Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 12631 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat | Staatscourant 2026, 12631 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Wet taken meteorologie en seismologie;
BESLUIT:
De Regeling taken meteorologie en seismologie wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 4, vierde lid, onderdeel b, wordt na ‘geanimeerde weerkaarten,’ ingevoegd ‘prognose radarbeelden,’.
B
Artikel 5, tweede lid, komt te luiden:
2. Weerwaarschuwingen voor verwacht gevaarlijk weer, maatschappij-ontwrichtend weer of een weeralarm worden niet eerder dan 48 uur voor het verwachte weer uitgevaardigd.
C
Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste en tweede lid wordt ‘Het KNMI vaardigt een weerwaarschuwing uit’ telkens vervangen door ‘Het KNMI kan een weerwaarschuwing uitvaardigen’.
2. Aan het eerste lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
k. hagel met een diameter van meer dan 0,5 cm en ten hoogste 2 cm.
3. Aan het tweede lid wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:
j. hagel van meer dan 2 cm in diameter.
4. Het vierde en vijfde lid vervallen.
5. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, kan het KNMI een weerwaarschuwing voor gevaarlijk onderscheidenlijk maatschappij-ontwrichtend weer uitvaardigen voor de gevallen bedoeld in het eerste dan wel tweede lid, ook indien de desbetreffende weersverschijnselen niet aan een of meer van de in die leden bedoelde criteria voldoen maar de te verwachten gevolgen voor de samenleving daartoe desalniettemin aanleiding geven.
6. Na het vierde lid (nieuw) wordt een lid toegevoegd, luidende:
5. Weerwaarschuwingen voor gevaarlijk weer, maatschappij-ontwrichtend weer of een weeralarm, bedoeld in het eerste, tweede of vierde lid, worden uitgevaardigd indien de verwachte weersverschijnselen zich voordoen op lokaal, regionaal of landelijk niveau.
D
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt ‘Het KNMI vaardigt tevens een weerwaarschuwing uit’ vervangen door ‘Het KNMI kan een weerwaarschuwing uitvaardigen’.
2. In het tweede lid wordt ‘Het KNMI vaardigt een weerwaarschuwing uit’ vervangen door ‘Het KNMI kan een weerwaarschuwing uitvaardigen’.
3. In het tweede lid, onderdeel a, wordt ‘en hoger’ vervangen door ‘of 9’.
4. In het tweede lid, onderdeel b, wordt ‘en hoger’ vervangen door ‘of 11’.
5. Onder vernummering van het derde lid tot vijfde lid worden twee leden ingevoegd, luidende:
3. In afwijking van het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, kan het KNMI een weerwaarschuwing voor gevaarlijk onderscheidenlijk maatschappij-ontwrichtend weer uitvaardigen voor de gevallen bedoeld in het eerste dan wel tweede lid, ook indien de desbetreffende weersverschijnselen niet aan een of meer van de in die leden bedoelde criteria voldoen maar de te verwachten gevolgen voor de samenleving daartoe desalniettemin aanleiding geven.
4. Het KNMI kan een weeralarm uitvaardigen boven de ruime binnenwateren en de zee indien het KNMI de volgende weersverschijnselen verwacht of waarneemt:
a. windkracht 10 tot en met 12 binnen 30 zeemijl vanaf de kustlijn;
b. windkracht 12 en hoger voorbij 30 zeemijl vanaf de kustlijn.
E
In artikel 8, tweede lid, wordt ‘desgevraagd’ vervangen door ‘waar het dat wenselijk acht’.
F
In artikel 9, tweede lid, wordt ‘desgevraagd’ vervangen door ‘waar het dat wenselijk acht’.
G
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel e, kan het KNMI ondersteuning verlenen aan waterschappen bij de uitvoering van de aan hen bij of krachtens de wet of een andere wet opgedragen taken.
2. In het vierde lid, aanhef, (nieuw) wordt na ‘bedoeld in het eerste’ ingevoegd ‘en tweede’.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram
In de Wet taken meteorologie en seismologie (hierna: de wet) zijn de zorgplichten van de minister neergelegd waaronder het uitbrengen van het algemeen weerbericht, waarschuwen voor gevaarlijk weer en onafhankelijk wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast is opgenomen dat binnen vijf jaar na inwerkingtreding een verslag van doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk wordt uitgebracht. Deze evaluatie is in 2021 uitgevoerd.
Op 14 december 2021 is de uitgevoerde evaluatie van de wet aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal gestuurd (Kamerstukken II 2022–2023, 33 802, nr. 24).
