Regeling houdende wijziging van Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en Wet veiligheidsonderzoeken

26 maart 2026

Nr. MINDEF20260025738

De Minister van Defensie,

Gelet op het bepaalde in de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en de Wet veiligheidsonderzoeken;

Besluit:

ARTIKEL I

De Mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen-en veiligheidsdiensten 2017 en Wet veiligheidsonderzoeken wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid, onder a wordt ‘stukken en besluiten’ vervangen door ‘het beslissen op bezwaar’, en wordt na ‘met betrekking tot’ ingevoegd ‘primaire besluiten’.

B

Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na ‘artikel 2, eerste lid, onder’ wordt ingevoegd ‘a en’.

C

Artikel 6 komt te luiden:

Artikel 6. Mandaat directeur MIVD algemene en bijzondere bevoegdheden, uitbrengen van verslag omtrent uitoefening enkele bijzondere bevoegdheden en nemen van primaire besluiten ten aanzien van aanvragen kennisneming persoonsgegevens en andere gegevens

  • 1. Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van het verlenen van toestemming voor de uitoefening van algemene en bijzondere bevoegdheden en het uitbrengen van verslag omtrent de uitoefening van enkele bijzondere bevoegdheden zoals bedoeld in:

    • a. de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, eerste lid, onder a, b, en c, 47, vijfde lid, 48, vierde lid, 49, vijfde lid, 50, derde lid en 55, eerste lid, van de Wiv;

    • b. artikel 58, derde lid, van de Wiv, indien de minister toestemming heeft verleend voor inzet van bijzondere bevoegdheden binnen een woning en die toestemming rechtmatig is bevonden door de toetsingscommissie;

    • c. de artikelen 59, eerste lid, en 72, eerste lid, van de Wiv.

  • 2. Aan de directeur van de MIVD wordt mandaat en machtiging verleend ten aanzien van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv.

  • 3. Het verlenen van toestemming voor de uitoefening van de in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden door de directeur MIVD is uitgesloten, indien de uitoefening van de bevoegdheden betrekking heeft op onderwerpen met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter of wanneer de bevoegdheden worden uitgevoerd binnen woningen.

D

Artikel 7 komt te luiden:

Artikel 7. Ondermandaat algemene en bijzondere bevoegdheden

  • 1. De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen voor de bevoegdheden bedoeld in artikel 6, aan de onder hem ressorterende functionarissen ten aanzien van:

    • a. artikel 38, eerste lid, van de Wiv;

    • b. artikel 40, eerste lid, van de Wiv, tenzij de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;

    • c. artikel 41, eerste lid, van de Wiv, tenzij:

      • 1°. de natuurlijke persoon belast wordt met het verrichten van handelingen die tot gevolg hebben dat medewerking wordt verleend aan het plegen van een strafbaar feit dan wel dat een strafbaar feit wordt gepleegd, of

      • 2°. de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend.

    • d. artikel 42, eerste lid, onder a en b, van de Wiv, tenzij de toestemming in het concrete geval voor de eerste keer wordt verleend;

    • e. artikel 42, eerste lid, onder c, 50, derde lid, 72, eerste lid en 86, tweede en vijfde lid van de Wiv,

  • 2. De directeur van de MIVD wordt toegestaan schriftelijk ondermandaat en ondermachtiging te verlenen aan de plaatsvervangend directeur MIVD ten aanzien van de bevoegdheid bedoeld in artikel 59, eerste lid, en van stukken en het nemen van primaire besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv.

  • 3. Een afschrift van het besluit, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt aan de minister verzonden.

E

Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het eerste lid worden twee onderdelen toegevoegd, luidende:

  • d. artikel 95, eerste lid, van de Wiv;

  • e. artikel 95, tweede lid, van de Wiv voor zover het schriftelijk verzoek betrekking heeft op de uitoefening van bevoegdheden zoals bedoeld in de artikelen 38, eerste lid, 40, eerste lid, 41, eerste lid, 42, eerste lid, onder a, b en c en 72, eerste lid van de Wiv en het geen onderwerp betreft met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter.

2. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. De directeur van de MIVD informeert de minister zo spoedig mogelijk over de in het eerste lid, onderdelen b en c, verleende toestemming en het verzoek als bedoeld in onderdelen d en e.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2026.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Defensie, D. Yeşilgöz-Zegerius

TOELICHTING

Algemeen

Inleiding

In de mandaatregeling Defensie Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 en Wet veiligheidsonderzoeken (hierna: mandaatregeling) heeft de Minister van Defensie onder andere mandaat en machtiging verleend aan de Secretaris-Generaal en de directeur van de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (hierna: MIVD) ten aanzien van bevoegdheden uit de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (hierna: Wiv). Dit besluit bevat een inhoudelijke wijziging van de mandaatregeling.

Het is wenselijk om het niveau van mandatering en machtiging ten aanzien van bevoegdheden uit de Wiv, zoals genoemd in de mandaatregeling, aan te passen en te verschuiven naar de directeur van de MIVD gezien de frequentie waarmee gebruik wordt gemaakt van deze bevoegdheden. Het is ook wenselijk om de artikelen 59, eerste lid en 95, eerste en tweede lid van de Wiv in de mandaatregeling op te nemen en de directeur van de MIVD in dit kader mandaat en machtiging te verlenen. Met deze voorgenomen wijzigingen wordt de MIVD, vanwege de veranderde veiligheidssituatie in de wereld, in staat gesteld om snel, flexibel en wendbaar haar werkzaamheden uit te voeren. Tevens draagt deze mandatering bij aan het verlagen van de administratieve belasting.

