Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 april 2026, nr. 2026-0000076981, tot wijziging van de Regeling beslagvrije voet vanwege de toevoeging van de douane als gebruiker van de rekentool BIDN voor het vaststellen van de beslagvrije voet [KetenID WGK028722]

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;

Gelet op artikel 8, vijfde lid, van het Besluit beslagvrije voet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling beslagvrije voet wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het zevende lid wordt onder vervanging van ‘; en’ aan het slot van onderdeel g door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door ‘; en’ een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • i. de ontvanger, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, in samenhang met artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene douaneregeling.’

2. In het achtste lid wordt onder vervanging van ‘; en’ aan het slot van onderdeel d door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door ‘; en’ een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. de ontvanger, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, in samenhang met artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene douaneregeling.

B

Bijlage 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel I wordt in de begripsomschrijving van ‘beheerders’ ‘IB’ vervangen door ‘BIDN’.

2. In artikel III, tweede lid, wordt ‘via het IB’ vervangen door ‘via BIDN’.

3. Artikel IV, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:

a. In de aanhef wordt ‘via het IB’ vervangen door ‘via BIDN’.

b. Onder vervanging van ‘; en’ aan het slot van onderdeel b door een puntkomma en de punt aan het slot van onderdeel c door ‘; en’ wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • d. de ontvanger, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet in samenhang met artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene douaneregeling.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief

TOELICHTING

Algemeen deel

Aan financiële verplichtingen moet worden voldaan, maar niet ten koste van alles. Mensen horen voldoende middelen over te houden om te kunnen voorzien in hun basale kosten van levensonderhoud. Hiervoor zijn in de wet bepalingen opgenomen die een beslaglegger in acht moet nemen als hij verhaal zoekt en daartoe beslag legt op bepaalde aan de schuldenaar toekomende vorderingen tot periodieke betalingen zoals het loon of een uitkering. Een beslaglegger dient daarbij rekening te houden met de beslagvrije voet.

Ook de ontvanger, bedoeld in artikel 3, achtste lid onder f, (hierna: de douane) heeft de bevoegdheid om beslag te leggen op een periodieke inkomstenbron van een natuurlijk persoon wanneer blijkt dat niet wordt voldaan aan een betalingsverplichting. Met het intreden van de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet op 1 januari 2021 zijn beslagleggers verplicht om gebruik te maken van een goedgekeurde rekentool voordat ze beslag op een periodiek inkomstenbron kunnen leggen. Voorheen kon de douane voor het leggen van beslagen gebruik maken van de rekentool van de Belastingdienst. Maar sinds de douane geen onderdeel meer uitmaakt van de Belastingdienst1 heeft de douane geen toegang meer tot een passende rekentool. In gesprekken met de douane zijn meerdere mogelijkheden besproken, daaruit is gekomen dat een aansluiting op de rekentool van BIDN de beste optie is.

Met deze aanpassing wordt geregeld dat de douane ook toegang krijgt tot de rekentool van BIDN voor het leggen van beslag op een periodieke inkomstenbron van een natuurlijk persoon. En dat BIDN bevoegd is deze gegevens te verstrekken aan de douane. Dit zal leiden tot een adequate toepassing van de beslagvrije voet, hetgeen in het belang is van de beslagene.

Toevoeging van de douane betreft een beperkt aantal beslagdossiers (thans circa 50 á 100 dossiers op jaarbasis). Internetconsultatie heeft daarom niet plaatsgevonden: het betreft slechts een beperkte toevoeging die in het belang van beslagenen is.

Het Adviescollege toetsing regeldruk heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel I

Door deze wijziging kan ook de douane die gehouden is tot toepassing van de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475da tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering beschikken over gegevens om die beslagvrije voet toe te passen.

Gekozen is voor verwijzing naar artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, in samenhang met artikel 1.4, eerste lid, van de Algemene douaneregeling. Daarin zijn de bevoegdheden van inspecteurs en ontvangers van de douane ter uitvoering van de douanewetgeving opgenomen. De toegang tot de rekentool en de daarmee samenhangende gegevensdeling is beperkt tot de ontvangers, die zich bezighouden met de invordering en daarbij de beslagvrije voet toepassen.

De ontvanger van de douane is eveneens toegevoegd aan de lijst van gebruikers van de rekentool die is opgenomen in bijlage 3. Daarmee zijn de beheerders van de Centrale Voorziening BVV ook bevoegd om gegevens de delen. Aldus kan worden gekomen tot een adequate vaststelling van de beslagvrije voet.

De voormalige Stichting inlichtingenbureau (IB) heeft per 1 juli 2025 een nieuwe naam gekregen en heet sindsdien Stichting Bureau Informatiediensten Nederland. Met ingang van die datum is de begripsomschrijving van IB aangepast. Op verschillende plekken in bijlage 3 kwam IB nog voor. Dat is met deze wijziging hersteld.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking op de dag na uitgifte van het de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst. Daarmee wordt afgeweken van de vaste verandermomenten en minimuminvoeringstermijnen voor regelgeving, zoals neergelegd in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Dit is voor de douane niet bezwaarlijk aangezien zij heeft verzocht om de met deze regeling beoogde toevoeging en zich daarop heeft voorbereid. De toevoeging is tevens in het belang van burgers die met beslaglegging te maken krijgen omdat hun beslagvrije voet beter afgestemd op hun situatie kan worden vastgesteld.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.A. Vijlbrief


X Noot
1

Kamerstukken II 2019/20, 31 066, nr. 588


X Noot
1

Kamerstukken II 2019/20, 31 066, nr. 588

Naar boven