U bekijkt een publicatie met

Toon versie van document

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 31 maart 2026, nr. IENW/BSK-2026/23002, houdende wijziging van bijlage V bij de Omgevingsregeling in verband met het uitfaseren van emissiefactoren voor een aantal emissiearme stalvloeren voor melkvee [KetenID WGK 27902]

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op artikelen 4.3, vierde lid, 16.6 en 16.55, tweede lid, van de Omgevingswet;

Besluit:

ARTIKEL I

De Omgevingsregeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Bijlage V wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:

BIJLAGE V BIJ DE ARTIKELEN 4.5, 4.6, 4.7, EERSTE EN TWEEDE LID, 6.14, VIERDE EN VIJFDE LID, 7.124, TWEEDE LID, 8.31, VIERDE EN VIJFDE LID, EN 9.3, DERDE LID, VAN DEZE REGELING (HUISVESTINGSSYSTEMEN EN EMISSIEFACTOREN)

Code

Beschrijving huisvestingssysteem

Nummer systeembeschrijving

Emissiefactor per dierplaats

ammoniak

(kg NH3/jaar)

geur

(ouE/sec)

fijnstof

(g PM10/jaar)

HOOFDCATEGORIE A: RUNDVEE

HA1

Diercategorie melk- en kalfkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief kalveren jonger dan 14 dagen)

 
 
 
 

HA1.1

Grupstal met drijfmest

OW 1993.09.V1

5,7

81

HA1.2

Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 1993.03.V1,

OW 1993.04.V1,

OW 1993.05.V1,

OW 1993.06.V1,

OW 1994.08.V1

10,2

148

HA1.3

Ligboxenstal met hellende vloer en spoelsysteem

OW 1994.03.V1

9,2

148

HA1.4

Ligboxenstal met hellende vloer en giergoot met spoelsysteem of roostervloer met spoelsysteem

OW 2001.28.V1

10,2

148

HA1.5

Ligboxenstal met dichte geprofileerde hellende vloer waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2009.11.V1

11,0

148

HA1.6

Ligboxenstal met dichte hellende vloer met rubber toplaag waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2009.22.V1

11,0

148

HA1.7

Ligboxenstal met sleufvloer waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2010.14.V1,

OW 2010.24.V1

11,8

148

HA1.8

Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor voor 12 april 2017 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.30.V1

6,0

148

HA1.9

Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2010.31.V1

7

148

HA1.10

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.32.V1

11,8

148

HA1.11

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.33.V1

12,2

148

HA1.12

Ligboxenstal met roostervloer met cassettes in de roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2010.34.V1

7

148

HA1.13

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2010.35.V1

7

148

HA1.14

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2010.36.V1

10,3

148

HA1.15

Ligboxenstal met V-vormige vloer met gietasfalt in combinatie met een gierafvoerbuis en met mestschuif waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.01.V1

11,7

148

HA1.16

Mechanisch geventileerde stal met een chemisch luchtwassysteem waarvoor voor 20 juli 2018 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.02.V1

5,1

148

HA1.17

Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in combinatie met een gierafvoerbuis waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2012.04.V1

8

148

HA1.18

Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2012.05.V1

11

148

HA1.19

Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met perforaties waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.08.V1

10,1

148

HA1.20

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven en regelmatige mestafstorten met afdichtingen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2013.01.V1

7

148

HA1.21

Ligboxenstal met sleufvloer met in doorsteken, wachtruimte en doorlopen een roostervloer met bolle rubber toplaag en afdichtflappen in roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2013.03.V1

11

148

HA1.22

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven met urineafvoergat of met regelmatige mestafstorten met afdichtkleppen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2013.04.V1

6

148

HA1.23

Ligboxenstal met geprofileerde vloer met hellende sleuven, aaneengesloten of met regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2013.05.V1

7

148

HA1.24

Ligboxenstal met vloer met geprofileerde rubber matten met hellend profiel en regelmatige mestafstorten met afdichtflappen waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2013.06.V1

10,3

148

HA1.25

Ligboxenstal met hellende vloer met geprofileerde rubber matten en centrale giergoot waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2013.07.V1

8

148

HA1.26

Ligboxenstal met roostervloer met hellende groeven of hellend gelegd met afdichtkleppen in roosterspleten en vernevelsysteem

OW 2014.02.V1

8

148

HA1.27

Ligboxenstal met roostervloer met rubber matten en composietnokken met hellend profiel en cassettes in roosterspleten waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2027, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2027 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2027 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2015.05.V1

6

148

HA1.28

Ligboxenstal met geprofileerde hellende vloer met holtes voor gieropvang en -afvoer aan zijkant waarvoor voor 1 januari 2019 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2015.06.V1

9,9

148

HA1.29

Ligboxenstal met roostervloer met bolle rubber toplaag waarvoor de omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 1 januari 2030, of, in het geval een vergunning niet vereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2030 en die is toegepast in een dierenverblijf dat na 1 januari 2030 niet is vervangen of uitgebreid

OW 2017.06.V1

8

148

HA1.30

Ligboxenstal met sleufvloer met geprofileerde rubber tegels waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.02.V1

8,1

148

HA1.31

Ligboxenstal met vlakke betonnen vloerplaten met sleuven, voorzien van profiel met 1% hellende groeven richting een centrale giergoot met giergaten en mestverwijdering waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.03.V1

9,1

148

HA1.32

Ligboxenstal met geprofileerde rubber oplegsleufvloer met hellende sleuven met gierafvoergaatjes waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.06.V1

7,1

148

HA1.33

Ligboxenstal met dichte geprofileerde vloer met rubbermatten en composietnokken met hellend profiel waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.07.V1

9,0

148

HA1.34

Ligboxenstal met vlakke vloer voorzien van rubberen sleufvloer, met vlakke langssleuven en geprofileerd rubber (hellende V-vorm), met groeven en nopjes tussen de langssleuven met vingermestschuif

OW 2019.01.V2

8

148

HA1.35

Ligboxenstal met urineopvangstation

OW 2021.05.V2

6

148

HA1.36

Ligboxenstal met een indrukbare drainerende loopvloer voorzien van een mestschuif, waarbij de urine en mest direct worden gescheiden en apart worden opgeslagen, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, voor 2 oktober 2024 of, alsin het geval een vergunning niet nodigvereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024

OW 2021.06.V1

6,4

148

HA1.37

Ligboxenstal voorzien van geprofileerde rubberen oplegmatten met ruitprofiel onder 2% afschot naar een centrale giergoot en frequente mestverwijdering met vaste mestschuif, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 2 oktober 2024 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend voor 2 oktober 2024, of, alsin het geval een vergunning niet nodigvereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 2 oktober 2024

