Financiering kan worden aangevraagd voor de aanstelling van een basisarts of arts-assistent als arts-onderzoeker voor de uitvoering van wetenschappelijk geneeskundig onderzoek aan een umc. Een arts-onderzoeker wordt minimaal 36 en maximaal 48 maanden voor 1,0 fte aangesteld. Het equivalent van 36 of 48 voltijdsmaanden, bijvoorbeeld een aanstelling van 48 of 60 maanden voor 0,8 fte, is ook mogelijk. Het is in bijzondere situaties mogelijk om een kortere aanstellingsduur aan te vragen. Dit moet goed worden gemotiveerd. Hierover wordt geoordeeld door de beoordelingscommissie.
Het is niet mogelijk financiering aan te vragen voor een arts-onderzoeker die voor aanvang van de toewijzing met het te financieren project is gestart.
Gebruik de tarieven van (arts-)onderzoeker in de salaristabellen van UMCNL. Voor iedere arts-onderzoeker is een eenmalige persoonsgebonden benchfee van € 5.000 beschikbaar ter stimulering van diens wetenschappelijke carrière.
Niet-wetenschappelijk personeel
Financiering kan worden aangevraagd voor niet-wetenschappelijk personeel (NWP) dat nodig is voor de uitvoering van het project. Het kan bijvoorbeeld gaan om programmeurs, technisch assistenten, analisten of projectmanagers. De inzet van NWP moet worden beschreven in de aanvraag.
Afhankelijk van het functieniveau wordt gekozen uit de salaristabellen van het UNL of UMCNL voor NWP-mbo, NWP-hbo en NWP-academisch. Voor NWP is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Vervanging van de aanvrager
Met deze budgetmodule kan financiering worden aangevraagd voor de kosten van de te vervangen hoofd- en/of medeaanvragers. Hiermee kan de werkgever van de betreffende aanvrager de kosten dekken om die vrij te stellen van onderwijs-, begeleidings-, bestuurs- of beheertaken (niet van onderzoekstaken). De aanvrager mag de tijd die vrijkomt door vervanging alleen inzetten voor werkzaamheden voor het project. In de aanvraag moet beschreven worden welke werkzaamheden in het kader van het project de aanvrager(s) in de vrijgestelde tijd zullen verrichten.
NWO financiert de vervanging op basis van de op het moment van de op de besluitdatum geldende salaristabellen voor een senior wetenschappelijk medewerker (UNL) of postdoc (UMCNL).
Financiering kan worden aangevraagd voor personeel van hogescholen, TO2-instituten, Rijkskennisinstellingen (RKI’s), overige onderwijsinstellingen en overige (onderzoeks)organisaties. De tarieven worden bepaald aan de hand van de Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, excl. btw’. De salarisschaal van de aangevraagde functie bepaalt het tarief uit de HOT-tabel.
Voor organisaties die niet de cao Rijksoverheid of vergelijkbaar gebruiken (zoals de cao’s van hbo, mbo, vo en lagere overheden), dient het tarief te worden gebruikt dat de werkelijke loonkosten het dichtst benadert.
Financiering kan worden aangevraagd voor loonkosten van personeel aan een buitenlandse onderzoeksorganisatie dat een bijdrage levert aan het project. De buitenlandse onderzoeksorganisatie moet voldoen aan de definitie van onderzoeksorganisatie zoals bedoeld in artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 en aan de onder ‘voorwaarden buitenlandse onderzoeksorganisatie’ genoemde cumulatieve voorwaarden.
Onderbouw overtuigend hoe de onderzoeker van de buitenlandse onderzoeksorganisatie specifieke expertise aan het project bijdraagt die in Nederland niet beschikbaar is op het niveau dat voor het project noodzakelijk is. De beoordelingscommissie beoordeelt deze onderbouwing als onderdeel van het criterium ‘Kwaliteit van het onderzoek’. Deze onderbouwing is niet nodig wanneer NWO een bilaterale overeenkomst omtrent Money follows cooperation heeft gesloten met de nationale onderzoeksfinancier van het land waar de buitenlandse onderzoeksorganisatie zich bevindt. Op de NWO-website staat met welke onderzoeksfinanciers NWO een dergelijke overeenkomst heeft gesloten. NWO verstrekt geen subsidie aan medeaanvragers in het buitenland die vallen onder toepasselijke sanctiewetgeving.