In de evaluatie van de wet is geconcludeerd dat er veel goed gaat in het stelsel van meteorologie en seismologie, maar er zijn wel enkele ingrepen nodig om het stelsel beter te laten functioneren (Kamerstukken II 2022–2023, 33 802, nr. 25). De uitvoerbaarheid van de Regeling taken meteorologie en seismologie (hierna: de regeling) in de praktijk is niet optimaal, de weerwaarschuwingssystematiek en informatievoorziening richting het algemeen publiek en bestuursorganen moet beter worden geborgd omdat extreem weer vaker en heviger voorkomt in de praktijk. Met de voorliggende regeling worden daarom enkele wijzigingen in de regeling doorgevoerd.
Deze wijzigingsregeling bevat aanpassingen ten aanzien van weerwaarschuwingen voor het algemeen publiek en ondersteuning voor bestuursorganen. Op hoofdlijnen gaat het om:
1. Verbeteren van de weerwaarschuwingen voor het algemeen publiek:
a. De huidige waarschuwingstermijn 24 uur voor code oranje en code rood wordt verruimd en gewijzigd in 48 uur. Hiermee wordt voorkomen dat het KNMI zou moeten wachten met waarschuwen terwijl al bekend is dat er gevaar dreigt.
b. Het mogen meewegen van de kans op impact bij weerwaarschuwingen voor verwacht gevaarlijk weer (code geel) of maatschappij-ontwrichtend weer (code oranje). Bij weeralarm (code rood) wordt de kans op impact al door het KNMI meegewogen.
c. Het creëren van een grondslag voor lokale weerwaarschuwingen. Op dit moment is het afgeven van weerwaarschuwingen beperkt tot regionale en landelijke schaal.
d. Wijzigen en aanvullen van criteria en bepalingen voor weerwaarschuwingen om deze beter te laten aansluiten bij de praktijk, waaronder een zelfstandig criterium voor hagel.
2. Verfijningen in het algemeen weerbericht. Het wordt toegestaan om, ook als er geen waarschuwingen zijn, op de website en op de app van het KNMI prognose radarbeelden te laten zien. Daarmee wordt het mogelijk om de overgang van normale weeromstandigheden naar waarschuwingen preciezer en meer geautomatiseerd in beeld te brengen om gerichter anticiperen door het publiek mogelijk te maken.
3. Het mogelijk maken dat het KNMI proactief bestuursorganen kan waarschuwen als het extreem weer ziet aankomen. Daarnaast krijgt het KNMI ruimte om ook buiten calamiteiten ondersteuning te leveren aan waterschappen zodat ze onder alle weersomstandigheden goed voorbereid zijn op calamiteiten. Onder normale omstandigheden worden integrale kosten volgens het kostprijsmodel berekend.
In de brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 14 oktober 2022 (Kamerstukken II 2022–2023, 33 802, nr. 25) zijn de hoofdlijnen van deze wijzigingen aangekondigd. Zij worden in het navolgende toegelicht.
Waarschuwingstermijn
Het algemeen publiek wordt gewaarschuwd voor extreem weer door het KNMI op basis van kleurcodes. Weerwaarschuwingen worden onderscheiden in weerwaarschuwingen voor gevaarlijk weer (code geel), weerwaarschuwingen voor maatschappij-ontwrichtend weer (code oranje) en weeralarm (code rood). In de regeling zijn er specifieke regels gesteld voor de timing van de weerwaarschuwingen. Een weerwaarschuwing voor code geel wordt niet eerder dan 48 uur voor het verwachte weer afgegeven. Weerwaarschuwingen voor code oranje en rood worden niet eerder dan 24 uur voor het verwachte weer uitgevaardigd.
De huidige waarschuwingstermijn van 24 uur voor code oranje en code rood blijkt in de praktijk belemmerend te werken. Technische ontwikkelingen maken het mogelijk om extreem weer steeds langer vooraf te zien aankomen, maar zulke informatie kan op grond van de huidige regeling nog niet in de vorm van een waarschuwing worden gedeeld met het algemeen publiek. De nieuwe werkwijze van Early Warning van het KNMI is erop gericht om zo vroeg mogelijk te kunnen waarschuwen zodra een bepaalde kans of potentieel maatschappij ontwrichtende impact bekend is, maar niet op een vaste termijn van 24 uur voor het optreden daarvan.
