Regeling van de Minister van Asiel en Migratie, Minister van Justitie en Veiligheid en de Minister van Werk en Participatie van 9 april 2026, nummer 7300182, houdende wijziging van de Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027

De Minister van Asiel en Migratie,

de Minister van Justitie en Veiligheid

en

de Minister van Werk en Participatie,

Gelet op de artikelen 2, eerste lid, en 3, eerste lid, van de Kaderwet overige JenV-subsidies en de artikelen 2 en 3, eerste en tweede lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 komt de begripsbepaling van ‘minister’ te luiden:

minister:

de Minister van Asiel en Migratie voor zover het betreft subsidiëring van projecten inzake asiel en opvang, legale migratie en terugkeer, de Minister van Werk en Participatie voor zover het betreft subsidiëring van projecten inzake integratie en de Minister van Justitie en Veiligheid voor zover het de overige te subsidiëren projecten betreft;

B

Artikel 4a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. In afwijking van artikel 5 kan de subsidieaanvrager de subsidie aanvragen bij de minister conform het projectvoorstel zoals ingediend bij de Europese Commissie en de daaropvolgende positieve aanwijzing.

2. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. In afwijking van artikel 5 bedraagt de subsidie voor projecten die overeenkomstig het tweede lid zijn aangevraagd ten hoogste het in de positieve aanwijzing opgenomen subsidieplafond.

3. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. In afwijking van artikel 4 wordt de subsidie voor projecten die overeenkomstig het tweede lid zijn aangevraagd, verstrekt onder de condities en voorwaarden zoals vastgesteld door de Europese Commissie en opgenomen in de uitnodigingsbrief, het projectvoorstel en de positieve aanwijzing.

C

Aan het slot van artikel 13, zesde lid, wordt een zin toegevoegd luidende:

Een gemotiveerd besluit van de organisatie is in ieder geval, een addendum bij een arbeidsovereenkomst.

D

In artikel 27 wordt, onder vernummering van het eerste tot en met vijfde lid naar het tweede tot en met zesde lid, een lid ingevoegd, luidende:

  • 1. De subsidieontvanger of de penvoerder dient binnen dertien weken na beëindiging van het project een verzoek tot vaststelling van de subsidie in bij de minister.

E

Bijlage A, artikel A1 komt te luiden:

Artikel A1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, de Immigratie- en Naturalisatiedienst, de Dienst Terugkeer en Vertrek, het directoraat-generaal Migratie van het Ministerie van Asiel en Migratie, Het College voor de Rechten van de Mens, de Inspectie Justitie en Veiligheid, NIDOS of het directoraat-generaal Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

F

Bijlage A, artikel A3 komt te luiden:

Artikel A3. Subsidieplafond

  • 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers in het kader van artikel A5, met uitzondering van onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 43.863.057.

  • 2. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst in het kader van artikel A5, met uitzondering van onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 34.682.782.

  • 3. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan het directoraat-generaal Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken in het kader van artikel A5, met uitzondering van onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 450.000.

  • 4. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie in het kader van artikel A5, onderdeel m, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel A2, € 71.108.758.

G

Onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel door een puntkomma wordt in bijlage A, artikel A5 een onderdeel toegevoegd, luidende:

m. de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact.

H

In bijlage A, artikel A7, eerste lid, wordt na ‘subsidiabele kosten’ ingevoegd ‘voorprojecten die in het kader van de specifieke maatregelen worden uitgevoerd en’.

I

Bijlage D, artikel D1 komt te luiden:

Artikel D1. Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het directoraat-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en door Divosa.

J

In bijlage D, artikel D2 wordt ‘1 april 2025, 9.00 uur, tot en met 30 april 2025, 17.00 uur’ vervangen door ‘1 januari 2026, 09.00 uur, tot en met 31 december 2028, 17.00 uur’.

K

Bijlage D, artikel D3 komt te luiden:

Artikel D3. Subsidieplafond

  • 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vak, bedoeld in artikel D2, € 4.000.000.

  • 2. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan Divosa in het kader van de in artikel D5, onderdelen c, d en e genoemde activiteiten, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel D2, € 3.375.000.

L

Bijlage D, artikel D4 komt te luiden:

Artikel D4. Doel

Projecten zijn gericht op het ondersteunen van de uitvoering van het inburgeringsbeleid met nadruk op de Wet inburgering 2021.

