Openbaar exploot

Bij exploot van zaterdag 21 maaart 2026 van gerechtsdeurwaarder D.J. Vermeulen te Delft, Nederland, zijn op verzoek van de heer Mahmut ÇELIK, wonende te Doetinchem, Nederland, onder meer gedagvaard mevrouw Emine ÖNAL, de heer Gökhan ÇELIK en de heer Neslihan ÇELIK KOÇ, voor het geval uitreiking in de Republiek Turkije niet mogelijk blijkt te zijn, gedagvaard om op woensdag, 29 juli 2026, ’s morgens om 10:00 uur, niet in persoon, maar vertegenwoordigd door een advocaat te verschijnen ter terechtzitting van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, Nederland, die alsdan en aldaar gehouden zal worden in het gerechtsgebouw te (7201 DT) Zutphen, Nederland, aan de Martinetsingel 2, (correspondentieadres: Postbus 9008, 7200 GJ Zutphen, Nederland, en met de aanzegging, dat:

a. indien een gedaagde verzuimt advocaat te stellen of het hierna te noemen griffierecht niet tijdig betaalt, en de voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, de rechter verstek tegen die gedaagde zal verlenen en de hierna omschreven vordering zal toewijzen, tenzij deze hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt;

b. indien ten minste één van de gedaagden in het geding verschijnt en het griffierecht tijdig heeft voldaan, tussen alle partijen één vonnis zal worden gewezen, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd;

c. bij verschijning in het geding van ieder van de gedaagden een griffierecht zal worden geheven, te voldoen binnen vier weken te rekenen vanaf het tijdstip van verschijning;

d. de hoogte van de griffierechten is vermeld in de meest recente bijlage behorend bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken, die onder meer is te vinden op de website: www.kbvg.nl/griffierechtentabel

e. van een persoon die onvermogend is, een bij of krachtens de wet vastgesteld griffierecht voor onvermogenden wordt geheven, indien hij op het tijdstip waarop het griffierecht wordt geheven heeft overgelegd:

1e een afschrift van het besluit tot toevoeging, bedoeld in artikel 29 van de Wet op de rechtsbijstand, of indien dit niet mogelijk is ten gevolge van omstandigheden die redelijkerwijs niet aan hem zijn toe te rekenen, een afschrift van de aanvraag, bedoeld in artikel 24, tweede lid, van de Wet op de rechtsbijstand, dan wel

2e een verklaring van het bestuur van de raad voor rechtsbijstand, bedoeld in artikel 7, derde lid, onderdeel e, van de Wet op de rechtsbijstand waaruit blijkt dat zijn inkomen niet meer bedraagt dan de inkomens bedoeld in de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 35, tweede lid, van die wet;

f. van gedaagden die bij dezelfde advocaat verschijnen en gelijkluidende conclusies nemen of gelijkluidend verweer voeren, op basis van artikel 15 van de Wet griffierechten burgerlijke zaken slechts eenmaal een gezamenlijk griffierecht wordt geheven;

 

dat de eisende partij en de gedaagde partij verplicht zijn om de feiten die van belang zijn voor de beslissing van de rechter volledig en naar waarheid aan te voeren;

 

dat de rechter de gestelde feiten of rechten die door een partij zijn gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende zijn betwist, als vaststaand moet beschouwen, behoudens zijn bevoegdheid bewijs te verlangen , zo vaak aanvaarding van de stellingen zou leiden tot een rechtsgevolg dat niet ter vrije bepaling van partijen staat;

terzake onder meer een geldvordering en met aanzegging dat op het kantoor van voormelde gerechtsdeurwaarder een afschrift van bedoelde stukken kan worden verkregen voor belanghebbenden.

D.J. Vermeulen, gerechtsdeurwaarder te Delft, Nederland, aan de Wallerstraat 14-c, telefoon 015-2159545, dossiernummer L2637933.

Naar boven