Door eerdere publieke voorwaarschuwingen kunnen mensen en verschillende organisaties zich voorbereiden op mogelijk extreem weer waardoor de kans op schade en letsel beperkt wordt. Hiermee wordt ook voorkomen dat het KNMI zou moeten wachten met waarschuwen terwijl al bekend is dat er gevaar dreigt.
Om eenduidigheid te vergroten en te voorkomen dat het KNMI onnodig wacht met het uitgeven van code rood worden de termijnen voor alle codes gelijkgesteld op 48 uur voor het te verwachten weersverschijnsel.
Impact meewegen
Code geel en code oranje worden momenteel gegeven op grond van meteorologische criteria (zoals een aantal millimeter regenval per etmaal, of een aantal kilometer per uur windsnelheid). De verwachting van overschrijding van die criteria betekent dat er een waarschuwing wordt uitgegeven. Code rood wordt in de huidige systematiek gegeven op grond van de te verwachten impact in combinatie met de kans. Code rood wordt afgegeven wanneer er een kans bestaat dat extreem weer een grote impact heeft op de veiligheid in de samenleving. Hierbij wordt gedacht aan letsel, schade en grote overlast. Om de kans op deze grote veiligheidsrisico’s te bepalen wordt er een schatting gemaakt van de impact (ernst en geografisch bereik) waarbij diverse (overheids)organisaties betrokken zijn.
Het is gewenst om bij de weerwaarschuwingssystematiek in alle omstandigheden rekening te kunnen houden met maatschappelijke impact. De afgelopen jaren is er wereldwijd, boven op een nauwkeurige verwachting, een steeds groter wordende behoefte ontstaan aan het meewegen van de te verwachten impact (‘not what the weather will be, but what the weather will do’) en het geven van handelingsperspectief.
Als het weer zich bijzonder snel ontwikkelt met mogelijke grote impact, kan het effectiever zijn om al een waarschuwing uit te geven als de criteria voor code geel of oranje niet worden overschreden. Hierbij zijn voor het bepalen van het moment van waarschuwen met name de kansverwachting en de impact van belang. Bij het bepalen van de impact zal rekening worden gehouden met de elementen die bekend zijn bij het KNMI en als zodanig genoemd in het handelingskader impact georiënteerd waarschuwen.
Daarnaast zijn er situaties waarbij een criterium voor een waarschuwing wordt overschreden, maar het uitgeven van een kleurcode ongewenst is omdat ze gezien de beperkte impact mogelijk niet zal worden begrepen door het publiek. Dit kan bijvoorbeeld voorkomen wanneer een weerfenomeen zeer kort de drempelwaarde overschrijdt, of juist al lange tijd bekend is (bijvoorbeeld extra sneeuwval als er al sneeuw ligt). Het strikt volgen van de criteria zorgt dan voor ongeloofwaardige en onbegrepen codes die het gezag van weerwaarschuwingen ondermijnen.
Het meewegen van impact voor weerwaarschuwingen wordt ook mogelijk gemaakt voor weerwaarschuwingen boven de ruime binnenwateren en de zee. Hiervoor geldt tevens dat de criteria voor code geel, oranje en rood worden aangepast naar de met de kustwacht en reddingsbrigades afgestemde waarden zodat de door de verschillende organisaties gebruikte kleurcodes consistent zijn.
Met de wijziging van artikel 6 van de regeling wordt het mogelijk ook bij code geel en oranje rekening te houden met de te verwachten impact op de samenleving. Het meewegen van de impact kan leiden tot meer begrip bij het publiek. Verwacht wordt dat het toevoegen van impact in een zeer beperkt aantal van de gevallen leidt tot een andere weerwaarschuwing dan zonder meewegen van de impact het geval zou zijn geweest.
Met de wijziging van artikel 7 van de regeling wordt het voor het KNMI ook mogelijk om bij de weerwaarschuwingen boven de ruime binnenwateren en de zee in alle omstandigheden rekening te kunnen houden met impact van het weer.
Lokaal waarschuwen
De weerwaarschuwingen zijn gebaseerd op meteorologische criteria die in de regeling zijn vastgelegd en worden uitgegeven indien het verwachte weerverschijnsel zich voordoet op regionaal of landelijk niveau.
