Uitspraak Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Nr. C2025/2848

Beslissing in de zaak onder nummer C2025/2848 van:

A., wonende in B. (C.),

appellante, klaagster in eerste aanleg,

hierna: klaagster,

gemachtigde: mr. A.C.C. Geerts, werkzaam in Amsterdam,

tegen

D., plastisch chirurg, werkzaam in E.,

verweerder in beide instanties,

hierna: de plastisch chirurg,

gemachtigde: mr. J.M. de Vries, werkzaam in Utrecht.

1. Kern van de zaak

  • 1.1 De plastisch chirurg heeft op 22 maart 2022 een lipofilling-behandeling bij klaagster uitgevoerd. Deze behandeling bestond uit het op verschillende plaatsen in het gelaat en op de handruggen aanbrengen van lipofilling (lichaamseigen vet). Klaagster is ontevreden over de behandeling en ongelukkig met het resultaat. Zij verwijt de plastisch chirurg onder meer dat hij meer behandelingen heeft voorgesteld en uitgevoerd dan waarvoor zij oorspronkelijk kwam en dat hij deze behandelingen heeft uitgevoerd zonder instemming van de psycholoog.

  • 1.2 Het Regionaal Tuchtcollege in Amsterdam heeft de klacht ongegrond verklaard. Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat klachtonderdeel a gegrond is. De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege wordt op dit onderdeel vernietigd.

2. Verloop van de procedure

  • 2.1 Klaagster heeft beroep ingesteld tegen de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam van 29 april 2025 met nummer A2024/7531 (ECLI:NL:TGZRAMS:2025:105). De beslissing van het Regionaal Tuchtcollege is als bijlage toegevoegd aan deze beslissing.

  • 2.2 Het Centraal Tuchtcollege heeft kennisgenomen van het procesdossier van het Regionaal Tuchtcollege, het beroepschrift, het verweerschrift in beroep en de aanvullende stukken van klaagster.

  • 2.3 De zaak is op de zitting van 26 januari 2026 behandeld. Klaagster en de plastisch chirurg waren beiden aanwezig. Klaagster werd bijgestaan door haar gemachtigde mr. A.C.C. Geerts en de plastisch chirurg werd bijgestaan door zijn gemachtigde mr. J.M. de Vries. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en vragen van het college beantwoord. De spreekaantekeningen van de gemachtigde van klaagster en van klaagster zelf zijn aan het dossier toegevoegd.

3. Feiten

  • 3.1 Het Centraal Tuchtcollege gaat uit van de volgende feiten.

  • 3.2 Op 6 december 2021 heeft klaagster per e-mail contact gezocht met de plastisch chirurg.

  • 3.3 Op 13 december 2021 is klaagster voor het eerst op consult geweest bij de plastisch chirurg. Klaagster vertelde dat zij in oktober 2020 een bovenooglidcorrectie had gehad bij een andere arts (een oogarts) en dat zij zich ongelukkig voelde met het resultaat daarvan. Zij wilde graag vollere oogleden in relatie tot de rest van het gezicht. Klaagster maakte een emotionele, erg aangedane indruk. Zij besprak met de plastisch chirurg dat zij in verband met de volgens haar mislukte ooglidcorrectie psychologische ondersteuning had.

  • 3.4 Tijdens het consult heeft de plastisch chirurg met klaagster haar wensen doorgenomen en besproken welke mogelijkheden er waren. Hij stelde voor om lipofilling te doen in twee zones, te weten rond de mond en rond de ogen, met toepassing van PRP. Ook werd de mogelijkheid van een midfacelift besproken. De plastisch chirurg heeft toen in het medisch dossier genoteerd:

    “pas inplannen als iom psycholoog mv meer stabiel is

    mv is akkoord met dit advies

    ook expliciet aangegeven pas een ingreep af te spreken als er rondom ingreep zowel ervoor als erna ook psychologische ondersteuning is geregeld”.

  • 3.5 Na afloop van dit consult heeft klaagster een informatiefolder met instructies voor voor en na de behandeling meegekregen en een offerte voor de voorgestelde behandeling.

  • 3.6 In de middag na het consult heeft klaagster e-mailcontact gehad met de consulente die werkzaam is voor de plastisch chirurg. Klaagster schreef onder meer:

    “Dr. D. wil mij alleen behandelen indien mijn psycholoog of huisarts dit goedkeurt. Mijn psychische gesteldheid wordt nu veroorzaakt door mijn ogen. Toen ik het bericht kreeg dat de dokter iets voor mij kon betekenen kreeg ik weer positieve kriebels in mijn buik en was ik weer aan het zingen. <...> Ik ben ervan overtuigd dat een correctie juist goed is voor mijn herstel, <...>. Zou je dit met dr. D. willen bespreken?”

