Besluit van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van 15 april 2026, nr. DAD/104654146, houdende mandaat en machtiging voor de afgifte en bezorging van identificatiedocumenten en de registratie van paardachtigen 2026 (Besluit mandaat en machtiging LVVN voor afgifte en bezorging identificatiedocumenten paardachtigen 2026)

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

Gelet op Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84);

Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95);

Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314);

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/963 van de Commissie van 10 juni 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de Verordeningen (EU) 2016/429, (EU) 2016/1012 en (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de identificatie en registratie van paardachtigen en tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten voor die dieren (PB L 213);

Artikel 6.3, tweede lid, van de Wet dieren;

Artikel 4.8 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren;

en afdeling 10.1.1. van de Algemene wet bestuursrecht;

Gezien de schriftelijke instemming van de besturen van de organisaties die op grond van dit besluit mandaat en machtiging verkrijgen;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

gemachtigde instantie:

gemachtigde instantie als bedoeld in artikel 2, onder 25, van verordening (EU) 2021/963;

minister:

Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

identificatiedocument:

uniek, levenslang geldig identificatiedocument als bedoeld in artikel 2, onder 22, van verordening (EU) 2021/963;

verordening (EU) 2021/963:

uitvoeringsverordening (EU) 2021/963 van de Commissie van 10 juni 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de Verordeningen (EU) 2016/429, (EU) 2016/1012 en (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de identificatie en registratie van paardachtigen en tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten voor die dieren (PB L 213).

Artikel 2

  • 1. De rechtspersonen, genoemd in bijlage 1, worden aangewezen als gemachtigde instantie.

  • 2. Aan de besturen van de rechtspersonen, bedoeld in het eerste lid, wordt mandaat en machtiging verleend omtrent de afgifte en bezorging van identificatiedocumenten en de registratie van paardachtigen, bedoeld in verordening (EU) 2021/963.

Artikel 3

  • 1. De besturen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, kunnen, ieder voor zich, voor de in dat artikel bedoelde bevoegdheden ondermandaat en machtiging verlenen aan leden van het bestuur of onder hun verantwoordelijkheid werkzame medewerkers.

  • 2. Het verlenen van ondermandaat en machtiging, bedoeld in het eerste lid, alsmede wijziging daarvan geschiedt schriftelijk en wat de formulering betreft in overeenstemming met de directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Artikel 4

De uitoefening van bevoegdheden op grond van dit besluit vindt plaats in overeenstemming met bijlage 2 ‘Instructies voor gemachtigde instanties paardachtigen’.

Artikel 5

De besturen voeren over de uitvoering van de aan hen toegekende bevoegdheden een ordentelijke en voor de minister transparante administratie.

Artikel 6

De ondertekening van documenten die worden afgegeven onder toepassing van de bij dit besluit toegekende bevoegdheden vindt plaats op de volgende wijze:

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

namens deze:

(handtekening)

(naam functionaris(sen))

Functie en gemandateerde organisatie

Artikel 7

Het besluit mandaat en machtiging inzake de uitgifte van identificatiedocumenten van paardachtigen 2020 wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2026.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging LVVN voor afgifte en bezorging identificatiedocumenten paardachtigen 2026.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 15 april 2026

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen

Belanghebbenden kunnen digitaal of schriftelijk bezwaar maken binnen zes weken na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het besluit wordt geplaatst. Een digitaal bezwaarschrift kan ingediend worden via mijn.rvo.nl/bezwaar.

Een schriftelijk bezwaarschrift kan ondertekend gezonden worden naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, Postbus 40219, 8004 DE Zwolle. Vermeld in het bezwaarschrift in ieder geval de referentie en datum van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt.

TOELICHTING

Algemeen

1. Inleiding

Het Besluit mandaat en machtiging LVVN voor afgifte en bezorging identificatiedocumenten paardachtigen 2026 (hierna: mandaatbesluit) vervangt het Besluit mandaat en machtiging inzake de uitgifte van identificatiedocumenten van paardachtigen 2020. Het besluit uit 2020 is vervangen omdat verordening (EU) 2019/20351 op 21 april 2021 en uitvoeringsverordening (EU) 2021/9632 op 7 juli 2021 in werking is getreden. De inwerkingtreding van de nieuwe verordeningen vormt aanleiding tot herijking van het stelsel van gemachtigde instanties.

