Besluiten aanvragen ex artikel 74 Wet op het primair onderwijs nr. POR/202603/000047, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Besluiten op basis van artikel 74 van de Wet op het primair onderwijs op de aanvragen voor bekostiging van een nieuwe school voor primair onderwijs met ingang van 1 augustus 2027

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap geeft kennis van de goedkeuring dan wel afwijzing van de volgende aanvragen die zijn ingediend voor 1 november 2025 in het kader van de procedure voor bekostiging van een nieuwe school voor basisonderwijs.

Als u belang hebt bij dit besluit, dan kunt u hiertegen binnen 6 weken, gerekend vanaf de verzenddatum van de onderstaande besluiten, bezwaar maken. Stuur uw bezwaarschrift naar DUO, Postbus 30205, 2500 GE Den Haag. U kunt uw bezwaar ook digitaal indienen op www.bezwaarschriftenocw.nl.

Stichting voor Onderwijs op Islamitische grondslag in Midden- en Oost-Nederland – Het Kompas

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Doetinchem

Op 31 oktober 2025 heeft u een aanvraag ingediend voor de bekostiging van een basisschool zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (hierna: WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021.

Naar aanleiding van uw verzoek bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd Het Kompas te vestigen in het postcodegebied 7004 in de gemeente Doetinchem.

BESLUIT

Hierbij besluit ik uw verzoek op grond van artikel 75, derde lid, van de WPO, niet in te willigen omdat u niet voldaan heeft aan de uitnodigingsplicht zoals bepaald in artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO. Ik besluit derhalve de basisschool zoals hiervoor bedoeld niet voor bekostiging in aanmerking te brengen.

Overwegingen

Het initiatief is gemeld op 25 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025.

De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen.

Belangstellingsmeting

De belangstellingsmeting is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift en aan de hand van de daarvoor vereiste gegevens en de te hanteren formule zoals bedoeld artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO. Met de belangstellingsmeting is berekend dat het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036 voldoet aan de stichtingsnorm.

Uitnodiging voor overleg

In artikel 74, tweede lid, onderdeel c, van de WPO en artikel 4, tweede lid, van de Regeling voorzieningenplanning po 2021 is bepaald dat u bij uw aanvraag dient aan te tonen dat de bevoegde gezagsorganen van de scholen en vestigingen binnen het voedingsgebied van de gewenste school door u zijn gevraagd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag voor bekostiging.

Bij de beoordeling van uw aanvraag heb ik geconstateerd dat 4 van de 11 bevoegde gezagsorganen niet door u zijn uitgenodigd voor voornoemd overleg.

Op 17 december 2025 heeft u in een schriftelijke zienswijze toegelicht waarom u geen uitnodiging heeft gestuurd aan alle bevoegde gezagsorganen met een school of vestiging binnen het voedingsgebied van de gewenste nieuwe school.

Op basis van de hierna volgende argumenten geeft u aan van mening te zijn dat uw aanvraag ondanks het niet voldoen aan de wettelijke uitnodigingsplicht, toch verder in behandeling moet worden genomen.

1. Uitnodigingen in het voedingsgebied en de verstrekte lijst

U voert aan dat u als bevoegd gezag met behulp van het Excel-bestand zoals aangeleverd vanuit DUO de bevoegde gezagen heeft uitgenodigd waarvan u in de veronderstelling was dat deze tot het voedingsgebied van de op te richten school behoorden. U noemt ook dat waarschijnlijk iets niet goed is gegaan bij het inkopieren van de e-mailadressen in de uitnodiging.

Het Excel bestand dat DUO heeft aangeleverd bevat de bevoegde gezagen die scholen en/of vestigingen hebben die binnen het voedingsgebied van de gewenste school zijn gelegen. Dit voedingsgebied is bepaald aan de hand van de door de aanvrager opgegeven viercijferige postcode. Van de 11 bevoegde gezagen die u had moeten uitnodigen voor een overleg, heeft u er 4 niet uitgenodigd. Deze bevoegde gezagen hebben tezamen 12 scholen in het voedingsgebied van de door u gewenste school. Hiervan zijn 6 scholen van 3 bevoegde gezagen binnen de gemeente Doetinchem gelegen, waar u ook uw nieuwe school wenst te vestigen.

2. Herstel en aanvullend uitnodigen van overige besturen

U geeft tevens aan dat u in de gelegenheid moet worden gesteld om de resterende 4 schoolbesturen die u wettelijk gezien had moeten uitnodigen, alsnog uit te nodigen voor overleg om daarmee aan de uitnodigingsplicht te voldoen. U verwijst daarbij naar twee uitspraken van de Raad van State.