OW 2021.07.V1

8,9

148

HA1.38

Natuurlijk geventileerde ligboxenstal met een roostervloer voorzien van inlays met urineafvoergaatjes in de roosterspleten, frequent bevochtigen en schoonzuigen van de vloer door een mestverzamelrobot en een mechanische kelderluchtafzuiging met een chemisch luchtwassysteem (95% emissiereductie)

OW 2021.08.V2

3

-

148

HA1.39

Ligboxenstal met V-vormige vloer van geprofileerde vloerelementen in een helling van 3,5% in combinatie met een gierafvoerbuis, waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of waarvoor tussen 1 januari 2024 en 9 maart 2026 een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit is verleend, voor 9 maart 2026 of, alsin het geval een vergunning niet nodigvereist was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor 9 maart 2026

OW 2022.01.V1

6,2

-

148

HA1.100

Overige huisvestingssystemen

 

13

148

 
 
 
 
 
 

HA2

Diercategorie vrouwelijk jongvee jonger dan 2 jaar, diercategorie fokstieren jonger dan 2 jaar

 
 
 
 

HA2.100

Overige huisvestingssystemen

 

4,4

38

 
 
 
 
 
 

HA3

Diercategorie vleeskalveren jonger dan 1 jaar

 
 
 
 

HA3.1

Stal met hellende roostervloer in combinatie met hellende schijnvloer onder roostervloer waarvoor voor 6 mei 2020 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2012.09.V1

2,5

35,6

33

HA3.2

Stal met volledige roostervloer voorzien van een bolle rubber toplaag en afdichtkleppen in de roosterspleten waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2018.04.V1

1,9

31,2

22

HA3.100

Overige huisvestingssystemen

 

3,5

35,6

33

 
 
 
 
 
 

HA4

Diercategorie zoogkoeien van 2 jaar en ouder (inclusief ongespeende kalveren)

 
 
 
 

HA4.100

Overige huisvestingssystemen

 

4,1

86

 
 
 
 
 
 

HA5

Diercategorie overig vleesvee vanaf spenen en jonger dan 2 jaar

 
 
 
 

HA5.100

Overige huisvestingssystemen

 

5,3

35,6

170

 
 
 
 
 
 

HA6

Diercategorie overig rundvee van 2 jaar en ouder

 
 
 
 

HA6.100

Overige huisvestingssystemen

 

6,2

170

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE B: SCHAPEN

 
 
 
 

HB1

Diercategorie schapen van 1 jaar en ouder (inclusief lammeren)

 
 
 
 

HB1.100

Overige huisvestingssystemen (beweiden)

 

0,7

7,8

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE C: GEITEN

 
 
 
 

HC1

Diercategorie geiten van 1 jaar en ouder

 
 
 
 

HC1.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,9

18,8

19

 
 
 
 
 
 

HC2

Diercategorie geiten vanaf 61 dagen tot 1 jaar

 
 
 
 

HC2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,8

11,3

10

 
 
 
 
 
 

HC3

Diercategorie geiten tot 61 dagen

 
 
 
 

HC3.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,2

5,7

10

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE D: VARKENS

 
 
 
 

HD1

Diercategorie gespeende biggen minder dan 25 kg

 
 
 
 

HD1.1

Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif

OW 1993.01.V1

0,20

5,4

56

HD1.2

Gedeeltelijk rooster met spoelgotensysteem

OW 1994.09.V1,

OW 1997.01.V1

0,24

7,8

74

HD1.3

Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

 
 
 
 

HD1.3.1

Volledig rooster

OW 1996.05.V1

0,18

7,8

56

HD1.3.2

Gedeeltelijk rooster

OW 1996.05.V1

0,25

7,8

74

HD1.4

Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

OW 1996.06.V1

0,23

5,4

74

HD1.5

Ondiepe mestkelders met water- en mestkanaal

 
 
 
 

HD1.5.1

Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,13 m2 per dierplaats

OW 1996.01.V1

0,26

5,4

74

HD1.5.2

Oppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,19 m2 per dierplaats

OW 2001.14.V1

0,33

7,8

74

HD1.6

Schuine putwand

 
 
 
 

HD1.6.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,07 m2 per dierplaats, ongeacht groepsgrootte

OW 2001.13.V1

0,17

5,4

74

HD1.6.2

Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen tot 30 dieren

OW 2004.06.V1

0,21

5,4

74

HD1.6.3

Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren zonder spoelgoten

OW 2010.04.V1

0,18

5,4

74

HD1.6.4

Emitterende mestoppervlakte 0,07–0,10 m2 per dierplaats in groepen vanaf 30 dieren met spoelgoten

OW 1999.05.V1,

OW 1999.06.V1

0,18

7,8

74

HD1.7

Gedeeltelijk rooster met verkleinde mestoppervlakte

OW 2001.16.V1

0,39

7,8

74

HD1.8

Mestopvang in water met mestafvoersysteem

OW 2006.07.V1

0,15

5,4

56

HD1.9

Volledig rooster met water- en mestkanaal

OW 2010.05.V1

0,20

5,4

56

HD1.10

Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte)

OW 2010.12.V1

0,17

5,4

56

HD1.11

Hok met conditionering van de ligvloertemperatuur, mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, beide kanalen voorzien van een pan met watervulsysteem, dagelijkse mestafvoer uit het mestkanaal en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,062 mper dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum

OW 2019.02.V1

0,21

5,4

56

HD1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,69

7,8

74

 
 
 
 
 
 

HD2

Diercategorie kraamzeugen (inclusief biggen tot spenen)

 
 
 
 

HD2.1

Spoelgotensysteem, spoelen met dunne mest

OW 1993.12.V1,

OW 1999.02.V1

3,3

27,9

160

HD2.2

Kunststof schijnvloer met schuif onder rooster

OW 1994.02.V1

3,7

27,9

160

HD2.3

Vlakke gecoate keldervloer met mestschuif

OW 1994.06.V1

4,0

27,9

160

HD2.4

Hellende gecoate keldervloer met giergoot en mestschuif

OW 1994.07.V1

3,1

27,9

160

HD2.5

Ondiepe mestkelders met mest- en waterkanaal

OW 1995.08.V1

4,0

27,9

160

HD2.6

Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

OW 1996.04.V1

3,1

27,9

160

HD2.7

Mestkanaal en hellende (schijn)vloer onder roostervloer

OW 2001.17.V1

5,0

27,9

160

HD2.8

Schuiven in mestgoot

0W 2001.18.V1

2,5

27,9

160

HD2.9

Waterkanaal met afgescheiden mestkanaal of mestbak

OW 2004.07.V1

2,9

27,9

160

HD2.10

Mestpan

OW 2006.08.V1

2,9

27,9

160

HD2.11

Mestgoot met mestafvoersysteem

OW 2010.06.V1

3,2

27,9

160

HD2.12

Mestpan met water- en mestkanaal

OW 2010.07.V1

2,9

27,9

160

HD2.13

Mestpan met water- en mestkanaal en koelsysteem

OW 2018.01.V1

1,3

27,9

160

HD2.14

Koeldeksysteem (150% koeloppervlakte)