  • 3.7 In een e-mail aan de consulente van 15 december 2021 herhaalde klaagster dat zij heel graag de behandeling aan haar ogen wilde en dat zij ervan overtuigd was dat dit heel goed zou zijn voor haar herstel. Zij zag af van een midfacelift, want, zo schreef zij, “Wil niks meer aan mezelf veranderen”.

  • 3.8 Op 22 december 2021 meldde de consulente per e-mail aan klaagster dat de plastisch chirurg akkoord gaf om “zonder psychologische begeleiding” de lipofilling-behandeling te gaan plannen.

  • 3.9 Vervolgens vond er meermalen emailcontact plaats tussen klaagster en de consulente die werkzaam is voor de plastisch chirurg (hierna: consulente), over de behandeling en andere mogelijkheden van plastische chirurgie.

  • 3.10 Op 14 februari 2022 vond een tweede consult bij de plastisch chirurg plaats. Klaagster gaf aan dat zij ook de handrug wilde laten behandelen. Naast deze wens is de eerder voorgestelde behandeling nogmaals besproken.

  • 3.11 De behandeling vond plaats op 22 maart 2022 en verliep zonder complicaties. Na de behandeling is klaagster op 30 maart 2022, 6 april 2022 en 21 april 2022 gezien. Op 10 mei 2022 gaf klaagster aan niet tevreden te zijn met het resultaat en dat er niet zou zijn afgesproken om wangen en jukbeenderen met lipofilling te behandelen. De plastisch chirurg gaf toen aan dat genezing meer tijd nodig zou hebben.

  • 3.12 Op 16 juni 2022, 27 juni 2022 en 23 augustus 2022 waren er controle-afspraken en werd gesproken over de teleurstelling van klaagster over de behandelde gebieden in het gezicht en handen en de preoperatieve afspraken.

  • 3.13 Klaagster heeft bij een andere plastisch chirurg op 7 september 2022 een second opinion aangevraagd.

4. Beoordeling van het beroep

Waar gaat het in beroep over

  • 4.1 Klaagster verwijt de plastisch chirurg dat hij:

    • a) zijn zorgplicht heeft geschonden, doordat hij zich niet heeft onthouden van het uitvoeren van de behandeling zonder instemming van de psycholoog en doordat hij aanvullende behandelingen heeft voorgesteld en uitgevoerd die niet binnen de oorspronkelijke wensen van klaagster vielen;

    • b) in zijn zorgplicht tekortgeschoten is door klaagster onvoldoende en onduidelijk te informeren over de behandeling, de risico’s en de mogelijke complicaties;

    • c) heeft nagelaten vooraf helderheid te verschaffen over de hoeveelheid en de plaats van vet die zou worden geoogst;

    • d) geen gedegen lichamelijk onderzoek heeft verricht door de benen van klaagster niet te beoordelen en geen foto’s te maken van het donorgebied;

    • e) wijzigingen heeft aangebracht in het medisch dossier waardoor de betrouwbaarheid van het medisch dossier twijfelachtig is;

    • f) klaagster geen tijdige toegang heeft verleend tot haar medische dossier.

  • 4.2 Klaagster is het niet eens met de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. Zij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om de klacht alsnog gegrond te verklaren en de plastisch chirurg te veroordelen in de kosten van de behandeling van het beroep.

  • 4.3 De plastisch chirurg heeft in beroep gemotiveerd verweer gevoerd. Hij verzoekt het Centraal Tuchtcollege om het beroep te verwerpen.

  • 4.4 Dit betekent dat de oorspronkelijke klacht in volle omvang ter beoordeling van het Centraal Tuchtcollege voorligt.

Toetsingskader

  • 4.5 De vraag is of de plastisch chirurg de zorg heeft verleend die van hem verwacht mocht worden. De norm daarvoor is een redelijk bekwame en redelijk handelende plastisch chirurg. Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de voor de zorgverlener geldende beroepsnormen en andere professionele standaarden. Verder geldt het uitgangspunt dat een zorgverlener alleen tuchtrechtelijk verantwoordelijk is voor zijn eigen handelen.