Met deze wijziging wordt door de minister mandaat en machtiging verleend aan de directeur MIVD ten aanzien van stukken en besluiten met betrekking tot de kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens, bedoeld in de artikelen 74 tot en met 85 van de Wiv. De Secretaris-Generaal behoudt in dit kader wel de bevoegdheid voor het nemen van beslissingen op bezwaar. Het is de Secretaris-Generaal toegestaan deze bevoegdheid te ondermandateren aan de Plaatsvervangend Secretaris-Generaal.

Met deze wijziging wordt door de Minister van Defensie ook het mandaat en de machtiging aan de directeur van de MIVD uitgebreid met betrekking tot het niveau voor het verlenen van (initiële) toestemming ten aanzien van de bijzondere bevoegdheden bedoeld in de artikelen 40, eerste lid, 41, eerste lid en 42, eerste lid onder a en b van de Wiv. De Minister van Defensie verleent tevens mandaat en machtiging aan de directeur van de MIVD ten aanzien van het uitbrengen van verslag omtrent de uitoefening van enkele bijzondere omstandigheden, bedoeld in artikel 59, eerste lid van de Wiv en het verlenen van technische en andere vormen van ondersteuning, bedoeld in artikel 95, eerste en tweede lid van de Wiv.

Internetconsultatie

Er is geen internetconsultatie uitgevoerd voor deze regeling, omdat hier sprake is van een ministeriële regeling die geen ingrijpende veranderingen teweeg brengt in de rechten en plichten van burgers en bedrijven en ook geen ingrijpende gevolgen heeft voor de uitvoeringspraktijk. Op grond van de Wiv bestaat namelijk al de wettelijke mogelijkheid om de toestemming voor de inzet van (bijzondere) bevoegdheden aan een lager niveau (door) te mandateren. Dit maakt dat de wijziging daardoor ook voorzienbaar is voor burgers.

Effecten op de administratieve lasten en nalevingskosten

De onderhavige regeling brengt geen nieuwe administratieve lasten en nalevingskosten met zich mee.

Toezicht en handhaving

Een handhaafbaarheids-, uitvoerbaarheids- en fraudebestendigheidstoets is niet uitgevoerd, aangezien de werkwijze niet ingrijpend zal veranderen. De normale toestemmingsprocedures voor het inzetten van (bijzondere) bevoegdheden en het nemen van besluiten zal blijven bestaan, maar worden naar een lager niveau (door)gemandateerd.

Inwerkingtreding

Deze regeling zal op het eerstvolgende vaste verandermoment 1 april in werking treden.

ARTIKELSGEWIJS

Artikel I

Onderdeel A (artikel 6)
eerste lid

De Minister van Defensie is gehouden tot het onderzoeken of verslag kan worden uitgebracht, de zogeheten notificatieverplichting, aan personen tegen wie een bepaalde bijzondere bevoegdheid is ingezet en welke bevoegdheid vijf jaar geleden is beëindigd. Met de onderhavige wijziging wordt door de Minister van Defensie mandaat en machtiging aan de directeur van de MIVD verleend om te onderzoeken of verslag kan worden uitgebracht en indien dit niet het geval is, het informeren van de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten hieromtrent. Het uitbrengen van het verslag dan wel het besluit om af te zien van notificatie hoeft in beginsel niet meer aan de Minister van Defensie te worden voorgelegd.

derde lid

In het derde lid wordt het verlenen van toestemming voor de uitoefening van alle in het eerste en tweede lid bedoelde bevoegdheden door de directeur MIVD uitgesloten, indien de uitoefening van de bevoegdheden betrekking heeft op onderwerpen met een principieel beleidsmatig of politiek gevoelig karakter. Een voorbeeld van een politieke gevoeligheid zijn verzoeken waarbij significante risico’s voor de natuurlijke persoon bestaan die onder verantwoordelijkheid en onder instructie van de MIVD werkzaamheden uitvoert als bedoeld in artikel 41 van de Wiv. Ook kan worden gedacht aan het nemen van een besluit op een verzoek tot kennisneming van door of ten behoeve van de MIVD verwerkte gegevens wanneer dat verzoek raakt aan de beleidsverantwoordelijkheid van een ander departement. Ingevolge het derde lid wordt de toestemming voor de uitoefening van de genoemde bevoegdheden door de directeur van de MIVD uitgesloten, indien de bevoegdheden worden uitgevoerd binnen woningen. De bevoegdheden die worden uitgevoerd binnen woningen gelden niet voor de artikelen 59 en 74 tot en met 85 van de Wiv.

Onderdeel C (artikel 8)

Op grond van artikel 95 van de Wiv is het de MIVD toegestaan om ondersteuning te verlenen, hetgeen volgt uit het eerste lid, en ondersteuning te verzoeken, hetgeen volgt uit het tweede lid, aan met opsporing van strafbare feiten belaste organisaties. Het verlenen van toestemming voor ondersteuning, dan wel het verzoeken om ondersteuning wordt met het wijzigingsbesluit van de minister gemandateerd aan de directeur van de MIVD. De directeur van de MIVD kan zijn mandaat uitvoeren ten aanzien van de in artikel 8, eerste lid, onderdeel e, van de Wiv genoemde gevallen en voorwaarden.

De Minister van Defensie, D. Yeşilgöz-Zegerius

Naar boven