OW 2010.15.V1

2,4

27,9

160

HD2.100

Overige huisvestingssystemen

 

8,3

27,9

160

 
 
 
 
 
 

HD3

Diercategorie guste en dragende zeugen

 
 
 
 

HD3.1

Smalle ondiepe mestkanalen met metalen driekantrooster en rioleringssysteem (individuele huisvesting)

OW 1995.02.V1

2,4

18,7

175

HD3.2

Mestgoot met combinatierooster en frequente mestafvoer (individuele huisvesting)

OW 1995.05.V1

1,8

18,7

175

HD3.3

Spoelgotensysteem met dunne mest

 
 
 
 

HD3.3.1

Individuele huisvesting

OW 1995.07.V1

2,5

18,7

175

HD3.3.2

Groepshuisvesting

OW 1998.01.V1,

OW 1999.03.V1

2,5

18,7

175

HD3.4

Mestopvang in en spoelen met aangezuurde vloeistof

 
 
 
 

HD3.4.1

Individuele huisvesting

OW 1996.03.V1

1,8

18,7

175

HD3.4.2

Groepshuisvesting

OW 1998.02.V1

1,8

18,7

175

HD3.5

Schuiven in mestgoot (individuele huisvesting)

OW 2001.19.V1

2,2

18,7

175

HD3.6

Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

OW 2008.11.V1

2,2

18,7

175

HD3.7

Koeldeksysteem

 
 
 
 

HD3.7.1

115% koeloppervlakte (individuele huisvesting)

OW 2010.16.V1

2,2

18,7

175

HD3.7.2

135% koeloppervlakte (groepshuisvesting)

OW 2010.17.V1

2,2

18,7

175

HD3.8

Groepshuisvesting zonder strobed met voerligboxen of voerstations en schuine putwanden in mestkanaal

 
 
 
 

HD3.8.1

Met metalen driekantrooster

OW 2010.08.V1

2,3

18,7

175

HD3.8.2

Met anders dan metalen driekantrooster

OW 2006.09.V1

2,5

18,7

175

HD3.9

Rondloopstal met voerstation en strobed

OW 2010.09.V1

2,6

18,7

175

HD3.10

Hok met kelders met water- en mestkanaal, vloervoedering, mestkanaal met metalen driekant roostervloer met mestspleet, mest- en watergoot met schuine puntwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem in mestgoot, dagelijkse mestafvoer en een emitterend mestoppervlakte van ten hoogste 0,3 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024

OW 2019.03.V1

1,5

18,7

175

HD3.100

Overige huisvestingssystemen (groepshuisvesting)

 

4,2

18,7

175

HD3.101

Overige huisvestingssystemen (individuele huisvesting)

 

4,2

18,7

175

 
 
 
 
 
 

HD4

Diercategorie dekberen van 7 maanden en ouder

 
 
 
 

HD4.100

Overige huisvestingssystemen

 

5,5

18,7

180

 
 
 
 
 
 

HD5

Diercategorie vleesvarkens van 25 kg en meer, diercategorie opfokberen van 25 kg en meer en jonger dan 7 maanden

diercategorie opfokzeugen van 25 kg en meer

 
 
 
 

HD5.1

Scharrelvleesvarkens in beddenstal

OW 2001.30.V1

1,9

23,0

153

HD5.2

Gehele dierplaats onderkelderd zonder stankafsluiter

OW 2001.23.V1

4,5

23,0

153

HD5.3

Mestopvang in en spoelen met ammoniakarme vloeistof (inclusief aanzuren)

OW 1993.10.V1,

OW 1993.11.V1,

OW 1995.03.V1,

OW 2001.24.V1

1,6

17,9

153

HD5.4

Metalen driekantrooster met mestopvang in met formaldehyde behandelde mestvloeistof

OW 1995.01.V1

1,0

17,9

153

HD5.5

Metalen driekantrooster met mestopvang in water

OW 1995.06.V1

1,3

17,9

153

HD5.6

Spoelgotensysteem met metalen driekantrooster

OW 1998.03.V1

1,2

23,0

153

HD5.7

Spoelgotensysteem met rooster

OW 1998.04.V1,

OW 1999.04.V1

1,7

23,0

153

HD5.8

Water- en mestkanaal

OW 2001.03.v1

1,7

23,0

153

HD5.9

Mestkanaal met schuine putwand (en waterkanaal)

 
 
 
 

HD5.9.1

Met metalen driekantrooster op mestkanaal

 
 
 
 

HD5.9.1.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats met spoelgoten

OW 1997.04.V1

1,0

23,0

153

HD5.9.1.2

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats zonder spoelgoten

OW 2004.03.V1

1,0

17,9

153

HD5.9.1.3

Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats met spoelgoten

OW 1997.04.V1

1,4

23.0

153

HD5.9.1.4

Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats zonder spoelgoten

OW 2004.04.V1

1,4

17,9

153

HD5.9.2

Met anders dan metalen driekantrooster op mestkanaal

 
 
 
 

HD5.9.2.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,18 m2 per dierplaats

OW 2004.05.V1

1,5

17,9

153

HD5.9.2.2

Emitterende mestoppervlakte 0,18–0,27 m2 per dierplaats

OW 2010.10.V1

1,9

23,0

153

HD5.10

Koeldeksysteem (200% koeloppervlakte)

 
 
 
 

HD5.10.1

Met metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.10.1.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats

OW 2004.08.V1

1,2

17,9

153

HD5.10.1.2

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,8 m2 per dierplaats

OW 2010.19.V1

1,5

17,9

153

HD5.10.2

Met anders dan metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.10.2.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,6 m2 per dierplaats

OW 2010.20.V1

1,6

17,9

153

HD5.10.2.2

Emitterende mestoppervlakte 0,6–0,8 m2 per dierplaats

OW 2001.01.V1

2,4

23,0

153

HD5.11

Koeldeksysteem (170% koeloppervlakte) met metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.11.1

Emitterende mestoppervlakte mestkanaal groter dan 0,5 m2, maar ten hoogste 0,67 m2 per dierplaats