Inhoudelijke beoordeling

De klachtonderdelen b, c, d, e en f

  • 4.6 De klachtonderdelen b en c gaan over de wijze waarop de plastisch chirurg klaagster heeft geïnformeerd over de behandeling, de risico’s, de mogelijke complicaties en de hoeveelheid vet die zou worden geoogst en de plaats op het lichaam waar dit zou gebeuren. De klachtonderdelen d, e en f gaan kort gezegd over het lichamelijk onderzoek dat de plastisch chirurg heeft verricht en over het medisch dossier van klaagster. Het Centraal Tuchtcollege heeft gelezen en gehoord wat beide partijen hierover in de stukken en ter zitting naar voren hebben gebracht. Dit college is het eens met de overwegingen 5.9 tot en met 5.12 van de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege. De plastisch chirurg kan ter zake van de klachtonderdelen b tot en met f geen tuchtrechtelijk verwijt worden gemaakt. Dit betekent dat deze klachtonderdelen terecht ongegrond zijn verklaard.

Klachtonderdeel a

  • 4.7 Het laatste geldt niet voor klachtonderdeel a. Klaagster verwijt de plastisch chirurg met dit klachtonderdeel dat hij zijn zorgplicht heeft geschonden doordat hij meer behandelingen heeft voorgesteld en uitgevoerd dan waarvoor zij in eerste instantie bij hem kwam, en doordat hij deze behandelingen heeft uitgevoerd zonder instemming van de psycholoog. Het Centraal Tuchtcollege acht dit een terecht verwijt en licht dat hierna toe.

  • 4.8 Nadat klaagster in oktober 2020 bij een andere arts een bovenooglidcorrectie had ondergaan, was zij erg ongelukkig met het resultaat ervan. Volgens haar was er te veel vet en huid weggenomen, waardoor haar ogen nadien een ingezonken indruk maakten. Klaagster stelt dat zij door de mislukte ingreep kampte met ernstige psychische gevolgen, zoals een aanzienlijk verlies van zelfvertrouwen en een buitengewoon negatief zelfbeeld. Daarom heeft klaagster op 6 december 2021 per e-mail contact gezocht met de plastisch chirurg, in de hoop dat hij haar ogen op verantwoorde wijze kon herstellen en zij zich beter zou gaan voelen. Hierop volgde het eerste consult op 13 december 2021.

  • 4.9 De plastisch chirurg heeft toegelicht dat hij bij een eerste consult altijd een vaste werkwijze heeft. De eerste stap is dat hij bij een cliënt met een open vraag informeert naar diens wensen. De tweede stap in het consult is de analyse voor de spiegel. De plastisch chirurg gaat dan met de cliënt voor de spiegel staan en vraagt hem of haar te beschrijven wat hij of zij zelf ziet. De plastisch chirurg vraagt daarbij (nogmaals) naar de wensen van de cliënt. Vervolgens maakt de plastisch chirurg met behulp van een iPad een foto van de cliënt waarop hij tekent wat hij of zij bij de analyse voor de spiegel heeft beschreven. Hij verifieert dit bij de cliënt en informeert daarbij wat deze van de behandeling verwacht. Nadat de plastisch chirurg heeft vastgesteld wat de wensen en de verwachtingen van de cliënt zijn, beoordeelt hij of hij hier veilig aan kan voldoen. Als het antwoord bevestigend is, doet hij een behandelvoorstel dat gericht is op de wensen van de cliënt, aldus nog steeds de plastisch chirurg. Volgens hem is het consult op 13 december 2021 ook op deze, voor hem gebruikelijke wijze verlopen.

