Verkeersbesluit tevens besluit tot vrijstelling en bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken Erasmusbrugzone Rotterdam

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,

overwegende dat:

  • de drukte op het water in het vaargebied rond de Erasmusbrug in Rotterdam de afgelopen jaren sterk is toegenomen;

  • de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 per 1 april 2026 wordt gewijzigd en als gevolg daarvan op een deel van de Nieuwe Maas maximumsnelheden worden ingesteld voor snelle motorboten;

  • het omwille van het verzekeren van de veiligheid en het vlotte verloop van het scheepvaartverkeer als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, van de Scheepvaartverkeerswet in dit gebied wenselijk is tevens snelheidsmaatregelen in te stellen voor schepen, niet zijnde snelle motorboten, en extra maatregelen te treffen voor al het scheepvaartverkeer in de vorm van geboden;

  • deze geboden en de opheffing daarvan kenbaar worden gemaakt met de verkeerstekens B.1, B.3b, B.6, E.11, F.1 en F.2a als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement;

  • het voor het instellen van deze geboden tevens noodzakelijk is dat het bevoegd gezag een verkeersbesluit neemt;

  • het voor bepaalde situaties wenselijk is dat schepen worden uitgezonderd van de geboden zoals neergelegd in dit verkeersbesluit;

  • het voor een enkele locatie niet mogelijk is om fysieke verkeerstekens te plaatsen en het daarom noodzakelijk is om tot een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken te besluiten;

gelet op:

  • artikel 5 en artikel 7, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswet;

  • artikel 4, eerste lid, onder c, en artikel 8 van de Scheepvaartverkeerswet juncto artikel 13, eerste lid, van het Besluit administratieve bepalingen scheepvaartverkeer;

  • artikel 1, eerste lid, van het Besluit mandaat en machtiging havenmeester Rotterdam;

besluit vast te stellen:

Verkeersbesluit tevens besluit tot vrijstelling en bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken Erasmusbrugzone Rotterdam

Artikel 1. Maximale vaarsnelheid 50 km/u

  • 1. Voor schepen geldt op de volgende trajecten een maximumsnelheid van 50 km/u ten opzichte van het water:

    • a. de Nieuwe Maas vanaf km 998.950 tot km 1000.575; en

    • b. de Nieuwe Maas vanaf km 1001.125 tot km 1002.700.

  • 2. De gebieden in het eerste lid worden gemarkeerd door middel van verkeersteken B.6 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, geplaatst langs de Nieuwe Maas ter hoogte van km 1000.575 en km 1002.700 bovenstrooms en ter hoogte van km 998.910 en km 1001.125 benedenstrooms en in de havenbekkens rondom de Nieuwe Maas ter hoogte van oeverfrontnummers 159, 216, 1132–1133, 1249–1250, 1291 en 1300.

  • 3. De opheffing van het gebod in het eerste lid wordt gemarkeerd door middel van verkeersteken E.11 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, geplaatst langs de Nieuwe Maas op km 1002.700 benedenstrooms en km 998.950 bovenstrooms.

  • 4. Langs de Nieuwe Maas, ter hoogte van km 1004.100 bovenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de maximumsnelheid van 50 km/u ten opzichte van het water geldt 1.400 meter vanaf het verkeersteken en langs de Nieuwe Maas, ter hoogte van km 997.410 benedenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de maximumsnelheid van 50 km/u ten opzichte van het water geldt 1.500 meter vanaf het verkeersteken.

  • 5. De locaties genoemd in het derde lid worden gemarkeerd door middel van verkeersteken B.6 in combinatie met verkeersteken F.1 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 2. Maximale vaarsnelheid 20 km/u

  • 1. Voor schepen geldt een maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water op de Nieuwe Maas vanaf km 1000.575 tot km 1001.125.

  • 2. Het gebied in het eerste lid wordt gemarkeerd door middel van verkeersteken B.6 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, geplaatst langs de Nieuwe Maas ter hoogte van km 1000.575 benedenstrooms en in de Leuvehaven ter hoogte van oeverfrontnummer 175.

  • 3. Ter hoogte van km 1000.775 bovenstrooms worden verkeersteken B.6 en verkeersteken F.2a als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement geplaatst met een aangegeven richtingaanduiding van 200 meter.

  • 3. Langs de Nieuwe Maas, km 1002.250 bovenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water geldt 1.100 meter vanaf het verkeersteken en langs de Nieuwe Maas km 999.475 benedenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water geldt 1.100 meter vanaf het verkeersteken.

  • 4. Langs de locatie Nieuwe Maas ter hoogte van km 1001.425 bovenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water geldt 300 meter vanaf het verkeersteken.