2. Achtergrond

Exploitanten van paardachtigen3 zijn verplicht om hun dieren individueel te identificeren met een unieke code, een fysiek identificatiemiddel en een uniek levenslang geldig identificatiedocument (artikel 114, eerste lid, van verordening (EU) 2016/429 (Diergezondheidsverordening))4. Het unieke, levenslang geldig identificatiedocument is het zogeheten paardenpaspoort. De uitvoering van de Diergezondheidsverordening en verordening (EU) 2021/963 vindt plaats op grond van de Wet dieren. Daarom is het van belang te voorzien in een mandatering en machtiging van de aangewezen gemachtigde instanties onder nationaal recht. De minister is bevoegd tot afgifte van het paardenpaspoort op grond van artikel 6.3, tweede lid, van de Wet dieren. Door de aangewezen gemachtigde instanties te mandateren en machtigen, is geregeld dat zij namens de minister handelingen kunnen verrichten en besluiten kunnen nemen (artikel 2, tweede lid, van dit mandaatbesluit). De aanwijzing van gemachtigde instanties vindt plaats op grond van artikel 4.8 van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren en artikel 10:3 van de Algemene wet bestuursrecht door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Paardenpaspoorten

Er zijn twee soorten paardenpaspoorten; het standaard-paardenpaspoort’5) en het uitgebreide paardenpaspoort6.

In de artikelen 65 tot en met 69 van verordening (EU) 2019/2035 zijn aanvullende regels gesteld over zowel het standaard-paspoort als het uitgebreide paardenpaspoort. Zo is het verplicht dat exploitanten van paardachtigen ervoor zorgen dat de dieren te allen tijde vergezeld gaan van het paardenpaspoort (artikel 66, eerste lid, van voornoemde verordening). De exploitant zorgt er ook voor dat de gegevens van zijn paardachtige worden doorgegeven aan het zogeheten geautomatiseerde gegevensbestand (artikel 114, tweede lid, van verordening (EU) 2016/429). In Nederland gebeurt dit in het Identificatie- en Registratiesysteem (I&R-systeem dat in beheer is van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO)).

Afgifte en bezorging van paardenpaspoorten

In artikel 22 van verordening (EU) 2021/963 is geregeld dat een gemachtigde instantie een standaard-paardenpaspoort mag afgeven (‘afgifte’) en bezorgen (‘bezorging’). Het uitgebreide paspoort wordt door stamboekverenigingen en sportorganisaties afgegeven. Er is mede in overleg met betrokken sectorpartijen voor gekozen om de bezorging daarvan plaats te laten vinden door een gemachtigde instantie. Er is in Nederland geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid die artikel 22, vierde lid van verordening (EU) 2021/963 biedt om de bezorging plaats te laten vinden door anderen dan gemachtigde instanties, zoals door een overheidsinstantie of op contractuele basis.

Afgifte en bezorging standaard-paardenpaspoorten

De gemachtigde instantie geeft standaard-paardenpaspoorten af. Dat betekent dat de gemachtigde instantie de vereiste informatie invult, de gegevens registreert7 in het geautomatiseerde gegevensbestand, het paspoort drukt, en bindt. Vervolgens bezorgt de gemachtigde instantie het standaard-paspoort bij de exploitant.

Bezorging uitgebreide paardenpaspoorten

Als de gemachtigde instantie ter bezorging een uitgebreid paspoort ontvangt van een stamboekvereniging of sportorganisatie, vindt de registratie van de gegevens onder toepassing van artikel 22, vijfde lid, onderdeel a, punt ii, van verordening (EU) 2021/963 na een controle door de gemachtigde instantie plaats via die gemachtigde instantie (die immers lees- schrijftoegang tot het I&R-systeem heeft8).