OW 2001.25.V1

1,7

23

153

HD5.11.2

Emitterende mestoppervlakte mestkanaal ten hoogste 0,5 m2 per dierplaats

OW 2019.05.V1

1,4

17,9

153

HD5.12

Bollevloerhok met betonnen morsrooster en metalen driekantrooster

 
 
 
 

HD5.12.1

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,22 m2 per dierplaats

OW 2001.27.V1

1,4

17,9

153

HD5.12.2

Emitterende mestoppervlakte ten hoogste 0,33 m2 per dierplaats

OW 2001.27.V1

2,0

23,0

153

HD5.13

Mestband in mestkanaal met metalen driekantrooster

OW 2008.11.V1

1,1

17,9

153

HD5.14

Hok met mestkelders met water- en mestkanaal, voerbak en watervoorziening boven het waterkanaal, mestkanaal met metalen driekant roostervloer, mestgoot met schuine putwanden, koelsysteem en watervul- en spoelsysteem, dagelijkse mestafvoer en een emitterende mestoppervlakte van ten hoogste 0,08 m2 per dierplaats waarvoor voor 1 januari 2024 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor 1 januari 2024

OW 2019.04.V1

0,77

17,9

153

HD5.100

Overige huisvestingssystemen

 

3,0

23,0

153

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE E: KIPPEN

 
 
 
 

HE1

Diercategorie opfokhennen en -hanen van legkippen jonger dan 18 weken

 
 
 
 

HE1.1

Kooihuisvesting

 
 
 
 

HE1.1.1

Batterij met mestband

OW 1993.07.V1

0,020

0,18

2

HE1.1.2

Batterij met mestbandbeluchting

 
 
 
 

HE1.1.2.1

Beluchting 0,2 m3/uur per dierplaats

OW 1993.08.V1

0,020

0,18

2

HE1.1.2.2

Beluchting 0,4 m3/uur per dierplaats

OW 1997.03.V1

0,006

0,18

2

HE1.1.3

Batterij met mestbandbeluchting en bovenliggende droogtunnel

OW 1999.01.V1

0,010

0,18

2

HE1.1.4

Batterij met mestschuiven en centrale mestband

OW 1995.04.V1

0,011

0,18

2

HE1.1.5

Batterij met open mestopslag

OW 2001.04.V1

0,045

0,18

2

HE1.1.6

Batterij met mest- en luchtkanaal

OW 2001.05.V1

0,208

0,18

2

HE1.1.7

Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats

OW 2009.10.V1

0,016

0,18

8

HE1.2

Grondhuisvesting

 
 
 
 

HE1.2.1

Strooiselvloer (eventueel met roostervloer)

OW 2001.06.V1

0,170

0,18

30

HE1.2.2

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,088

0,18

30

HE1.2.3

Verhoogde roostervloer met daarboven oplierbare en/of opklapbare roosters

OW 2015.03.V1

0,110

0,18

30

HE1.2.4

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,088

0,18

30

HE1.3

Volièrehuisvesting

 
 
 
 

HE1.3.1

Ten minste 50% rooster met mestband

OW 2005.02.V1

0,050

0,18

23

HE1.3.2

65–70% rooster en mestbandbeluchting 0,3 m3/uur per dierplaats

OW 2005.03.V1

0,030

0,18

23

HE1.3.3

45–55% rooster en mestbandbeluchting

 
 
 
 

HE1.3.3.1

Beluchting 0,1 m3/uur per dierplaats

OW 2006.10.V1

0,030

0,18

23

HE1.3.3.2

Beluchting 0,3 m3/uur per dierplaats

OW 2006.10.V1

0,023

0,18

23

HE1.3.4

30–35% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats

OW 2006.11.V1

0,014

0,18

23

HE1.3.5

55-60% rooster en mestbandbeluchting 0,4 m3/uur per dierplaats

OW 2006.12.V1

0,020

0,18

23

HE1.100

Overige huisvestingssystemen (niet-batterijhuisvesting)

 

0,170

0,18

30

HE1.101

Overige huisvestingssystemen (batterijhuisvesting)

 

0,045

0,18

30

 
 
 
 
 
 

HE2

Diercategorie legkippen van 18 weken en ouder, diercategorie ouderdieren van legkippen van 18 weken en ouder

 
 
 
 

HE2.1

Kooihuisvesting

 
 
 
 

HE2.1.1

Verrijkte kooien met mestbandbeluchting

OW 2005.11.V1

0,030

0,35

23

HE2.1.2

Koloniehuisvesting met mestbandbeluchting

OW 2009.10.V1

0,030

0,35

23

HE2.2

Grondhuisvesting

 
 
 
 

HE2.2.1

Circa 1/3 strooiselvloer en circa 2/3 roostervloer

OW 2001.09.V1

0,402

0,34

84

HE2.2.2

Met beluchting onder gedeeltelijk verhoogde roostervloer

OW 2010.21.V1

0,110

0,34

84

HE2.2.3

Met mestbeluchting via buizen onder beun

OW 2001.10.V1

0,125

0,34

84

HE2.2.4

Met enkele buis onder beun aan beide zijden van legnest

OW 2011.09.V1

0,150

0,34

84

HE2.2.5

Met mestbeluchting via verticale ventilatiekokers

OW 2011.10.V1

0,150

0,34

84

HE2.2.6

Twee verdiepingen met mestbanden onder roosters

OW 2004.11.V1

0,068

0,34

84

HE2.2.7

Met frequente mest- en strooiselverwijdering

OW 2004.12.V1

0,106

0,34

84

HE2.3

Volièrehuisvesting

 
 
 
 

HE2.3.1

Ten minste 50% rooster met mestband

OW 2004.09.V1

0,090

0,34

65

HE2.3.2

45–55% roosters en mestbandbeluchting

 
 
 
 

HE2.3.2.1

Beluchting ten minste 0,2 m3/uur per dierplaats

OW 2004.10.V1

0,055

0,34

65

HE2.3.2.2

Beluchting ten minste 0,5 m3/uur per dierplaats

OW 2004.10.V1

0,042

0,34

65

HE2.3.3

30–35% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats

OW 2005.04.V1

0,025

0,34

65

HE2.3.4

55–60% roosters en mestbandbeluchting 0,7 m3/uur per dierplaats

OW 2005.05.V1

0,037

0,34

65

HE2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,315

0,34

84

 
 
 
 
 
 

HE3

Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens in opfok jonger dan 19 weken

 
 
 
 

HE3.1

Mixluchtventilatie

OW 2005.10.V1

0,114

0,18

23

HE3.2

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,129

0,18

23

HE3.3

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,129

0,18

23

HE3.4

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,077

0,18

23

HE3.5

Buizenverwarming waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, die rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en die is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

OW 2017.01.V1

0,044

0,18

23

HE3.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,250

0,18

23

 
 