In de evaluatie is geconcludeerd dat de huidige geografische schaalniveaus niet altijd aansluiten op de schaal van de impact van noodweer. Noodweer kan soms lokaal grote veiligheidsrisico’s met zich meebrengen terwijl het overgrote deel van een regio geen of nauwelijks hinder ondervindt. Extreem weer houdt zich niet aan de grenzen van een provincie of gemeente en komt vaak in een kleiner gebied voor. Het KNMI wordt bij lokaal noodweer daarom voor een lastige keuze geplaatst: het afgeven van een weerwaarschuwing voor de hele regio kan buitenproportioneel zijn terwijl het wel noodzakelijk kan zijn voor een specifiek dorp in die regio. Als vanuit veiligheidsoogpunt de keus gemaakt wordt om in dergelijke gevallen desondanks een weerwaarschuwing af te geven voor de gehele regio, zal die voorspelling in de belevenis van een groot deel van de burgers niet uitkomen. Het effect van weerwaarschuwingen kan hierdoor aan effect inboeten als het algemene publiek de waarschuwingen daardoor minder gaat vertrouwen.
Voorbeeld: Valwind in Leersum
Het noodweer in Leersum op 18 juni 2021 vormt een concrete situatie waarbij het waarschuwen op lokaal niveau een uitkomst zou hebben geboden. Op deze datum werd code oranje van kracht in heel het land, met uitzondering van het zuiden, terwijl het noodweer heel lokaal bleef. Terwijl in het grootste gedeelte van Utrecht de zon scheen, veroorzaakte een valwind in Leersum ernstige schade aan woningen, auto’s en de infrastructuur. Specifiek voor Leersum was wellicht een code rood meer passend geweest, terwijl voor de rest van Utrecht code geel beter bij de situatie paste.
Door technologische ontwikkeling is het voor het KNMI nu mogelijk om op een kleinere geografische schaal (i.e. lokaal) waarschuwingen af te geven.
Met deze wijzigingen worden onnodige belemmeringen weggenomen en zal het KNMI in staat zijn om het publiek via moderne communicatiemiddelen binnen de huidige weercodes ook lokaal te kunnen waarschuwen om gerichter anticiperen door het publiek mogelijk te maken. Hiermee wordt bereikt dat de waarschuwingen nog steeds relevant blijven voor het algemeen publiek maar dat er ook daar wordt gewaarschuwd waar de weerverschijnselen daadwerkelijk kunnen plaatsvinden en eventuele maatregelen kunnen worden genomen. Hierbij wordt de situatie waarbij een waarschuwing moet worden afgegeven voor een hele regio, terwijl de weersverschijnselen zich alleen zullen voordoen in een deel daarvan, verholpen. De waarschuwingen winnen daarmee aan relevantie.
Met het lokaal waarschuwen zal het KNMI bijdragen aan de veiligheid in Nederland omdat er gerichter ingespeeld kan worden op de impact van weerextremen zeker in het licht van de toenemende lokale weerextremen ten gevolge van klimaatverandering. Burgers kunnen bijvoorbeeld beter inschatten of het veilig is om de weg op te gaan en organisatoren van buitenevenementen kunnen beter inschatten welke voorbereidingen zij moeten treffen. Daarnaast kunnen weerswaarschuwingen op lokaal niveau ook economische voordelen hebben. De afgifte van weerwaarschuwingen kan nu betekenen dat er in een hele regio evenementen zoals festivals afgelast moeten worden. Door fijnmaziger te waarschuwen, wordt de doelgroep bereikt die daadwerkelijk te maken krijgen met weerextremen.
Waarschuwen voor hagel
Voor het waarschuwen voor alleen hagel is op dit moment geen criterium opgenomen. Dus kan volgens de regeling alleen worden gewaarschuwd indien hagel voorkomt in combinatie met een ander weerfenomeen waar wel een criterium voor is (bijvoorbeeld onweer). In toenemende mate is er evenwel, vooral in de zomerperiode, ook sprake van zodanig intense hagelbuien dat deze aanleiding geven om een waarschuwing uit te geven.
Hiervoor wordt in artikel 6, eerste respectievelijk tweede lid, het criterium opgenomen voor hagel van respectievelijk minimaal 0,5 cm en maximaal 2 cm, en hagel van meer dan 2 cm in diameter.
Waarschuwen voor hitte
Weerwaarschuwingen in verband met te verwachten hitte worden door het KNMI gewoonlijk afgegeven in goed overleg met het RIVM. Aan de in artikel 6, vijfde lid, van de regeling opgenomen overlegverplichting bestaat gelet op de staande praktijk geen behoefte. Ook over andere waarschuwingen staat het KNMI geregeld in contact met diverse instellingen en organisaties; die worden in de regeling evenwel niet genoemd. Onder omstandigheden, bijvoorbeeld in weekenden, zou het vormvoorschrift van verplichte consultatie van het RIVM zelfs een blokkade voor het tijdig afgeven van een waarschuwing kunnen betekenen. Gelet op het voorgaande wordt genoemde bepaling geschrapt.