De hoofdaanvrager ontvangt de subsidie en is verantwoordelijk voor het overmaken van subsidiemiddelen aan de buitenlandse onderzoeksorganisatie van de medeaanvrager en voor de financiële verantwoording van de besteding van het buitenlandse deel van de subsidie. Het wisselkoersrisico ligt bij de aanvrager. Baten of lasten door wisselkoersen zijn niet subsidiabel.
Gebruik de UNL-tarieven gecorrigeerd voor de landencorrectiecoëfficiënten. Deze tarieven zijn maxima. Er is geen persoonsgebonden benchfee beschikbaar.
Als binnen deze budgetmodule meer dan € 125.000 per organisatie wordt aangevraagd, dan is een controleverklaring nodig bij de financiële eindverantwoording.
Voorwaarden buitenlandse onderzoeksorganisatie
De organisatie dient:
– een stichting, vereniging of publiekrechtelijke rechtspersoon te zijn, althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie; (alle andere rechtsvormen, waaronder besloten en naamloze vennootschappen – althans het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie – zijn uitgesloten);
– zich in de hoofdzaak zelf bezig te houden met het op onafhankelijke wijze verrichten van fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling of met het met het breed verspreiden van de resultaten van de eigen onderzoeksactiviteiten door middel van onderwijs, publicaties of kennisoverdracht;
– te kunnen verklaren dat de organisatie een gescheiden boekhouding voert ten aanzien van economische/niet-economische activiteiten en dat ondernemingen met een beslissende invloed op de organisatie geen preferente toegang krijgen tot de onderzoeksresultaten van de organisatie.
Let op: Voorafgaand aan het indienen van een aanvraag wordt door NWO aan de hand van bovengenoemde voorwaarden getoetst of de buitenlandse organisatie aan artikel 1.1, leden 4 en 5 van de NWO Subsidieregeling 2024 voldoet en dus als medeaanvrager mag deelnemen.
NWO voert deze toets mede uit om te controleren of er geen sprake is van het verlenen van verboden staatssteun.
De hoofdaanvrager levert ten behoeve van deze toetsing uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail aan nwa-dstd@zonmw.nl (dus uiterlijk 23 juni 2026 voor 14:00:00 CEST) de volgende documenten aan van de buitenlandse onderzoeksorganisatie(s):
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel, dan wel het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring15;
– een door de buitenlandse organisatie ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
De documenten worden in het Engels of Nederlands aangeleverd. Het is toegestaan om andere relevante documentatie toe te voegen. Tevens kan NWO om aanvullende informatie vragen als bovenstaande documenten niet voldoende uitsluitsel bieden om te bepalen of de organisatie mag optreden als medeaanvrager.
Als de organisatie van de beoogde medeaanvrager binnen een ander NWO programma is getoetst aan deze voorwaarden, neem dan tijdig contact op met NWO via het bovengenoemde e-mailadres om af te stemmen of deze organisatie opnieuw moet worden getoetst.
Indien de hoofdaanvrager de voor de toets op de voorwaarden benodigde stukken niet op tijd aanlevert, kan NWO de betreffende organisatie niet als medeaanvrager accepteren.
Als in de aanvraag nieuwe buitenlandse organisaties worden aan toegevoegd onder deze budgetmodule en deze nieuwe buitenlandse organisaties niet zijn getoetst op de hierboven omschreven wijze, dient ook voor deze organisatie(s) een toets op de voorwaarden plaats te vinden. Ook hiervoor geldt dat hoofdaanvrager uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline van indiening per e-mail (dus uiterlijk 16 maart 2027 voor 14:00:00 CET) in ieder geval de volgende documenten aanlevert van de buitenlandse onderzoeksorganisatie(s):
– een recent uittreksel van de kamer van koophandel, dan wel het equivalent daarvan in het land van vestiging van de buitenlandse organisatie;
– de oprichtingsakte en/of actuele statuten;
– de laatst beschikbare jaarrekening voorzien van een controleverklaring16;
– een door de buitenlandse organisatie ingevulde Verklaring Onderzoeksorganisatie, beschikbaar op de financieringspagina van deze Call for proposals.