M

Bijlage D, artikel D5 komt te luiden:

Artikel D5. Subsidiabele activiteiten

  • 1. Projecten zijn uitsluitend gericht op een of meer van de volgende activiteiten:

    • a. integratiemaatregelen, zoals op de behoeften van onderdanen van derde landen afgestemde ondersteuning, en integratieprogramma’s die gericht zijn op begeleiding, onderwijs, taal en andere opleiding, zoals inburgeringscursussen en beroepsadvies;

    • b. acties om te bevorderen dat onderdanen van derde landen gelijke behandeling genieten bij de toegang tot overheids- en particuliere diensten, en de verstrekking van die diensten aan onderdanen van derde landen, waaronder de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning, waarbij die diensten worden aangepast aan de behoeften van de doelgroep;

    • c. bevorderen van de kennis over de uitvoering en ontwikkeling van inburgering, met nadruk op de Wet inburgering 2021;

    • d. het uitwisselen van informatie, beste praktijken en strategieën in het kader van inburgering;

    • e. het stimuleren van het oplossen van dilemma’s en vraagstukken ten aanzien van inburgering.

  • 2. Projecten mogen niet strijdig zijn met het nationaal inburgeringsbeleid.

N

Bijlage D, artikel D6 vervalt.

O

Bijlage D, artikel D7 komt te luiden:

Artikel D7. Specifieke eisen aan het project

  • 1. Een project komt uitsluitend voor subsidie in aanmerking indien aan de volgende eisen wordt voldaan:

    • a. het project past binnen het doel, omschreven in artikel D4;

    • b. het project een duur van ten hoogste 36 maanden heeft, gerekend vanaf de datum van ontvangst van de volledige aanvraag tot maximaal een maand na de datum van de beschikking tot subsidieverlening, tenzij de minister met een langere projectduur instemt.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, kan door de minister in de beschikking tot subsidieverlening een andere startdatum van het project worden vermeld.

P

Bijlage E, artikel E3 komt te luiden:

Artikel E3. Subsidieplafond

  • 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan de Dienst Terugkeer en Vertrek bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel E2, € 40.036.425.

  • 2. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan de Dienst Terugkeer en Vertrek in het kader van artikel E5, eerste lid, onderdeel r, bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel E2, € 2.160.018.

Q

Onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel door een puntkomma wordt aan bijlage E, artikel E5 een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • r. de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact.

R

In bijlage F, artikel F3 wordt ‘€ 7.581.279’ vervangen door ‘€ 14.134.454’.

S

In bijlage F, artikel F5 wordt na onderdeel d een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • e. het realiseren van een nationale aansluiting op de centrale Prüm router, overeenkomstig de Prüm II verordening en de daarvoor geldende aansluitvoorwaarden. Het opleiden of trainen van zowel bestaande als nieuwe politiemedewerkers die belast zijn of worden met de behandeling van Prüm verzoeken en waarvoor het werkproces wijzigt als gevolg van de Prüm II verordening.

T

In bijlage I, artikel I1 wordt na ‘de Immigratie- en Naturalisatiedienst’ ingevoegd ‘de Kustwacht’.

U

Bijlage I, artikel I3 komt te luiden:

Artikel I3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt voor het aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel I2, € 113.990.491 waarbij geldt voor activiteiten die zien op:

  • a. artikel I4, onderdeel a: maximaal € 59.440.329;

  • b. artikel I4, onderdeel b: maximaal € 5.344.370;

  • c. artikel I4, onderdeel c: maximaal € 9.166.086;

  • d. artikel I4, onderdeel d: maximaal € 38.093.562;

  • e. artikel I4, onderdeel e: maximaal € 900.000;

  • f. artikel I4, onderdeel f: maximaal € 1.046.144.

V

In bijlage I, artikel I4 wordt in het eerste lid, onderdeel a, ‘de nog vast te stellen Eurodac-verordening’ vervangen door ‘Verordening (EU) 2024/1358 (Eurodac)’ en worden onder vervanging van de punt aan het slot van het laatste onderdeel door een puntkomma aan het eerste lid drie onderdelen toegevoegd, luidende:

  • d. de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact in overeenstemming met bouwsteen 1 die ziet op Eurodac en bouwsteen 2 die ziet op Grensprocedures en Screening;

  • e. de uitbreiding van de operationele capaciteit in het kader van grensbewaking;

  • f. de coördinatie van de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact.

W

In bijlage I, artikel I6, eerste lid, wordt na ‘acties’ een zinsdeel toegevoegd, luidende: ‘ en voor projecten die in het kader van de specifieke maatregelen worden uitgevoerd’.

X

Bijlage J, artikel J3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt ‘€ 10.688.738’ vervangen door ‘€ 13.208.962’.