Het algemeen weerbericht van het KNMI bevat informatie over weersverschijnselen die dagelijks kunnen voorkomen. Het is bedoeld om voor het algemeen publiek een beeld te schetsen van het huidige en te verwachten weer. Het algemeen weerbericht wordt zowel voor land als voor zee uitgevaardigd. Het KNMI stelt het algemeen weerbericht ter beschikking via moderne communicatiemiddelen zoals het internet, via de website van het KNMI of via een app.
Door klimaatverandering komen extreemweersituaties vaker voor en neemt de hevigheid daarvan toe. De maatschappij wordt kwetsbaarder en weerextremen leiden steeds vaker tot rampen of grote schade. Dergelijke situaties, zoals extreme neerslag in Limburg (zomer 2021) of Storm Poly (zomer 2023), vergroten de urgentie voor verbeterde publieke weerwaarschuwingen. Het is belangrijk dat een boodschap zo snel en goed mogelijk de doelgroep bereikt. Een eerste stap daarvoor is dat het algemeen weerbericht goed inzicht biedt in het actuele en te verwachten weer en zoals het ware ook een opmaat kan zijn voor verdere weerwaarschuwingen als de te verwachten ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Dit betekent dat het algemeen weerbericht vooruit kijkt; er is weinig meerwaarde in slechts geven van informatie over weer dat al geweest is.
Het KNMI beheert neerslagradars in Herwijnen en Den Helder. Het KNMI wisselt radardata uit met andere nationale weerdiensten in Europa. Deze radardata worden gebruikt voor de weerverwachtingen en weerwaarschuwingen. De nationale meetinfrastructuur wordt beheerd door het KNMI. De data zijn open beschikbaar en toegankelijk voor iedereen (inclusief commerciële weerbedrijven).
Om het waarschuwingssysteem optimaal te laten werken wordt in internationaal verband gewerkt aan verbeterde weersverwachtingen, die in het kader van het Early Warning Centre (EWC) van het KNMI tot een vernieuwde waarschuwingssystematiek leiden. Dit vergt innovatie van modellen en methoden, wat door nationale meteorologische instituten gezamenlijk wordt gerealiseerd. Wereldwijd wordt dit door de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) bevorderd. Het doel is onder meer om vroegtijdiger, gerichter en betrouwbaarder te kunnen waarschuwen voor extreem weer. Daarmee wordt het mogelijk om de overgang van normale omstandigheden naar waarschuwingen preciezer en meer geautomatiseerd in beeld te brengen. Dat zorgt voor het weergeven van een (verbeterde) weerverwachting en – bij snel gewijzigde weersomstandigheden – voor het zo gericht mogelijk kunnen waarschuwen. Daarom heeft het KNMI een nieuwe app ontwikkeld. Daarmee wordt het bijvoorbeeld mogelijk om op basis van de actuele of gekozen plaats van de gebruiker, indien gebruiker dit wenst, meldingen te sturen over de actuele en te verwachten weersontwikkeling. Door de toename in frequentie en heftigheid van extreme weersverschijnselen is het van belang en logisch dat het algemene weerbericht aansluit op de volgende stap in het weerwaarschuwingssysteem; de gerichte weerwaarschuwingen. Dit bevordert de veiligheid van Nederland.
Het mogelijk maken van prognose radarbeelden onder normale weeromstandigheden is een wijziging van het in 2019 genomen besluit in het kader van de evaluatie van de regeling om prognose radarbeelden te laten verwijderen van de KNMI-app. De gegevens en (geanimeerde) beelden die op de website en app van KNMI te zien zijn, zijn open data waarvan ook de weerbedrijven gebruik kunnen maken. De richtlijn 2019/10241 (die uitdrukkelijk mede ziet op meteorologische gegevens die overheidsinstellingen tot hun beschikking hebben) is geïmplementeerd in de Wet hergebruik overheidsinformatie, die dit jaar op dit punt nog is gewijzigd. Het gaat hierbij om dynamische gegevens in de zin van artikel 5c van genoemde wet. Prognose radarbeelden vallen onder meteorologische gegevens die hun waarde ontlenen aan de onmiddellijke beschikbaarheid en regelmatige aanvulling. De overheid dient deze dynamische gegevens daarom na vorming (realtime) beschikbaar te stellen voor het algemeen publiek op basis van de geïmplementeerde richtlijn. Dit zal gebeuren via beschikbare moderne communicatiemiddelen (waaronder website en app), om zo ook het algemeen publiek daarvan kennis te laten nemen en de mogelijkheid te geven de gegevens te hergebruiken.