Na het indienen van uw aanvraag is bij het controleren van uw dossier gebleken dat niet alle bevoegde gezagen leken te zijn uitgenodigd voor het zogenoemde gesprek in de regio. DUO heeft u vervolgens in de gelegenheid gesteld uw aanvraag aan te vullen. U heeft DUO in reactie op deze uitvraag exact hetzelfde document met uitnodigingen toegezonden als welke bij de oorspronkelijke aanvraag was gevoegd, en waarin 4 van de 11 bevoegde gezagen niet waren uitgenodigd voor een gesprek. Dit opnieuw toegezonden document heeft er derhalve niet toe geleid dat uw aanvraag aan de wettelijke vereisten voldoet.

Indien u na de wettelijke aanvraagdatum de ontbrekende 4 bevoegde gezagen zou uitnodigen, wordt nog steeds niet volledig en niet binnen de voorgeschreven periode van 15 september 2024 tot 15 september 2025 voldaan aan de uitnodigingsplicht. Artikel 74, tweede lid, onderdeel c, van de WPO schrijft immers voor dat u de gemeente, het samenwerkingsverband en de bevoegde gezagen uitnodigt voor een overleg over het voornemen van het doen van een aanvraag. Daaraan hebt u niet voldaan indien u na 14 september 2025 nog bevoegde gezagen zou uitnodigen.

Het niet uitnodigen van 4 van de 11 besturen kan dus niet achteraf, na het indienen van het verzoek en ook na de voorgeschreven datum van 14 september 2025 worden hersteld.

3. Niet (volledig) naleven van een procedurevoorschrift leidt niet altijd tot niet-ontvankelijkheid of afwijzing

U stelt dat de jurisprudentie met betrekking tot procedurele verplichtingen bij aanvragen in zijn algemeenheid uitwijst dat het niet (volledig) naleven van een procedurevoorschrift niet altijd tot niet-ontvankelijkheid of afwijzing hoeft te leiden, mits het doel van de regeling niet wezenlijk is geschaad en de belangen van andere partijen niet zijn geschaad. In dit kader doet u expliciet een beroep op het proportionaliteits- c.q. evenredigheidsbeginsel. De aanvraag afwijzen zou volgens u disproportioneel zijn in verhouding tot de aard en ernst van de gestelde tekortkoming. U geeft aan nader bewijs te hebben aangeleverd nadat DUO u hierom heeft verzocht. Daaruit zou blijken dat u zich wel degelijk heeft ingespannen om aan de uitnodigingsverplichting te voldoen.

Artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO stelt nadrukkelijk dat een aanvrager de gemeente, het samenwerkingsverband en de bevoegde gezagsorganen met een school of vestiging binnen het voedingsgebied van de gewenste school dient uit te nodigen. De Regeling voorzieningenplanning po 2021 is een nadere uitwerking van de WPO, en onlosmakelijk hiermee verbonden. Dit betreft één van de vereisten in de wet om voor bekostiging van een basisschool in aanmerking te komen. Het voldoen aan artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO is nadrukkelijk onderdeel van de beslissing op uw verzoek. Het is niet zo dat het ene vereiste in de wet zwaarder weegt dan het andere vereiste. U moet bij uw verzoek aan elk vereiste voldoen. Ik volg u niet dat het hier enkel zou gaan om het niet naleven van een procedurevoorschrift.

Zoals al aangegeven is aan u een overzicht van alle uit te nodigen besturen toegezonden. U geeft aan dat u waarschijnlijk door een kopieerfout niet elk bestuur heeft uitgenodigd. Dit ligt in uw eigen invloedssfeer en betekent niet dat u belemmerd was om alle besturen, zoals voorgeschreven in de wet, uit te nodigen. Nu u niet heeft voldaan aan deze wettelijke verplichting en u daaraan wel had kunnen voldoen, zie ik geen aanleiding om de door u gevraagde basisschool voor bekostiging in aanmerking te brengen.

Samenvattend

Artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO en artikel 4, tweede lid, van de Regeling voorzieningenplanning po 2021 vereisen dat de bedoelde partijen uiterlijk op 14 september van het aanvraagjaar zijn uitgenodigd voor overleg. De periode voor dit overleg loopt van 15 september van het voorgaande jaar tot deze datum. Deze ruime periode biedt zowel de initiatiefnemer als de betrokken partijen voldoende tijd om te overleggen over het voornemen tot het doen van een aanvraag. Het gaat hier dus om een verplichting die voorafgaand aan het indienen van de aanvraag moet zijn vervuld. Afwijken van deze termijn is niet mogelijk, aangezien daarmee niet aan deze wettelijke verplichting wordt voldaan. Op basis van bovenstaande stel ik dan ook vast dat u niet heeft voldaan aan de uitnodigingsplicht zoals voorgeschreven in artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO en artikel 4, tweede lid, van de Regeling voorzieningenplanning po 2021.