 
 
 
 

HE4

Diercategorie ouderdieren van vleeskuikens van 19 weken en ouder

 
 
 
 

HE4.1

Groepskooi met mestband en geforceerde mestdroging

OW 1995.09.V1,

OW 1996.07.V1,

OW 2009.23.V1

0,080

0,93

8

HE4.2

Volièrehuisvesting

 
 
 
 

HE4.2.1

Met geforceerde mestdroging

OW 2010.22.V1

0,170

0,93

43

HE4.2.2

Met geforceerde mest- en strooiseldroging

OW 2010.23.V1

0,130

0,93

43

HE4.3

Perfosysteem op gedeeltelijk verhoogde roostervloer

OW 1998.05.V1

0,230

0,93

43

HE4.4

Grondhuisvesting met mestbeluchting

 
 
 
 

HE4.4.1

Van bovenaf

OW 2004.13.V1

0,250

0,93

43

HE4.4.2

Met verticale slangen in mest

OW 2004.14.V1

0,435

0,93

43

HE4.4.3

Via buizen onder beun

OW 2010.03.V1

0,435

0,93

43

HE4.4.4

Via verticale ventilatiekokers

OW 2010.37.V1

0,435

0,93

43

HE4.5

Grondhuisvesting met mestbanden onder de roosters

OW 2007.10.V1

0,245

0,93

43

HE4.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,580

0,93

43

 
 
 
 
 
 

HE5

Diercategorie vleeskuikens

 
 
 
 

HE5.1

Zwevende vloer met strooiseldroging

OW 1993.02.V1,

OW 1994.05.V1,

OW 1996.02.V1,

OW 1996.09.V1

0,004

0,33

22

HE5.2

Geperforeerde vloer met strooiseldroging

OW 1994.04.V1,

OW 1996.08.V1

0,012

0,33

22

HE5.3

Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

OW 1997.02.V1

0,004

0,33

22

HE5.4

Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

OW 2001.11.V1

0,038

0,33

22

HE5.5

Mixluchtventilatie

OW 2005.10.V1

0,031

0,33

22

HE5.6

Etagesysteem met mestband en strooiseldroging

OW 2006.13.V1

0,017

0,33

22

HE5.7

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,035

0,33

22

HE5.8

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,021

0,33

22

HE5.9

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmteheaters

OW 2011.13.V1

0,035

0,33

22

HE5.10

Buizenverwarming

OW 2017.01.V1

 
 
 

HE5.10.1

Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

 

0,012

0,33

22

HE5.10.2

Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HE5.10.1

 

0,021

0,33

22

HE5.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,068

0,33

22

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE F: PARELHOENDERS

 
 
 
 

HF1

Diercategorie vleesparelhoenders

 
 
 
 

HF1.1

Zwevende vloer met strooiseldroging

OW 1993.02.V1,

OW 1994.05.V1,

OW 1996.02.V1

OW 1996.09.V1

0,004

0,33

22

HF1.2

Geperforeerde vloer met strooiseldroging

OW 1994.04.V1,

OW 1996.08.V1

0,012

0,33

22

HF1.3

Etagesysteem met volledige roostervloer en mestbandbeluchting

OW 1997.02.V1

0,004

0,33

22

HF1.4

Grondhuisvesting met vloerverwarming en vloerkoeling

OW 2001.11.V1

0,038

0,33

22

HF1.5

Mixluchtventilatie

OW 2005.10.V1

0,031

0,33

22

HF1.6

Etagesysteem met mestband en strooiseldroging

OW 2006.13.V1

0,017

0,33

22

HF1.7

Warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,035

0,33

22

HF1.8

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met een warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,021

0,33

22

HF1.9

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,035

0,33

22

HF1.10

Buizenverwarming

OW 2017.01.V1

 
 
 

HF1.10.1

Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

 

0,012

0,33

22

HF1.10.2

Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HF1.10.1

 

0,021

0,33

22

HF1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,068

0,33

22

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE G: KALKOENEN

 
 
 
 

HG1

Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen jonger dan 6 weken

 
 
 
 

HG1.1

Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,08

0,29

23

HG1.2

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,08

0,29

23

HG1.3

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,05

0,29

23

HG1.4

Buizenverwarming

OW 2017.01.V1

 
 
 

HG1.4.1

Huisvestingssysteem waarvoor voor 1 december 2022 een omgevingsvergunning is verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of, als deze vergunning niet nodig was, dat rechtmatig in gebruik is genomen voor die datum en dat is toegepast in een dierenverblijf dat nadien niet is vervangen of uitgebreid

 

0,03

0,29

23

HG1.4.2

Huisvestingssysteem dat niet voldoet aan de voorwaarden genoemd in rij HG1.4.1

 

0,05

0,29

23

HG1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,15

0,29

23

 
 
 
 
 
 

HG2

Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 6 weken en ouder en jonger dan 30 weken

 
 
 
 

HG2.1

Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,24

1,55

163

HG2.2

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,24

1,55

163

HG2.3

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,15

1,55

163

HG2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,47

1,55

163

 
 
 
 
 
 

HG3

Diercategorie ouderdieren van vleeskalkoenen van 30 weken en ouder

 
 
 
 

HG3.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,59

1,55

207

 
 
 
 
 
 

HG4

Diercategorie vleeskalkoenen

 
 
 
 

HG4.1

Gedeeltelijk verhoogde strooiselvloer

OW 2001.12.V1

0,36

1,55

86

HG4.2

Mechanisch geventileerde stal met frequente strooiselverwijdering

OW 2005.07.V1

0,26

1,55

86

HG4.3

Verwarmingssysteem met warmteheaters en ventilatoren

OW 2009.14.V1

0,35

1,55

86

HG4.4

Warmteheaters met luchtmengsysteem voor droging strooisellaag

OW 2011.13.V1

0,35

1,55

86

HG4.5

Luchtmengsysteem voor droging strooisellaag met warmtewisselaar

OW 2010.13.V1

0,21

1,55

86

HG4.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,68

1,55

86

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE H: EENDEN

 
 
 
 

HH1

Diercategorie ouderdieren van vleeseenden

 
 
 
 

HH1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,320

0,49

182

 
 
 
 
 
 

HH2

Diercategorie vleeseenden

 
 
 
 

HH2.1

Binnen mesten

 
 
 
 

HH2.1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,210

0,49

84

HH2.2

Buiten mesten (per afgeleverd dier)

 

0,019

0,49

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE I: STRUISVOGELS

 
 
 
 

HI1

Diercategorie struisvogels jonger dan 4 maanden

 
 
 
 

HI1.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,3

 
 
 
 
 
 