De op te nemen real-time gegevens en prognose radarbeelden in de KNMI-app illustreren en onderbouwen de weerverwachtingen en de weerwaarschuwingen van het KNMI, met als doel om de effectiviteit van de waarschuwingen te vergroten. Dat draagt bij aan de publieke veiligheid.
Het toevoegen van prognose radarbeelden in de KNMI-app komt daarnaast tegemoet aan verwachting van burgers dat deze beelden bij het KNMI beschikbaar en publiek toegankelijk zijn. Dit betekent dat er, ook als er nog geen waarschuwingen zijn, op de website en op de app van het KNMI prognose radarbeelden kunnen worden getoond. Ook verschillende weerdiensten van omringende landen leveren, een dergelijke basisdienst.
De huidige tekst van de artikelen 8 en 9 van de regeling bepaalt dat het KNMI alleen desgevraagd bestuursorganen mag waarschuwen. Hierdoor lijkt het of het KNMI geen contact mag opnemen met een veiligheidsregio als het mogelijk extreem weer verwacht, maar moet wachten tot de veiligheidsregio het KNMI vraagt om ondersteuning, bijvoorbeeld als de veiligheidsregio zelf een calamiteit verwacht of als het KNMI een algemene weerswaarschuwing heeft afgegeven. Pas als het KNMI gevraagd is, kan het KNMI de veiligheidsregio ondersteunen om te beoordelen of er maatregelen genomen moeten worden om de veiligheid te borgen. In de praktijk levert dit de situatie op dat het initiatief voor de ondersteuning bij extreem weer niet ligt bij de partij die het extreem weer als eerste ziet aankomen (het KNMI).
Met deze wijziging wordt de toevoeging ‘desgevraagd’ vervangen door ‘waar het dat wenselijk acht’. Op deze manier worden onnodige belemmeringen weggenomen en zal het KNMI in staat zijn om proactief relevante bestuursorganen te kunnen waarschuwen als het extreem weer ziet aankomen op lokaal, regionaal of landelijk niveau. Hiermee kan de minister beter invulling geven aan de zorgplichten en de publieke veiligheid bij extreem weer beter borgen.
Volgens huidige artikel 11 van de regeling mag het KNMI bestuursorganen ondersteunen bij calamiteiten en ter voorbereiding daarop. Dat werkt bij de verschillende organisaties echter verschillend uit. Veiligheidsregio’s hebben een wettelijke taak bij calamiteiten, daarbuiten niet. De koude fase (wanneer er geen calamiteit is) wordt bij veiligheidsregio’s gebruikt ter voorbereiding van calamiteiten. Om die reden kunnen veiligheidsregio’s ook in de koude fase worden ondersteund door het KNMI. Waterschappen hebben in de koude fase ook werkzaamheden die niet aan de calamiteiten zijn gerelateerd.
Door het veranderende klimaat zal extremer weer, met enerzijds een verhoogde kans op extreme neerslag en anderzijds op droogte, vaker voorkomen. Het is van groot belang dat waterschappen onder alle weersomstandigheden goed voorbereid zijn op calamiteiten. Om goed en snel te kunnen handelen tijdens een crisis, is het van belang dat informatie actueel, locatie specifiek en betrouwbaar is. Meer en beter samenwerken is daarvoor noodzakelijk.
Met deze wijziging krijgt het KNMI de ruimte om ook in de koude fase intensief met waterschappen samen te kunnen werken en de waterschappen te ondersteunen bij de uitoefening van hun wettelijke taken. Dat geldt ook voor het voortzetten van het huidige extranet voor enkele waterschappen. De overstromingen in Limburg en de extreme neerslag in Noord-Holland in 2021 waren namelijk de aanleiding voor sommige waterschappen en het KNMI om intensief te gaan samenwerken.
Deze regeling heeft geen effect op de regeldruk. De regeling bevat geen verplichtingen voor burgers of bedrijven en veroorzaakt geen administratieve lasten. Voorgestelde wijzigingen zijn bedoeld om onnodige belemmeringen in de praktijk weg te nemen en dienstverlening van het KNMI richting het algemeen publiek en bestuursorganen te verbeteren.
ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen gevolgen voor de regeldruk heeft.