  • 4.10 Klaagster heeft tijdens dit eerste consult bij de eerste stap aangegeven dat zij graag vollere oogleden wilde en daarmee herstel van de eerdere ooglidcorrectie. Vaststaat dat zij op dat moment erg emotioneel was en de plastisch chirurg vertelde dat zij in verband met de mislukte ooglidcorrectie psychologische ondersteuning had (gehad). Bij de tweede stap, de analyse voor de spiegel, heeft klaagster volgens de plastisch chirurg aangegeven dat zij vond dat zij “overall een knokige uitstraling” had en dat bepaalde delen in haar gezicht (met name rond haar mond) te diep dan wel te vlak waren. Bij de derde stap heeft de plastisch chirurg met behulp van een foto op de iPad en de daarop door hem gemaakte tekening geverifieerd of klaagster en hij hetzelfde zagen in de spiegel. Volgens de plastisch chirurg was bij klaagster sprake van zogenoemd 3D-volumeverlies, asymmetrie en minder goed op elkaar aansluitende delen van het gelaat. Klaagster was het hier mee eens. De plastisch chirurg heeft vervolgens geconcludeerd dat klaagster geen reële verwachting had van de door haar in eerste instantie gevraagde behandeling, een lipofilling van alleen de bovenoogleden. Met alleen deze behandeling zou hij niet kunnen voldoen aan de verwachtingen van klaagster, omdat haar wens blijkbaar uitgebreider was dan zij aanvankelijk had aangegeven, aldus de plastisch chirurg. Om die reden heeft de plastisch chirurg voorgesteld om lipofilling uit te voeren in twee zones in het gelaat, namelijk rond de ogen én rond de mond en heeft hij ook de mogelijkheid van een midfacelift ter sprake gebracht. Dit paste ook in zijn filosofie dat wanneer een cliënt terecht ontevreden is over een bepaald deel van het gezicht, andere, goede delen meer moeten worden geaccentueerd om de aandacht af te leiden van het probleemgebied.

  • 4.11 Klaagster heeft het behandelvoorstel voor lipofilling rond de ogen én rond de mond geaccepteerd en een paar dagen later via een e-mail laten weten dat zij afzag van de midfacelift. Afgesproken werd dat de behandeling pas zou worden ingepland wanneer – in overleg met de psycholoog – klaagster meer stabiel was en er zowel voor de periode voorafgaand aan de ingreep als voor de periode daarna psychologische ondersteuning was geregeld. Ruim een week later heeft de plastisch chirurg akkoord gegeven voor het inplannen van de behandeling en daarbij de eerder afgesproken voorwaarde van psychologische ondersteuning laten varen.

  • 4.12 Het Centraal Tuchtcollege is van oordeel dat de plastisch chirurg met deze handelwijze zijn zorgplicht heeft geschonden. Het was hem duidelijk dat klaagster bij het eerste consult op 13 december 2021 als gevolg van de eerdere ooglidcorrectie erg instabiel en kwetsbaar was en dat zij hiervoor psychologische begeleiding kreeg/had gehad. Volgens de plastisch chirurg zelf was bij klaagster zelfs sprake van een Body Dismorphic Disorder in ontwikkeling. Onder deze omstandigheden had de plastisch chirurg zich terughoudend moeten opstellen bij de analyse voor de spiegel en met het aanbieden van meer behandelingen dan die waarvoor klaagster in eerste instantie bij hem kwam, namelijk lipofilling van de oogleden. Een verruiming van de oorspronkelijke zorgvraag met lipofilling elders in het gezicht was in dit geval niet verantwoord. De plastisch chirurg had zich moeten realiseren dat klaagster op dat moment niet in staat was om haar wensen en verwachtingen goed te overzien. In een dergelijke situatie verdient het aanbeveling om af te zien van een totale gezichtsanalyse en te volstaan met het verstrekken van algemene informatie en het maken van een vervolgafspraak. Ook als het gesprek wel wordt voortgezet, dient de arts zich onder omstandigheden als deze in elk geval te onthouden van behandelvoorstellen die verder gaan dan de wens waarmee de patiënt bij de arts is gekomen. Het feit dat de behandeling uiteindelijk pas in maart 2022 heeft plaatsgevonden, klaagster tot die tijd meermalen contact heeft gehad met de kliniek over de behandeling (waaronder één consult bij de plastisch chirurg) en zij dus ruim tijd heeft gehad om zich te bedenken, doet niet af aan het oordeel dat het in de gegeven omstandigheden onzorgvuldig was om aan klaagster bij het eerste consult meer behandelingen voor te stellen.

  • 4.13 Het is eveneens onzorgvuldig dat de plastisch chirurg al na ruim een week na het eerste consult tot de conclusie kwam dat de eerder door hem nog noodzakelijk geachte psychologische ondersteuning voor en na de behandeling toch niet nodig was. De stelling van de plastisch chirurg dat hij uit een telefonisch contact van de consulente met klaagster mocht opmaken dat klaagster gehoor had gegeven aan het advies om begeleiding te zoeken rondom de door haar gewenste ingreep, acht het Centraal Tuchtcollege niet aannemelijk. Dit college neemt daarbij onder meer in aanmerking dat klaagster betwist dat zij dit zo tegen de consulente heeft gezegd en voorts dat de consulente in haar e-mail zelf spreekt van het inplannen van de behandeling “zonder psychologische begeleiding”. Van de plastisch chirurg had in dit geval mogen worden verwacht dat hij zelf contact zou opnemen met de huisarts van klaagster of een behandelend psycholoog om zich ervan te vergewissen dat klaagster stabiel genoeg was om de behandeling te ondergaan. De conclusie is dat de plastisch chirurg ook in dit opzicht niet zorgvuldig heeft gehandeld.