HI2

Diercategorie struisvogels van 4 maanden en ouder en jonger dan 12 maanden

 
 
 
 

HI2.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,8

 
 
 
 
 
 

HI3

Diercategorie struisvogels van 12 maanden en ouder

 
 
 
 

HI3.100

Overige huisvestingssystemen

 

2,5

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE K: KONIJNEN

 
 
 
 

HK1

Diercategorie voedster

 
 
 
 

HK1.1

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

OW 2005.08.V1

0,77

HK1.2

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem

OW 2024.01.V1

0,5

HK1.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,20

-

 
 
 
 
 
 

HK2

Diercategorie vlees- en opfokkonijnen tot dekleeftijd

 
 
 
 

HK2.1

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine

OW 2005.09.V1

0,12

HK2.2

Mechanisch geventileerde stal met gescheiden afvoer van mest en urine in een ‘deeppit’-systeem

OW 2024.01.V1

0,12

HK2.100

Overige huisvestingssystemen

 

0,20

 
 
 
 
 
 

HOOFDCATEGORIE L: PAARDEN

 
 
 
 

HL1

Diercategorie paarden van 3 jaar en ouder

 
 
 
 

HL1.100

Overige huisvestingssystemen

 

5,0

 
 
 
 
 
 

HL2

Diercategorie paarden jonger dan 3 jaar

 
 
 
 

HL2.100

Overige huisvestingssystemen

 

2,1

 
 
 
 
 
 

HL3

Diercategorie pony's van 3 jaar en ouder

 
 
 
 

HL3.100

Overige huisvestingssystemen

 

3,1

 
 
 
 
 
 

HL4

Diercategorie pony's jonger dan 3 jaar

 
 
 
 

HL4.100

Overige huisvestingssystemen

 

1,3

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

's-Gravenhage,

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

A. Bertram

Toelichting

Algemeen deel

1. Inleiding

Met deze regeling wordt bijlage V van de Omgevingsregeling gewijzigd. In bijlage V van de Omgevingsregeling staan per emissiearm stalsysteem voor landbouwhuisdieren emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijnstof. De emissiefactoren geven het gemiddelde weer van de in proefstallen gemeten emissie per dierplaats per jaar bij het gebruik van een bepaald emissiearm stalsysteem. Aan de hand van de emissiefactoren wordt vastgesteld of wordt voldaan aan de in het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) opgenomen emissiegrenswaarden voor stallen. De emissiegrenswaarden per diercategorie, voor melkvee opgenomen in artikel 4.818 van het Bal, gelden direct voor nieuwe en verbouwde stallen en bepalen indirect uit welke emissiearme stalsystemen gekozen kan worden. De emissiefactoren van de emissiearme stalsystemen moeten lager zijn dan de emissiegrenswaarde.

Een groot aantal emissiearme stalsystemen voor melkrundvee is een emissiearme stalvloer. Onderzoek naar de werking van brongerichte emissiearme stalsystemen1 toont aan dat de prestaties van bepaalde emissiearme stalvloeren achterblijven. Uit deze onderzoeken blijkt dat met emissiearme stalvloeren in de praktijk gemiddeld geen emissiereductie wordt behaald, vergeleken met traditionele roostervloeren. Een aantal emissiearme stalvloeren presteren gemiddeld zelfs significant slechter dan traditionele roostervloeren. De emissiefactoren in bijlage V van de Omgevingsregeling voor die emissiearme vloeren bieden daarmee een te gunstige weergave van de emissiereducerende prestaties. Aan het gebruik van de emissiefactoren van deze stalvloeren wordt daarom een einddatum toegevoegd.

2. Hoofdlijnen van deze wijzigingsregeling

Wetenschappelijk onderzoek van Wageningen University & Research (WUR, 20232 en WUR, 20243) bevestigt de eerdere conclusie van CBS (20194) dat onderzochte emissiearme stalvloeren gemiddeld geen emissiereducerende werking hebben ten opzichte van traditionele roostervloeren in melkveestallen.

Aan het gebruik van de emissiefactoren van deze stalvloeren wordt daarom een einddatum toegevoegd. De einddatum komt te staan op 1 januari 2027. Na deze einddatum kan de emissiefactor niet langer worden toegepast bij het bouwen of renoveren van een stal. Voor bestaande stallen geldt de oude emissiefactor als voor de einddatum een vergunning voor die stal is verleend of als die stal is gebouwd in combinatie met een melding voor die datum.

Er is gekozen voor het uitfaseren van de emissiefactoren, omdat deze stalvloeren gemiddeld niet beter presteren dan een stal met een traditionele roostervloer. In de praktijk is de emissie van deze stalvloeren gemiddeld niet langer aantoonbaar lager dan de emissiegrenswaarde voor melkrundvee van 8,6 kg per dierplaats per jaar. De emissiegrenswaarden zijn gericht op nationale reductie van de ammoniakemissie, door de inzet van beste beschikbare technieken. Het niet presteren van deze stalsystemen draagt in de praktijk niet bij aan dit doel.

Einddatum 1 januari 2027 voor stalvloeren HA1.2, HA1.5, HA1.6 HA1.7, HA1.9, HA1.12, HA1.13, HA1.17, HA1.18, HA1.21 en HA1.27

De wijziging is van toepassing op de stalvloeren waarvoor in de onderzoeken is aangetoond dat er een significante negatieve afwijking is ten opzichte van de geldende emissiefactor. Dit zijn de stalvloeren HA1.5, HA1.7, HA1.9, HA1.12, HA1.13, HA1.17, HA1.18 en HA1.27. Daarnaast is de wijziging ook van toepassing op stalsystemen HA1.6 en HA1.21. Voor deze systemen is een negatieve afwijking geconstateerd ten opzichte van de geldende emissiefactor, maar deze was voor de afzonderlijke systemen niet significant. Dit komt door het geringe aantal van deze vloeren die zijn meegenomen in de onderzoeken. Van deze twee stalvloeren is de emissiefactor bovendien al hoger dan de emissiegrenswaarde. Deze stalvloeren konden daardoor niet in nieuwe gevallen worden toegepast. Tot slot is bijlage V ook aangepast voor systeem HA1.2. Dit stalsysteem komt niet afzonderlijk voor in de genoemde onderzoeken, maar ook voor dit systeem geldt dat gebruik wordt gemaakt van een vergelijkbaar werkingsprincipe als bij bovenstaande vloeren. De emissiefactor van HA1.2 is bovendien hoger dan de emissiegrenswaarde, waardoor die in nieuwe gevallen niet meer kon worden toegepast. Bovenstaande stalvloeren krijgen een einddatum van 1 januari 2027.