Gemachtigde instanties in Nederland

Dit mandaatbesluit is enkel gericht op gemachtigde instanties in Nederland. De bevoegdheden van stamboekverenigingen en sportorganisaties ten aanzien van het afgeven van uitgebreide paspoorten volgen uit verordening (EU) 2019/2035 en verordening (EU) 2021/963.

Bevoegde autoriteit en gemachtigde instanties

De Diergezondheidsverordening regelt dat een bevoegde autoriteit het paardenpaspoort afgeeft (artikel 110, eerste lid, onderdeel a). De bevoegde autoriteit is in beginsel de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, het is ook mogelijk om een andere instantie of rechtspersoon te machtigen om paardenpaspoorten af te geven en te bezorgen (artikel 108, vijfde lid, onderdeel c). Dit kan een andere autoriteit, een andere instantie of een natuurlijk persoon zijn, waaraan de bevoegde autoriteit bepaalde taken in verband met officiële controles of andere officiële activiteiten onder voorwaarden kan delegeren (artikel 28 en 30 van verordening (EU) 2017/625)9. Artikel 2, punt 25, van verordening (EU) 2021/963 in samenhang met artikel 3, punt 5, van verordening (EU) 2017/625, specificeert dat het bij paardenpaspoorten moet gaan om een rechtspersoon (gemachtigde instantie). In de context van het Nederlandse bestuursrecht is evenwel niet de figuur van delegeren, maar het minder vergaande mandateren aangewezen.10 Met dit mandaatbesluit mandateert de minister de bevoegdheden in verband met de afgifte en bezorging van paardenpaspoorten aan gemachtigde instanties in Nederland om namens de minister haar bevoegdheden uit te voeren in Nederland.

3. Gemachtigde instanties

Dit mandaatbesluit voorziet in de aanwijzing van de in de bijlage genoemde organisaties als gemachtigde instantie voor de afgifte en bezorging van deze paardenpaspoorten11. Dat betekent dat zij bevoegd zijn handelingen te verrichten in Nederland die onder afgifte van een standaard-paardenpaspoort vallen (het invullen van de vereiste informatie, het drukken en binden) en zij mogen zowel het standaard-paardenpaspoort als het uitgebreide paspoort bezorgen aan de aanvrager. Voorafgaand aan het bezorgen controleert de gemachtigde instantie de identificatiegegevens van de paardachtige en registreert deze in het I&R-systeem.

Volgens overweging 9 bij verordening (EU) 2021/963 mogen paspoorten slechts worden afgegeven ‘(...) als zij naar behoren zijn ingevuld met de vereiste identificatiegegevens die de krachtens het Unierecht vereiste informatie bevatten en die overeenkomstig deze verordening ook in het geautomatiseerde gegevensbestand zijn opgeslagen.’ De gemachtigde instantie, organisatie of vereniging die het paspoort afgeeft, zal daar zorg voor moeten dragen.

Om als gemachtigde instantie te kunnen opereren, moeten de betreffende organisaties voldoen aan de criteria die in artikel 29, onderdeel b, onder i, ii en iii, van verordening (EU) 2017/625 zijn gesteld. Artikel 29 van die verordening stelt eisen betreffende de deskundigheid, uitrusting en infrastructuur van de instantie, het hebben van een voldoende aantal naar behoren gekwalificeerd en ervaren medewerkers en eisen betreffende onpartijdigheid en het vrij zijn van elk belangenconflict. De betreffende organisaties worden enkel gemandateerd en gemachtigd om de activiteiten namens de minister in Nederland uit te voeren. Ten slotte moet de betreffende organisatie voldoen aan de nadere instructies gesteld door de lidstaat, zoals de technische vereisten om informatie te kunnen registreren in het I&R-systeem (zie artikel 29, onderdeel a, van verordening (EU) 2017/625). Deze nadere instructies zijn als bijlage 2 bij dit besluit gevoegd.

Indien in de toekomst een aangewezen gemachtigde instantie niet meer voldoet aan de eisen, zal dit tot gevolg hebben dat mandaat en machtiging voor die tot dan toe aangewezen instantie wordt ingetrokken (artikel 33, onderdeel b, van verordening (EU) 2017/625 en artikel 10:8 van de Algemene wet bestuursrecht). Het intrekken van het mandaat kan zowel direct na vaststelling van niet naleving, als na een waarschuwing van niet naleving, afhankelijk van de ernst van de niet naleving.