Een buitenlandse organisatie die voorafgaand aan het indienen van een vooraanmelding is getoetst en is goedgekeurd, hoeft voorafgaand aan het indienen van de aanvraag niet nogmaals getoetst te worden.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke kosten met betrekking tot onder meer verbruiksgoederen, inkoop van diensten, materialen, kleine instrumenten, toegang tot (inter)nationale faciliteiten, software en onderzoeksmiddelen die na gebruik geen economische waarde meer hebben. Reis- en verblijfkosten (nationaal en internationaal) voor alle mensen die aan het project werken incl. buitenlandse gastonderzoekers, kosten voor de organisatie van (internationale) workshops en symposia, kosten voor datamanagement, publicaties, en kosten in het kader van citizen science vallen eveneens onder deze module. Maximaal 50% van het bij NWO aangevraagde materiele budget kan ingezet worden voor werk door derden (bijvoorbeeld laboratoriumanalyses, dataverzameling enz.).
In het onderzoek kunnen studenten worden ingezet. Indien de studenten bijdragen als onderdeel van hun curriculum, geldt het tarief volgens de gebruikelijke stagevergoeding van de universiteit of hogeschool. Indien de studenten als bijbaan naast hun studie als student-assistent bijdragen, geldt het tarief volgens Handleiding Overheidstarieven (HOT), tabel 2 onder 2.2 ‘gemiddelde totale loonkosten per salarisschaal’, kolom ‘Uurtarief productieve uren, exclusief btw’, schaal 1.
Reiskosten (nationaal en internationaal) worden alleen vergoed op basis van tweede klasse/economy class tarieven. Voor publicaties gelden de bepalingen in de paragraaf 5.5 Open Science. Kosten voor een controleverklaring kunnen alleen worden opgevoerd voor onderzoeksorganisaties die niet onderworpen zijn aan het onderwijsaccountantsprotocol van OCW voor maximaal € 5.000 per controleverklaring.
Het is niet toegestaan om kosten op te voeren voor:
– organisatie-infrastructuur en overhead, waaronder een volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening en thuiswerkvergoeding;
– het gebruik en onderhoud van in eigen beheer ontwikkelde wetenschappelijke infrastructuur;
– reguliere onderwijsactiviteiten;
– leden van de begeleidingscommissie.
Let op: Indien financiering wordt aangevraagd voor bovenstaande project-specifieke kosten van buitenlandse organisaties dienen deze organisaties voor indiening getoetst te worden op de wijze omschreven in bijlage 7.1.3 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland.
Financiering kan worden aangevraagd voor alle project-specifieke middelen ten behoeve van onderzoek of kosten met betrekking tot bouw of doorontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur die na afronding van het project economische waarde behouden, dan wel kunnen worden hergebruikt. De begunstigde verwerft na afloop van het project het eigendom over deze onderzoeksmiddelen. Indien de begunstigde winst realiseert uit het economisch eigendom van deze onderzoeksmiddelen, dan moeten deze winsten worden geïnvesteerd in primaire activiteiten van de begunstigde zoals bedoeld in artikel 3.1.4, lid 2, van de NWO Subsidieregeling 2024. Het gaat om de aanschaf van apparatuur met restwaarde voor de uitvoering van onderzoek en om investeringen in de opbouw of (verdere) ontwikkeling van wetenschappelijke infrastructuur.
Indien apparatuur niet tijdens de volledige levensduur daarvan voor het voorgestelde project wordt gebruikt, komen alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van het voorgestelde project, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, voor subsidiëring in aanmerking.
De kosten voor investeringen dienen in de aanvraag adequaat gespecificeerd en gemotiveerd te worden.