  • 5. De locaties genoemd in het derde en vierde lid worden gemarkeerd door middel van verkeersteken B.6 in combinatie met verkeersteken F.1 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 3. Verplichting de stuurboordzijde van het vaarwater te houden

  • 1. Voor schepen geldt op de Nieuwe Maas vanaf km 1000.575 tot km 1001.125 de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden.

  • 2. Het gebied in het eerste lid wordt gemarkeerd door middel van verkeersteken B.3b als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, geplaatst langs de Nieuwe Maas ter hoogte van km 1000.575 benedenstrooms en in de Leuvehaven ter hoogte van oeverfrontnummer 175.

  • 3. De opheffing van het gebod in het eerste lid wordt gemarkeerd door middel van verkeersteken E.11 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement, geplaatst langs de Nieuwe Maas op km 1001.125 benedenstrooms en km 1000.575 bovenstrooms.

  • 4. Langs de Nieuwe Maas ter hoogte van km 1002.250 bovenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden geldt 1.100 meter vanaf het verkeersteken en op de Nieuwe Maas km 999.475 benedenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden geldt 1.100 meter vanaf het verkeersteken.

  • 5. Langs de Nieuwe Maas ter hoogte van km 1001.425 bovenstrooms wordt een afstandsaanduiding geplaatst die aangeeft dat de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden geldt 300 meter vanaf het verkeersteken.

  • 6. De locaties genoemd in het derde en vierde lid worden gemarkeerd door middel van verkeersteken B.3b in combinatie met verkeersteken F.1 als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

Artikel 4. Vrijstelling van de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden

De verplichting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, geldt niet in de volgende situaties:

  • a. bij vertrek uit de Leuvehaven naar de bovenstroomse zijde van de Nieuwe Maas;

  • b. bij vertrek vanaf de watertaxihalte nummer 42, gelegen aan de Holland Amerikakade naar een ligplaats die benedenstrooms is gelegen;

  • c. indien gebruik wordt gemaakt van het geopende beweegbare deel van de Erasmusbrug bij de uitvaart van de Leuvehaven of de Koningshaven;

  • d. bij schepen die afmeren aan de ligplaats HBR Holland Amerikakade, oeverfrontnummers 1243 tot en met 1248 of schepen die afmeren langszij een ander schip dat daar gemeerd ligt;

  • e. bij schepen die afmeren of ontmeren aan het Leuvehoofd of de Boompjeskade, oeverfrontnummers 170 tot en met 173 of schepen die afmeren langszij een ander schip dat daar gemeerd ligt;

  • f. bij schepen die afmeren aan de ligplaatsen Spido 2 of Spido 3 gelegen aan de Nieuwe Maas;

  • g. bij langszij andere schepen liggende dienstverlenende schepen die afmeren of ontmeren in de Erasmusbrugzone tussen km 1000.575 en km 1001.125.

Artikel 5. Verplichting te varen in de richting aangegeven door de pijl

  • 1. Op de Nieuwe Maas ter hoogte van km 1000.775 benedenstrooms is het verplicht om over een afstand van 200 meter te varen in de richting aangegeven door de pijl.

  • 2. De locatie in het eerste lid wordt gemarkeerd door middel van de verkeerstekens B.1 en F.2a, met een aangegeven richtingaanduiding van 200 meter, als bedoeld in bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement.

  • 3. Het gebod in het eerste lid geldt niet indien gebruik wordt gemaakt van het geopende beweegbare deel van de Erasmusbrug bij de uitvaart van de Leuvehaven of de Koningshaven.

Artikel 6. Bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken

Op de Holland Amerikakade ter hoogte van km 1001.125 bovenstrooms gelden de volgende verplichtingen:

  • a. varen met een maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water;

  • b. stuurboordzijde van het vaarwater houden.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op 1 april 2026.

Artikel 8. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Verkeersbesluit tevens besluit tot vrijstelling en bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken Erasmusbrugzone Rotterdam.

Dit besluit wordt gepubliceerd in de Staatscourant.

Aldus vastgesteld op 12 maart 2026.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, Namens deze, De Havenmeester van Rotterdam, R.J. de Vries

Bezwaarclausule

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden een bezwaarschrift indienen tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, ter attentie van Hoofddirectie Bestuurlijke en Juridische Zaken, afdeling Algemeen Bestuurlijk-Juridische Zaken, postbus 20901, 2500 EX Den Haag.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten:

  • a. naam en adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt (datum en nummer of kenmerk);

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen;

  • e. zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt.

Het niet voldoen aan deze eisen kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaarschrift.

Een bezwaarschrift kan uitsluitend per gewone post en niet per e-mail worden ingediend.

Machtigt u iemand om namens u bezwaar te maken? Stuur dan ook een kopie van de machtiging mee. Bij indiening van een bezwaarschrift namens een rechtspersoon, dient u documenten mee te sturen (origineel uittreksel uit het handelsregister en/of een kopie van de statuten van de rechtspersoon) waaruit blijkt dat u bevoegd bent namens de rechtspersoon op te treden.

