Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 23 maart 2026, nr. IENW/BSK-2026/33590 tot wijziging van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 (aanpassing bijlagen 2, 4 en 7) [KetenID WGK 28813]

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 2.2, eerste lid en 2.10, eerste lid, van het Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013;

BESLUIT:

ARTIKEL I

De Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 wordt als volgt gewijzigd:

A

In bijlage 2, lijst A1, wordt bij het geslacht ‘Xanthobacter’ na de soort ‘sp. SoF1’ ingevoegd de soort ‘tagetidis’.

B

Bijlage 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de tabel in § 4.1.1 komen de geslachten en soorten bij de familie ‘Filoviridae’ te luiden als volgt:

Orthoebolavirus

Orthoebolavirus bundibugyoense

4

Orthoebolavirus

Orthoebolavirus restonense

4

Orthoebolavirus

Orthoebolavirus sudanese

4

Orthoebolavirus

Orthoebolavirus taiense

4

Orthoebolavirus

Orthoebolavirus zairense

4

Orthomarburgvirus

Orthomarburgvirus marburgense ssp Marburg virus

4

Orthomarburgvirus

Orthomarburgvirus marburgense ssp Ravn virus

4

2. In de tabel in § 4.2 wordt bij het geslacht ‘Shigella’ na de soort ‘dysenteriae (type1)’ ingevoegd de soort ‘dysenteriae (type 2–15)’ in de eerste kolom en ‘2’ in de tweede kolom.

C

De tabel van bijlage 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na de plantensoort ‘Calathea roseopicta’ wordt ingevoegd de plantensoort ‘Calibrachoa hybrida’ in de eerste kolom, ‘insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders’ in de tweede kolom, ‘gemakkelijke zaadverspreiders’ in de derde kolom en ‘klein zaad’ in de vierde kolom.

2. Na de plantensoort ‘Pelargonium spp.’ worden ingevoegd:

  • a. de plantensoort ‘Petunia axillaris subsp. axillaris’ in de eerste kolom, ‘insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders’ in de tweede kolom, ‘gemakkelijke zaadverspreiders’ in de derde kolom en ‘klein zaad’ in de vierde kolom;

  • b. de plantensoort ‘Petunia axillaris subsp. parodii’ in de eerste kolom, ‘insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders’ in de tweede kolom, ‘gemakkelijke zaadverspreiders’ in de derde kolom en ‘klein zaad’ in de vierde kolom;

  • c. de plantensoort ‘Petunia exserta’ in de eerste kolom, ‘insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders’ in de tweede kolom, ‘gemakkelijke zaadverspreiders’ in de derde kolom en ‘klein zaad’ in de vierde kolom.

3. Na de plantensoort ‘Petunia hybrida’ worden ingevoegd:

  • a. de plantensoort ‘Petunia inflata’ in de eerste kolom, ‘insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders’ in de tweede kolom, ‘gemakkelijke zaadverspreiders’ in de derde kolom en ‘klein zaad’ in de vierde kolom.

  • b. de plantensoort ‘Petunia integrifolia (syn. Petunia violacea)’ in de eerste kolom, ‘insectenbestuivers en gemakkelijke zaadverspreiders’ in de tweede kolom, ‘gemakkelijke zaadverspreiders’ in de derde kolom en ‘klein zaad’ in de vierde kolom.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 2026. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 maart 2026, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A. Bertram

TOELICHTING

Inleiding

De Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 (hierna: Regeling ggo) bevat technische voorschriften voor activiteiten met genetisch gemodificeerde organismen (hierna: ggo's).

De Regeling ggo bevat een aantal bijlagen die van toepassing zijn op het doen van een risicobeoordeling voor activiteiten met ggo’s in ingeperkte ruimten. Het doel van die risicobeoordeling en de daaruit voortvloeiende maatregelen is te bewerkstelligen dat het risico voor de mens en het milieu bij het werken met ggo’s niet hoger is dan verwaarloosbaar klein. Vermelding van organismen in één of meer bijlagen stelt gebruikers in staat een risicobeoordeling op te stellen en op basis daarvan kennisgevingen en vergunningaanvragen te doen. Deze bijlagen moeten regelmatig worden aangepast om te voldoen aan de laatste stand van de techniek, dat wil zeggen de laatste wetenschappelijke kennis. Om aan te blijven sluiten bij de nieuwste wetenschappelijke inzichten worden viermaal per jaar één of meer bijlagen bij de Regeling ggo aan de stand der techniek aangepast. Bureau genetisch gemodificeerde organismen van het RIVM adviseert of en hoe een organisme wordt opgenomen in één of meer bijlagen. Dit gebeurt op basis van alle beschikbare informatie over de kenmerken van het organisme, waaronder de gegevens van de gebruikers van ggo’s in individuele procedures, de definities van de klassen van pathogeniteit, de literatuur en eventueel een advies van de Commissie genetische modificatie. De vraag of een organisme moet worden opgenomen, hangt af van de vraag of het algemeen geclassificeerd kan worden en of het een organisme is dat door meerdere gebruikers wordt gebruikt. Deze wijzigingsregeling bevat aanpassingen van drie van die bijlagen.