Subsidiabel zijn:
– kosten voor investeringen in wetenschappelijke apparatuur;
– kosten voor investeringen in datasets;
– loonkosten voor medewerkers met essentiële technische expertise noodzakelijk voor de ontwikkeling of bouw van een investering.
Niet-subsidiabel zijn:
– kosten voor infrastructurele voorzieningen die tot de gebruikelijke infrastructuur gerekend kunnen worden (volledig functionerende werkplek, huisvesting, kantoorautomatisering, personeelsadministratie, reiskosten woon-werk, opleiding, facilitair, HR-advies en bedrijfszorg, documentaire informatievoorziening, thuiswerkvergoeding);
– dataverzamelingen en eventuele bijbehorende software en bibliografieën die reeds op andere wijze beschikbaar zijn;
– overige personeelskosten, waaronder personeelskosten voor de exploitatie en het uitvoeren van onderzoek met de faciliteit;
– kosten voor onderhoud en gebruik van de apparatuur op een project. De kosten voor het gebruik van apparatuur op een project kunnen via het materieel budget aangevraagd worden.
Het aangevraagde budget dient in de aanvraag adequaat gespecificeerd te worden. Gebruik voor de bepaling van de tarieven de bepalingen van Personeel en Materieel.
Impact plan benadering
Het is verplicht om bij het opstellen van een aanvraag gebruik te maken van deze module en minimaal 5%, en maximaal 20% van het subsidiebedrag in te zetten.
In de projectbegroting staan binnen deze module in ieder geval kosten voor de volgende activiteiten:
– specifieke activiteiten om kennisbenutting naar (intermediaire) partijen die niet in het project gefinancierd worden, zoals bijvoorbeeld kennisplatforms, te bevorderen. Deze activiteiten omvatten onder andere gezamenlijke leeractiviteiten, trainingen en communicatie-activiteiten;
– belanghebbenden (‘stakeholders’) betrekken: activiteiten georganiseerd door het consortium gericht op het betrekken van stakeholders, zoals consultatie workshops, expert meetings, ronde tafel bijeenkomsten e.d.;
– communicatie: activiteiten georganiseerd door het consortium zoals (internationale) learning events, ontwikkeling van video’s, blogs, nieuwsbrieven en andere media uitingen. Het inhuren van communicatie expertise kan hier ook onder vallen;
– ontwikkeling van vaardigheden: Activiteiten gericht op het ontwikkelen van vaardigheden die verder gaan dan de niveaus van de individuele studenten, promovendi of postdocs, zoals het ontwikkelen van cursussen voor stakeholders of masterstudenten;
– monitoring en evaluatiemomenten waarin kennisbenutting onderwerp van discussie is: zoals bijvoorbeeld de tussentijdse evaluaties en de bijeenkomsten van commissies.
Let op: Indien financiering wordt aangevraagd voor bovenstaande project-specifieke kosten van buitenlandse organisaties dienen deze organisaties voor indiening getoetst te worden op de wijze omschreven in bijlage 7.1.3 Wetenschappelijk personeel bij een onderzoeksorganisatie in het buitenland.
De module Projectmanagement geeft de mogelijkheid om een post voor projectmanagement aan te vragen tot maximaal 5% van het subsidiebedrag. De hoofdaanvrager moet deze post adequaat motiveren.
Onder projectmanagement wordt onder andere verstaan het optimaal vormgeven van de organisatiestructuur van het consortium, ondersteuning van het consortium en de hoofdaanvrager, het bewaken van de samenhang, voortgang en eenheid van het project, en de afstemming tussen de deelprojecten binnen het project. Deze taken mogen ook door externe partijen worden uitgevoerd zover niet beschikbaar op de kennisinstelling van de hoofdaanvrager. Onderzoeksorganisaties dienen bij de offerteprocedure tot het selecteren van een derde partij rekening te houden met de inkoopregels van de overheid en waar nodig een Europese aanbestedingsprocedure te volgen. De werkzaamheden van de hoofdaanvrager en aanvragers zelf in het kader van het project(management) mogen niet bekostigd worden uit deze budgetmodule.