In de periode van 20 december 2024 tot en met 31 januari 2025 is deze wijzigingsregeling opengesteld voor openbare internetconsultatie.
KNMI heeft op 20 februari 2025 een uitvoeringstoets op het voorstel tot wijziging van de Rtms uitgebracht waaruit blijkt dat de wijziging uitvoerbaar is.
Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft een grote hoeveelheid opbouwende en betrokken reacties ontvangen. Dit geeft aan dat het voorgestelde doel van verbeteren van de veiligheid en informatievoorziening (open data) ook door het publiek en betrokken organisaties gezien wordt.
Burgers zijn over het algemeen zeer positief over de voorgestelde wijzigingen. De overgrote meerderheid geeft daarbij aan dat zij van het KNMI prognose radarbeelden verwachten bij het algemene weerbericht, omdat deze met publieke middelen zijn bekostigd en op toegankelijke manier beschikbaar moeten worden gemaakt.
Een aantal commerciële weerbedrijven heeft bezwaren geuit tegen voorgenomen verfijningen in het algemeen weerbericht door KNMI. Ze zijn van mening dat het toevoegen van lokale weerinformatie en prognose radarbeelden in de KNMI-app hun verdienmodel schaadt en dat het onnodig is om die buiten calamiteiten te tonen. Er zou sprake zijn van een verstorend effect op de markt van weer-app aanbieders.
De wijziging van de Rtms wordt onder meer gedaan omdat veranderingen in het klimaat zorgen voor extremer weer waardoor de veiligheid onder druk komt te staan. Het algemeen weerbericht (inclusief een prognose met radarbeelden) betreft essentiële weersinformatie en het publieke belang is erbij gediend dat deze kosteloos en zonder belemmeringen door het publiek kan worden geraadpleegd, zonder dat dit afhankelijk is van commerciële prikkels. Het verfijnen van het algemeen weerbericht met prognose radarbeelden is dan ook van belang om de informatievoorziening richting het publiek te borgen en de effectiviteit van weerwaarschuwingen te vergroten. De continuïteit en betrouwbaarheid van deze informatievoorziening moeten daarbij worden gewaarborgd, zodat het publiek tijdig maatregelen kan nemen om schade en risico’s te beperken.
Daarom wordt door de minister gebruik gemaakt van de wettelijke ruimte om op basis van voortschrijdende inzichten en technische ontwikkelingen omtrent het belang en de functie van het algemene weerbericht voor de samenleving een nadere invulling te geven aan de taken van het KNMI. Het algemeen belang van het informeren van het publiek over het te verwachten weer en de veiligheidsbelangen wegen in de gegeven omstandigheden zwaarder dan de commerciële belangen van de betrokken weerbedrijven.
Uit zowel de internetconsultatie als de uitvoerbaarheidstoets van het KNMI kwam het aandachtspunt naar voren dat helder moet zijn dat alle bestuursorganen (waaronder gemeenten en provincies) en overheidsbedrijven tijdens calamiteiten en voor de voorbereiding daarop gebruik kunnen maken van gegevens en diensten van het KNMI. Buiten calamiteiten en de voorbereiding daarop wordt dienstverlening aan bestuursorganen en overheidsbedrijven in beginsel aan de markt overgelaten.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant. Hiermee wordt afgeweken van de systematiek van vaste verandermomenten voor regelgeving, die inhoudt dat ministeriële regelingen met ingang van de eerste dag van elk kwartaal in werking treden en minimaal twee maanden voordien bekend worden gemaakt. Deze afwijking wordt gerechtvaardigd, omdat de doelgroep van deze regeling gebaat is bij spoedige inwerkingtreding. Weerextremen leiden steeds vaker tot grote schade. De maatschappij wordt daarom ook kwetsbaarder voor weersinvloeden. Via deze regeling wordt de effectiviteit van waarschuwingen van het KNMI voor het algemeen publiek en de samenwerking met bestuursorganen verbeterd om gerichter anticiperen mogelijk te maken.
Het KNMI stelt het algemeen weerbericht ter beschikking via moderne communicatiemiddelen zoals het internet, via de website van het KNMI of via een app. Met deze wijziging wordt het voor het KNMI mogelijk in het algemeen weerbericht prognose radarbeelden te tonen, als toegelicht in paragraaf 2.1 van het algemene deel van de toelichting.
Onderdelen B, C en D maken het systeem van weerswaarschuwingen en weeralarmen flexibeler.
