Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 12257 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | Staatscourant 2026, 12257 | algemeen verbindend voorschrift (ministeriële regeling) |
De Minister van Werk en Participatie;
Gelet op artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de Participatiewet;
Besluit:
Artikel 7, onderdeel p, van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ wordt als volgt gewijzigd:
1. In subonderdeel 1 wordt na artikel 2.1 ingevoegd ‘, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid, artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 1, of tweede lid,’.
2. In subonderdeel 2 wordt na artikel 2.6 ingevoegd ‘, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid, of artikel 2.9b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 2, of tweede lid,’.
3. In subonderdeel 3 wordt na artikel 2.7 ingevoegd ‘, artikel 2.9a, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3, of artikel 2.9 b, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel 3,’.
4. Subonderdeel 7 komt te luiden:
7°. de tegemoetkoming aan een kind, pleegkind of voormalig pleegkind als bedoeld in afdeling 2.2 van de Wet hersteloperatie toeslagen, of de tegemoetkoming aan de nabestaanden van een overleden kind als bedoeld in afdeling 2.2a van de Wet hersteloperatie toeslagen;.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel l, van de Participatiewet bestaat de mogelijkheid om bij ministeriële regeling uitkeringen en vergoedingen voor materiële of immateriële schade aan te wijzen die niet tot de middelen worden gerekend waarover een belanghebbende redelijkerwijs beschikt of kan beschikken, de zogeheten vermogensuitzonderingen. Daarin voorziet artikel 7 van de Regeling Participatiewet, IOAW en IOAZ (hierna: regeling).
De vergoedingen in het kader van de hersteloperatie toeslagen, waarvoor de vermogensuitzondering geldt, zijn opgenomen in artikel 7, onderdeel p, van de regeling. Op 22 april 2024 (tegemoetkoming voor de nabestaanden van overleden kinderen van gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag), respectievelijk 1 januari 2025 (compensatie en tegemoetkomingen nabestaanden van overleden gedupeerde aanvragers van kinderopvangtoeslag), is de zogeheten nabestaandenregeling inwerking getreden als onderdeel van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht)1. Sindsdien kunnen de genoemde nabestaanden voor een (financiële) voorziening in aanmerking komen. Ook de betalingen inzake deze voorzieningen aan deze nabestaanden vallen onder de vermogensuitzondering. Met de onderhavige wijzigingsregeling wordt gerealiseerd dat de betalingen op grond van deze nabetalingsregeling geen gevolgen hebben voor de bijstand enhet gezin verder kan met het herstelproces.
De onderhavige wijziging treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met de genoemde momenten waarop de verschillende onderdelen van de nabestaandenregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen in werking zijn getreden, dat wil zeggen tot en met 1 januari 2025, respectievelijk 22 april 2024. Vanaf deze data is gestart met uitbetalen.
In theorie is het mogelijk dat betalingen in het verleden invloed hebben gehad op een bijstandsuitkering. Deze situaties lijken zich niet te hebben voorgedaan. Navraag bij VNG en Dienst Toeslagen bevestigt deze indruk. Gemeenten zijn goed bekend met de hersteloperatie toeslagen en hebben op grond artikel 31, tweede lid, onderdeel s, van de Participatiewet, een eigen bevoegdheid om giften en schadevergoedingen vrij te laten. De nabestaandenregeling betreft een kleine groep nabestaanden (circa 1.160 nabestaanden van overleden gedupeerden en circa 540 nabestaanden van overleden kinderen), waarvan een onbekend, maar zeker veel kleiner aantal, een bijstandsuitkering heeft. De kans dat betalingen in het verleden in het kader van de nabestaandenregeling gevolgen hebben gehad voor het recht op bijstand is, gezien de al bestaande vrijlatingsbevoegdheid van gemeenten en de beperkte omvang van de doelgroep, erg klein maar niet helemaal uit te sluiten. Mocht dit onverhoopt wel het geval zijn dan zullen gemeenten dit moeten herstellen.
Voor de regeldruk en uitvoering heeft deze wijziging geen gevolgen. Nieuwe bijstandsaanvragen vergen altijd al een individuele beoordeling en de afweging of bepaalde vermogensbestanddelen buiten beschouwing gelaten moeten worden. Gemeenten geven aan dat het vrijlaten van een schadevergoeding op grond van de regeling, de uitvoering juist een praktisch handvat biedt.
Er zijn geen noemenswaardige financiële gevolgen, daarvoor zijn de aantallen te klein en is de verwachting dat de meeste gemeentes de vergoeding ook al op grond van eigen beleid zou vrijlaten.
Gemeenten worden op deze wijziging geattendeerd middels SZW-gemeentenieuws.
Met dit artikel wordt artikel 7, onderdeel p, van de regeling uitgebreid.
De subonderdelen 1, 2 en 3, van onderdeel p betreffen de vermogensuitzondering van respectievelijk de (aanvullende) compensatie, de (aanvullende) O/GS-tegemoetkoming en het forfaitaire bedrag, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.6, en 2.7 van de Wht. Met de uitbreidingen in die subonderdelen geldt de vermogensuitzondering ook voor de (aanvullende) compensatie, de (aanvullende) O/GS-tegemoetkoming en het forfaitaire bedrag, die aan de nabestaanden van de overleden aanvrager van kinderopvangtoeslag worden betaald op grond van artikel 2.9a en 2.9b van de Wht. Daarnaast is de vermogensuitzondering van de tegemoetkoming voor kinderen, en (voormalig) pleegkinderen van de ex-partners in subonderdeel 7 uitgebreid met de tegemoetkoming aan de nabestaanden van een overleden kind als bedoeld in afdeling 2.2a van de Wht. Tegelijkertijd is van de gelegenheid gebruik gemaakt om dit subonderdeel redactioneel te verbeteren
De wijzigingsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van publicatie in de Staatscourant en werkt terug tot en met de genoemde momenten waarop de verschillende onderdelen van de nabestaandenregeling in de Wht hersteloperatie toeslagen in werking zijn getreden, dat wil zeggen tot en met 1 januari 2025, respectievelijk 22 april 2024. Met de terugwerkende kracht wordt geborgd dat burgers die sinds de inwerkingtreding van de nabestaandenregeling al een betaling hebben ontvangen in dezelfde rechtspositie verkeren als burgers die na publicatie van de regeling nog een betaling gaan ontvangen, en dat deze betalingen voor beide groepen geen gevolgen hebben voor het recht op bijstand. Het verlenen van terugwerkende kracht is mogelijk als dit begunstigend werkt, wat het geval is. De terugwerkende kracht biedt gemeenten de rechtsbasis om in voorkomende gevallen de vermogensuitzondering naar het verleden toe in de bijstandsuitkering te corrigeren.
Met de directe inwerkingtreding en de terugwerkende kracht wordt afgeweken van het kabinetsbeleid van vaste verandermomenten voor regelgeving, zoals neergelegd in aanwijzing 4.17 van de Aanwijzingen voor de regelgeving. Deze afwijking wordt om de genoemde redenen gerechtvaardigd geacht.
De Minister van Werk en Participatie, A.A. Aartsen
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-12257.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.