TOELICHTING

De wens om extra maatregelen te treffen op het gebied rond de Erasmusbrug volgt uit de aanbeveling van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (hierna: OvV). In haar rapport ‘Aanvaring van een watertaxi met een havenrondvaartboot’ doet de OvV de aanbeveling aan de gemeente Rotterdam en de Divisie Havenmeester Rotterdam om met betrokken partijen maatregelen te nemen om de complexiteit van de vaarweg op de Nieuwe Maas te reduceren, en in te richten op een manier die past bij veilig hedendaags en toekomstig gebruik.1

In de gepubliceerde opvolgingsnotitie is opgenomen dat de OvV verwacht dat alle partijen met concrete maatregelen komen, zoals snelheidsbeperkende maatregelen.2 Deze aanbeveling is uitgewerkt door een werkgroep bestaande uit de gemeente Rotterdam, Divisie Havenmeester Rotterdam, Rijkswaterstaat, Zeehavenpolitie, het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en diverse aanbieders van personenvervoer over het water. Vanuit deze werkgroep is door de Divisie Havenmeester Rotterdam een Hazard Operability studie (hierna: HAZOP) uitgevoerd. De HAZOP heeft aangetoond dat dit gebied, door de combinatie van verschillende soorten scheepvaart en hun specifieke vaarpatronen, een complexe en risicovolle omgeving vormt. De verkeersdeelnemers en de verkeersbegeleiding in de Rotterdamse haven hebben vaak onvoldoende overzicht en (navigatie)middelen om een juist verkeersbeeld te creëren, wat leidt tot potentieel gevaarlijke situaties. Als onderdeel van de HAZOP is met hulp van de aanbieders van passagiersvaart een risicoanalyse gemaakt van verschillende voorgestelde maatregelen met betrekking tot de scheepvaartverkeersveiligheid rond de Erasmusbrug. Uit deze risicoanalyse zijn aanbevelingen gedaan aan de werkgroep, waaronder een snelheidslimiet van 20 km/u rond de Erasmusbrug. Voor wat betreft snelle motorboten zijn deze maximum snelheden tevens vastgelegd in de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995.

Naast een maximumsnelheid rond de Erasmusbrug wordt gekozen voor een verplichting om in de Erasmusbrugzone stuurboordwal te varen. De verplichting om stuurboordwal te houden zorgt voor veiliger scheepvaartverkeer, omdat het voor schepen niet langer toegestaan is om te keren of aan de andere kant van de vaarweg te varen.

Ten slotte wordt op een locatie op de Nieuwe Maas ter hoogte van het Noordereiland gekozen voor het aangeven van de vaarrichting met een pijl. Dit bord heeft tot doel schepen die vanuit de Koningshaven de Nieuwe Maas op varen erop te wijzen dat zij de vaarrichting van de pijl moeten volgen voor een afstand van 200 meter. Dit gebod strekt ertoe te voorkomen dat schepen vanuit de Koningshaven aan bakboordzijde van de vaarweg op de Nieuwe Maas varen.

In het verkeersluit is tevens een aantal vrijstellingen opgenomen. Een beperkt aantal scheepsbewegingen is daarmee uitgezonderd van de verplichtingen zoals opgenomen in dit verkeersbesluit.

Omdat het plaatsen van een fysiek verkeersteken op de Holland Amerikakade niet mogelijk is wordt voor die locatie een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken gedaan. Specifiek gaat het daar om een verplichte vaarsnelheid van maximaal 20 km/u ten opzichte van het water en de verplichting om stuurboordzijde van het vaarwater te houden.

Dit verkeersbesluit en een afbeelding met de locaties van de verkeerstekens is te vinden op https://www.portofrotterdam.com/nl/wet-en-regelgeving/erasmusbrugzone.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1

Artikel 1 benoemt de gebieden waar de maximumsnelheid voor het scheepvaartverkeer geldt van maximaal 50 km/u ten opzichte van het water en op welke locaties er verkeerstekens worden geplaatst. Dit is het gebied rondom de Erasmusbrugzone aan zowel de noordzijde als de zuidzijde en wordt ook wel aangeduid als het aanloopgebied. Vanwege incidenten in het verleden rondom de Erasmusbrug ziet de Havenmeester van Rotterdam de noodzaak om voor al het scheepvaartverkeer in het aanloopgebied een snelheidsbeperking in te stellen van 50 km/u ten opzichte van het water. Het verkeersteken B.6 als bedoeld in Bijlage 7 benedenstrooms wordt op km 998.910 geplaatst en daarmee veertig meter voordat de maximumsnelheid geldt. Dat heeft te maken met de zichtbaarheid van het verkeersteken. De maximumsnelheid geldt conform het eerste lid vanaf km 998.950. Op 1.400 meter respectievelijk 1.500 meter voor het aanloopgebied wordt een aankondigingsbord geplaatst inhoudende dat de verplichting om maximaal 50 km/u ten opzichte van het water te varen over de genoemde afstand ingaat. De afstandsaanduiding van 1.500 meter is omwille van de duidelijkheid richting schippers afgerond op een honderdtal.