Het voor projectmanagement aan te vragen budget kan bestaan uit materiële- of uitvoeringskosten en personele kosten. Voor personele kosten kan een maximaal tarief van € 121,– per uur worden opgevoerd. Het uurtarief van het aan te stellen personeel dient te zijn gebaseerd op een kostendekkend tarief en wordt berekend op basis van het gehanteerde standaard productief aantal uur van de organisatie. Het kostendekkend tarief omvat:
– (gemiddeld) brutoloon behorende bij de functie van de medewerker die zal bijdragen aan het project (op basis van de cao-inschaling van de betreffende medewerker);
– vakantiegeld en 13e maand (indien van toepassing in de geldende cao) naar rato van de inzet in fte;
– sociale lasten;
– pensioenlasten;
– overhead.
Het is toegestaan om taken in het kader van projectmanagement door externe partijen te laten uitvoeren, maar het deel van (commerciële) uurtarieven dat voornoemde tarieven overschrijdt, is niet subsidiabel en kan derhalve niet worden opgenomen in de begroting.
Het tarief op het moment van de besluitdatum is van toepassing. NWO past bij de toekenning zo nodig eenmalig ambtshalve een indexering toe van de loonkosten. Hierbij wordt de datum gehanteerd dat de tarieven ingaan. Indien de datum van bekendmaking van de tarieven later is dan de ingangsdatum, wordt de datum van bekendmaking gehanteerd. De tarieven van de Universiteiten van Nederland (UNL) gaan doorgaans in op 1 juli, van de Nederlandse Federatie van Universitair medische centra (UMCNL) op 1 augustus en van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) op 1 januari.
Ambtshalve indexering heeft geen invloed op het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag. Het subsidieplafond en het maximaal aan te vragen subsidiebedrag blijven ongewijzigd tijdens de beoordelingsprocedure. Bij toewijzing wordt indexering toegepast op het subsidiebedrag.
Indien cofinanciering is vereist dan wel toegestaan, heeft de ambtshalve indexering geen gevolgen voor de eisen aan eigen bijdragen en cofinanciering, noch voor de IE-rechten die uit de cofinanciering kunnen voortvloeien.
De hieronder genoemde Rijkskennisinstellingen mogen als hoofdaanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.2 is voor deze organisaties niet nodig.
– KNMI – Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut
– RIVM – Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu
– CBS – Centraal Bureau voor de Statistiek
De hieronder genoemde onderzoeksorganisaties mogen als medeaanvrager optreden in een consortium. De toetsing zoals vermeld in paragraaf 3.2 is voor deze organisaties niet nodig.
– IHE Delft Institute for Water Education
– Waag Futurelab
– SWOV – Instituut voor Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid
– IMEC-NL
– Nivel
– NLDA – Nederlandse Defensie Academie
– AMS Institute
– Trimbos instituut
– Biomedical Primate Research Centre
– CMO STAMM
– Control in Food & Flowers
– Instituut voor de Nederlandse taal
– Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot Bestrijdingder Tuberculose
– Centre of Expertise Water Technolog
– Mijn Data Onze gezondheid
– Mulier Instituut

Figuur 1: In bovenstaande afbeelding worden de processtappen van deze call gevisualiseerd. In fase 1 worden de vooraanmeldingen van thema 1 en thema 2 ingediend. In fase 2 volgen de synergieworkshops. Hier werken de 4 geselecteerde vooraanmelders een gezamenlijke consortiumaanvraag uit waarin beide thema’s verwerkt zijn.
Onderaan de afbeelding staat een tijdlijn welke begint in fase 1 met de opening van de call, waarna de deadline van vooraanmelding en de beoordelingsvergadering volgen. Tussen fase 1 en fase 2 vindt het besluit van de raad van bestuur van NWO plaats. Nadat vooraanmelders te horen hebben gekregen of hun vooraanmelding geselecteerd is, vinden er in fase 2 drie workshopdagen plaats. Tot slot volgt de deadline van de uitgewerkte aanvraag. De tijdlijn loopt daarna als stippellijn door zonder verdere concrete punten. Dit is om aan te geven dat er nog verdere stappen die niet zijn opgenomen in de afbeelding volgen na de aanvraagdeadline. Deze stappen betreffen de beoordeling van de consortiumaanvraag.