Einddatum 1 januari 2030 voor stalvloeren HA1.20, HA1.22, HA1.23, HA1.25 en HA1.29, mogelijkheid herbeoordeling

Daarnaast is de wijziging ook van toepassing op stalsystemen die in de onderzoeken niet voorkomen of daar niet significant slechter presteerden en waarvan de emissiefactor op de bijlage lager is dan de emissiegrenswaarde. Dit zijn stalvloeren HA1.20, HA1.22, HA1.23, HA1.25 en HA1.29. Voor deze stalvloeren geldt een latere einddatum, namelijk 1 januari 2030. Leveranciers van deze stalvloeren krijgen tot die einddatum de mogelijkheid om de vloeren opnieuw te laten beoordelen. Als een aanvraag wordt gedaan en het proces van stalbeoordeling is doorlopen, zal blijken of een nieuwe emissiefactor voor deze vloeren opgesteld dient te worden, of dat deze einddatum blijft staan.

3. Verhouding tot hoger recht en nationale regelgeving

Het bestaande stelsel van het reguleren van milieubelastende activiteiten is onderdeel van de Omgevingswet. Deze wijzigingsregeling is een wijziging binnen dit stelsel. Het stelsel zelf wordt met deze regeling niet gewijzigd.

Tot 25 november 2022 werd voor vergunningen op grond van de Wet natuurbescherming gebruikt gemaakt van de emissiefactoren, maar dat is niet meer het geval. Bij toestemmingverlening voor Natura 2000-activiteiten moet worden uitgegaan van de meest recente wetenschappelijke inzichten over de bedrijfsspecifieke emissie. In Aerius wordt voor deze vloeren daarom al met een hogere emissie gerekend, die afwijkt van de emissiefactoren van bijlage V van de Omgevingsregeling.

4. Gevolgen (m.u.v. financiële gevolgen)

De stalsystemen waarvan de emissiefactoren van een einddatum worden voorzien, kunnen na die datum niet meer worden toegepast om aan de emissiegrenswaarde te voldoen. Dit kan alleen als vóór die einddatum een vergunning milieubelastende activiteit is verleend.

Voor melkrundvee kunnen de stalsystemen HA1.26, HA 1.34, HA1.35 en HA 1.38 worden toegepast in nieuwe situaties. Daarnaast kunnen in elk geval tot 1 januari 2030 ook de stalsystemen HA1.20, HA1.22, HA1.23, HA1.25, HA1.29 nog worden toegepast.

Deze wijziging heeft geen effect voor veehouders met stallen met bestaande emissiearme stalvloeren. Zij moeten zich blijven houden aan de geldende systeembeschrijving. Bij ingrijpende renovatie van deze stallen (staat gelijk aan oprichten), na 1 januari 2027 of 1 januari 2030 mogen de betreffende stalvloeren niet meer worden toegepast.

5. Uitvoering

Deze wijziging binnen het stelsel heeft geen gevolgen voor de uitvoering. Er is geen sprake van stijging van de bestuurlijke lasten voor gemeenten die bevoegd gezag zijn.

6. Toezicht en handhaving

Deze wijziging binnen het stelsel heeft geen gevolgen voor toezicht en handhaving door omgevingsdiensten. Veehouders met een dergelijke stalvloer blijven deze gebruiken en moeten voldoen aan de geldende systeembeschrijving.

7. Financiële gevolgen

Vergunde of gemelde en gerealiseerde stalvloeren waarvan de emissiefactor wordt uitgefaseerd mogen nog steeds worden gebruikt, wat rechtszekerheid biedt en voorkomt dat investeringen uit het verleden hun waarde verliezen.

Deze uitfasering betekent dat bij het bouwen of renoveren van een stal voor het houden van melkvee vanaf 1 januari 2027 minder keuze is uit emissiearme stalsystemen. De stalsystemen HA1.26, HA 1.34, HA1.35 en HA 1.38 kunnen dan nog worden toegepast in nieuwe situaties. Daarnaast kunnen in elk geval tot 1 januari 2030 ook de stalsystemen HA1.20 HA1.22, HA1.23, HA1.25, HA1.29 worden toegepast. Verder worden in de nabije toekomst mogelijk nieuwe emissiearme stalsystemen voor melkrundvee aan bijlage V toegevoegd, die nu de beoordelingsprocedure doorlopen.

De beste presterende stalsystemen van bijlage V voor melkrundvee die nog kunnen worden toegepast, zijn over het algemeen kostbaarder dan de stalsystemen die worden uitgefaseerd. De extra investeringskosten van alle uit te faseren stalvloeren (inclusief de vijf die de einddatum 1 januari 2030 krijgen) liggen tussen de 158 en 984 euro per dier, en die van de vier stalsystemen die op bijlage V blijven staan tussen de 567 en 1185 euro per dier. De extra jaarkosten (investering en gebruik) van de uitgefaseerde stalvloeren (inclusief de vijf met een einddatum op 1 januari 2030) liggen tussen de 61 en 138 euro per dier, terwijl die van de vier stalsystemen die op bijlage V blijven staan tussen de 99 en 221 euro per dier liggen (bron: KWIN 2025 – 2026).

Voor leveranciers van emissiearme stalvloeren waarop deze wijziging betrekking heeft, betekent de wijziging dat de systemen minder verkocht zullen worden. Leveranciers van de vijf genoemde stalvloeren met einddatum 1 januari 2030 kunnen binnen gestelde voorwaarden hun stalsysteem opnieuw laten beoordelen via het stalbeoordelingsproces.

Leveranciers van emissiearme stalsystemen voor melkrundvee die niet worden uitgefaseerd krijgen waarschijnlijk meer kopers dan voorheen.

8. Advies en consultatie

Advies ATR

Het college van de ATR adviseert deze wijziging van bijlage V in te dienen en vast te stellen, als rekening is gehouden met twee adviespunten. Een daarvan is het kwantitatief duidelijk maken wat de kosten van de na de wijziging toegestane stalsystemen zijn die kunnen worden toegepast. Dit kwantitatieve overzicht staat hierboven onder ‘financiële gevolgen’. Verder adviseert het college om duidelijk te maken of het uitfaseren leidt tot knelpunten voor veehouders die moeten voldoen aan andere wettelijke verplichtingen die aanpassing van de stal vereisen. Andere wettelijke verplichtingen die aanpassing van de stal vereisen bestaan echter niet op het moment van indienen van deze wijziging.

