Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 13285 | advies Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 13285 | advies Raad van State |
23 maart 2026
Nader rapport inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende wijziging van het Besluit inburgering 2021 in verband met het aanpassen van de reserveringsregeling
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw Kabinet van 5 februari 2026, nr. 2026000277, machtigde Uwe Majesteit de Afdeling advisering van de Raad van State haar advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit advies, gedateerd 11 februari 2026, nr. W12.26.00031/III, bied ik U hierbij aan.
De tekst van het advies treft u hieronder aan, voorzien van mijn reactie.
Bij Kabinetsmissive van 5 februari 2026, no.2026000277, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit inburgering 2021 in verband met het aanpassen van de reserveringsregeling, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
De vice-president van de Raad van State,
Th.C. de Graaf
Het ontwerpbesluit geeft de Afdeling advisering van de Raad van State geen aanleiding tot het maken van opmerkingen.
Ik bied U hierbij het ontwerpbesluit en de nota van toelichting aan en verzoek U overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen.
No. W12.26.00031/III
’s-Gravenhage, 11 februari 2026
Aan de Koning
Bij Kabinetsmissive van 5 februari 2026, no.2026000277, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, bij de Afdeling advisering van de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Besluit inburgering 2021 in verband met het aanpassen van de reserveringsregeling, met nota van toelichting.
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft geen opmerkingen over het ontwerpbesluit en adviseert het besluit te nemen.
De vice-president van de Raad van State, Th.C. de Graaf.
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 3 februari 2026, nr. 2026-0000033741;
Gelet op artikel 42, vierde lid, van de Wet inburgering 2021;
De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van );
Gezien het nader rapport van de Staatsecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van , nr. ,
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 10.5 van het Besluit inburgering 2021, komt te luiden:
1. Indien in een kalenderjaar de uitkering, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet, niet volledig is besteed, kan het college het niet bestede bedrag reserveren tot een maximum van de reserveringsruimte voor besteding aan inburgeringsvoorzieningen in het daaropvolgende kalenderjaar.
2. De bepaling van de maximale reserveringsruimte, bedoeld in het eerste lid, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:

Waarbij:
a. U staat voor het bedrag van de uitkering, bedoeld in artikel 40, eerste lid, van de wet;
b. Jaar t staat voor het uitvoeringsjaar waarop de uitkering betrekking heeft; en
c. [a en b] staan voor de percentages die toegekend worden aan de afzonderlijke variabelen in de formule.
3. Bij ministeriële regeling worden de percentages, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, vastgesteld.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Wet inburgering 2021 (hierna: Wi2021) heeft als doelstelling om nieuwkomers zo snel mogelijk volwaardig mee te laten doen in de Nederlandse maatschappij, liefst via betaald werk. Het inburgeringsstelsel is erop gericht dat inburgeringsplichtigen het voor hen hoogste haalbare taalniveau (liefst niveau B1) behalen en kennis van de Nederlandse maatschappij opdoen, in combinatie met gerichte inspanning op participeren naar vermogen vanaf de start van het inburgeringstraject.1
Om dit resultaat te bereiken zijn in de Wi2021 drie leerroutes gerealiseerd waarmee aan de inburgeringsplicht kan worden voldaan: de B1-route, de zelfredzaamheidsroute en de onderwijsroute. Met de regierol voor gemeenten is het aan gemeenten om voor asielstatushouders te voorzien in het aanbod van de leerroutes.
Gemeenten ontvangen elk jaar een budget van het Rijk voor de financiering van de leerroutes en andere voorzieningen die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht via een specifieke uitkering inburgeringsvoorzieningen.
Gemeenten verantwoorden na afloop van ieder jaar de bestedingen en baten van deze uitkering via de SiSa-systematiek (Single Information Single Audit). Wanneer bleek dat het ontvangen budget niet volledig was besteed, kon het college op grond van de reserveringsregeling zoals die gold voor inwerkingtreding van dit besluit, het niet bestede bedrag tot maximaal 100% van het voor een uitvoeringsjaar toegekende budget reserveren voor besteding in het daaropvolgende uitvoeringsjaar.
Uit de SiSa-informatie van gemeenten is gebleken dat een substantieel aantal gemeenten de eerder ontvangen uitkering niet binnen de bestedingstermijn heeft besteed. Dit leidde tot aanzienlijke terugvorderingen. Het terugvorderen van het niet bestede deel van de uitkering is onwenselijk, omdat gemeenten dit budget nodig hebben voor toekomstige verplichtingen voor onder andere taallessen van inburgeraars.
Om gemeenten in de gelegenheid te stellen om de noodzakelijke kosten te dekken voor inburgeringsvoorzieningen wordt de reserveringsruimte met terugwerkende kracht per 1 januari 2024 verruimd. De verruiming houdt in dat het niet bestede deel van de uitkering na aanpassing kan worden gereserveerd voor besteding in het volgende kalenderjaar tot maximaal:
a) 100% van de toegekende uitkering voor het uitvoeringsjaar (huidig regeling); en
b) 50% van de toegekende uitkering voor het voorafgaande uitvoeringsjaar (verruiming).
Deze wijziging betreft een technische wijziging van bestaande regelgeving, waarmee de reserveringsregeling wordt verruimd. Dit resulteert niet in een hogere regeldruk in vergelijking met de huidige bepaling. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk van burgers en bedrijven heeft
Artikel I wijzigt artikel 10.5 van het Bi2021. In artikel 10.5 is bepaald dat indien de uitkering niet volledig is besteed aan inburgeringsvoorzieningen, het college het niet-bestede bedrag kan reserveren voor bestedingen in het daaropvolgende kalenderjaar tot een maximum van de reserveringsruimte. De percentages voor het vaststellen van de reserveringsruimte worden bij ministeriële regeling vastgesteld. De reserveringsruimte voor de jaren 2024 tot en met 2026 zal bestaan uit: 100% van de voor het uitvoeringsjaar toegekende uitkering en 50% van de voor het voorafgaande uitvoeringsjaar toegekende uitkering. Deze percentages worden opgenomen in de Regeling inburgering 2021 (Ri2021). Voor de periode na 2026 kunnen de percentages worden vastgesteld via een aanpassing van de Ri2021 (art. 10.5, derde lid, onderdeel c, Bi2021).
Dit artikel regelt de inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit. Bepaald is dat het besluit in werking treedt met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2024. De terugwerkende kracht is begunstigend voor gemeenten, omdat zij, vanwege de terugwerkende kracht, niet geconfronteerd worden met een terugvordering voor niet-bestede middelen vanaf het uitvoeringsjaar 2024.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-13285.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.