2. In onderdeel a, wordt ‘€ 9.405.113’ vervangen door ‘€ 11.925.337’.

ARTIKEL II

Voor lopende projecten blijft de tekst van Bijlage D, artikel D4 tot en met D7 van de Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 van toepassing zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 9 april 2026

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

De Minister van Werk en Participatie A.A. Aartsen

TOELICHTING

ALGEMEEN

Het Europese budget van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF), het Fonds voor interne veiligheid (ISF) en het instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (BMVI) is verdeeld over de lidstaten in de vorm van nationale enveloppes. Elke lidstaat geeft zelf invulling aan hoe dit budget nationaal ingezet zal worden.

De bijlagen bij de Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 geven de verdeling van het Nederlandse budget aan. In deze bijlagen wordt onder meer per doelstelling een subsidieplafond aangegeven en zijn de activiteiten opgenomen die in aanmerking komen voor subsidie uit de nationale enveloppe.

De onderhavige wijzigingsregeling past de nationale verdeling van de fondsen op de volgende punten aan.

Allereerst is er in het kader van een tussentijdse evaluatie van de fondsen aanvullend budget beschikbaar gekomen. Voor Nederland betreft dit voor het AMIF € 38,9 miljoen, voor het ISF € 6,6 miljoen en voor het BMVI € 16,8 miljoen. Tevens is er additioneel budget beschikbaar gekomen voor Nederland ter hoogte van € 5,1 miljoen, als gevolg van toetreding van Schengen-geassocieerde landen tot het BMVI. Verder is er additioneel budget vanuit specifieke maatregelen beschikbaar gesteld voor Nederland, € 48 miljoen voor het AMIF en € 34,1 miljoen voor het BMVI, voor de financiering van de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact.

Verder worden in deze wijzigingsregeling enkele vereenvoudigingen, correcties, aanpassingen en verduidelijkingen doorgevoerd. Deze wijzigingen worden nader toegelicht in het artikelsgewijze deel van deze toelichting.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

Onderdeel A (artikel 1)

In artikel 1 is de definitiebepaling van ‘minister’ gewijzigd in verband met de toevoeging van de Minister van Werk en Participatie.

Onderdeel B (artikel 4a, tweede, derde en vierde lid)

Artikel 4a voorziet in de grondslag voor het aanvragen en het toekennen van subsidie aan projecten die worden uitgevoerd in het kader van specifieke maatregelen. Dit artikel is in een eerdere wijziging toegevoegd zodat het niet langer noodzakelijk is om elk project dat door de Europese Commissie via de Specifieke Maatregelen is toegekend toe te voegen aan de nationale subsidieregeling. Door deze toevoeging wordt voor de grondslag voor het aanvragen en het toekennen van subsidie in het kader van specifieke maatregelen verwezen naar de uitnodigingsbrief, het projectvoorstel zoals ingediend bij de Europese Commissie en de daaropvolgende positieve aanwijzing vanuit Europese Commissie.

Het additioneel beschikbare budget voor de implementatie van het Asiel- en Migratiepact betreft middelen die beschikbaar zijn gekomen in het kader van specifieke maatregelen en middelen die beschikbaar zijn gekomen vanuit de tussentijdse evaluatie. De implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact betreft meerdere projecten bij meerdere organisaties. Gelet hierop wordt de nationale subsidieregeling gewijzigd door de betreffende subsidieplafonds in de bijlagen aan te passen en de implementatie van het Asiel- en Migratiepact als subsidiabele activiteit toe te voegen.

Om zorg te dragen dat toekenning van budget vanuit specifieke maatregelen inclusief het percentage medefinanciering van 90% op basis van de condities en voorwaarden inclusief subsidieplafond zoals vastgelegd in de bijlagen mogelijk wordt zijn de volgende aanpassingen in artikel 4a nodig.

In het tweede lid is een ‘kan’-bepaling opgenomen. Hiermee wordt geregeld dat het aanvragen van subsidie aan projecten – die worden uitgevoerd in het kader van specifieke maatregelen – kan op basis van de bijlagen van de subsidieregeling dan wel op basis van de uitnodigingsbrief, het projectvoorstel zoals ingediend bij de Europese Commissie en de daaropvolgende positieve aanwijzing vanuit Europese Commissie.

De wijziging in het derde en vierde lid geven aan dat de condities en voorwaarden alsook het subsidieplafond gelden zoals deze zijn opgenomen in de uitnodigingsbrief, het projectvoorstel en de positieve aanwijzing als projecten overeenkomstig het tweede lid worden aangevraagd.