Artikelsgewijs

Artikel 1 en 2

In artikel 2, onderdeel 25, van verordening (EU) 2021/963 staat ‘gemachtigde instantie’ gedefinieerd. De in artikel 1 van dit besluit gehanteerde begripsbepaling van ‘gemachtigde instantie’ sluit hierbij aan. In de begripsomschrijving van genoemde uitvoeringsverordening wordt verwezen naar verordening (EU) 2017/625. Uit artikel 3, onderdeel 5, van deze verordening volgt dat gemachtigde instanties rechtspersoonlijkheid dienen te hebben.

Artikel 3

Artikel 3, eerste lid, regelt dat de besturen waaraan mandaat en machtiging is verleend, ondermandaat en machtiging kunnen verlenen aan leden van het bestuur of onder hun verantwoordelijkheid werkzame medewerkers. Het artikel biedt vanwege de zinsnede ‘onder hun verantwoordelijkheid werkzame medewerkers’ tevens de mogelijkheid om ondermandaat en machtiging te verlenen aan vrijwilligers. Verantwoordelijkheid impliceert een zekere mate van zeggenschap en is doorslaggevend voor eventueel ondermandaat en machtiging aan werkzame medewerkers. Ondermandaat kan niet worden verleend aan zzp’ers.

Artikel 4

In artikel 4 is verwezen naar bijlage 2 bij het Mandaatbesluit. In deze bijlage staan instructies aan de gemachtigde instanties. De artikelen 10:6, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 29, onderdeel a, van verordening (EU) 2017/625 bieden daartoe de mogelijkheid.

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur J. van Essen

BIJLAGE 1 GEMACHTIGDE INSTANTIES ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, EERSTE LID, VAN HET BESLUIT MANDAAT EN MACHTIGING LVVN VOOR AFGIFTE EN BEZORGING IDENTIFICATIEDOCUMENTEN PAARDACHTIGEN 2026.

a. Koninklijke Nederlandse Hippische Sportfederatie (KNHS)

b. Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN)

c. Nederlands Shetland Pony Stamboek

d. Nederlandse Rijpaarden- en Ponystamboek

e. Vereniging het Nederlands Welsh Pony en Cob Stamboek (NWPCS)

BIJLAGE 2 INSTRUCTIES VOOR GEMACHTIGDE INSTANTIES PAARDACHTIGEN ALS BEDOELD IN ARTIKEL 4 VAN HET BESLUIT MANDAAT EN MACHTIGING LVVN VOOR AFGIFTE EN BEZORGING IDENTIFICATIEDOCUMENTEN PAARDACHTIGEN 2026.

Instructies voor gemachtigde instanties paardachtigen.

1. Algemeen

1.1 Wet- en regelgeving

De gemachtigde instantie neemt met betrekking tot zijn officiële activiteiten als gemachtigde instantie de Nederlandse en Europese wet- en regelgeving in acht, waaronder maar niet beperkt tot: de identificatie en registratie van paardachtigen, de Algemene verordening gegevensbescherming, de verordening officiële controles en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

1.2 Deskundigheid en onpartijdigheid

De gemachtigde instantie voldoet aan de bepalingen genoemd in artikel 29, onderdeel b, onder i, ii, iii van Verordening (EU) 2017/625.

1.3 Aansprakelijkheid

De gemachtigde instantie neemt de benodigde maatregelen zodat er sprake is van een adequate dekking van aansprakelijkheidsrisico’s bij uitvoering van gemandateerde taak. Indien de gemachtigde instantie bij de uitvoering van de wettelijke taak aansprakelijk wordt gesteld voor schade, dient de Minister van LVVN onmiddellijk in kennis gesteld te worden.

1.4 Aanwijzingen door minister

De gemachtigde instanties zijn verplicht de aanwijzingen door of namens de minister met betrekking tot de afgifte en bezorging van paardenpaspoorten op te volgen.

