Regeling van de Minister van Buitenlandse Zaken van 30 maart 2026, nr.BZ2626432, tot wijziging van de Sanctieregeling terrorisme 2002

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en de Minister van Financiën;

Gelet op Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van 26 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 (PbEU L 2026/456) en de artikelen 2, tweede lid, en 3 van de Sanctiewet 1977;

BESLUIT:

ARTIKEL I

Artikel 1 van de Sanctieregeling terrorisme 2002 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese Unie van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG L 344).

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Het verbod te handelen in strijd met de artikelen 2, eerste en tweede lid, 3, eerste lid, 4, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 2580/2001 is niet van toepassing in geval toepassing is gegeven aan artikel 2 bis, eerste lid, artikel 2 ter, eerste lid, artikel 2 quater, eerste lid, artikel 5 eerste of tweede lid of artikel 6, eerste of tweede lid, van de verordening.

3. Het derde lid komt te luiden:

  • 3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 2 bis, eerste lid, 2 ter, eerste lid, 2 quater, eerste lid, en 6, tweede en derde lid, van Verordening (EG) 2580/2001, is de Minister van Financiën dan wel de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking elk voor het gebied waartoe hun competentie zich uitstrekt.

4. Het vijfde lid vervalt.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen

TOELICHTING

Deze regeling strekt tot wijziging van de Sanctieregeling terrorisme 2002 naar aanleiding van de vaststelling van Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van de Europese Unie1.

Verordening (EU) 2026/456 wijzigt Verordening (EG) nr. 2580/20012. Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van de Europese Unie geeft uitvoering aan Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB en voorziet in de bevriezing van tegoeden van bepaalde personen, groepen en entiteiten, alsmede in het verbod op de terbeschikkingstelling van tegoeden of economische middelen aan in bijlage I opgenomen namen. Vanwege de voortdurende dreiging van het terrorisme en het gewelddadige extremisme voor de veiligheid van de Europese Unie en haar lidstaten, heeft de Raad op 26 februari 2026 Besluit (GBVB) 2026/4553 tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis en tot wezenlijke overname van de artikelen 1, 2, 3 en 3 bis, van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB vastgesteld om extra beperkende maatregelen in te stellen om het internationale terrorisme te bestrijden. Hiertoe heeft de Raad in Besluit (GBVB) 2026/455 een in- en doorreisverbod ingevoerd voor de personen in bijlage III. Dit in- en doorreisverbod, respectievelijk het bevriezingsgebod van tegoeden en het verbod om tegoeden of economische middelen ter beschikking te stellen, gelden ook voor de personen, groepen en entiteiten die zijn opgenomen in respectievelijk bijlagen IV en II van Besluit (GBVB) 2026/455. Deze bijlagen omvatten onder meer leidinggevenden van terroristische personen, groeperingen of entiteiten zoals opgenomen in bijlage I en III, alsook personen, groepen en entiteiten die met hen geassocieerd worden, bijvoorbeeld doordat zij financiering verstrekken voor terroristische daden of betrokken zijn bij het opleiden of ronselen van de desbetreffende terroristische personen, groeperingen en entiteiten4.

Verordening (EU) 2026/456 geeft uitvoering aan Besluit (GBVB) 2026/455 en wijzigt dienovereenkomstig Verordening (EG) nr. 2580/2001. Met deze wijzigingsregeling worden deze wijzigingen verwerkt in de Sanctieregeling terrorisme 2002. Hiertoe zijn de verwijzingen van de artikelen uit Verordening (EG) nr. 2580/2001 naar de verbodsbepalingen, uitzonderingen en het aanwijzen van de bevoegde autoriteiten in de sanctieregeling geactualiseerd.

Voor meer informatie over de beperkende maatregelen wordt verwezen naar de website www.Rijksoverheid.nl/sancties.

Ten slotte kan worden gemeld dat deze regeling strekt tot naleving van een internationale verplichting. Hierdoor is een uitzondering op de vaste verandermomenten toegestaan conform het beleid inzake vaste verandermomenten.

De Minister van Buitenlandse Zaken, T.B.W. Berendsen


X Noot
1

Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van 26 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 (PbEU L 2026/456).

X Noot
2

Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG 2001, L 344).

X Noot
3

Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad van 26 februari 2026 betreffende beperkende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2025/1577 en Besluit (GBVB) 2026/421 (PbEU L 2026/455).

X Noot
4

Ingevolge artikel 2, vierde lid en artikel 3, vierde lid van Besluit (GBVB) 2026/455 en artikel 2, vierde lid van Verordening (EU) 2026/455 is voor plaatsing op de corresponderende lijsten geen voorafgaande nationale beslissing door een bevoegde instantie nodig betreffende de inleiding van een onderzoek of een vervolging wegens onder meer een terroristische daad.


X Noot
1

Verordening (EU) 2026/456 van de Raad van 26 februari 2026 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1578 en Uitvoeringsverordening (EU) 2026/420 (PbEU L 2026/456).

X Noot
2

Verordening (EG) nr. 2580/2001 van de Raad van 27 december 2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme (PbEG 2001, L 344).

X Noot
3

Besluit (GBVB) 2026/455 van de Raad van 26 februari 2026 betreffende beperkende maatregelen ter bestrijding van het terrorisme, tot intrekking van de artikelen 2, 3 en 3 bis van Gemeenschappelijk Standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2025/1577 en Besluit (GBVB) 2026/421 (PbEU L 2026/455).

X Noot
4

Ingevolge artikel 2, vierde lid en artikel 3, vierde lid van Besluit (GBVB) 2026/455 en artikel 2, vierde lid van Verordening (EU) 2026/455 is voor plaatsing op de corresponderende lijsten geen voorafgaande nationale beslissing door een bevoegde instantie nodig betreffende de inleiding van een onderzoek of een vervolging wegens onder meer een terroristische daad.

Naar boven