Consultatiereacties

Tijdens de internetconsultatie zijn 29 reacties binnengekomen, die variëren in strekking. Naar aanleiding van deze reacties is deze wijziging op een aantal punten aangepast. De datum van inwerkingtreding is uitgesteld naar 1 januari 2027, zodat bevoegde gezagen een aantal lopende vergunningtrajecten met deze vloeren kan afronden, en bevoegde gezagen meer tijd krijgen om te anticiperen op deze wijziging bij de behandeling van aanvragen en meldingen. Ook is het ‘overgangsrecht’ in deze toelichting nauwkeuriger omschreven, omdat niet alle mogelijke situaties daarin werden genoemd.

Verder is de tekst in de wijzigingsregeling aangepast. Omdat ook na 1 januari 2024 nog vergunningen onder het oude recht, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dan wel Hinderwet of de Wet milieubeheer, worden afgegeven, is voor een algemenere omschrijving van het overgangsrecht gekozen. Er wordt in de nieuwe tekst uitsluitend verwezen naar een omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit. Via het overgangsrecht is een Wabo-vergunning namelijk gelijkgesteld aan een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit. Dit geldt ook voor een vergunning die is aangevraagd voor 1 januari 2024 maar is verleend na 1 januari 2024. Omdat dit ook geldt voor stalsystemen die al een einddatum hadden, is de omschrijving daar op dezelfde manier geherformuleerd.

Verder is de einddatum voor vijf stalvloeren opgeschoven naar 1 januari 2030. Gedurende die tijd hebben de leveranciers van deze stalsystemen de mogelijkheid om binnen gestelde kaders de werking van de betreffende vloer opnieuw te laten beoordelen. Dit gaat om leveranciers van vloeren die niet significant slechter presteerden in het onderzoek, niet in het onderzoek waren opgenomen en waarvan de emissiefactor lager is dan de emissiegrenswaarde.

9. Overgangsrecht

Om te voorkomen dat lopende initiatieven niet meer kunnen worden uitgevoerd, is een overgangstermijn opgenomen tot of 1 januari 2027 of 1 januari 2030.

Lopende initiatieven

Voor lopende initiatieven, die zijn aangevraagd of gemeld voor de publicatie van deze wijziging, is voldoende tijd voor afhandeling, door de termijn tot de einddata van 1 januari 2027 of 1 januari 2030.

Nieuwe initiatieven

Als een initiatiefnemer na publicatie van deze wijziging kiest voor een stalsysteem met einddatum, dan is het diens verantwoordelijkheid om voor die einddatum aan de (vergunnings)voorwaarden te voldoen. Voor de stalsystemen met een einddatum van 1 januari 2030 is voldoende tijd om een aanvraag te doen en een stal te realiseren.

Nieuwe initiatieven na de einddatum kunnen alleen nog kiezen uit de overblijvende stalsystemen met een geldende emissiefactor die lager is dan de emissiegrenswaarde. De emissiegrenswaarde geldt bij oprichten of vervangen van een dierenverblijf en ook voor een uitbreiding van een dierenverblijf, want dat is ook oprichten. Als een bestaand dierenverblijf ingrijpend wordt gerenoveerd, kan dit worden beschouwd als oprichten. Het bevoegd gezag beoordeelt per geval hoe ingrijpend de wijzigingen zijn. Het gaat dan om te verbouwen dierverblijven waarvan de wijzigingen en investeringskosten dusdanig groot zijn dat een emissiearme stal had kunnen worden neergezet.

Het toestaan van een dergelijke stalvloer na de einddatum is alleen nog mogelijk als maatwerk is toegepast (bijvoorbeeld bij een doelvoorschriftvergunning in combinatie met continu meten).

Samenhang met andere vergunningen

Onder de Omgevingswet is de keuze gemaakt de verschillende vergunningen los te koppelen. Een initiatiefnemer bepaalt zelf voor welke activiteiten hij/zij een vergunning aanvraagt en wanneer. Daarbij kan de aanvrager voor meerdere vergunningplichtige activiteiten tegelijk één aanvraag indienen of de aanvragen los en gespreid in de tijd doen. Een handeling is verboden zolang niet voor alle activiteiten die daar onlosmakelijk deel van uitmaken, een vergunning is verleend. Een aanvrager is zelf verantwoordelijk om voor alle activiteiten over de vereiste vergunningen te beschikken. Als er veel tijd tussen de verschillende aanvragen zit, bestaat het risico dat regels wijzigen. Het is het risico van de initiatiefnemer om kosten te maken terwijl nog niet alle vereiste vergunningen zijn verleend.

Als een ondernemer beschikt over een omgevingsvergunning milieubelastende activiteit of tijdig een melding heeft gedaan voor een stalsysteem met einddatum 1 januari 2027, maar nog geen toestemming voor een Natura 2000-activiteit heeft, dan valt dit onder het ondernemersrisico.

Bestaande situaties

Voor bestaande situaties heeft deze regeling geen gevolgen. Voor bestaande stallen geldt de oude emissiefactor, van voor de einddatum, als voor die stal tijdig een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, of als bedoeld in artikel 5.1 tweed lid onder b van de Omgevingswet is verleend. Of als voor die stal een melding is gedaan, de stal voldoet aan de regels in het Besluit activiteiten leefomgeving en het Omgevingsplan, en is gebouwd voor die einddatum.

10. Inwerkingtreding

Het beoogde moment van inwerkingtreding is 1 juli 2026. Dit is in lijn met de vaste verandermomenten. Publicatie staat gepland rond 1 april 2026. Daarmee wordt voldaan aan de minimuminvoeringstermijn van drie maanden op grond van aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

Artikelsgewijs deel

Artikel I

Zie het algemene deel voor verdere toelichting.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026. Dit is een van de vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen als bedoeld in aanwijzing 4.17, tweede lid, van de Aanwijzingen voor de regelgeving.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

A. Bertram

  • 1

    Groenestein, K., Goedhart, P.W., Bruggen, C. van, Jonge, I. de & Ogink, N. (2023). ‘Schatting van stikstofverliezen uit stallen op basis van de stikstof-fosfaat verhouding in afgevoerde mest’, Wageningen Livestock Research. Terug naar link van noot.

  • 2

    Groenestein, K., Goedhart, P.W., Bruggen, C. van, Jonge, I. de & Ogink, N. (2023). ‘Schatting van stikstofverliezen uit stallen op basis van de stikstof-fosfaat verhouding in afgevoerde mest’, Wageningen Livestock Research. Terug naar link van noot.

  • 3

    Ogink, N., Beest, D. te & Bruggen, C. van (2024). ‘Stikstofverlies uit stallen op basis van de stikstof-fosfaat verhouding in afgevoerde mest: Vervolgonderzoek 2017 - 2022’, Wageningen Livestock Research. Terug naar link van noot.

  • 4

    Bruggen, C. van & Geertjes, K. (2019). ‘Stikstofverlies uit opgeslagen mest’, CBS. Terug naar link van noot.

Naar boven