Zienswijze

De gemeente Doetinchem heeft voor 1 december 2025 een zienswijze ingediend overeenkomstig artikel 75, twaalfde lid, van de WPO. De gemeente geeft onder andere aan dat zij op 4 september 2025 door u is uitgenodigd voor een gesprek op 11 september 2025. Dit was voor hen zodanig laat dat het niet mogelijk was om aanwezig te zijn, noch om het overleg zorgvuldig voor te bereiden. De gemeente geeft ook aan dat niet alle bevoegde gezagen met scholen in het voedingsgebied door u zijn uitgenodigd voor een gesprek.

De gemeente geeft aan dat binnen het aanbod van bestaande scholen in Doetinchem door middel van vormingslessen waarin de Koran, de traditie en de Islamitische cultuur centraal staan, reeds tegemoet wordt gekomen aan wensen van ouders en leerlingen. Door te wachten met uitnodigen van schoolbesturen, samenwerkingsverband en gemeente tot een week voor de wettelijke deadline van 14 september 2025, is geen kans geweest op een zorgvuldig en constructief gesprek. Hierdoor is onvoldoende verkend of de wensen van ouders en leerlingen ingepast konden worden in het huidige aanbod op bestaande scholen of dat een samenwerking hier invulling aan kan geven. De zienswijze van de gemeente is in overeenstemming met mijn beoordeling van uw verzoek. U heeft niet voldaan aan de uitnodigingsplicht zoals voorgeschreven in artikel 74, tweede lid, onder c, van de WPO.

Geen advies inspectie noodzakelijk

In artikel 75, eerste lid, van de WPO, is geregeld dat de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) de minister adviseert of de aanvraag voldoet aan de verplichtingen in artikel 74, tweede lid, onderdeel b, van de WPO.

Met betrekking tot uw aanvraag wordt niet voldaan aan één van de wettelijke bekostigingscriteria, hetgeen op zichzelf staand een grond is voor afwijzing. Een aanvraag kan immers alleen worden goedgekeurd wanneer aan alle verplichtingen in de WPO en in de Regeling voorzieningenplanning po 2021 wordt voldaan. Wanneer niet wordt voldaan aan de verplichting van uitnodigen voor een overleg over het voornemen tot het doen van een aanvraag om bekostiging, is het advies van de inspectie niet meer van invloed op het besluit en daardoor ook niet opportuun. Ik heb daarom de inspectie niet om advies gevraagd.

Vereniging CNS te Nunspeet – Da Costa

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Elspeet, gemeente Nunspeet

Naar aanleiding van de door u op 24 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Da Costa”, te vestigen in het postcodegebied 8075 te Elspeet, gemeente Nunspeet.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 2 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 24 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 118 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 1458.

Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 3979,8.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 225.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Nunspeet bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 240, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 27 januari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Nunspeet heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Interregionaal Onderwijs Zaanstad – Nibras

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Amsterdam

Naar aanleiding van de door u op 13 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Nibras”, te vestigen in het postcodegebied 1014 in de gemeente Amsterdam.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 16 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 13 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 203 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 20392.

Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 51912,7.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 362.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Amsterdam bedraagt 323. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 362, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 16 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Amsterdam heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Swalm en Roer voor Onderwijs en Opvoeding – IBS Marjam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Roermond

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “IBS Marjam”, te vestigen in het postcodegebied 6043 in de gemeente Roermond.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 20 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 121 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 2741. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 7780,5.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 240.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Roermond bedraagt 212. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 240, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 12 maart 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Roermond heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Nissewijs – Annie M.G. Schmidt

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op openbare grondslag te Spijkenisse, gemeente Nissewaard

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een openbare basisschool genaamd “Annie M.G. Schmidt”, te vestigen in het postcodegebied 3207 in Spijkenisse, gemeente Nissewaard.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste openbare basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 23 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 128 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 6688. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 18623,5.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 250.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Nissewaard bedraagt 238. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 250, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Nissewaard heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Islamitisch Onderwijs Noord-Holland – IBS Elif Nieuwendam

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Amsterdam

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “IBS Elif Nieuwendam”, te vestigen in het postcodegebied 1025 in de gemeente Amsterdam.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 23 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 200 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 15169.

Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 38570,4.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 356.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Amsterdam bedraagt 323. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 356, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 17 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Amsterdam heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Hof van Ikigai – Agora Twente

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Oldenzaal

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Agora Twente”, te vestigen in het postcodegebied 7573 in de gemeente Oldenzaal.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 23 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 131 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 1632. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 5046,9.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 284.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Oldenzaal bedraagt 257. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 284, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 3 maart 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Oldenzaal heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Christelijk Primair Onderwijs voor Veenendaal en omgeving – De Schakel

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Veenendaal

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “De Schakel”, te vestigen in het postcodegebied 3905 in de gemeente Veenendaal.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 2 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 177 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 7578.

Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 21400,7.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 350.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Veenendaal bedraagt 318. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 350, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Veenendaal heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Schoolvereniging Rehoboth tot stichting en instandhouding van scholen met de Bijbel te Urk – Brede school De Driemaster

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Urk

Naar aanleiding van de door u op 30 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “Brede school De Driemaster”, te vestigen in het postcodegebied 8323 in de gemeente Urk.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 26 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 30 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 185 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 1658. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 4453,4.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 348.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Urk bedraagt 302. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 348, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 4 maart 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Urk heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Innovatief Islamitisch Onderwijs Nederland – AIDA-Ypenburg

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Den Haag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “AIDA-Ypenburg”, te vestigen in het postcodegebied 2492 in de gemeente Den Haag.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 27 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 170 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 12830. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 37582,1.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 349.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Den Haag bedraagt 333. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 349, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 17 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Den Haag heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Innovatief Islamitisch Onderwijs Nederland – AIDA-Moerwijk

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Den Haag

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “AIDA-Moerwijk”, te vestigen in het postcodegebied 2533 in de gemeente Den Haag.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 27 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 244 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 22809. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 61414,5.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 460.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Den Haag bedraagt 333. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 460, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 17 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Den Haag heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

Stichting Islamitisch Onderwijs Noord-Nederland – IBS Leeuwarden

Aanvraag voor bekostiging van een basisschool op bijzondere grondslag te Leeuwarden

Naar aanleiding van de door u op 31 oktober 2025 ingediende aanvraag voor bekostiging van een basisschool, zoals bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs (WPO), en met inachtneming van de Regeling voorzieningenplanning po 2021, bericht ik u als volgt.

De aanvraag betreft een bijzondere basisschool genaamd “IBS Leeuwarden”, te vestigen in het postcodegebied 8911 in de gemeente Leeuwarden.

BESLUIT

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 75, derde lid, van de WPO, en onder verwijzing naar onderstaande overwegingen, besluit ik hierbij dat de gewenste bijzondere basisschool met ingang van 1 augustus 2027 voor bekostiging in aanmerking wordt gebracht.

Overwegingen

Het initiatief is aangemeld op 30 juni 2025 en de aanvraag is ingediend op 31 oktober 2025. De belangstellingsmeting is uitgevoerd aan de hand van ouderverklaringen. De belangstellingsmeting aan de hand van ouderverklaringen is uitgevoerd conform het wettelijk voorschrift. Het aantal verkregen ouderverklaringen betreft 103 en 1 januari 2025 bedraagt het aantal 2- tot en met 4-jarigen in het voedingsgebied 3505. Op 1 januari 2036 bedraagt – naar verwachting – het aantal leerlingen van 4 tot en met 11 jaar, vermeerderd met 30% van het aantal leerlingen van 12 jaar, in het voedingsgebied 10207,2.

Rekening houdende met voornoemde aantallen en met een correctiefactor van 0,7 is het te verwachten aantal leerlingen op 1 januari 2036, aan de hand van de formule zoals genoemd in artikel 74a, derde lid, onder a, van de WPO, berekend op 210.

De stichtingsnorm voor basisscholen in de gemeente Leeuwarden bedraagt 200. Nu het aantal te verwachten leerlingen op 1 januari 2036 wordt berekend op 210, is aannemelijk gemaakt dat de gewenste school op 1 januari van het elfde jaar na de indiening van de aanvraag zal worden bezocht door ten minste het aantal leerlingen dat overeenkomt met de voor de gemeente van vestiging geldende stichtingsnorm.

Conform het bepaalde in artikel 75, eerste lid, van de WPO, heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna: de inspectie) op 23 februari 2026 advies uitgebracht over deze aanvraag. Het oordeel van de inspectie is ten aanzien van alle deugdelijkheidseisen voldoende. Dat betekent dat het advies van de inspectie over de te verwachten onderwijskwaliteit positief is. Het advies is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Voor de verdere motivering verwijs ik naar het advies. Het advies is zorgvuldig tot stand gekomen en de overwegingen kunnen de conclusie dragen.

Ik stel verder vast dat aan de vereisten zoals opgenomen in artikel 74, tweede lid, onder c en d, van de WPO, is voldaan.

De gemeente Leeuwarden heeft geen zienswijze ingediend, als bedoeld in artikel 75, twaalfde lid, van de WPO.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, namens deze, de directeur Onderwijsinstellingen van de Dienst Uitvoering Onderwijs, H. Van Es

Naar boven