Besluit van de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 8 april 2026, nr. 2026-0000149542, tot verlenging van de instellingsduur, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Instellingsbesluit landelijke versnellingstafel woningbouw

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,

Gelet op artikel 3, tweede lid, van het Instellingsbesluit landelijke versnellingstafel woningbouw,

Besluit:

Enig artikel

De instellingsduur, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Instellingsbesluit landelijke versnellingstafel woningbouw wordt met één jaar verlengd tot en met 19 april 2027.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

TOELICHTING

De urgentie van de woningbouwopgave neemt niet weg dat woningbouwprojecten met enige regelmaat worden geconfronteerd met vertraging, of zelfs afstel. Sinds 20 april 2023 ondersteunt de Landelijke versnellingstafel woningbouw (LVW) de woningbouw middels project- en thematische doorbraken. De LVW jaagt de publiek-private samenwerking aan via het stelsel van provinciale, regionale en lokale publiek-private versnellingstafels. Wanneer deze tafels er niet uitkomen – hetzij op projectniveau of vanwege complexe thema’s als netcongestie – kunnen zij terecht bij de LVW voor hulp.

Hoewel de LVW sinds 2023 projecten heeft geholpen en aan diverse thematische doorbraken heeft gewerkt, is de opgave nog altijd groot; doorbraken blijven nodig om daadwerkelijk versneld naar 100.000 woningen per jaar te komen en dit langjarig vol te houden. Het instellingsbesluit bevat de mogelijkheid om de instellingsduur tweemaal met een jaar te verlengen. Met dit verlengingsbesluit wordt de instellingsduur van de LVW voor de eerste maal met één jaar verlengd. Daardoor kan de LVW haar taken blijven uitvoeren tot en met 19 april 2027.

De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, E. Boekholt-O’Sullivan

Naar boven