1.5 Doorgeven wijzigingen contactgegevens van gemachtigde instanties

De gemachtigde instantie geeft wijzigingen in haar adres- en contactgegevens binnen twee werkdagen door aan Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO).

1.6 Bewaren paspoort

De gemachtigde instantie bewaart de paspoorten en schriftelijke aanvraagformulieren voor de afgifte van een paardenpaspoort in een afgesloten kast.

1.7 Bewaartermijnen documenten en digitale gegevens

De gemachtigde instantie bewaart het aanvraagformulier en de hierbij bijbehorende gegevens waarmee het paspoort is aangevraagd, of een digitale kopie hiervan, gedurende ten minste tien jaar na de melding van het gedode, geslachte of overleden paard.

1.8 Andere diensten

De exploitant of de stamboekvereniging of sportorganisatie mag door de gemachtigde instantie niet verplicht gesteld worden om andere diensten af te nemen.

2. Afgifte en bezorging

2.1 Aanvraag afgifte paspoort

De gemachtigde instantie neemt een aanvraag voor de afgifte van een standaard-paardenpaspoort door een exploitant van een paardachtige in behandeling.

2.2 Beoordeling aanvraag afgifte paspoort

De gemachtigde instantie beoordeelt of de paspoortaanvraag voldoet aan de minimumvoorschriften van artikel 17 of indien van toepassing artikel 21 en/of artikel 24, en/of artikel 25 en/of artikel 26 van verordening (EU) 2021/963, alsook artikel 65, 67 tot en met 69 van verordening (EU) 2019/2035.

Indien niet wordt voldaan aan de minimumvoorschriften dan neemt de gemachtigde instantie contact op met de aanvrager van het paspoort.

2.3 Bezorging

Als de gemachtigde instantie ter bezorging een paspoort ontvangt van een stamboekvereniging of sportorganisatie, vindt de registratie van de gegevens onder toepassing van artikel 22, vijfde lid, onderdeel a, punt ii, van verordening (EU) 2021/963 na een controle door de gemachtigde instantie plaats via die gemachtigde instantie.

De gemachtigde instantie is gehouden om binnen 8 weken na ontvangst van complete en juiste identificatiegegevens een paspoort voor bezorging aan te bieden via aangetekende post of in persoon te bezorgen bij de aanvrager.

Indien er sprake is van een aanvraag voor een duplicaat of vervangend paspoort, kan deze termijn indien nodig met twee weken worden verlengd.

2.4 Afwijzing van een paspoortaanvraag

Als een gemachtigde instantie een aanvraag van een stamboekvereniging, sportorganisatie of exploitant voor een nieuw paspoort, tijdelijk paspoort, duplicaat paspoort of vervangend paspoort afwijst, moet dit schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd gedaan worden aan de exploitant. Een kopie van de afwijsbrief wordt aan de aanvragende partij en naar RVO verstuurd.

In de afwijzingsbrief moet de volgende bezwaarclausule worden opgenomen:

Bezwaar

Als u het niet eens bent met de beslissing, kunt u binnen zes weken na de verzenddatum van deze brief digitaal of schriftelijk een bezwaarschrift indienen. De datum bovenaan deze brief is de verzenddatum.

Een digitaal bezwaarschrift kunt u indienen via mijn.rvo.nl/bezwaar. Als u schriftelijk bezwaar wilt maken, stuurt u het ondertekende bezwaarschrift naar de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, afdeling Juridische Zaken, postbus 40219, 8004 DE Zwolle.

Vermeld in uw bezwaarschrift in ieder geval onze referentie, het briefkenmerk en de datum van de beslissing waartegen u bezwaar maakt. U vindt onze referentie en het briefkenmerk in de rechter kantlijn van deze brief.

2.5 Paspoorten van gestorven paardachtigen of verdwenen met inbegrip van diefstal

De gemachtigde instantie dient binnen veertien dagen na ontvangst het paspoort van gestorven of verdwenen paardachtigen, met inbegrip van diefstal, te vernietigen of ongeldig te maken conform de keuze van de exploitant van de paardachtige.