Aanpassing bijlage 2 bij de Regeling ggo (artikel I, onderdeel A)

Op lijst A1 van bijlage 2 bij de Regeling ggo zijn de gastheerorganismen opgenomen waarvan is vastgesteld dat zij geschikt zijn voor de vervaardiging van ggo’s van inperkingsniveau I. Vermelding op (één van de lijsten van) bijlage 2 betekent dat voor werkzaamheden met combinaties van organismen van die lijsten geen risicobeoordeling nodig is (zie artikel 2.10, derde lid, Besluit genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 (hierna: Besluit ggo)).

Via artikel 16 van de Regeling ggo werkt bijlage 2 ook door in de reguliere risicobeoordeling overeenkomstig bijlage 5 bij de Regeling ggo. Sinds de wijzigingsregeling van 1 januari 20261 is voor een nieuw gastheerorganisme vastgesteld dat het geschikt is voor de vervaardiging van ggo's van inperkingsniveau I. Deze wijzigingsregeling strekt ertoe dit organisme op te nemen op lijst A1 van bijlage 2.

Aanpassing bijlage 4 bij de Regeling ggo (artikel I, onderdeel B)

In bijlage 4 bij de Regeling ggo zijn de pathogene micro-organismen opgenomen, waarvan de klasse van pathogeniteit is vastgesteld. Sinds de wijzigingsregeling van 1 januari 2026 (zie noot 1) is voor een pathogeen micro-organisme de klasse van pathogeniteit vastgesteld. De onderhavige wijzigingsregeling strekt ertoe om dit pathogene micro-organisme toe te kunnen passen bij de risicobeoordeling overeenkomstig bijlage 5 bij de Regeling ggo. Daarvoor is het overeenkomstig artikel 16 van de Regeling ggo noodzakelijk deze gastheerorganismen op te nemen in bijlage 4 (paragraaf 4.2). Van een aantal pathogene micro-organismen is de naamgeving/taxonomie gewijzigd. Daarom zijn de geslachten en soorten bij de familie ‘Filoviridae’ opnieuw vastgesteld. Een ander pathogeen micro-organisme vervalt omdat het een synoniem blijkt te zijn van ander virus van de familie Filoviridae in paragraaf 4.1.1 van bijlage 4.2

Voor een verdere toelichting op de klassen van pathogeniteit wordt verwezen naar de begripsomschrijving van micro-organismen van klasse 1, 2, 3 en 4 in artikel 2 van de Regeling ggo en de daarop betrekking hebbende passages in de toelichting bij die regeling3. Op de toepassing van bijlage 4 bij de Regeling ggo wordt ook ingegaan in de inleiding die in de betreffende bijlage is opgenomen.

Aanpassing bijlage 7 bij de Regeling ggo (artikel I, onderdeel C)

In bijlage 7 bij de Regeling ggo zijn de planten opgenomen, waarvoor de categorie van fysische inperking is vastgesteld. Sinds de wijzigingsregeling van 1 januari 2026 (zie noot 1) is voor een aantal planten de categorie van fysische inperking vastgesteld. De onderhavige wijzigingsregeling strekt ertoe om deze planten toe te kunnen passen bij de risicobeoordeling overeenkomstig bijlage 5 bij de Regeling ggo. Daarvoor is het overeenkomstig artikel 16 van de Regeling ggo noodzakelijk deze planten op te nemen in bijlage 7. Voor een verdere toelichting op de toepassing van bijlage 7 zie de bijlage zelf.