Met de wijziging van de artikelen 6 en 7 van de regeling wordt het voor het KNMI mogelijk om bij de weerwaarschuwingssystematiek in alle omstandigheden rekening te kunnen houden met impact van het weer op de samenleving.
Hagel is als zelfstandig criterium toegevoegd aan artikel 6. Het afgeven van een waarschuwing vanwege hagel was slechts mogelijk indien hagel voorkwam in combinatie met een ander weerverschijnsel zoals onweer. Met deze wijziging is deze beperking weggenomen en wordt het voor KNMI mogelijk om te waarschuwen voor alleen hagel. Zeker in de zomerperiode zijn felle hagelbuien de laatste jaren toegenomen in frequentie.
Aan artikel 7 is een nieuw lid toegevoegd met de voorwaarden voor het uitvaardigen van een weeralarm boven de ruime binnenwateren en de zee. Deze voorwaarden waren in de regeling nog niet beschreven en zijn nu opgenomen. Een weeralarm komt overeen met wat men in de praktijk ‘code rood’ noemt.
De waarschuwingstermijn voor alle codes wordt gelijkgesteld op 48 uur voor het te verwachten weersverschijnsel.
Het huidige vijfde lid van artikel 6 van de regeling refereert aan het raadplegen van het RIVM voordat het KNMI weerwaarschuwingen over naderende extreme hitte uitvaardigt. Deze verplichting is onnodig en bleek tevens in de praktijk onder bepaalde omstandigheden een belemmerende werking te hebben voor het tijdig kunnen afgeven van een waarschuwing. Daarom komt deze bepaling te vervallen.
Naast de gevallen bedoeld in de artikelen 6 en 7 van de regeling kan ook gewaarschuwd worden bij calamiteiten waarbij het weer een belangrijke rol speelt. Op grond van artikel 5 van de wet zijn bestuursorganen, zoals gemeentes, waterschappen en veiligheidsregio’s verplicht om in geval van maatschappij-ontwrichtend weer en calamiteiten waarbij het weer een belangrijke rol speelt dienstverlening af te nemen bij het KNMI. Deze artikelen beschrijven de omstandigheden waaronder het KNMI een waarschuwing uitvaardigt voor calamiteiten.
De huidige tekst van de artikelen 8 en 9 van de regeling bepaalt dat het KNMI alleen desgevraagd bestuursorganen mag waarschuwen. Hierdoor lijkt het of het KNMI geen contact mag opnemen met bijvoorbeeld een veiligheidsregio als het mogelijk extreem weer verwacht, maar moet wachten tot de veiligheidsregio het KNMI vraagt om ondersteuning, bijvoorbeeld als de veiligheidsregio zelf een calamiteit verwacht of als het KNMI een algemene weerswaarschuwing heeft afgegeven. Met de wijziging van de artikelen 8 en 9 van de regeling worden onnodige belemmeringen weggenomen en zal het KNMI in staat zijn om proactief relevante bestuursorganen te kunnen waarschuwen in geval van (dreigende) calamiteiten op lokaal, regionaal of landelijk niveau.
Dienstverlening aan bestuursorganen en overheidsbedrijven buiten crisissituaties wordt in beginsel aan de markt overgelaten. In een aantal gevallen heeft de wetgever gekozen voor een uitzondering hierop door het KNMI een rol toe te kennen bij het rechtstreeks leveren van weergerelateerde producten en diensten aan overheidsorganisaties buiten de Rijksoverheid. Dit soort situaties vallen onder de werkingssfeer van artikel 3, eerste lid, onder g, van de wet, in samenhang gelezen met artikel 11, eerste lid, onder e, van de regeling.
Met deze wijziging wordt hieraan toegevoegd dat het KNMI ten algemene de ruimte heeft om ook in de koude fase intensief met waterschappen samen te kunnen werken en om de waterschappen desgewenst te ondersteunen bij de uitoefening van hun wettelijke taken zodat ze onder alle weersomstandigheden goed voorbereid zijn op calamiteiten. De aanvullende eisen die in evengenoemd onderdeel e, subonderdelen 1 tot en met 4, zijn gesteld, gelden daarbij niet.
Voor de dienstverlening van het KNMI onder normale omstandigheden worden integrale kosten volgens het kostprijs model berekend.
Ongewijzigd blijft het uitgangspunt dat dienstverlening aan provincies en gemeenten buiten calamiteiten niet door het KNMI wordt gedaan.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na publicatie in de Staatscourant.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A.W.H. Bertram
Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (herschikking).
Richtlijn (EU) 2019/1024 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (herschikking).
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12631.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.