Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 13136 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Justitie en Veiligheid | Staatscourant 2026, 13136 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Wij Willem-Alexander, bij de Gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op voordracht van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Langdurige Zorg, Welzijn en Sport van 23 maart 2026, nr. 7303421;
Handelende in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad;
Gelet op artikel 6, eerste lid, van de Kaderwet adviescolleges
HEBBEN GOEDGEVONDEN EN VERSTAAN:
In dit besluit wordt verstaan onder staatscommissie: de staatscommissie, bedoeld in artikel 2.
1. Er is een staatscommissie overheidsingrijpen bij kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging.
2. De staatscommissie heeft tot taak de regering te adviseren over:
a. de rol en legitimiteit van betrokkenheid van dan wel ingrijpen door de overheid bij kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging van kinderen;
b. welke waarden interventies rechtvaardigen; en
c. welke alternatieve vormen van overheidsbetrokkenheid of -ingrijpen mogelijk zijn.
3. De staatscommissie geeft in haar advies in het bijzonder aandacht aan de noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit van betrokkenheid van dan wel ingrijpen door de overheid bij o.a. kindermishandeling, en ontwikkelingsbedreiging van kinderen in zowel het vrijwillig als gedwongen kader.
4. De staatscommissie betrekt kennis en ervaring uit de praktijk door klankbordgroepen te organiseren met ouders en jongeren
De staatscommissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste acht andere leden.
1. De staatscommissie werkt met deelrapporten en brengt haar eindrapport uit voor 1 april 2028 aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en Onze Minister van Langdurige Zorg, Welzijn en Sport.
2. De staatscommissie wordt opgeheven met ingang van 1 mei 2028.
Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de nota van toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.
‘s-Gravenhage, 28 maart 2026
Willem-Alexander
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Uit het rapport van de Commissie toeslagen en uithuisplaatsingen blijkt dat de onterechte terugvorderingen vanuit de toeslagenaffaire een grote rol hebben gespeeld bij problemen van de gezinnen en daarmee ook bij de uithuisplaatsingen van de kinderen. Tijdens het debat over dit rapport heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die de regering verzoekt een staatscommissie in te stellen die onderzoek doet naar uithuisplaatsingen (Kamerstukken II 2025/26, 36 708, nr. 30). Er is toenemende juridische en wetenschappelijke kritiek op de wijze waarop de overheid ingrijpt in gezinnen waar sprake is van onveiligheid en/of ontwikkelingsbedreiging bij kinderen en waar vervolgens onvoldoende passende bescherming en hulp kan worden ingezet. Gezinnen voelen zich niet gehoord en weten niet altijd wat hun rechten zijn. De toeslagenaffaire heeft het publieke vertrouwen in overheidsingrijpen onder druk gezet. In een brief aan de commissie Justitie & Veiligheid geven ouders en kinderen aan zich slachtoffer te voelen van een falend systeem waarbij ze zich afvragen of de jeugdzorgketen überhaupt onderzoekt wat een gezin ontwricht en of de ingezette jeugdzorg1 vanuit de jeugdbescherming daadwerkelijk aansluit bij de oorzaak daarvan.
Tegelijkertijd bestaan in de samenleving ernstige zorgen over het ontbreken van de juiste bescherming en hulp aan kinderen en gezinnen in onveilige thuissituaties onder andere door calamiteiten en incidenten. Dit wordt maatschappelijk en politiek gezien – zeker in situaties waar kinderen bij betrokken zijn – niet geaccepteerd, wat kan leiden tot extra druk op professionals die werken in complexe situaties. De samenleving vraagt veel van deze professionals.
Er wordt hard gewerkt aan het verbeteren van de jeugdzorg. Met het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming wordt toegewerkt naar een integrale gezinsgerichte, transparante en rechtsbeschermende, eenvoudige en lerende aanpak bij gezinnen en huishoudens waar veiligheidsvraagstukken spelen. De Hervormingsagenda Jeugd richt zich evenzeer op een brede, gezinsgerichte aanpak en moet zorgen dat hulp voor kinderen die het nodig hebben passend en beschikbaar is. De Wet versterking rechtsbescherming in de jeugdbescherming is in ontwikkeling en biedt in de nabije toekomst de kaders voor de versterkte rechtspositie van ouders en kinderen indien sprake is van een kinderbeschermingsmaatregel.
Boven op de huidige inzet om de jeugdzorg te verbeteren is een herbezinning nodig van de rol(len) en legitimiteit van de overheid of organisaties die namens de overheid betrokken zijn en/of kunnen ingrijpen in de privésfeer van gezinnen met minderjarigen in geval van o.a. kindermishandeling en ontwikkelingsbedreiging in zowel het vrijwillig als gedwongen kader. Er is verdieping nodig op de vraag wanneer de overheid moet ingrijpen, wanneer de overheid mag ingrijpen, maar ook wanneer de overheid niet mag ingrijpen en welke (rechts)waarborgen dan van toepassing zijn. Met inachtneming dat de rollen en normen ook voortvloeien uit de verplichtingen van internationale verdragen, het IVRK, EVRM en het Verdrag van Istanbul. Gelet op de principiële aard en het domeinoverstijgende karakter van deze vragen en de noodzaak dat de uitkomsten breed kunnen worden toegepast, is het noodzakelijk dat deze adviesvraag onafhankelijk bij een staatscommissie wordt belegd. Ook om het draagvlak te borgen bij de hierboven genoemde ouders en kinderen is het verstandig deze onderzoeksvraag niet bij een de van adviesorganen te beleggen maar een nieuwe commissie in te stellen. Wel wordt de kennis en ervaring van deze adviesorganen actief ingezet door het secretariaat van de commissie. De staatscommissie wordt uitgenodigd om bij het opstellen van hun advies verder te kijken dan de huidige denkwijze en uitvoeringspraktijk van de kind- en gezinsbescherming en in haar advies ondersteunend zijn aan de lopende ontwikkelingen binnen het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. De staatscommissie laat zich in haar advies niet inhoudelijk uit over het onderwerp seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld en adviseert niet over het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen in residentiële instellingen.
In de afgelopen jaren is onderzoek verricht naar verschillende facetten van de jeugdzorg en het overheidsingrijpen in gezinnen, waaronder het onderzoek van de Commissie Hamer naar de gevolgen van de toeslagenaffaire voor de uithuisplaatsing van kinderen, het onderzoek van de Commissie Van Dooijeweert naar de rechtsbescherming en rechtsstatelijkheid in het kader van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming, de eindevaluatie van de herziene kinderbeschermingswetgeving van de Universiteit Leiden, het advies van de Raad Volksgezondheid en Samenleving en de Raad voor Strafrechttoepassing en Jeugdbescherming over intensieve vrijwillige hulp – heldere grenzen aan drang in de jeugdzorg, het WODC onderzoek Terugplaatsing na gedwongen uithuisplaatsing en het onderzoek van AEF naar structurele inbedding van domein overstijgende samenwerking gericht op veiligheid in thuissituaties. Deze onderzoeken bieden waardevolle inzichten en vormen een basis voor de werkzaamheden van de staatscommissie. De commissie wordt verzocht deze rapportages en bevindingen te betrekken in haar analyse en conclusies.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, K.T. van Bruggen
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, E. van der Burg
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Jeugdzorg wordt in deze toelichting gebruikt als verzamelterm voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en van jeugdreclassering.
Jeugdzorg wordt in deze toelichting gebruikt als verzamelterm voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en van jeugdreclassering.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-13136.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.