Zie ook de bijbehorende stakeholderkaart waarin ter inspiratie voorbeelden worden gegeven voor preventiepartners op lokaal niveau.
Met lekken worden concrete zwakke plekken in het systeem bedoeld – zoals onbevoegde toegang, gedeelde passen of onverklaarde voorraadafwijkingen – die illegale handel benut om het reguliere werkleven binnen te dringen.
Cocaïne en MDMA (ecstasy) nemen plek 2 en 3 in op de lijst van meest gebruikte middelen in de Nationale Drug Monitor (peiljaar 2024) van het Trimbos Instituut. Het middel 3-MMC, een van de middelen die worden beschouwd als NPS, staat daarin op plek 4.
De brede kennisketen omvat een diversiteit aan publieke kennisinstellingen zoals hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW-instituten, universitair medisch centra en TO2-instituten.
Meer informatie over de verschillende programmalijnen is te vinden via Nationale Wetenschapsagenda | NWO .
Voor onderzoekers in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.
Een overzicht van alle Rijkskennisinstellingen vindt u op: Rijkskennisinstellingen | Rijksoverheid.
Rijkskennisinstellingen mogen alleen als hoofdaanvrager optreden, mits zij na toetsing door NWO voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om als onderzoeksorganisatie erkend te worden. Een overzicht van reeds getoetste en erkende Rijkskennisinstellingen vindt u in bijlage 7.3.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Zie: Verordening – EU – 2023/2831 – NL – EUR-Lex | Europa.eu 11
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Zie: Verordening – EU – 2023/2831 – NL – EUR-Lex | Europa.eu 11
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van “Activiteiten inzake kennisoverdracht” die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Zie ook de bijbehorende stakeholderkaart waarin ter inspiratie voorbeelden worden gegeven voor preventiepartners op lokaal niveau.
Met lekken worden concrete zwakke plekken in het systeem bedoeld – zoals onbevoegde toegang, gedeelde passen of onverklaarde voorraadafwijkingen – die illegale handel benut om het reguliere werkleven binnen te dringen.
Cocaïne en MDMA (ecstasy) nemen plek 2 en 3 in op de lijst van meest gebruikte middelen in de Nationale Drug Monitor (peiljaar 2024) van het Trimbos Instituut. Het middel 3-MMC, een van de middelen die worden beschouwd als NPS, staat daarin op plek 4.
De brede kennisketen omvat een diversiteit aan publieke kennisinstellingen zoals hogescholen, universiteiten, NWO- en KNAW-instituten, universitair medisch centra en TO2-instituten.
Meer informatie over de verschillende programmalijnen is te vinden via Nationale Wetenschapsagenda | NWO .
Voor onderzoekers in dienst van een hogeschool en onderzoekers in dienst van een TO2-instituut geldt dat zij ook als hoofdaanvrager mogen indienen met een bezoldigd dienstverband voor bepaalde tijd.
Een overzicht van alle Rijkskennisinstellingen vindt u op: Rijkskennisinstellingen | Rijksoverheid.
Rijkskennisinstellingen mogen alleen als hoofdaanvrager optreden, mits zij na toetsing door NWO voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om als onderzoeksorganisatie erkend te worden. Een overzicht van reeds getoetste en erkende Rijkskennisinstellingen vindt u in bijlage 7.3.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Zie: Verordening – EU – 2023/2831 – NL – EUR-Lex | Europa.eu 11
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun. Zie: Verordening – EU – 2023/2831 – NL – EUR-Lex | Europa.eu 11
Alle activiteiten die worden aangevraagd onder deze budgetmodule moeten passen binnen de definitie van “Activiteiten inzake kennisoverdracht” die door de Europese Commissie wordt gehanteerd in de Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2022, C 414).
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Organisaties die niet wettelijk verplicht zijn hun jaarrekening te laten controleren, hoeven een dergelijke controleverklaring niet aan te leveren. Zij moeten daarbij wel kunnen aantonen dat deze wettelijke verplichting niet van toepassing is op de betreffende organisatie.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-14243.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.