Onderdeel C (artikel 13, zesde lid)

In artikel 13, zes lid, is verduidelijkt dat onder ‘een gemotiveerd besluit van de organisatie’ in ieder geval een addendum bij een arbeidsovereenkomst wordt verstaan. Voor het gebruik van een addendum is het bijhouden van een urenregistratie niet nodig. Wel is het verplicht om het vaste percentage dat aan het project gewerkt zal worden, tijdens de lopende projectperiode, te registreren. De medewerker en leidinggevende leggen het percentage vast. Bij voorkeur wordt deze vastlegging ook na afloop van het betreffende jaar bevestigd door zowel de medewerker als de leidinggevende. Voor de periode dat de werknemer langdurig ziek is geweest (aaneengesloten periode van vier weken of meer) mogen de kosten niet gedeclareerd worden.

Onderdeel D (artikel 27)

In de vierde wijziging van de Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 is in artikel 27 per abuis komen te vervallen dat een subsidieontvanger of penvoerder binnen dertien weken na beëindiging van het project een verzoek tot vaststelling van de subsidie indient bij de minister. Met deze wijziging van artikel 27 wordt dit hersteld.

Onderdelen E, F, G en H (Bijlage A, artikelen A1, A3, A5 en A7)

De volgende wijzigingen worden in bijlage A doorgevoerd.

Allereerst wordt in artikel A1 de Dienst Terugkeer en Vertrek, het directoraat-generaal Migratie van het Ministerie van Asiel en Migratie, Het College voor de Rechten van de Mens, de Inspectie Justitie en Veiligheid en NIDOS toegevoegd als subsidieaanvragers. Daarmee wordt hen de mogelijkheid geboden om subsidie aan te vragen in het kader van de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact. Om die reden is dit als subsidiabele activiteit toegevoegd aan artikel A5. Het bijhorende budget van € 71.108.758 is als subsidieplafond hiervoor toegevoegd in artikel A3.

Verder wordt in de leden 1 tot en met 3 van artikel A3 verduidelijkt dat de betreffende subsidieplafonds enkel betrekking hebben op de in artikel A5 genoemde activiteiten a t/m l. Lid 4 van artikel A3 heeft voorts enkel betrekking op activiteiten in het kader van de implementatie van het Europese Asiel- en migratiepact (onderdeel m van artikel A5).

Daarnaast wordt in artikel A3 het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) verhoogd van € 39.036.425 naar € 43.863.057. Met deze ophoging wordt een deel van het aanvullende budget in het kader van de tussentijdse evaluatie ingezet op het versterken van de huidige activiteiten van het COA.

Tot slot is in artikel A7 toegevoegd dat voor projecten uitgevoerd in het kader van specifieke maatregelen een subsidiepercentage van maximaal 90% geldt. Zie hiervoor ook de toelichting op onderdeel A.

Onderdelen I, J, K, L, M, N en O (Bijlage D, artikelen D1 t/m D7)

Met de wijzigingen in bijlage D krijgen het directoraat-generaal Sociale Zekerheid en Integratie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Divosa de mogelijkheid om subsidie aan te vragen in het kader van het leveren van een bijdrage aan het maatschappelijke doel van inburgering. Daarbij is ook het aanvraagtijdvak, bijhorende budget (het subsidieplafond) en de subsidiabele activiteit opgenomen. Met deze wijzigingen is gekozen om de resterende middelen met betrekking tot de doelstelling integratie in te zetten door middel van directe toewijzingen. De doorlooptijd van een open call zorgt voor onvoldoende impact door een zeer korte implementatie periode. Directe toewijzing zorgt voor sneller implementatie en grotere sturing op de te subsidiëren activiteiten. Daarnaast geldt voor de toewijzing aan Divosa dat er voor de uitvoering van de voorgenomen activiteiten binnen het beleidsveld geen soortgelijke partij aanwezig die de activiteiten uit kan voeren. Divosa is daarom sinds de invoering van de Wet inburgering 2021 ook degene die deze activiteiten uitvoert.

De wijziging maakt het voor Divosa mogelijk om activiteiten uit te voeren die zien op het ondersteunen, faciliteren en stimuleren van het leren in en met de uitvoering van de inburgering met nadruk op de Wet inburgering 2021. Dit geeft Divosa de mogelijkheid activiteiten uit te voeren die gericht zijn op kennis, uitwisseling van voorbeelden en bevorderen van samenwerking, met name in het bredere sociaal domein. Daarnaast wordt hiermee de mogelijkheid gegeven activiteiten uit te voeren die zien op het ondersteunen, faciliteren en stimuleren van het samen lerend en werkend aanpakken van vragen in de uitvoering van de Wet inburgering 2021.