2.6 Procedure voor ongeldig maken paspoorten

Een gemachtigde instantie maakt het paspoort van een paardachtige die is gestorven of verdwenen met inbegrip van diefstal op de volgende wijze ongeldig:

  • het stempel ‘ONGELDIG’, wordt in rode drukletters, op de eerste pagina, zichtbaar in het doorkijkvenster geplaatst, en

  • het paspoort wordt voorzien van minimaal twee perforatiegaten met een doorsnede van ten minste 0,5 cm door het gehele document (dus door alle paspoortpagina’s inclusief de omslag).

3. Registratie in I&R

3.1 Meldingen aan het geautomatiseerde gegevensbestand

  • De gemachtigde instantie geeft de registratiegegevens van een paardachtige en wijzigingen daarin binnen zeven dagen door aan het geautomatiseerde gegevensbestand van RVO.

  • De gemachtigde instantie geeft uitsluitingen voor menselijke consumptie onmiddellijk door aan het geautomatiseerd bestand van RVO, voor zover daartoe gehouden op grond van verordening (EU) 2021/963.


X Noot
1

Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314).

X Noot
2

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/963 van de Commissie van 10 juni 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de Verordeningen (EU) 2016/429, (EU) 2016/1012 en (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de identificatie en registratie van paardachtigen en tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten voor die dieren (PbEU 2021, L 213).

X Noot
3

Exploitant als bedoeld in artikel 2, derde lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2021/963.

X Noot
4

Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84).

X Noot
5

Artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/963.

X Noot
6

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) 2021/963.

X Noot
7

Voor zover de verplichting tot registratie niet op de exploitant berust.

X Noot
8

Artikel 7, derde lid, van verordening (EU) 2021/963.

X Noot
9

Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95).

X Noot
10

Delegeren zou in het Nederlands bestuursrecht betekenen dat de minister de bevoegdheid kwijt is, hetgeen nadrukkelijk niet de bedoeling is. Delegatie kan alleen weer ongedaan worden gemaakt door intrekking van het delegatiebesluit. Daarom is hier de minder vergaande variant van mandateren aangewezen waarbij de bevoegdheden worden uitgeoefend namens de minister en deze dus ook verantwoordelijk blijft. De keuze voor mandateren is ook niet in strijd met de verordening.

X Noot
11

Artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2021/963.


X Noot
1

Gedelegeerde verordening (EU) 2019/2035 van de Commissie van 28 juni 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft regels voor inrichtingen waar landdieren worden gehouden en broederijen, alsmede voor de traceerbaarheid van bepaalde gehouden landdieren en broedeieren (PbEU 2019, L 314).

X Noot
2

Uitvoeringsverordening (EU) 2021/963 van de Commissie van 10 juni 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van de Verordeningen (EU) 2016/429, (EU) 2016/1012 en (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de identificatie en registratie van paardachtigen en tot vaststelling van modelidentificatiedocumenten voor die dieren (PbEU 2021, L 213).

X Noot
3

Exploitant als bedoeld in artikel 2, derde lid, van uitvoeringsverordening (EU) 2021/963.

X Noot
4

Verordening (EU) 2016/429 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende overdraagbare dierziekten en tot wijziging en intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van diergezondheid (‘diergezondheidswetgeving’) (PbEU 2016, L 84).

X Noot
5

Artikel 17, eerste lid, onderdeel a, van verordening (EU) 2021/963.

X Noot
6

Artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van verordening (EU) 2021/963.

X Noot
7

Voor zover de verplichting tot registratie niet op de exploitant berust.

X Noot
8

Artikel 7, derde lid, van verordening (EU) 2021/963.

X Noot
9

Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU 2017, L 95).

X Noot
10

Delegeren zou in het Nederlands bestuursrecht betekenen dat de minister de bevoegdheid kwijt is, hetgeen nadrukkelijk niet de bedoeling is. Delegatie kan alleen weer ongedaan worden gemaakt door intrekking van het delegatiebesluit. Daarom is hier de minder vergaande variant van mandateren aangewezen waarbij de bevoegdheden worden uitgeoefend namens de minister en deze dus ook verantwoordelijk blijft. De keuze voor mandateren is ook niet in strijd met de verordening.

X Noot
11

Artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2021/963.

Naar boven