Aanpassingen van ondergeschikte betekenis: geen internetconsultatie, afname regeldrukgevolgen

De aanpassingen van de bijlagen 2, 4 en 7 zijn van zuiver technische aard en kunnen worden gekenschetst als aanpassingen aan de stand van de techniek. Toevoeging van een organisme aan een bijlage vindt namelijk plaats op grond van criteria zoals vastgelegd in de Regeling ggo. Daarmee zijn deze aanpassingen van ondergeschikte betekenis en is inspraak daarop niet zinvol. Gelet hierop is, met toepassing van artikel 1.9, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit ggo, afgezien van voorpublicatie. Vanwege het feit dat deze wijzigingsregeling geen ingrijpende verandering teweegbrengt in de rechten en plichten van burgers en bedrijven en evenmin ingrijpende gevolgen heeft voor de uitvoeringspraktijk, kon worden afgezien van internetconsultatie. De aanpassingen bieden voor de doelgroep het voordeel dat zij voor het doen van een risicobeoordeling gebruik kunnen maken van classificatie zoals die in de bijlagen is opgenomen. Daardoor behoeven zij voor de in de bijlagen opgenomen organismen niet meer om een besluit op grond van artikel 2.8 van het Besluit ggo te verzoeken. Een dergelijk verzoek vergt immers indiening van een groot aantal gegevens en er geldt een beslistermijn voor van 45 dagen. Een kennisgeving of een vergunningaanvraag kan bovendien pas worden gedaan nadat een verzoek om een inschalingsbesluit is genomen en van die organismen kan pas na kennisgeving of vergunningverlening gebruik worden gemaakt.

Deze wijzigingsregeling heeft een lichte vermindering van regeldruk tot gevolg. Het plaatsen van organismen op de bijlagen bij de Regeling ggo betekent voor gebruikers dat zij bijvoorbeeld op een lager inperkingsniveau mogen werken, zonder dat zij daar apart een verzoek op grond van artikel 2.8 van het Besluit ggo voor hoeven in te dienen. Per kwartaalupdate van de Regeling ggo gaat het om een geringe afname van de regeldruk, omdat het telkens maar om enkele organismen gaat die op de bijlagen worden geplaatst. De inschatting is dat er per kwartaalupdate twee tot drie minder 2.8 procedures doorlopen hoeven worden, die een gebruiker ongeveer twee uur de tijd zouden kosten om in te dienen en dat het gemiddeld om vijf organismen per kwartaalupdate gaat. Dit betekent een afname van regeldruk per update van tussen de 20 en 30 uren (2 x 2 x 5 = 20 uur, of 3 x 2 x 5 = 30 uur). Afgezet tegen een uurtarief voor een hoogopgeleide medewerker van € 54,– per uur levert de kwartaalwijziging gemiddeld een voordeel van tussen de € 1.080,– en € 1.620,– op.

Adviescollege toetsing regeldruk

Het Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) heeft op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b, van de Instellingswet Adviescollege toetsing regeldruk, onder andere als kerntaak om de minister te adviseren over de regeldrukeffecten van een ontwerp ministeriële regeling. Om die reden is aan ATR advies gevraagd over deze ontwerp wijzigingsregeling. ATR heeft het dossier niet geselecteerd voor een formeel advies, omdat het geen omvangrijke gevolgen voor de regeldruk heeft.

Inwerkingtreding (artikel II)

Overeenkomstig het stelsel van vaste verandermomenten, treedt deze wijzigingsregeling in werking met ingang van 1 april 2026. Er is afgeweken van de invoeringstermijn van ten minste twee maanden. In dit geval is het gerechtvaardigd omdat de wijziging van de Regeling ggo, gelet op de doelgroep, aanmerkelijke ongewenste private nadelen voorkomt (aanwijzing 4.17, vijfde lid, onderdeel a, van de Aanwijzingen voor de regelgeving).

Met het voorkomen van aanmerkelijke ongewenste private nadelen wordt bedoeld dat voorkomen wordt dat leden van de doelgroep op grond van individuele besluiten toestemming moeten krijgen om bepaalde organismen te mogen gebruiken, zoals hierboven onder ‘Aanpassingen van ondergeschikte betekenis’ is beschreven.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, A. Bertram


X Noot
1

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 24 november 2025, nr. IENW/BSK-2025/278565 tot wijziging van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 (aanpassing bijlagen 2, 4 en 7) (Stcrt. 2025, 40038).

X Noot
3

Stcrt. 2014, 11317, blz. 254 en 255.


X Noot
1

Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 24 november 2025, nr. IENW/BSK-2025/278565 tot wijziging van de Regeling genetisch gemodificeerde organismen milieubeheer 2013 (aanpassing bijlagen 2, 4 en 7) (Stcrt. 2025, 40038).

X Noot
3

Stcrt. 2014, 11317, blz. 254 en 255.

Naar boven