De hierboven beschreven activiteiten zijn niet direct gericht op de inburgeraar, maar op het ondersteunen van de uitvoering van het inburgeringsbeleid. In artikel D4 is het doel daarom in lijn met deze activiteiten aangepast en komen de specifieke vereisten met betrekking tot de doelgroep voor nieuwe projecten te vervallen.

In artikel D6 en D7 waren aanvullende eisen opgenomen met betrekking tot de in te dienen aanvragen en specifieke eisen met betrekking tot de uitvoering van de projecten. Deze aanvullende en specifieke eisen maakten het mogelijk de verschillende aanvragen te kunnen rangschikken. Door de aanpassingen met betrekking tot de aanvragers is een rangschikking niet langer nodig, waardoor artikel D6 geheel en artikel D7 deels zijn komen te vervallen.

Onderdelen P en Q (Bijlage E, artikelen E3 en E5)

In artikel E3, eerste lid, is het subsidieplafond voor Dienst Terugkeer en Vertrek voor het aanvraagtijdvak bedoeld in E2 verhoogd van € 39.036.425,28 naar € 40.036.425,28.

Daarnaast is de implementatie van het Europese asiel- en migratiepact als subsidiabele activiteit opgenomen in artikel E5. Daarbij is in nieuwe tweede lid van artikel E3 tweede lid een bijbehorend subsidieplafond opgenomen. Voor de subsidieaanvragers is hiermee de mogelijkheid gecreëerd om subsidie aan te vragen in het kader van activiteiten die zijn op de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact en vallen onder de AMIF doelstelling Terugkeer.

Onderdelen R en S (Bijlage F, artikelen F3 en F5)

Met de wijzigingen in de artikelen F3 en F5 wordt additioneel budget beschikbaar gemaakt voor de uitvoering van de Prüm II-verordening en voor de verdere ontwikkeling van het project “Verwijzingsportaal bankgegevens”. Het subsidieplafond wordt derhalve opgehoogd van € 7.581.279’ naar € 14.134.454’ en er wordt een subsidiabele activiteit toegevoegd die ziet op activiteiten die in het kader van de implementatie van de Prüm II-verordening moeten worden uitgevoerd.

Onderdelen T, U, V en W (Bijlage I, artikelen I1, I3, I4 en I6)

In artikel I1 wordt de Kustwacht toegevoegd als aanvrager in het kader van mogelijke uitvoering naar aanleiding van het opvolgen van de verkregen aanbevelingen vanuit kwaliteitscontrolemechanismen, zoals het Schengenevaluatiemechanisme.

Met deze wijziging van de artikelen I3 tot en met I6 krijgen de subsidieaanvragers de mogelijkheid om subsidie aan te vragen voor de uitbreiding van de operationele capaciteit in het kader van grensbewaking. Daarnaast wordt het subsidieplafond opgehoogd in het kader van activiteiten met betrekking tot aanbevelingen vanuit kwaliteitscontrolemechanismen, zoals het Schengenevaluatiemechanisme, en worden budget en activiteiten toegevoegd gericht op de implementatie van het Europese Asiel- en Migratiepact.

Voorts is in artikel I4, eerste lid, onderdeel a ‘de nog vast te stellen Eurodac-verordening’ vervangen door de daadwerkelijk verordening, te weten ‘Verordening (EU) 2024/1358 (Eurodac)’

Onderdeel X (Bijlage J, artikel J3)

Met deze wijziging van artikel J3 wordt additioneel budget beschikbaar gemaakt voor het verbeteren en de doorontwikkeling van de digitalisering van het visumproces en de methodologie Informatie Ondersteund Beslissen.

Artikel II

Voor lopende projecten blijft de tekst van Bijlage D, artikel D4 tot en met D7 van de Subsidieregeling AMIF, ISF en BMVI 2021-2027 van toepassing zoals die luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wijzigingsregeling.

Voor de artikelen D4 tot en met D7 bepaalt dit overgangsrecht dat het doel en de doelgroepen, de subsidiabele activiteiten en de aanvullende eisen voor de ingediende aanvragen evenals de specifieke eisen voor de uitvoering van projecten voor de reeds lopende projecten blijven gelden.

Voor de overige wijzigingen is niet in overgangsrecht voorzien omdat deze wijzigingen niet van invloed zijn op de reeds lopende projecten.

Artikel III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

De Minister van Asiel en Migratie, G. van den Brink

De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel

De Minister van Werk en Participatie A.A. Aartsen

Naar boven