Maatregel

  • 4.14 Het voorgaande leidt tot het oordeel dat klachtonderdeel a gegrond is. Bij de vraag welke maatregel passend is, neemt het Centraal Tuchtcollege in aanmerking dat de plastische chirurg op twee belangrijke punten in zijn zorgplicht is tekortgeschoten jegens een kwetsbare patiënt die bij hem kwam voor een cosmetische (herstel)operatie. Verder weegt het college mee dat aan de plastisch chirurg al eerder een waarschuwing is opgelegd. Dat alles maakt dat het College van oordeel is dat de maatregel van berisping passend is.

Conclusie

  • 4.15 Het Centraal Tuchtcollege zal de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege vernietigen voor zover daarbij klachtonderdeel a ongegrond is verklaard en dit klachtonderdeel alsnog gegrond verklaren. Daarbij wordt aan de plastisch chirurg een berisping opgelegd. Het beroep van klaagster wordt voor het overige verworpen.

Kostenveroordeling

  • 4.16 Een kostenveroordeling voor kosten die zijn gemaakt in de tuchtrechtelijke procedure kan worden opgelegd als het college de klacht (gedeeltelijk) gegrond verklaart en aan de zorgverlener een maatregel oplegt. Nu de klacht alsnog gedeeltelijk gegrond wordt verklaard en een maatregel wordt opgelegd, ziet het Centraal Tuchtcollege aanleiding om het verzoek van klaagster om de plastisch chirurg te veroordelen in de kosten die klaagster in verband met de behandeling van het beroep heeft moeten maken, toe te wijzen. Het Centraal Tuchtcollege sluit voor de begroting van de proceskosten aan bij de Oriëntatiepunten kostenveroordeling tuchtcolleges voor de gezondheidszorg. De voor vergoeding in aanmerking komende kosten voor juridische bijstand bedragen € 666,00 per punt (1 punt voor het beroepschrift + 1 punt voor de zitting bij het Centraal Tuchtcollege), waarbij de wegingsfactor 1 zal worden gehanteerd. Dit komt neer op € 1.332,00. De reiskosten worden begroot op € 50,00. Het totaalbedrag aan voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten komt daarmee op € 1.382,00.

Publicatie

  • 4.17 Om redenen ontleend aan het algemeen belang zal het Centraal Tuchtcollege bepalen dat onderhavige beslissing op na te noemen wijze wordt bekend gemaakt.

5. Beslissing

Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:

vernietigt de beslissing waarvan beroep, voor zover daarbij klachtonderdeel a ongegrond is verklaard;

doet voor dat deel opnieuw recht:

verklaart klachtonderdeel a gegrond;

legt de plastisch chirurg de maatregel van berisping op;

verwerpt het beroep voor het overige;

bepaalt dat deze beslissing op de voet van artikel 71 Wet BIG zal worden bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant, en zal worden aangeboden aan het Tijdschrift voor Gezondheidsrecht, Gezondheidszorg Jurisprudentie en Medisch Contact met het verzoek tot plaatsing;

veroordeelt de plastisch chirurg in de vastgestelde kosten van klaagster van € 1.382,00 en gelast hem het totaalbedrag te voldoen op de bankrekening van klaagster binnen een maand nadat zij hem schriftelijk het bankrekeningnummer en de tenaamstelling van de bankrekening waarop dit bedrag kan worden gestort heeft laten weten;

gelast dat VWS-Financieel Dienstencentrum aan klaagster het betaalde griffierecht ten bedrage van € 100,00 (zegge: honderd euro) voor de behandeling van de klacht bij het Regionaal Tuchtcollege en de behandeling van het beroep bij het Centraal Tuchtcollege vergoedt.

Deze beslissing is gegeven door Z.J. Oosting, voorzitter, E.F. Lagerwerf-Vergunst en M.W. Zandbergen, leden-juristen, en W.F.A. Kolkman en R.L. Huisinga, leden-beroepsgenoten, bijgestaan door E.D. Boer, secretaris.

Uitgesproken ter openbare zitting van 16 maart 2026.

Voorzitter

Secretaris

Naar boven