Artikel 2

Artikel 2 benoemt het gebied waar de maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water geldt en op welke locaties verkeerstekens worden geplaatst. Dit is het drukke gebied rondom de Erasmusbrug en wordt ook wel aangeduid als de Erasmusbrugzone. Vanwege incidenten in het verleden ziet de Havenmeester van Rotterdam de noodzaak om hier voor al het scheepvaartverkeer een snelheidsbeperking in te stellen van 20 km/u ten opzichte van het water. Op 1.100 meter en 300 meter in het aanloopgebied voorafgaand aan de Erasmusbrugzone wordt een aankondigingsbord geplaatst inhoudende dat de verplichting om maximaal 20 km/u ten opzichte van het water te varen over de genoemde afstand ingaat. De afstandsaanduiding van 1.100 meter is omwille van de duidelijkheid richting schippers afgerond op een honderdtal.

Artikel 3

Artikel 3 benoemt het gebied waar de verplichting geldt om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden. Op 1.100 en 300 meter wordt een aankondigingsbord geplaatst inhoudende dat de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden over de genoemde afstand ingaat. De afstandsaanduiding van 1.100 meter is omwille van de duidelijkheid richting schippers afgerond op een honderdtal.

Artikel 4

In artikel 4 worden de situaties genoemd waarbij een vrijstelling geldt van de verplichting om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden. Bij de vrijstellingen onder a tot en met f staat de vaarbeweging centraal. De vrijstelling onder g geldt voor een categorie van schepen, namelijk dienstverlenende schepen. Hieronder vallen schepen die in de haven diensten verlenen aan andere schepen, zoals bunkerschepen, drinkwaterschepen, patrouille- en inspectieschepen, afvalwaterschepen, (duik)werkschepen en schepen van nautische dienstverleners in de haven.

Doordat het in de genoemde situaties in artikel 4 niet noodzakelijk is om de stuurboordzijde van het vaarwater te houden, is het mogelijk voor de betreffende scheepvaart om te keren of de bakboordzijde van het vaarwater te houden binnen de Erasmusbrugzone. In sommige gevallen geldt de uitzondering alleen voor afmeren of ontmeren. Deze vrijstellingen zijn tot stand gekomen met het oog op de veiligheid in het drukke gebied van de Erasmusbrugzone en beperken het aantal vaarbewegingen in dit gebied. Scheepvaart en vaarbewegingen die niet zijn genoemd in artikel 4 kennen dus niet een vrijstelling en dienen conform de verkeerstekens de stuurboordzijde van het vaarwater te houden en buiten de Erasmusbrugzone te keren.

Artikel 5

Op de locatie genoemd in artikel 5 is het verplicht om te varen in de richting aangegeven door de pijl. Er wordt een richtingaanduiding geplaatst van 200 meter, wat betekent dat de verplichting geldt voor 200 meter vanaf de locatie van het verkeersteken.

In het derde lid wordt een vrijstelling verleend aan de scheepvaart die gebruik maakt van het geopende beweegbare deel van de Erasmusbrug bij de uitvaart van de Leuvehaven of de Koningshaven. Deze schepen zijn vrijgesteld van de verplichting om te varen in de richting aangegeven door de pijl.

Artikel 6

Op de locatie genoemd in artikel 6 is het niet mogelijk gebleken om fysiek een verkeersteken te plaatsen. Dit heeft ermee te maken dat op deze locatie cruiseschepen afmeren. Naast de fysieke beperkingen om verkeerstekens te plaatsen is het vanwege de frequente aanwezigheid van cruiseschepen aan de kade lastig om de verkeerstekens waar te nemen vanuit de scheepvaart bezien. Om deze redenen wordt er voor gekozen om voor deze locatie tot een bekendmaking met dezelfde strekking als een verkeersteken te besluiten. De bekendmaking ziet op de verplichting te varen met een maximumsnelheid van 20 km/u ten opzichte van het water en de verplichting de stuurboordzijde van het vaarwater te houden. Beide verplichtingen worden via vooraankondigingsborden voldoende kenbaar gemaakt aan de scheepvaart, zoals uiteengezet in de artikelen 2 en 3 van dit besluit.


X Noot
2

Opvolgnotitie aanbevelingen ‘Aanvaring van een Watertaxi met een havenrondvaartboot’ (28-1-2025)


X Noot
2

Opvolgnotitie aanbevelingen ‘Aanvaring van een Watertaxi met een havenrondvaartboot’ (28-1-2025)

Naar boven